Vreemd

Vreemd – dat is kortweg het gevoel dezer dagen. Eigenlijk had ik gisteren de trein moeten nemen naar Hendaye om vanaf vandaag aan het laatste deel van de pelgrimstocht naar Santiago de Compostella te beginnen.

Maar Corona of Covid19 houden me in mijn kot. Zowel ons land, als Frankrijk als Spanje zijn nog in de greep van de lockdown.

Anders had ik hier al beelden kunnen posten van de rit naar het Zuiden bv. Ter compensatie een paar beelden alsof ik (we) toch onderweg zijn…. De foto’s zijn van de vorige wandelingen één en twee jaar geleden.

Terug op weg (hoopte ik!)

Brussel Parijs, per trein

Ondertussen is ons Mechelse station al wat veranderd. Op de witte metalen structuren is er nu een dak, maar de startplaats naar het Zuiden is nog steeds dezelfde.

Via Brussel naar Parijs, daar is er een overstap en het plan was zoals vorige keren die al stappend te doen; niet alleen om wat te oefenen voor de volgende dagen, maar vooral om de Parijse sfeer op te snuiven.

Seine in Parijs met Notre Dame voor de brand

Ook deze wandeling zou al weer anders aanvoelen, want vorige keer hield ik stil op de Seine brug om bovenstaande foto te trekken van het icoon van het centrum van Parijs, de Notre Dame. Die ziet er nu helemaal anders uit en het zal wel nog een paar jaar duren voor het dak er terug op staat.

pelgrimstempel Notre Dame de Paris

En het zal nog vele jaren duren vooraleer de pelgrims weer de kathedraal binnen kunnen om een stempel te ontvangen in hun credential.

In Parijs is het dan de trein richting Bordeaux en verder naar de Frans-Spaanse grens tot het eindstation van Hendaye, waar ik vorig jaar aangekomen ben, klaar voor de derde strook naar het einddoel van deze pelgrimstocht.

kaartje met Henday (aankomstplaats vorige keer)

Ik vernam in één of andere oorlogsdocumentaire, dat Franco en Hitler elkaar ontmoetten in 1940 in dit stationneke aan de Spaanse grens.

Op de achtergrond het station van Hendaye in 1940

Van Hendaye naar Irun is eigenlijk heel kort. De rivier oversteken via de brug waar ik vorige keer tot halfweg op geweest ben. Nu was het de bedoeling geweest om deze over te steken en de trip naar Irun, Donostia – San Sebastian aan te vatten. Maar het zal voor later zijn…

Aan de andere zijde ligt Irun te wenken….

In afwachting – bis – Coronapauze

Nu we toch in ons kot zitten zijn we aan het opruimen. Totdat er een mailtje binnenkwam van Katrien Cornette. Wie is dat nu ook weer? Wel, dat is die medepelgrim die ik 2 jaar geleden ontmoette onderweg in de buurt van Reims.

Medepelgrim Katrien Cornette

Ook zij houdt een blog bij en het was leuk haar ervaringen te lezen. Een paar foto’s van op haar blog waren leuk en post ik hier even. Toffe herinneringen.

Een pelgrim onderweg naar ergens…

Dit was het eerste beeld van de ontmoeting – Straf hoe dat die schelp zo herkenbaar is van ver!

We ontmoetten elkaar in de bossen onder Epernay en trokken de dag samen verder. We kwamen een paar landbouwers tegen die eten gaven aan de everzwijnen en overal waren er sporen van die dieren te zien.

een praatje onderweg over de leefgewoonten van de everzwijnen

De blog van Katrien vind je op: https://www.pindat.com/pindata/user/katrien.op.stap/

In afwachting

dat de Corona maatregelen terug afgebouwd worden zowel hier als in Spanje kunnen we maar de herinneringen aanspreken van de voorbije tochten. 2 weken geleden had de pelgrimszegen moeten plaats gehad hebben. Die werd vervangen door het spelen van het pelgrimslied ‘Ultreia’ op de beiaard van de Mechelse beiaardtoren. Ik ben toch even tot aan de markt gefietst om dat live mee te maken. Er stonden hier en daar toch een paar mensen te luisteren. Niet veel, want we blijven met zijn allen in ons kot!

