Etappe 57: Saint-Sever via Hagetmau tot Beyries – 30,6 km (1.502,3 km)

Paasdag – waar is iedereen?

Deze paasdag begon nogal merkwaardig. Ik kwam in zekere zin ook de paasklok tegen. Op zoek naar een hap voor op de middag onderweg stapte ik naar een bakker. Ik ontmoette een man, die me meteen aansprak over de Camino. Hij was ook gestapt maat was nu naar Rome en Assisi gestapt. Vond dat formidabel samen met de vrienden. Dat het belangrijk is om een goede fles mee te nemen en dat het ergste wat kan gebeuren het verlies van de kurkentrekker. Ik volgde hem naar binnen bij de bakker. Toen ik wilde betalen voor mijn brood mocht ik niet want de mijnheer voor mij betaalde zei de verkoopster. Toen ik buitenstapte reed hij voorbij met de wagen, uitbundig zwaaiend.

Saint-Sever heeft een monikkengeschiedenis en is gebouwd rond een klooster. De abdijkerk als centrum van het stadje en ook nog andere gebouwen.

Of deze couvent des Jacobins.

Paasdag was echt heel rustig. Bijna niemand op straat. En eigenlijk valt dat mee, want de tocht loopt vandaag bijna volledig langs gewone wegen. En op deze paasdag is er omzeggens geen verkeer. Mooi meegenomen voor het eerste deel richting Hagetmau.

Weer een ander landschap, licht glooiend en heel veel lemige geploegde akkers.

Het vervelende vandaag was de lucht. Die zag er wel wat dreigend uit. Donkere wolken, maar gelukkig toch geen druppels.

Hagetmau zelf was uitgestorven. Een gezin was in de voortuin aan het barbecuen. Verder alles dicht en stil. Alleen wat verderop was er een sportwedstrijd aan de gang. Ik kon wel niet uitmaken of het een voetbalwedstrijd was of een stierenspectakel.

Volgende stille halte was Labastide-Chalosse. Weinig mensen, ook in de kerk. Maar wel mooi met vele oude beelden, zoals dit altaarstuk.

Doch, je moet niet steeds in kerken en gebouwen naar binnen gaan om mooie zaken te zien. Ook buiten kan het heel mooi zijn, zoals deze mooie bloemen langs de weg.

De tocht door de Landes loopt op zijn einde, het landschap wijzigt. Het wordt glooiender en groener, natter. In zo’n groene vallei naast de weg vond ik de resten van een middeleeuwse kerk en kerkhof. Goed dat er een bord stond want buiten een paar 16de eeuwse grafstenen zag je niet veel meer van La Bastide de Pont la Reine.

Die vochtigere omgeving zorgt ook voor bredere beken, meet water en opnieuw watermolens.

En uiteindelijk ging de weg weer flink klimmen. Die laatste kuitenbijter voorspelt niets goed voor het vervolg van de tocht naar de Pyreneeën. Aankomst in Souslens.

Etappe 51 : Perregrue naar La Reolle – 28,8 km (1.310,4 km)

Nog een beeld van gisteren of hoe men hier bomen restaureert. Polyurethaan schuim inspuiten.

Vrij vroeg vertrokken vanmorgen. De marktplaats achtergelaten en even langs de kerk van Perregrue gestapt.

Blijkbaar was die hoger vroeger. De tocht daalde af naar een riviertje en langs de weg dit sympathieke bord dat eigenlijk geen luxe is op sommige wegen. Gelukkig was het hier rustig.

Maar wie plukt er al die druiven?

Is toch een vraag die je je stelt als je door die opeenvolgende wijngaarden stapt. Duizenden wijnstokken staan hier naast een. De meeste zijn kort geknipt, klaar voor de komende lente en zomer.

Een uitzondering is nog niet onder handen genomen. Zie je het verschil? Vrij intensief werk allemaal.

Tussen die wijngaarden door nog een paar huppelende reeën gezien. Vrij dicht maar foto trekken? Neen.

