Etappe 97 – Sobrado naar Salceda via Arzua – 34,5 km – 2.391,0 km – dag 31

Op naar de Camino Frances. Via deze Camino, die meer inlands loopt, gaat het grootste deel van de pelgrims naar Compostella. Dus daar zit of liever loopt, heel wat meer volk. Ik ben benieuwd. O ja, de klok was stil vannacht.

Mist in de abdijtuin

Eerst gaan ontbijten en er Rainer, de Nederlander ontmoet. Die had ook hier overnacht en ging naar Arzua vandaag. Hij had Roland (de Parijzenaar waar ik het al over gehad heb.) en anderen nog gezien gisteren, maar die waren al wat verder getrokken. Hij was hier gebleven door het onweer. Vrij vroeg op stap. Vandaag krijg ik de keuze. Of kort en krachtig door een saai landschap langs de weg 20 km lang, of een ommetje langs Arzua en daar al de Camino Frances opgaan. Meer variatie, maar iets meer km.

De Caminowachter gaf 59 km aan. Maar daar komt straks iets bij. De rekening klopt niet altijd. Maar als je al meer dan 2.000 km gestapt hebt steekt het niet nauw.

De eerste helft vandaag was een geleidelijke afdaling naar Boimorto. Dat verliep langs mooie boswegels, zacht om te stappen. In Boimorto kiezen richting Arzua, zo een 12 km meer Camino Frances op het programma.

Zachter om te stappen. Heerlijk

Vanaf Boimorto werd het opnieuw een rustige asfaltweg door de weiden en de bossen van eucalyptus. De laatste dagen heb ik wel wat pijn aan de bovenkant van mijn voet, vooral op die asfaltwegen en dalen doet ook geen deugd. Wat versleten zeker?

Mooie luchten

Het weer zat wel prima vandaag. Droog, zo’n en wolken. Dus niet te warm en niet te koud. Na de lange afdaling dan toch een klim en aankomst in Arzua, één van de laatste etappeplaatsen van de Camino Frances. De sfeer is inderdaad anders. Meer huizen, meer bars en meer pelgrims lokken. Na een week in het dunbevolkte noorden is dit wel een flinke verandering.

Arzua

Let alleen al op de wimpeltjes. Kwestie van mensen zich welkom te voelen. Daar heel lekker een grote pizza gegeten. En wie komt daar binnen? De pelgrim die ik de eerste dagen van mijn tocht af en toe zag; Speedy. Een pelgrim uit Oost-europa, die ik af en toe zag maar eigenlijk geen contact mee kon maken. Vandaag toch dag kunnen zeggen. En toen ik met handen toonde dat het niet ver meer gaan was, kon er een lach van af.

Er loopt wel wat meer volk langs de Frances. Deze 3 vlogen voorbij. Wat verderop toch even kunnen praten. Eén was een Kroatië. En de magerste had enorm last van blaren op zijn voeten en tenen.

Voor deze laatste km maakte de Camino zich weer mooi met wandelingen in het groen langsheen tuinen met oa vijgen (na Pasen), met holle wegen, met vergezichten en weinig autoverkeer en asfalt. Hoera voor mijn voeten!

Lommerte op zonnige dagen

Vooral in de zomer zullen die groene tunnels wel geen luxe zijn om wat bescherming te krijgen van de zon. Dan is er mijn inziens ook veel meer volk. Heel wat bars edg waren nog dicht. Er zijn er ook in elk dorp en elkebar probeert origineel te zijn om bezoekers te trekken.

Massa’s getekende bierflessen

Deze positioneert zich als biergarten en hangt de ganse tuin vol met lege bierflessen, getekend door pelgrims.

Een andere had zijn muur vol versleten wandelschoenen hangen. Op een terras in Arzua had ik een oudere kerel opgemerkt achter een grote pint. Blijkbaar ook een pelgrim. Toen ik hem verderop opnieuw zag, zat hij terug op een terrasje achter een stevige pint en de derde keer stond hij in het midden van het gras om het hooien te filmen. Bij aankomst in Salceda liepen we samen voorbij de Caminowachter.