Om de goesting wat te koesteren post ik volgende dagen af en toe foto’s van de voorbije tochten op de verjaardagen.

Een jaar geleden stapte ik door hartje Frankrijk en naderde Limoges.

Een maand blijven we nu reeds in ons kot! Vorige zondag (19 april dus) trok ik er even op uit om mijn caminovirus wat tot bedaren te brengen! In Mechelen komt de Camino langs en dus ben ik die even gaan bewandelen. Betekent dat ik er toch een wandelingetje van 10 km op zitten had. Herkenbare punten waren er wel!

De herkenbare baken langs de weg die voorbij Mechelen gaat is deze watertoren. Eigenlijk ben je Mechelen dan aan het verlaten richting Zenne. Het was heel opvallend hoeveel mensen er vandaag nog steeds in hun kot zitten! En voor dat kot staat de auto ook al een paar weken stil.

Blijf in je kot — en laat de auto ervoor staan.

En dan start de Camino echt aan de eerste bekende wegwijzer. Dezelfde plaats maar met een tussenperiode van 2 jaar én een Corona virus.

Voor alle duidelijkheid. De linkse foto is de recentste, de rechtse van 2 jaar geleden.

De wandeling langs de Zenne deed deugd. Veel jong groen. Toch ook veel volk, maar dan aan de andere zijde van de rivier. Plots hoorde ik een gekrijs van jewelste. Was van een stel papegaaien die op de schouder zaten van een fietser aan de andere oever van de Zenne. Ja, je komt steeds rare dingen tegen als je gaat stappen.

Al bij al deed het echt deugd die wandeling en een paar spieren lieten weten dat ze wat gebruikt werden vandaag!

Etappe 65 : Ascain naar Hendaye – 20,0 km (1.685,5 km)

Dit wordt opnieuw een tijdelijke halte, een tussenstop.  De Spaanse grens wordt de tijdelijke halte tot volgende lente. De wandeling vandaag startte onder een stralend zonnetje, maar al snel waren er wat wolken en vielen er een paar druppeltjes. Het werd warmer en vochtiger dan gisteren.

Dit laatste stukje Camino loopt door minder ruig landschap. Er is ook meer bewoning langs de weg,  wat minder hoge beklimmingen en een zachter glooiende omgeving.

Enkel in de verte zie je de toppen van de Pyreneeën die boven alles uitsteken. Er is ook nog steeds veel groen en er stroomt een kabbelend beekje.

Om halfweg de dag aan te komen in het warme Urrugne. Daar komt de kust Camino samen met de verbindingsweg vanuit Saint-Jean-Pied-de-Port. Ik ben er even gestopt bij de kerk om iets te drinken want het werd behoorlijk warm.

Op het kerkplein een jonge pelgrimster ontmoet. Ze kwam uit Zwitserland en wilde ook halt houden in Hendaye. Wat verderop liep ze mij met stevige tred voorbij. Het was wat klimmen en dat is toevallig één van HAAR specialiteiten.. wanneer je uit Zwitserland komt.

En dan kwam de tijdelijke terminus in zicht. Het strand, de bergen de bomen in de verte. Dat is Spanje!

Eerst nog heel vaag, maar stapsgewijze duidelijker en duidelijker. Hendaye vooraan en aan de overzijde van het water het Spaanse Irun.

Beneden in Hendaye stapte ik tot aan de Pont de Saint-Jacques. Geen mooie brug, maar wel de brug die de weg opent naar de Camino del Norte en Espagna.

En halfweg deze brug, op de grens met Spanje eindigt deze tocht voorlopig.