Een stukje antwoord op die vraag van wie plukt. Veel seizoenarbeiders en fie hebben ook sanitair nodig.

Halfweg de dag door het stadje Saint-ferme gestapt. Zoals zoveel dorpen omzeggens uitgestorven maar de van oorsprong 12de eeuwse kerk is impressionant.

Naarmate de dag vorderde nam jet aantal wijngaarden wat af. Meer akkers verschenen maar de Entre-deux-mers wijngaarden bleven aanwezig.

Wie zou daar wonen? Ruïnes van een kasteel die deels hergebruikt worden als woning. Lekker boven op een rots.

En zo kwam ik aan in Saint-Reole. Heel antiek stadje met minuscuul smalle straatjes en veel huizrn van plak en stak. Ik wou nog een stempel halen in het stadhuis, maar uitzonderlijk gesloten, alle diensten.

Morgenochtend nog eens proberen.

Ondertussen staat Frankrijk verbouwereerd te kijken op televisie naar de brand van de Notre dame de Paris. Vorig jaar was ik er nog en haalde ik er een stempel voor mijn credential.

Vreemd hoe het kan verkeren.

Etappe 47 : Perigeux naar Saint-Astier – 26,5 km (1.191,2km)

Merkwaardige ontmoetingen en een boswandeling

En zo ben ik ’s morgens nog maar pas vertrokken in Perigeux of daar kwam de eerste ontmoeting al. Ik werd geroepen door een man. Of ik de Saint-Jacques deed, waar ik vandaan kwam, dat hij ook gestapt had, dat zijn nazm Jorge was, enz, enz… ik wou verder stappen, mazr hij liet me niet gaan. Ik moest een geschenk aanvaarden van hem en zo kreeg ik het boek dat hij over zijn Camino heeft geschreven en hij schreef er zelf npg een boodschap in voor mij.

Dan ging de tocht de stad uit. Meestal is dat niet de meest boeiende strook van de tocht maar deze keer viel het niet echt tegen. Afwisseling was er wel.

Langs de invalsweg was zelfs een speciale strook voor fietsers en voetgangers.

Een volgende ontmoeting was meer spiritueel van aard met een bezoek aan een abdij, volop in herstel en renovatie. Hierbij wat beelden.

De abdij van Chancelade. Ernaast was een kleine kapel waar ik met mijn rugzak aan bijna niet binnen geraakte.

Na wat rondgekeken te hebben, verder gestapt. Al snel dook de route het bos in met stijgen en dalen. Op het laagste punt vind je vaak een lavoir, een wasplaats en ook hier was dat zo.

De volgende uren werd ik onder gedompeld in het bos. Daar kwam ik de volgende ontmoeting tegen. Ik zag ze niet maar hoorde toen ik juist pauzeerde en aan het eten was. Wat verderop was plots een everzwijn aan het roepen. Niet zo aangenaam als je rustig op een boomstronk aan het eten bent. En zo een ever roept luid! Om eerlijk te zijn voelde ik me niet zo op mijn gemak.

Wat verderop zag ik heel wat sporen van omgewoelde grond op en naast het pad. Iets anders wat ik zag waren onderstaande bloemen die beginnen aan de bloei. Mooi, alleen benieuwd wat het zijn want geen idee.

Tekenen van de Camino vind je op de meest rare plaatsen zoals deze bengelende schelp met “bon chemin” op geschreven midden in het bos.

En na 2 fikse klimwandelingen gevolgd door evenveel afdalingen kwam ik aan in de vallei van l’isle, rivier met jaagpad naast. En wie loopt er naast dat jaagpad? Weer een ontmoeting. Medepelgrim Wu!

Samen wandelden we dan verder langs de rivier, die wel wat vetval heeft. Waterkrachtcentrales (in het witte gebouw) zorgen er voor electrische stroom.

We stappen samen over de dansende brug, waar je voetstappen de brug doen lichtjes bewegen. Vreemd.