Bleek een Ier te zijn. Sedert 2014 gestart in Saint-Jean in de Pyreneeën. Goed dat we aankomen, zei hij. Hier overnacht ik. Maar eerst a cold beer. See you tomorrow. Dat beloofd.

Etappe 96 – Pobra de Parga naar Sobrado dos Monxes – 25,0 km – 2.356,5 km – dag 30

Een leuke verassing van de pensionuitbater. Vanmorgen kregen de aanwezige pelgrims een ontnijtpakket met elk zo een leuke getekende pelgrim. Naast de 3 Spaanse pelgrims, die ik vorige dagen al zag was er ook de Franse Laure. Een verpleegster die de Camino in omgekeerde richting!

Ze waarschuwde ons voor de cultuurschok. Op de andere Camino is het werkelijk veel drukker. Mensen zijn gehaast en duwen elkaar bijna van de weg. Zij hoopte naar Metz terug te stappen, maar was niet altijd evident om de pijlen van de Camino wachters te vinden. Maar ze kon wel genieten van de rust op de Norte zei ze.

Het had blijkbaar weer flink geregend vanacht en de start was in de mist.

Waterzonnetje

Rustig glooiend door bos en veld komt de Camino aan bij een breder riviertje. Wat verderop is een watervalletje. Midden in die poel steekt een rotspunt uit het water en daarop zit een bruine vogel met grote witte borstplek. Een waterspreeuw! Het is de eerste keer dat ik die zo goed zie. Knap! Natuurlijk gaat de vogel vliegen wanneer ik die wil fotograferen.

Daar zat dus die waterspreeuw

De rest van de voormiddag gaat de wandeling langs aardewegen zonder één mens of auto te zien. Wat hoger en droger.

Wat lager en wat natter op een oude heirbaan die 2.000 jaar lang amper onderhouden werd.

Of nog lager waarbij je je afvraagt hoe je hier nu weer droog over geraakt.

Waar is mijn polsstok?

Gewoonlijk loop je in de loop van de dag wel door een dorp of stadje, maar vandaag niets van dat. Enkel bomen, bos, velden en weiden met op het hoogste punt als hoogtepunt deze windmolens.

Hier wordt elektriciteit gemaakt.

Natuurlijk levert de hoogte mooie vergezichten op als de bossen juist gerooid zijn. En ik moet toegeven dat dit samenspel van groen, blauw en witte wolken mooi is.

Kleurenpalet

Eenmaal over de heuvelkam loopt de Camino in een andere provincie. Ook de weg verandert.

Gedaan de rots en aardewegen. Bijna de ganse namiddag loopt de route langs deze weg. Met auto’s en vrachtwagens die voorbij rijden en soms vliegen. Betekent continu op je hoede zijn.

Bijna aangekomen in Sobrado (dos Monxes). Voor mij zie ik terug de 3 Spaanse pelgrims lopen die vorige nacht ook in de herberg waren. Boven hen wordt de lucht donkerder en dan beginnen de druppels te vallen.

Wat hangt boven ons hoofd?

Niet enkel regen, maar de donder doet ook mee. Een heel luide knal zorgt er voor dat de stapsnelheid meteen naar omhoog gaat. Maar de regen is snel over wanneer ik aankom in Sobrado die als dorp volledig rond een oud cisterienzen klooster is gebouwd.

Toegangspoort kloostet

Knap staaltje Gallische barokstijl

Overnachten doe ik in een herberg die inde tuin van het klooster ligt. Is heel aangenaam en rustig, ware het niet dat de klok elkaar en half uur slaat. Hopelijk stopt dat tijdens d4 nacht? Antwoord: morgen.

Ps: antwoord vraag over plant die je langs de weg vindt hier. Het gaat over venkel.

Etappe 83 – Llanes naar Ribadesella – 31,8 km – 2.048 km – dag 17

Hoera, halfweg voorbij! Dat is toch wat de gidsen en kaarten melden. Alleen is de echte afstand gestapt wat langer.

Haventje Llanes

Eerst het brugje over en dan verder door het centrum waar ook oude huizen staan.

Centrum Llanes

Wat verderop stond er eentje die me deed denken aan de villa’s van de Atlantikwall.