Het vervolg is gepland in april volgend jaar 2020. Abonneer je op deze blog en je krijgt een bericht wanneer ik de tocht verder zet.

Etappe 64 : Espelette naar Ascain – 19,3 km – (1.665,5 km)

De Camino Bidasoa – etappe 2

De tocht door de lage Pyreneeën naar de kust loopt verder. Bij het verlaten nog een foto van Espelette, bekend voor “le piment”. Die piment zie je hangen aan de gevel.

Bij het verlaten van Espelette ging de tocht meteen neerwaarts richting de lavoir. Ook hier in Baskenland zijn die oude wasplaatsen vaak aanwezig.

Meteen daarna slingerde het pad zich weer omhoog richting een hangbrug, die over de ringweg van Espelette hangt om de voetgangers veilig aan de overkant te leiden.

Voie Nive Bidasoa staat er te lezen op de wegwijzers met de schelp.

En die Camino Bidasoa loopt verder richting een heuvelkam waarover ik deze voormiddag zal lopen. De weg erheen is een flinke klim, maar eenmaal boven is er weinig niveauverschil en loopt het vrij vlot. Rechts van het pad vallen de kruinen van vele tamme kastanjebomen op. Er zijn er hier massa’s van, van deze tamme kastanjebomen.

Een onverwachte ontmoeting met een regenworm. Maar geen gewone regenworm. Het kruipend exemplaar was een kleine halve meter lang! Jawel, bijna 50 cm! Voor de vergelijking heb ik er mijn voet naast geplaatst.

Ook andere dierlijke ontmoetingen vandaag zorgden voor de nodige verwondering vandaag. De tocht trok lover de heuvelkam verder  langs de bovenzijde van een steengroeve waar borden waarschuwden voor dynamitage. Vervolgens plots een bocht en hopla, daar gaat het pad de dieperik in. Die losse kiezels zijn wel verraderlijk als je naar beneden moet.

Eenmaal beneden gaat het terug naar boven met overal groen om je heen. Heel veel groen. Ook in de hogere regionen. Nu is het wel zo dat dit de lagere route is eigenlijk. De hoge boomloze toppen vermijd ik gelukkig.

Dit beeld doet me denken aan de tekeningen in de krant Het Volkske over de tour de france. De bergen met rond hun top een wolkenband.

Prachtige oude eiken kom je ook tegen. Heel majestueus bieden ze een flink pak schaduw tijdens deze warme lentedagen. Via het nieuws hoor ik dat heel Frankrijk en België kreunen onder de hitte, maar hier valt het goed mee.

Saint-Pee sur Nivelles is het volgende dorpje waar ik doorheen wandel. Veel volk loopt er hier niet rond.

Wel zie je heel wat mooie huizen in Baskenland. Oostenrijkse stijl maar met rood witte luiken. Heel typisch Baskenland en mooier dan in het hartje van Frankrijk.

Volgende beestige ontmoeting, volgende verwondering op de tocht vandaag. Op de hogere vlaktes lopen de paarden en pony’s vrij rond. Een paar van die dieren hebben een bel om de hals.

Deze foto werd op de top van de heuvel genomen. De paarden zelf lopen vrij rond maar zijn vrij mak. Wat verderop een ontmoeting met andere beestjes. Varkens, ook rondlopend op een wei. Dit exemplaar was er heel moe van.

Zijn collega varkentjes knorden wat verderop. Het is een speciaal Baskisch ras dat bijna uitgestorven was in 1984, maar nu weer stevig geteeld wordt. Le Kintoa is de naam en het zou zijn unieke smaak onder andere hebben door de eikels die ze verorberen.

In de verte viel in het landschap van weidegroen een rare streep op, die naar boven wees richting de bergtop wat verderop.

Blijkt dat het één van de oudste tandradtreintjes is in Frankrijk. Als je goed kijkt zie je zo een treintje de bergwand opklimmen. De wandelweg zelf daalde af richting Ascain via een rotsachtig pad. La Rhune is de naam.

