Etappe 12 : Wasigny naar L’Equaille 32,0 km – (316,9 km)

Waar de vorige dagen het vooral ging over regen en het omhoog en omlaag klauteren in de modder, vandaag was het de wind die een hoofdrol speelde. Een vrij lange en eigenlijk saaie etappe. Maar wat was ik blij dat ik een jasje met kap aanhad. Dat de wind even van links blaast is niet erg, maar 6 uur lang is van het goede te veel. Dus liep ik met kap op en met de pet daarover. Geen zicht, maar prima was dat.

De wegen zelf lagen er goed bij. Door het zonnetje en de schrale wind gaat het droge en boven op de plateaus is het al niet zo nat omdat het water naar de valleien stroomt. De rivier Als je was wel goed gevuld.

Wat wel voor wat afwisseling zorgde waren de herten of reeën die hier en daar stonden te grazen en die sierlijk wegliepen bij het naderen.

Ander verwondering zijn de mooie vergezichten als je boven op die plateaus wandelt. Soms stopte ik wel even om gewoon te kijken naar de verte.

Boven op de heuvels staan hier en daar windmolens te draaien. Met dat stevig blazen draaiden ze goed door vandaag. Maar wat me wel opviel was dat ze flink wat lawaai maken bij het draaien. Net een vliegtuig dat overtrekt.

Af en toe moet je rusten natuurlijk en die rustpauzes worden frequenter in namiddag. Tijdens één van die rustpauzes zag ik plots dit creatuur over mijn schoen klauteren. Gisteren had ik ook al een dikke zwarte (Maar andere) kever ontmoet. Voorbode van de komende lente. Over lente gesproken. Vandaag ook de eerste boerenzwaluw gespot.

Op aanraden van Jos van de refuge 4 mains ben ik in gestopt in de bar tabac “au longchamp” “pour casser la croute”. Werd één van de toffere momenten van de dag. Een klein restaurantje bestaande uit 2 plaatsen volgestouwd met tafeltjes en stoelen. En daaraan zittend allemaal mannen druk pratend en etend. Op de vraag of ik kan eten wordt ik meteen aan een tafeltje geplaatst en na enkele ogenblikken staat een bord met witloofsla, quiche met spek en een snee salami voor mij, samen met het brood. Dan volgde snel kipfilet met champinonsaus en Pomme dauphinois en daarna fromage ou dessert. Natuurlijk koos ik voor een super lekkere crème brûlée. Zie maar.

Na het eten verder gestapt. De landerijen werden groter en groter. Op die landerijen dikke tractoren met een hele reeks wielen achter hen aan om te eggen. Net alsof alle boeren wakker geworden zijn.

Zelfs de weg wordt bewerkt. Wat niet veel helpt aan het wandelcomfort. Gelukkig regent het niet, anders was me dit een modderpoel van jewelste.

Wat verder leuk was onderweg is bovenstaand. Een auto van de gemeente rijdt rond op het voetbalterrein om dit speelklaar te maken. Ideetje voor Malinwa?

Ik werd terug opgepikt door Jos van de refuge te Ecaille. De volgende dag zette hij me dan daar terug af.

In de refuge waren juist 2 pelgrims aangekomen. Een koppel uit Huy. Ze hadden de Camino al gelopen in 2012. Nu waren ze vertrokken naar Rome! Daar gaan toch alle wegen naartoe….buiten de Camino natuurlijk!

Etappe 11 : Aubigny les Pothees naar Wasigny 25,6 km – (284,9 km)

Na het hartelijke onthaal in “Au bois du loup” terug op weg. Mijn Canadese collega wou wel een fotootje maken.

Hij zelf komt uit Quebec. Vertrokken met pak en zak (meer dan 20kg!) Op stap naar de voet van de Pyreneeën! Vroeger had ie al een Spaans deel gelopen.

Samen gingen we op stap. We hebben uiteindelijk samen zo’n 16 km afgelegd. Blijft toch een speciaal taaltje dat frans uit Quebec.