Potdicht

De tocht gaat verder westwaarts. Handig want de start gaat vaak met de zon in de rug wat mooiere kleuren geeft. Eerste bezienswaardigheid de ruïnes van de Monastere San Salvador.

De strook land tussen de bergen en de zee wordt smaller en dat merk je doordat wegen en sporen dichter naar elkaar schuiven.

Even het zand en strand op aan de Playa Boriza. Het was te uitnodigend, ook gezien de lengte van de tocht vandaag. Koffietijd.

Snel verder strak langs de kust. We blijven vrij laag. Ik zeg we, want hier en daar zie je pelgrims wandelen.

Steeds vreemd hoe die riviermondingen zo breed kunnen zijn! Dit is een Atlantische kust en hier heb je ook duidelijk getijdenwerking.

En terug naar boven. Altijd gevaar voor glijden.

Ondertussen geleerd dat juist de onderste stukken van de weg bij een helling de gevaarlijkste zijn wat uitglijden betreft. Dubbel uitkijken. Vandaag is het droog en valt het mee. Ondertussen weer een collega pelgrim gespot.

Trio pelgrims met hondje

Eigenlijk zijn het er 3 + viervoeter. We babbelden wat. Vandaag was het hondje moe en ze vertelden me dat ze ophielden in Ribadesella om vrienden van vader te bezoeken. Schouderklopje en verder. De lunchpauze werd na stappen door weiden en bosjes de Playa San Antonio.

Er loopt duidelijk al wat meet volk rond. De paasweek is heilig hier. Morgen op goede vrijdag is het een echte feestdag.

Heel andere omgeving. Groen

De Camino kiest meer inland als richting. Een rustige glooiende weg die wat trekt op een oude spoorlijn. Het gaat vlot vandaag. De kilometers worden gevreten en we gaan vooruit. We zitten halfweg. Hoera.

Gevangen kappeletje

Op die rustige grindweg juist voorbij een ciderbrouwerij hoor ik mensen achter mij praten. De toeristische pelgrims uit Frankrijk. Lightpackers. Twee dames stapten me flink voorbij, wat heen en weer geroep en de rest van de groep was achter ons gelaten.

Franse superpelgrims

Die Franse superpelgrims stapten verder en verder voor mij uit tot aan de kruising met een grotere weg. Daar hielden ze halt voor het aanvoeren van drank en proviand blijkbaar.

Horreo

De eerste schuurtjes op stenen voetjes komen in het landschap. Horreo volgens de gids. Daarin bewaarden de mensen hun voorraden. De poten zorgden ervoor dat ongedierte de granen edg niet makkelijk konden eten. En onder het dak kan je er hout leggen om te drogen. In onze streken kwamen zo een schuren in de Romeinse periode en vroege middeleeuwen ook voor dacht ik. Ik herinner me de naam niet meer, maar mocht je het weten, geef een seintje.

Altijd aangenaam stappen naast spoorweg. Laag stijgingspercentage 😉
Smal corridor met snelweg, spoor en Camino

In de smalle strook tussen berg en zee passeren we Pria. Leuke buurt. Maak kennis met familie bloempotje.

Familie bloempotje

Daar kruiste ik plots speedy pelgrim. Hij kwam me tegemoet, zonder rugzak. Hij draaide om en liep dan een 300 m met me mee terwijl hij belde. Ik moet corrigeren. Hij sprak geen Duits, maar iets wat ik niet kan thuisbrengen. Iets Oost-Europees?

De laatste stevige klim van de dag ging door de weide tussen de koeien met klokken om hun nek. Het was net een beiaard. Een laatste keer de spoorlijn oversteken. Dus goed kijken of de trein niet afkomt, maar dat is gelukt hoor. We zijn er nog.

Cecile n’est pas un passage a niveau

Er volgde dan nog een 8-tal km stappen tussen struiken en weiden in één rechte lijn naar havenstad Ribadesella. Een lange brug over met heel veel mensen over en aangekomen.

Hoog water in Ribadesella

Het was eigenlijk verschrikkelijk druk. Komt het omdat het morgen feestdag is, want goede vrijdag wordt hier gevierd. Maar er is nog een reden tonen affiches op de ramen.