Bij het steil afdalen was het wel uitkijken om niet weg te rollen op al die keien en tussen al die keien keken een paar oogjes mij nieuwsgierig aan.

Het beestje was wel bijna 20 cm lang. Dat is al flink groot. Een dino in mini dus. Dat was de laatste beestige ontmoeting van de dag.

In Ascain zelf kreeg ik nog wat cultuur voorgeschoteld door de lokale dansgroep. Fijne manier om deze wondere dag af te sluiten.

Etappe 63 : Bidaray naar Espelette – 18,2 km (1.646,2 km)

Het werd een stevige wandeling vandaag op de Camino Bidasoa. De klim mocht er zijn. Maar laat me beginnen bij het begin.De tocht startte met het oversteken van de rivier de Nive via de “devilsbridge”, een oude stenen voetgangersbrug.Gezien het zondag was ging ik nog even langs bij de artisanale bakker, die ik de avond vooraf gespot had, om lokale lekkernijen als mondvoorraad mee te nemen. Een mens moet toch de lokale gastronomie leren kennen, niet? En op zondag moet je er van uit gaan in Frankrijk dat de winkels vaak gesloten zijn. De ervaring leert dat snel tijdens de wandeltocht.De voormiddag liep de tocht langs de rivier. Het voordeel is dat een groot deel van de tocht onder overhangende bomen liep. Handig als het warm is.Voor de gieren in de streek verliep de dag zoals gisteren. Dus in de voormiddag zag ik ze vrij goed, na de middag enkel als kleine stipjes hoog in de lucht.De wandeling verliet de rivier om hier en daar een kabbelend beekje over te steken. Wat verderop liep de weg terug naar de rivier. Daar waren jonge lui aan het raften. Prima weer om te raften. Lekker fris op de rivier.Wat verderop was een taverne waar een broodje ham kaas lekker smaakte en veel water het verloren zweet kon aanvullen. Want zweten, dus drinken blijft de boodschap. Maar goed ook dat de krachten konden opgedaan worden, want ze waren nodig in de namiddag. Een bergpas moest overgestoken worden.Een kilometerslang pad klom maar hoger en hoger. Snel ging het niet. Bij elke boom stopte ik even om mijn tikker wat te sparen en wat af te koelen uit de zon. In het nieuws werd gemeld dat hartpatiënten inspanningen moeten vermijden bij warm weer. Maar ik kon moeilijk blijven wachten tot het donker werd. Dus rustig verder klimmen en af en toe stoppen en kijken naar het landschap.

Tenslotte kwam de top in zicht en na een bocht lag een prachtig vergezicht voor me.

De rest van de wandeling was een lange afdaling richting Espelette. Er was wel nog een venijnig staartje, vooraleer het dorp binnen te stappen. Een leuk dorp, gekend voor les piments en nog een reeks culinaire specialiteiten. Mooie gekleurde huizen vormen er een mooi centrum.  Rond etenstijd werd het wel wat toeristisch, maar dat betekende dat je er makkelijk eten vond, leuk meegenomen voor een vermoeide pelgrim.

Etappe 62 : Saint-Jean-Pied-de-Port naar Bidaray – 27,0 km (1.628 km)

Etappe 1 van de Camino Bidassoa die me van Saint-Jean-Pied-de-Port naar Hendaye aan de Atlantische kust zal brengen. Daar kan ik dan via de Camino del Norte naar Compostella stappen volgende lente.

Met het treintje aangekomen in het station rond 8u45. Na een koffie en een kaarsje in de kerk van Saint-Jean-Pied-de-Port terug op stap met de rugzak. Het dorpje Lasse was het eerste op de kaart. De tocht verliep al bij al vlot.

Het was mooi rustig wandelweer en daar kwam aangenaam gezelschap op het landbouwwegje, met zijn allen op stap naar de melkmachine.