Het onthaal was prima zoals gemeld. Het uitzicht vanuit het huis ook. We zagen voor het vertrek een mooie dubbele regenboog. En een rijdende goederentrein. Staking even opgeschort blijkbaar.

De tocht vertrok droog maar tegen de middag kregen we een paar fikse buien over hoofd. De wegwijzers met schelp begeleiden ons maar zijn niet steeds consequent wat richting betreft. Eigenlijk moet de onderkant van de schelp de richting aangeven vertelde Roger, mijn collega.

Hier is het niet steeds consequent toegepast. Opnieuw wisselen velden, weiden en bossen elkaar af. Wel zie je dat meer en meer weilanden omgebouwd worden naar akkers en het vee op stal wordt gehouden. Eenvoudiger te beheren. Om elke hoek is er wel fauna waar te nemen. Ooievaars oa en herten in de verte.

Een constante na de middag was de modder. Wegen door de bossen zo drassig als wat.

Het is goed als het eventjes drassig wordt, Maar als je stroken hebt van een paar honderd meter lang waar je door moet ploeteren, dan is dat wel flink vermoeiend. Wat wel meevalt is dat de weg, ondanks de glooiingen toch iets naar beneden gaat. Vorige dag klom de Camino regelmatig boven de 300 meter. Nu dalewmn we naar de 150 meter. Maar de modder is wel de constante uitdaging.

Mijn arme schoenen zagen af vandaag. En mijn broekspijpen ook.

En het kon nog heviger. Op sommige plaatsen diende je de weg gewoon te ontwijken want er was een beek in de plaats. Ook de benen naast het pad zijn meestal flink verzadigd.

Rond 17u kwam ik dan aan in Wasigny. Weer zo een typisch landelijk dorpje waar tijd geen vat heeft. Getuige deze markthalle uit lang vervlogen tijden.

Ook de klassieke Lavoir of publieke wasplaats was ik voorbijgestapt. Daar werd vroeger gewassen. Nu ligt het et verlaten bij met dank aan Dash en Bosch die de was doen thuis.

Etappe 10 : Rocroi naar Aubigny-lez-Potheez 23,7 km – (259,3 km)

Het ziet er naar uit dat de eergisteren meegebrachte rugzakhoes weer flink haar werk zal doen. Donkere regenwolken boven het kleine centrum van dit vestingstadje waar de tijd amper vat op heeft. Hele brede omwallingen beperken alle verandering.

Vandaag werd het een wandeling in 2 werelden. Eerst een lange boswandeling op een prima asfalt bosweg. We hebben andere paden meegemaakt vorige dagen. Een pijlrechte weg omzoomd door bomen van alle slag.

Ik verstond de benaming niet goed van dit bos. Gesyndiceerd? Betekent het dat het eigendom is van de vakbonden?

Ik heb ’s avonds vernomen dat het niks met vakbonden te maken heeft maar een schenking van bossen is geweest aan 17 omliggende gemeenten die deze domeinen samen exploiteren.

En ja. Het is lente. De bloeiende narcissen bleven aanwezig maar ook deze wilde primula ofte sleutelbloem stond te pronken langs de weg.

Het landschap is opnieuw veranderd. Veel weiland doorsneden van kabbelende beekjes en aan een van die beekjes juist op tijd voor de middagpauze een bank voor vermoeide pelgrim. Elke pelgrim stopt er even al was het maar voor de richtingaanwijzer.

Door die velden trekkend kom ik aan in de buurt van Aubigny. De laatste kilometers van de tocht lopen langs het spoor. Een beetje cynisch want vandaag staakt het spoor. Te voet gaat rapper vandaag.

Na een laatste klim kom ik dan aan bij Marie-Josee en Jean-Marie die pelgrims opvangen. Het onthaal is super. Met hen en een collega pelgrim uit Quebec hebben we een supergezellig avondmaal. Kaas inbegrepen. Was op en top verzorgd en aan te bevelen. Maar foto zal voor morgen zijn.