Morgen paardenrennen op het strand!

Etappe 57: Saint-Sever via Hagetmau tot Beyries – 30,6 km (1.502,3 km)

Paasdag – waar is iedereen?

Deze paasdag begon nogal merkwaardig. Ik kwam in zekere zin ook de paasklok tegen. Op zoek naar een hap voor op de middag onderweg stapte ik naar een bakker. Ik ontmoette een man, die me meteen aansprak over de Camino. Hij was ook gestapt maat was nu naar Rome en Assisi gestapt. Vond dat formidabel samen met de vrienden. Dat het belangrijk is om een goede fles mee te nemen en dat het ergste wat kan gebeuren het verlies van de kurkentrekker. Ik volgde hem naar binnen bij de bakker. Toen ik wilde betalen voor mijn brood mocht ik niet want de mijnheer voor mij betaalde zei de verkoopster. Toen ik buitenstapte reed hij voorbij met de wagen, uitbundig zwaaiend.

Saint-Sever heeft een monikkengeschiedenis en is gebouwd rond een klooster. De abdijkerk als centrum van het stadje en ook nog andere gebouwen.

Of deze couvent des Jacobins.

Paasdag was echt heel rustig. Bijna niemand op straat. En eigenlijk valt dat mee, want de tocht loopt vandaag bijna volledig langs gewone wegen. En op deze paasdag is er omzeggens geen verkeer. Mooi meegenomen voor het eerste deel richting Hagetmau.

Weer een ander landschap, licht glooiend en heel veel lemige geploegde akkers.

Het vervelende vandaag was de lucht. Die zag er wel wat dreigend uit. Donkere wolken, maar gelukkig toch geen druppels.

Hagetmau zelf was uitgestorven. Een gezin was in de voortuin aan het barbecuen. Verder alles dicht en stil. Alleen wat verderop was er een sportwedstrijd aan de gang. Ik kon wel niet uitmaken of het een voetbalwedstrijd was of een stierenspectakel.

Volgende stille halte was Labastide-Chalosse. Weinig mensen, ook in de kerk. Maar wel mooi met vele oude beelden, zoals dit altaarstuk.

Doch, je moet niet steeds in kerken en gebouwen naar binnen gaan om mooie zaken te zien. Ook buiten kan het heel mooi zijn, zoals deze mooie bloemen langs de weg.

De tocht door de Landes loopt op zijn einde, het landschap wijzigt. Het wordt glooiender en groener, natter. In zo’n groene vallei naast de weg vond ik de resten van een middeleeuwse kerk en kerkhof. Goed dat er een bord stond want buiten een paar 16de eeuwse grafstenen zag je niet veel meer van La Bastide de Pont la Reine.

Die vochtigere omgeving zorgt ook voor bredere beken, meet water en opnieuw watermolens.

En uiteindelijk ging de weg weer flink klimmen. Die laatste kuitenbijter voorspelt niets goed voor het vervolg van de tocht naar de Pyreneeën. Aankomst in Souslens.

Etappe 51 : Perregrue naar La Reolle – 28,8 km (1.310,4 km)

Nog een beeld van gisteren of hoe men hier bomen restaureert. Polyurethaan schuim inspuiten.

Vrij vroeg vertrokken vanmorgen. De marktplaats achtergelaten en even langs de kerk van Perregrue gestapt.

Blijkbaar was die hoger vroeger. De tocht daalde af naar een riviertje en langs de weg dit sympathieke bord dat eigenlijk geen luxe is op sommige wegen. Gelukkig was het hier rustig.

Maar wie plukt er al die druiven?

Is toch een vraag die je je stelt als je door die opeenvolgende wijngaarden stapt. Duizenden wijnstokken staan hier naast een. De meeste zijn kort geknipt, klaar voor de komende lente en zomer.

Een uitzondering is nog niet onder handen genomen. Zie je het verschil? Vrij intensief werk allemaal.

Tussen die wijngaarden door nog een paar huppelende reeën gezien. Vrij dicht maar foto trekken? Neen.