Alles liep vlot dacht ik, tot ik in het 2de dorpje terechtkwam. Dat dorpje bleek opnieuw Lasse te zijn en het kwam me bekend voor. Een soort dejà-vu effect.  Was ik wel niet verloren gelopen en in een mooie cirkel terug aangekomen waar ik reeds was geweest? Inderdaad!

De tocht die ik nu afstap is eigenlijk een verbinding tussen de klassieke Camino Frances en de Camino del Norte, waar ik heen wil. Deze Camino del Norte loopt langsheen de Atlantische kust naar Compostella en als halve Nieuwpoortenaar, opgegroeid aan de Belgische kust, trekt deze kustroute mij heel erg aan.

Veel vogels gezien vandaag.

Om te beginnen een ganse meute gieren die ’s morgens in grote cirkels omhoog zeilden op de thermiek. Tegen de middag zag je enkel nog kleine stipjes hoog in de lucht rond de bergtoppen zweven. Naast de klassiekers als vlaamse gaai en roodstaart ook een klapekster zien zitten op de electriciteitsdraad.

In Irrouleguy was het tijd voor de picnic. Een mooie overdekte picnictafel, lekker in de schaduw en een kraan om drinkbaar water bij te tappen. Super.

Het werd al aardig warm en de zweetstraaltjes waren flink aanwezig. Dus drinken en drinken. De temperatuur lag rond 25 graden denk ik. Ook de schapen zijn in zomerplunje.

Onderweg een mooi brugje over gegaan. Zag er oud uit. En aan de overzijde lag een viskwekerij met waterbekkens die stevig belucht werden. Vol vol vis. Zalmachtigen van wel 30 a 40 cm lang. Echt vol.

De tocht werd zwaarder. Ik was vergeten hoe de rugzak ook zwaarder wordt als je omhoog moet. Gelukkig was er veel schaduw van bomen en struiken. Tot aan de boomgrens.

De route liep langsheen een kabbelend riviertje. Eerst stroomopwaarts en dan stroomafwaarts hoorde je het klaterend water.

Alleen helemaal boven was het stil. De tocht eindigde in Bidaray vandaag, langsheen de spoorlijn en het riviertje. Langsheen verschillende frontons gelopen vandaag.

Bij aankomst in Bidaray was er een competitie bezig. Je moet het maar doen om die bal met de hand iedere keer terug tegen de muur te kaatsen.

Ziet er eenvoudig uit maar is het niet. Morgen loopt de tocht verder langs het riviertje. Met de pas van Roland als uitdaging.

Het vervolg van de tocht

Gezien ik nu aanbeland ben in Saint-Jean Pied-le-port gaat de tocht nu over de Pyreneeën. Maar eigenlijk moet ik mijn tocht wat aanpassen want ik wil de Camino del Norte stappen, langsheen de Noordkust van Spanje. Conclusie is dat ik eigenlijk van Saint-Jean Pied-le-port naar Irun in Spanje moet geraken. Er zijn 2 moelijkheden; een “hoge” route en een “lage” route. Deze laatste wordt het en wel binnenkort want ik wil tussen 21 juni en 28 juni de 4 etappes stappen naar de kust.

Kaart Saint-jean naar Hendaye en Irun

Vandaag in de brievenbus de treintickets ontvangen. Vreemd eigenlijk. Voor de reis naar Parijs worden ze per post vanuit Frankrijk opgestuurd. Voor de reis van Parijs naar Bayonne kon ik ze gewoon downloaden. Vreemd.

Treintickets per post ontvangen.

Dus is het plan om vrijdag 21 juni naar het Zuiden te sporen en zaterdag de wandelschoenen aan te trekken.

De rugzak wordt terug gevuld. Het voordeel van zo een korte tussen etappe is dat er minder in de rugzak moet en deze dus lichter is geworden om mee te nemen.