Etappe 9 : Viroinval naar Rocroi – over de grens naar France 26,9 km – (235,6 km)

Heel blij dat Hans gisteren een rugzakhoes meegebracht heeft. Je zal me niet overtuigen dat ik die niet nodig zal hebben volgende dagen. Het blijft nog wat wisselvallig eer de mooie dagen komen melden de weervoorspellingen. Van een koppel stappers die ook in het hotel overnachtte stapt de vrouw vandaag niet naar Rocroi. Te veel pijn aan de voeten van de wandeling gisteren.

En de tocht begint bij de eerste schelp om de hoek. Na al die dagen rood wit verschenen deze plots terug. In de verte zie je de sporen van de toeristische trein. Het pad liep er heel even langs. Bart, ik kon het niet laten om 10 meter op die sporen te lopen. Opgelet waarschuwing: dit mag niet op gewone treinsporen!

De tocht dook al snel een bos in. Aan de rand nog wat weiden maar die zouden snel verdwijnen. Wel stevige runderen in die weiden.

Wat verderop nog een andere weide met daarin bergen maretak waaronder de resten van fruitbomen te bespeuren zijn.

En dan begon de echte tocht doorheen het bos. De GR volgt een beekje, maar wel een kleine 10 km lang zonder langs de bewoonde wereld te passeren. En dat ben ik nog niet gewoon. Veeeeel bomen. En een kabbelend beekje. En om te kabbelen heeft het beekje water nodig. En dat water komt uit de lucht. Dus regen en nattigheid. Niet veel dieren gezien buiten een boomklever die piepend de bomen opkroop. En verder slakken, kikkers en padden.

De weg versmalde en soms volgden wel halsbrekende toeren om verder te geraken want het beekje at hier en daar een stuk van het pad op.

En nog meer bomen. Alle soorten. Dennebomen, loofbomen, jonge aanplant en af en toe een majesteuze reus.

De weg werd in de namiddag een holle weg. In chemin creux zeggen ze hier. Maar dat betekent dat het water ook langs daar een weg zoekt. En drassige ondergrond is verzekerd met grote plassen.

Maar het zou nog spectaculairder worden. Het pad zakte dieper en dieper weg in het omliggende landschap. En als dan de boomhakkers langskomen en alle bomen omleggen en de overtollige taken laten liggen waar ze vallen dan krijg je een ondoorgaanbare situatie

Klimmen en klauteren eerst en als dat niet meer ging dan naast het pad en hopen dat ik niet verloren liep. Dat deed ik gelukkig niet zodat rond 14u de grens er was.

Buiten een andere kleur van wegbedekking was er niet te zien. Je zag niet dat de grens overgestoken was. Enkel dit bordje aan de wegkant gaf aan dat ik in France was.

En met die grensovergang kan ik fier melden dat ik ons land te voet helemaal gedwarsd heb. De eerste tocht ter voorbereiding van de Camino liep ik 2 jaar geleden (met Greet) vanuit Bergen op Zoom naar Mechelen.

Een laatste strookje bos. Een laatste strookje drassigheid en ik stapte Rocroi binnen. Juist op tijd om mijn stempel af te halen in de toeristische dienst.

Ps. Let op de stevige Vauban omwalling.

Etappe 8 : Sautour – Vierves-sur-Virion 19,5 km (208,7 km)

Na het leuke bezoek gisteren moest de pelgrimstocht verder richting Franse grens. Eigenlijk niet zoveel kilometers, Maar ’s avonds bleek dat er wel 3 keer zo een 100 meter geklommen diende te worden.

Het vertrek uit het dorpje liep door de deur.

Steil naar beneden. Een flink stuk weg door een bos. Drassige wegen. Dat komt omdat die boswegen meestal het laagste punt uit de omgeving zijn en het regenwater dit laagste punt opzoekt. En drassig kunnen ze zijn. Vandaag voor het eerst van mijn tocht een ree gezien. Was aan het eten op een veld aan de rand van het bos. Heel schuw direct weggevlucht toen het mij zag aankomen. Toch sporen ervan gevonden.