Een stukje antwoord op die vraag van wie plukt. Veel seizoenarbeiders en fie hebben ook sanitair nodig.

Halfweg de dag door het stadje Saint-ferme gestapt. Zoals zoveel dorpen omzeggens uitgestorven maar de van oorsprong 12de eeuwse kerk is impressionant.

Naarmate de dag vorderde nam jet aantal wijngaarden wat af. Meer akkers verschenen maar de Entre-deux-mers wijngaarden bleven aanwezig.

Wie zou daar wonen? Ruïnes van een kasteel die deels hergebruikt worden als woning. Lekker boven op een rots.

En zo kwam ik aan in Saint-Reole. Heel antiek stadje met minuscuul smalle straatjes en veel huizrn van plak en stak. Ik wou nog een stempel halen in het stadhuis, maar uitzonderlijk gesloten, alle diensten.

Morgenochtend nog eens proberen.

Ondertussen staat Frankrijk verbouwereerd te kijken op televisie naar de brand van de Notre dame de Paris. Vorig jaar was ik er nog en haalde ik er een stempel voor mijn credential.

Vreemd hoe het kan verkeren.

Etappe 47 : Perigeux naar Saint-Astier – 26,5 km (1.191,2km)

Merkwaardige ontmoetingen en een boswandeling

En zo ben ik ’s morgens nog maar pas vertrokken in Perigeux of daar kwam de eerste ontmoeting al. Ik werd geroepen door een man. Of ik de Saint-Jacques deed, waar ik vandaan kwam, dat hij ook gestapt had, dat zijn nazm Jorge was, enz, enz… ik wou verder stappen, mazr hij liet me niet gaan. Ik moest een geschenk aanvaarden van hem en zo kreeg ik het boek dat hij over zijn Camino heeft geschreven en hij schreef er zelf npg een boodschap in voor mij.

Dan ging de tocht de stad uit. Meestal is dat niet de meest boeiende strook van de tocht maar deze keer viel het niet echt tegen. Afwisseling was er wel.

Langs de invalsweg was zelfs een speciale strook voor fietsers en voetgangers.

Een volgende ontmoeting was meer spiritueel van aard met een bezoek aan een abdij, volop in herstel en renovatie. Hierbij wat beelden.

De abdij van Chancelade. Ernaast was een kleine kapel waar ik met mijn rugzak aan bijna niet binnen geraakte.

Na wat rondgekeken te hebben, verder gestapt. Al snel dook de route het bos in met stijgen en dalen. Op het laagste punt vind je vaak een lavoir, een wasplaats en ook hier was dat zo.

De volgende uren werd ik onder gedompeld in het bos. Daar kwam ik de volgende ontmoeting tegen. Ik zag ze niet maar hoorde toen ik juist pauzeerde en aan het eten was. Wat verderop was plots een everzwijn aan het roepen. Niet zo aangenaam als je rustig op een boomstronk aan het eten bent. En zo een ever roept luid! Om eerlijk te zijn voelde ik me niet zo op mijn gemak.

Wat verderop zag ik heel wat sporen van omgewoelde grond op en naast het pad. Iets anders wat ik zag waren onderstaande bloemen die beginnen aan de bloei. Mooi, alleen benieuwd wat het zijn want geen idee.

Tekenen van de Camino vind je op de meest rare plaatsen zoals deze bengelende schelp met “bon chemin” op geschreven midden in het bos.

En na 2 fikse klimwandelingen gevolgd door evenveel afdalingen kwam ik aan in de vallei van l’isle, rivier met jaagpad naast. En wie loopt er naast dat jaagpad? Weer een ontmoeting. Medepelgrim Wu!

Samen wandelden we dan verder langs de rivier, die wel wat vetval heeft. Waterkrachtcentrales (in het witte gebouw) zorgen er voor electrische stroom.

We stappen samen over de dansende brug, waar je voetstappen de brug doen lichtjes bewegen. Vreemd.

En zo komen we samen aan in Saint-Astier, bestemming voor de dag.