De reis naar Bayonne is vlot verlopen. In de namiddag was het wel drukker in de Hst richting Bordeaux en Bayonne die aan 298 km per uren over de sporen raast. Bij aankomst in Bayonne had het juist geregend, maar de weersverwachtingen zijn top voor morgen. De trein rijdt om 7u42 richting Saint-Jean. Een uur later start de wandeling. Top

Etappe 61 : Saint Jean Pied de Port – 20,3 km (1.601,0km)

Aankomst tweede deel

Vandaag is het de tweede tussenhalte en stopt de tocht voor even. Het wordt wel een vreemde tocht, een drukke.

Het begint bij de eerste bocht. Ik ben meteen omringd door pelgrims. Twee heren, die me aan stevig tempo voorbij stappen, daarna steek ik 2 oudere Duits pratende dames voorbij en wat verderop komt er nog een pelgrim uit het groen. Zoveel heb ik er over de ganse tocht niet gezien.

Pelgrims naar Compostella
Pelgrims naar Saint-Jean

De tocht trekt de valei in langs glooiene graspaden. Af en toe wordt er even gepraat, maar vooral hard gestapt. Vreemd dat men al snel de pelgrims volgt… en volgt op het verkeerde pad. Want plots gaat de weg stevig omhoog en ik moet mijn collega’s lossen tijdens de klim. Tot na een tiental minuten er een tetugkeert met de melding dat we fout zitten. In het terugkeren komen we er nog 8-tal pelgrims tegen die ook mogen omkeren!

Af en toe wordt wat gebabbeld zoals tijdens een koffiepauze in de schuur van een landbouwer die tegen een vrije gift (donativo) koffie en warme drank + zuivel uit zijn hoeve aanbiedt. Zo leer ik Martin kennen uit Quebec, die samen met zijn maat vanuit Le Puy en Vellay zijn gestapt tot hier. Blijkbaar was het weer daar iets minder want ze hadden kou toen het er sneeuwde.

Wat verderop ontmoet ik een andere pelgrim die vanuit Brest de Atlantische route heeft gevolgd. En ondertussen stapt iedereen op eigen ritme verder. Rond de middag zie ik een bende van 8 langs de weg picnicken.

En dit in een mooi, groen heuvelend landschap. Onderweg nog een paar kerkjes binnengestapt. Ik was wel verwonderd van het binnen schrijnwerk. In 2 kerkjes was een volledige gaanderij opgebouwd.

En langzaamaan naderden we met zijn allen ons doel. Een laatste klim naar de citadel en via de porte St. Jacques stapte ik de drukte in.

Wat een andere wereld. De nauwe straatjes lopen vol mensen van allerlei leeftijd, ras en kaliber. Veel mooie nieuwe uitrustingen en blitse (te) zware rugzakken. Ik moet aanschuiven bij het Compostella genootschap, zo druk. Ik haal er mijn stempel maar de meeste mensen halen er de credential. Ik sta verwonderd te luisteren hoe onvoorbereid heel wat van die pelgrims aan die tocht beginnen. Gelukkig krijgen ze hier wel wat raad en waarschuwingen. Het is te koud op de pas naar Spanje en het waait te hard. De pas is 3 dagen gesloten want de avond voordien werden heel wat pelgrims ontzet door de Spaanse politie.

Via de stadspoort stapte ik dan naar het station. Plots hoorde ik mikn naam roepen. Stephane! Ook hij was er al. Had zijn tentje in de camping neergezet. In afwachting van de trein hebben we nog wat bijgepraat, samen met een derde pelgrim en gekeken hoe hordes pelgrims door een net aangekomen trei werden afgezet. Ook hier terug. Wat een zware pakken, zakken en rugzakken! Om 16u30 vertrok de trein dan naar Bayonne, waar ik overnachtte om de volgende dag naar huis te rijden. We wensten elkaar Bon chemin toe. Hij stapte verder naar de Camino del Norte. Ik moet nu wat wachten.