Een flink stuk van het parcours liep door het bos op of juist naast de hogedrukleiding aardgas van Fluxys. Lijnrecht met hier en daar de terugkerende melding van niet te graven en een noodnummer. En verder heeft een pelgrim af en toe nood aan een rustplaats om de benen te laten recupereren. Steeds welkom zeker met mooi uitzicht.

En dan zoon Hans ontmoet die me in tegen richting tegemoet stapte. Heel leuk. Dus een korte tocht maar met 3 stevige up en downs van elk 100 meter niveauverschil en met op het einde een tof terrasje + zicht op de stoomtrein die hier passeert. Daarna een lekkere maaltijd in goed gezelschap. Wat wenst een mens meer.

Etappe 7 : Walcourt naar Sautour (via Philippeville) 24,6km – (189,2km)

Volgens buienradar droog zonder een spatje maar het is een kletsnat Walcourt vanmorgen. De ene regenbui verdringt de andere. Maar dat kon de ontbijtpret niet bederven. De oudere dame die de B&B uitbaat is vriendelijk en praatvaardig. Ze vertelt dat haar zoon volgende week aan zijn Camino begint en vertrekt naar Reims. Na het ontbijt ga ik naar de basiliek, maar daar moet ik een halfuur wachten op de stempel. De deken is naar een naburig dorp de paasviering gaan leiden en komt dan voor de viering om 10u15, dat vertelt de mevrouw die alles klaar zet. Of ik wil wachten. Dat doe ik dan maar. Sfeerbeelden ondertussen voor Pasen.

De deken kwam inderdaad om 10u aan. Jammerlijk genoeg had hij de stempel niet bij. In de sacristie heeft ie mijn boekje getekend als bewijs van doortocht. En dan snel op weg richting Sautour.

De trappen naar beneden liepen veel vlotter dan die in de andere richting gisterenavond. Maar in dit heuvelend land volgt dan al weer snel een klim. Veel wandelen door velden en vaak boven op de hellingen in de wind. Brrrr. Koud was het wel maar je hebt er mooi uitzicht.

Het feit dat het af en toe miezerde zorgde dat de kou nog intenser werd. En pech erbovenop is dat de beschermhoes van mijn rugzak is verloren geraakt. De wandelweg slingert zich door landbouwgebied en de grote gesloten rode bakstenen hoeves zijn veranderd in meer gedrongen boerderijen in grijze natuursteen. Ik heb soms de indruk dat ik in een chocolade Jacques album van destijds stap. Aardrijkskunde van België met prentjes die je vanuit de verpakking van de chocolade repen moest halen.

Maar wat verderop wordt het landschap vriendelijker. Dat heeft vooral te maken met een kabbelend riviertje in de vaĺei.

Speciaal voor mijn broer Yves deze foto.

De tocht loopt van dorpskern naar dorpskern. Allen met kleine grijze huisjes rond een klein grijs kerkje. Toen ik deze moderne kerk met originele klokkentoren zag moesten deze op de foto vond ik. Zeker op het feest van de paasklokken. Juist toen ik klaar stond om af te drukken was het 14 uur…

En sloeg de klok 2 maal. Ik sprong in de lucht tot bijna tegen de klok.

Door de velden naar Sautour dan verder via Philippeville. Zoon Dries, schoonzus Marleen, schoonbroer Frank en neef Stijn + nicht Lotte waren tot Philippeville afgezakt om mee te komen eten. Wat een leuk paasgeschenk. Het was supergezellig. Wel was het plots heel stil toen ze terug vertrokken waren. Gelukkig had de paasklok iets mee.

Jammie.

Etappe 6 : Van Aulne naar Walcourt (met een stukje verkeerd gelopen) 28,96 km – (164,6 km)

Vannacht even buiten gegluurd. Die ruïnes in de maneschijn waren knap griezelig. En nee. Ik heb er geen foto van gemaakt. Waar ik wel een foto van heb genomen is de bosweg mét rood/wit. Niet steeds makkelijk terug te vinden op de bomen. Zeker als er wat klimop groeit.