Etappe 8 : Sautour – Vierves-sur-Virion 19,5 km (208,7 km)

Na het leuke bezoek gisteren moest de pelgrimstocht verder richting Franse grens. Eigenlijk niet zoveel kilometers, Maar ’s avonds bleek dat er wel 3 keer zo een 100 meter geklommen diende te worden.

Het vertrek uit het dorpje liep door de deur.

Steil naar beneden. Een flink stuk weg door een bos. Drassige wegen. Dat komt omdat die boswegen meestal het laagste punt uit de omgeving zijn en het regenwater dit laagste punt opzoekt. En drassig kunnen ze zijn. Vandaag voor het eerst van mijn tocht een ree gezien. Was aan het eten op een veld aan de rand van het bos. Heel schuw direct weggevlucht toen het mij zag aankomen. Toch sporen ervan gevonden.

Een flink stuk van het parcours liep door het bos op of juist naast de hogedrukleiding aardgas van Fluxys. Lijnrecht met hier en daar de terugkerende melding van niet te graven en een noodnummer. En verder heeft een pelgrim af en toe nood aan een rustplaats om de benen te laten recupereren. Steeds welkom zeker met mooi uitzicht.

En dan zoon Hans ontmoet die me in tegen richting tegemoet stapte. Heel leuk. Dus een korte tocht maar met 3 stevige up en downs van elk 100 meter niveauverschil en met op het einde een tof terrasje + zicht op de stoomtrein die hier passeert. Daarna een lekkere maaltijd in goed gezelschap. Wat wenst een mens meer.

Etappe 7 : Walcourt naar Sautour (via Philippeville) 24,6km – (189,2km)

Volgens buienradar droog zonder een spatje maar het is een kletsnat Walcourt vanmorgen. De ene regenbui verdringt de andere. Maar dat kon de ontbijtpret niet bederven. De oudere dame die de B&B uitbaat is vriendelijk en praatvaardig. Ze vertelt dat haar zoon volgende week aan zijn Camino begint en vertrekt naar Reims. Na het ontbijt ga ik naar de basiliek, maar daar moet ik een halfuur wachten op de stempel. De deken is naar een naburig dorp de paasviering gaan leiden en komt dan voor de viering om 10u15, dat vertelt de mevrouw die alles klaar zet. Of ik wil wachten. Dat doe ik dan maar. Sfeerbeelden ondertussen voor Pasen.

De deken kwam inderdaad om 10u aan. Jammerlijk genoeg had hij de stempel niet bij. In de sacristie heeft ie mijn boekje getekend als bewijs van doortocht. En dan snel op weg richting Sautour.

De trappen naar beneden liepen veel vlotter dan die in de andere richting gisterenavond. Maar in dit heuvelend land volgt dan al weer snel een klim. Veel wandelen door velden en vaak boven op de hellingen in de wind. Brrrr. Koud was het wel maar je hebt er mooi uitzicht.

Het feit dat het af en toe miezerde zorgde dat de kou nog intenser werd. En pech erbovenop is dat de beschermhoes van mijn rugzak is verloren geraakt. De wandelweg slingert zich door landbouwgebied en de grote gesloten rode bakstenen hoeves zijn veranderd in meer gedrongen boerderijen in grijze natuursteen. Ik heb soms de indruk dat ik in een chocolade Jacques album van destijds stap. Aardrijkskunde van België met prentjes die je vanuit de verpakking van de chocolade repen moest halen.

Maar wat verderop wordt het landschap vriendelijker. Dat heeft vooral te maken met een kabbelend riviertje in de vaĺei.

Speciaal voor mijn broer Yves deze foto.

De tocht loopt van dorpskern naar dorpskern. Allen met kleine grijze huisjes rond een klein grijs kerkje. Toen ik deze moderne kerk met originele klokkentoren zag moesten deze op de foto vond ik. Zeker op het feest van de paasklokken. Juist toen ik klaar stond om af te drukken was het 14 uur…

En sloeg de klok 2 maal. Ik sprong in de lucht tot bijna tegen de klok.

Door de velden naar Sautour dan verder via Philippeville. Zoon Dries, schoonzus Marleen, schoonbroer Frank en neef Stijn + nicht Lotte waren tot Philippeville afgezakt om mee te komen eten. Wat een leuk paasgeschenk. Het was supergezellig. Wel was het plots heel stil toen ze terug vertrokken waren. Gelukkig had de paasklok iets mee.