En zo komen we samen aan in Saint-Astier, bestemming voor de dag.

Etappe 8 : Sautour – Vierves-sur-Virion 19,5 km (208,7 km)

Na het leuke bezoek gisteren moest de pelgrimstocht verder richting Franse grens. Eigenlijk niet zoveel kilometers, Maar ’s avonds bleek dat er wel 3 keer zo een 100 meter geklommen diende te worden.

Het vertrek uit het dorpje liep door de deur.

Steil naar beneden. Een flink stuk weg door een bos. Drassige wegen. Dat komt omdat die boswegen meestal het laagste punt uit de omgeving zijn en het regenwater dit laagste punt opzoekt. En drassig kunnen ze zijn. Vandaag voor het eerst van mijn tocht een ree gezien. Was aan het eten op een veld aan de rand van het bos. Heel schuw direct weggevlucht toen het mij zag aankomen. Toch sporen ervan gevonden.

Een flink stuk van het parcours liep door het bos op of juist naast de hogedrukleiding aardgas van Fluxys. Lijnrecht met hier en daar de terugkerende melding van niet te graven en een noodnummer. En verder heeft een pelgrim af en toe nood aan een rustplaats om de benen te laten recupereren. Steeds welkom zeker met mooi uitzicht.

En dan zoon Hans ontmoet die me in tegen richting tegemoet stapte. Heel leuk. Dus een korte tocht maar met 3 stevige up en downs van elk 100 meter niveauverschil en met op het einde een tof terrasje + zicht op de stoomtrein die hier passeert. Daarna een lekkere maaltijd in goed gezelschap. Wat wenst een mens meer.

Etappe 7 : Walcourt naar Sautour (via Philippeville) 24,6km – (189,2km)

Volgens buienradar droog zonder een spatje maar het is een kletsnat Walcourt vanmorgen. De ene regenbui verdringt de andere. Maar dat kon de ontbijtpret niet bederven. De oudere dame die de B&B uitbaat is vriendelijk en praatvaardig. Ze vertelt dat haar zoon volgende week aan zijn Camino begint en vertrekt naar Reims. Na het ontbijt ga ik naar de basiliek, maar daar moet ik een halfuur wachten op de stempel. De deken is naar een naburig dorp de paasviering gaan leiden en komt dan voor de viering om 10u15, dat vertelt de mevrouw die alles klaar zet. Of ik wil wachten. Dat doe ik dan maar. Sfeerbeelden ondertussen voor Pasen.

De deken kwam inderdaad om 10u aan. Jammerlijk genoeg had hij de stempel niet bij. In de sacristie heeft ie mijn boekje getekend als bewijs van doortocht. En dan snel op weg richting Sautour.

De trappen naar beneden liepen veel vlotter dan die in de andere richting gisterenavond. Maar in dit heuvelend land volgt dan al weer snel een klim. Veel wandelen door velden en vaak boven op de hellingen in de wind. Brrrr. Koud was het wel maar je hebt er mooi uitzicht.

Het feit dat het af en toe miezerde zorgde dat de kou nog intenser werd. En pech erbovenop is dat de beschermhoes van mijn rugzak is verloren geraakt. De wandelweg slingert zich door landbouwgebied en de grote gesloten rode bakstenen hoeves zijn veranderd in meer gedrongen boerderijen in grijze natuursteen. Ik heb soms de indruk dat ik in een chocolade Jacques album van destijds stap. Aardrijkskunde van België met prentjes die je vanuit de verpakking van de chocolade repen moest halen.

Maar wat verderop wordt het landschap vriendelijker. Dat heeft vooral te maken met een kabbelend riviertje in de vaĺei.

Speciaal voor mijn broer Yves deze foto.