Eigenlijk viel het volgen van de bakens redelijk goed mee… tot waar de GR 129 het pad kruiste.

En daar ging het mis! Ik had de verkeerde te pakken. En dan nog flink omhoog ook. Met die rugzak was het stevig klauteren. Na 2,5 km ongeveer had ik het door en besefte ik dat terugkeren de enige optie was. Balen.

Ok, de wandelingen door de bossen zijn geestverruimend en last van dieseluitlaat heb je er ook niet. Wel soms beelden die tot de verbeelding spreken, zeker na het voorbije halfjaar.

Die ene boom die de andere gevelde steunt.

Maar de weg gaat voort. Dat is het lot van de pelgrim… voort tot … Walcourt vandaag. Doordat ik later was door het verkeerd lopen kreeg ik nog het genot van regen en hagel.

De weg liep afwisselend in bossen en weiden. Aan de voorbereidingen te zien wordt er morgen en paasmaandag flink op de VTT geklommen om te mountainbiken. Linten, pijlen, wegafbakeningen in zand waren bijna over gans de weg aangebracht. We zien wel.

Wat was ik blij toen ik eindelijk tegen 19u de torens zag.

Walcourt als volgende stop met 28km in de benen. Maar ik was er nog niet. Het venijn zat em in de staart. Dat was precies wat ik moest hebben.

Een aantal fikse trappen naar boven om op het marktplein te geraken.

Prettig Pasen!

Etappe 5 : Van Manage naar Aulne door de Borinage getuigen 25,2 km – (135,6km)

Een verbindingsetappe noemen ze dat. Op naar de Ardense heuvels. Eigenlijk kon je de dag in 2 delen. Eerst was er een wandeling door de velden van de Borinage met zicht op veel industriële archeologie. s’Morgens wel nog even binnen gesprongen in een Action die er onderweg verscheen. Nieuwe oortjes (die ik zou gebruiken vandaag) en een portie noten. De weg liep op een oude spoorbedding. Verder stappen in zuid-oostelijke richting. O ja. Ik heb in die Action nog een nieuwe pet gekocht. Mijn vorige ben ik kwijt en zo tegen de zon instappen is niet leuk zonder zonneklep. Of er moeten bomen langs de weg staan zoals hier.

De tocht liep verder met een afwisseling aan akkers en velden en rond de middag passeerde ik in Morlanwelz, ingeslapen landbouwdorpje waar heel weinig te beleven valt. Iets verderop werden grotere heuvels zichtbaar. Terrils en zelfs een oude mijntoren.

Mijn poging om mijn jas uit te laten werd snel weggeblazen door een koude wind. Die is harder gaan blazen en zeker wind tegen boven op de hellingen is het geen lachertje. Niemand te zien daarbuiten. Mensen zou ik vandaag enkel zien vanachter glas. Glas van hun eigen auto. Een paar stroken van de route vandaag gingen langs drukke gewestwegen en ik moet zeggen dat de nieuwe oortjes dan goed hun werk deden om het luide geraas van de voorbij vliegende auto’s te verbergen.

Bijna aangekomen een babbeltje gemaakt met een lieve mevrouw die haar honden uit liet en die zich afvroeg waar die bepakte wandelaars toch heen trokken. Compostela bien sur. Wou ze ook nog eens doen enz… Bonne route!

Die route liep tot de ruïnes van Aulne. Een korte hevige regenvlaag deed me nog grijpen naar hoes en poncho. En daar zijn we dan. De abdij van Aulne, of wat er van over schiet tenminste!

Etappe 4 : Van Ittre over Nijvel naar Seneffe (eigenlijk Manage) 25,8km – (110,4 km)

Geen regen vandaag. Om 9u terug de weg op naar de volgende bestemming. De weg en de pelgrim. De camino. Geen pelgrim zonder weg. In dit Brabantse landschap waren het deze voormiddag lange stukken tussen akkers en weiland met daarboven een wijde hemel met wolkenspel.