Jammie.

Etappe 5 : Van Manage naar Aulne door de Borinage getuigen 25,2 km – (135,6km)

Een verbindingsetappe noemen ze dat. Op naar de Ardense heuvels. Eigenlijk kon je de dag in 2 delen. Eerst was er een wandeling door de velden van de Borinage met zicht op veel industriële archeologie. s’Morgens wel nog even binnen gesprongen in een Action die er onderweg verscheen. Nieuwe oortjes (die ik zou gebruiken vandaag) en een portie noten. De weg liep op een oude spoorbedding. Verder stappen in zuid-oostelijke richting. O ja. Ik heb in die Action nog een nieuwe pet gekocht. Mijn vorige ben ik kwijt en zo tegen de zon instappen is niet leuk zonder zonneklep. Of er moeten bomen langs de weg staan zoals hier.

De tocht liep verder met een afwisseling aan akkers en velden en rond de middag passeerde ik in Morlanwelz, ingeslapen landbouwdorpje waar heel weinig te beleven valt. Iets verderop werden grotere heuvels zichtbaar. Terrils en zelfs een oude mijntoren.

Mijn poging om mijn jas uit te laten werd snel weggeblazen door een koude wind. Die is harder gaan blazen en zeker wind tegen boven op de hellingen is het geen lachertje. Niemand te zien daarbuiten. Mensen zou ik vandaag enkel zien vanachter glas. Glas van hun eigen auto. Een paar stroken van de route vandaag gingen langs drukke gewestwegen en ik moet zeggen dat de nieuwe oortjes dan goed hun werk deden om het luide geraas van de voorbij vliegende auto’s te verbergen.

Bijna aangekomen een babbeltje gemaakt met een lieve mevrouw die haar honden uit liet en die zich afvroeg waar die bepakte wandelaars toch heen trokken. Compostela bien sur. Wou ze ook nog eens doen enz… Bonne route!

Die route liep tot de ruïnes van Aulne. Een korte hevige regenvlaag deed me nog grijpen naar hoes en poncho. En daar zijn we dan. De abdij van Aulne, of wat er van over schiet tenminste!

Etappe 3 : Van Beersel via Halle naar Ittre 27,4km (84,6 km)

Vanuit Beersel gaat de weg door de Zennebeemden richting Halle. De lucht is licht bewolkt maar de weersvoorspelling is niet bemoedigend. Maar nu stap ik dus in die speciale Zennevalei met zijn speciale gistcellen die zorgen voor lambic, geuze en kriek.

En die bieren gisten deels in vaten waar dus ook speciale stielmannen aan de slag zijn.

in Beersel is een heel gekend kasteel. Dat kasteel heeft een schat e het speelt een belangrijke rol in een avontuur van Suske en Wiske Het kasteel stond er, Suske en Wiske heb ik niet gezien!

Na een uur stappen kwam ik tegen de middag aan in Halle. In de hoofdkerk kon je binnen maar niemand te zien om stempel te zetten. Dan maar via Google gezocht waar de dekenij was en daar aangebeld. “De deken is juist gaan eten en ik weet niet waar de stempel ligt. Maar ik zal het hem straks vragen voor de volgende.” Na de koffie terug de rugzak om maar eerst hoes er rond en de poncho aan. De regen was aangekomen en alles werd nat. Gisteren had ik geleerd dat niet inpakken geen goed idee is. De weg loopt verder langs de vaart.

Weinig beschutting te vinden tegen regen en wind. Dus verder stappen.

Het landschap verandert. Er komen omheinde velden afgewisseld met bossen. En het pad gaat omhoog en omlaag. De regen blijft vallen. Gelukkig zijn er de mooie narcissen in de bossen.

En zo stappen we duidelijk Waals-Brabant binnen met ruime glooiende vlaktes, afgezoomde landerijen en grote herenhoeven. De regen is gestopt. Ons doel is in zicht onder de zonnestralen. Tijd om wat te drogen.