In een rechte lijn ging het tot Nijvel. Een grauw stadje met groot marktplein en kerk. Tegen de kerk staat een modern stadhuis. Het oude staat aan de andere kant wat troosteloos te zijn. In de kerk doorverwezen naar de pastorie voor de stempel. In het frans of in het latijn vroeg een gezellige pastoor. Er waren nog niet veel pelgrims langs geweest dit jaar. Hij wou nog wat verder babbelen, maar hij had om 11u een dienst en verontschuldigde zich dat ie niet meer tijd had voor mij.

Een koffietje kon er dan af. Bij het verlaten een bepakte collega stapper gekruist die vroeg waar ik vandaan kwam. Hij stapte ook maar compostela was voor later. Onze wegen scheidden. Nu, het zou de laatste mens zijn met wie ik contact had tot bij de stopplaats vanavond. En weer ging de route over landelijke lange wegen. Niet veel te beleven. Gelukkig nog eens iemand gezien on een spiegel

Totdat de route aankwam bij het oude kanaal van de Samme. De aanvang deed me direct denken aan de sluizen van de narrowboats in UK. Het leverde wat mij betreft het mooiste beeldje van de dag op.

En voor hen die niet weten hoe een sascomplex in UK voor die smalle boten er uit ziet. (Er moeten wel wat deuren aanwezig zijn om te functioneren maar dat is detail.)

Na een wandeling langs het met bomen omzoomde kanaal in Seneffe aanbeland waar nog meer waterarcheologie te bewonderen os met zwaaidok en replica van de kleine aken die er vaarden.

Dan de N27 naar mijn hotel. Dit is een drukke verbindingsweg. Gelukkig waren er werken aan een spoorwegbrug. Alle verkeer moest omrijden, maar de voetgangers konden over via voetgangersbrug. Zo toch weer wat geklommen vandaag.

Dan was het een rechte lijn naar het hoevekasteel waar het slapen is gepland.

Morgen verlaat ik de schelpenroute en sla ik af op de GR12 richting abdij van Aulne. Die ruïne staat op de eerste postzegel die ik kocht voor mijn postzegelverzameling. Heel lang geleden. Tot morgen.

Etappe 3 : Van Beersel via Halle naar Ittre 27,4km (84,6 km)

Vanuit Beersel gaat de weg door de Zennebeemden richting Halle. De lucht is licht bewolkt maar de weersvoorspelling is niet bemoedigend. Maar nu stap ik dus in die speciale Zennevalei met zijn speciale gistcellen die zorgen voor lambic, geuze en kriek.

En die bieren gisten deels in vaten waar dus ook speciale stielmannen aan de slag zijn.

in Beersel is een heel gekend kasteel. Dat kasteel heeft een schat e het speelt een belangrijke rol in een avontuur van Suske en Wiske Het kasteel stond er, Suske en Wiske heb ik niet gezien!

Na een uur stappen kwam ik tegen de middag aan in Halle. In de hoofdkerk kon je binnen maar niemand te zien om stempel te zetten. Dan maar via Google gezocht waar de dekenij was en daar aangebeld. “De deken is juist gaan eten en ik weet niet waar de stempel ligt. Maar ik zal het hem straks vragen voor de volgende.” Na de koffie terug de rugzak om maar eerst hoes er rond en de poncho aan. De regen was aangekomen en alles werd nat. Gisteren had ik geleerd dat niet inpakken geen goed idee is. De weg loopt verder langs de vaart.

Weinig beschutting te vinden tegen regen en wind. Dus verder stappen.

Het landschap verandert. Er komen omheinde velden afgewisseld met bossen. En het pad gaat omhoog en omlaag. De regen blijft vallen. Gelukkig zijn er de mooie narcissen in de bossen.

En zo stappen we duidelijk Waals-Brabant binnen met ruime glooiende vlaktes, afgezoomde landerijen en grote herenhoeven. De regen is gestopt. Ons doel is in zicht onder de zonnestralen. Tijd om wat te drogen.