De tocht loopt van dorpskern naar dorpskern. Allen met kleine grijze huisjes rond een klein grijs kerkje. Toen ik deze moderne kerk met originele klokkentoren zag moesten deze op de foto vond ik. Zeker op het feest van de paasklokken. Juist toen ik klaar stond om af te drukken was het 14 uur…

En sloeg de klok 2 maal. Ik sprong in de lucht tot bijna tegen de klok.

Door de velden naar Sautour dan verder via Philippeville. Zoon Dries, schoonzus Marleen, schoonbroer Frank en neef Stijn + nicht Lotte waren tot Philippeville afgezakt om mee te komen eten. Wat een leuk paasgeschenk. Het was supergezellig. Wel was het plots heel stil toen ze terug vertrokken waren. Gelukkig had de paasklok iets mee.

Jammie.

Etappe 5 : Van Manage naar Aulne door de Borinage getuigen 25,2 km – (135,6km)

Een verbindingsetappe noemen ze dat. Op naar de Ardense heuvels. Eigenlijk kon je de dag in 2 delen. Eerst was er een wandeling door de velden van de Borinage met zicht op veel industriële archeologie. s’Morgens wel nog even binnen gesprongen in een Action die er onderweg verscheen. Nieuwe oortjes (die ik zou gebruiken vandaag) en een portie noten. De weg liep op een oude spoorbedding. Verder stappen in zuid-oostelijke richting. O ja. Ik heb in die Action nog een nieuwe pet gekocht. Mijn vorige ben ik kwijt en zo tegen de zon instappen is niet leuk zonder zonneklep. Of er moeten bomen langs de weg staan zoals hier.

De tocht liep verder met een afwisseling aan akkers en velden en rond de middag passeerde ik in Morlanwelz, ingeslapen landbouwdorpje waar heel weinig te beleven valt. Iets verderop werden grotere heuvels zichtbaar. Terrils en zelfs een oude mijntoren.

Mijn poging om mijn jas uit te laten werd snel weggeblazen door een koude wind. Die is harder gaan blazen en zeker wind tegen boven op de hellingen is het geen lachertje. Niemand te zien daarbuiten. Mensen zou ik vandaag enkel zien vanachter glas. Glas van hun eigen auto. Een paar stroken van de route vandaag gingen langs drukke gewestwegen en ik moet zeggen dat de nieuwe oortjes dan goed hun werk deden om het luide geraas van de voorbij vliegende auto’s te verbergen.

Bijna aangekomen een babbeltje gemaakt met een lieve mevrouw die haar honden uit liet en die zich afvroeg waar die bepakte wandelaars toch heen trokken. Compostela bien sur. Wou ze ook nog eens doen enz… Bonne route!

Die route liep tot de ruïnes van Aulne. Een korte hevige regenvlaag deed me nog grijpen naar hoes en poncho. En daar zijn we dan. De abdij van Aulne, of wat er van over schiet tenminste!

Etappe 3 : Van Beersel via Halle naar Ittre 27,4km (84,6 km)

Vanuit Beersel gaat de weg door de Zennebeemden richting Halle. De lucht is licht bewolkt maar de weersvoorspelling is niet bemoedigend. Maar nu stap ik dus in die speciale Zennevalei met zijn speciale gistcellen die zorgen voor lambic, geuze en kriek.

En die bieren gisten deels in vaten waar dus ook speciale stielmannen aan de slag zijn.

in Beersel is een heel gekend kasteel. Dat kasteel heeft een schat e het speelt een belangrijke rol in een avontuur van Suske en Wiske Het kasteel stond er, Suske en Wiske heb ik niet gezien!

Na een uur stappen kwam ik tegen de middag aan in Halle. In de hoofdkerk kon je binnen maar niemand te zien om stempel te zetten. Dan maar via Google gezocht waar de dekenij was en daar aangebeld. “De deken is juist gaan eten en ik weet niet waar de stempel ligt. Maar ik zal het hem straks vragen voor de volgende.” Na de koffie terug de rugzak om maar eerst hoes er rond en de poncho aan. De regen was aangekomen en alles werd nat. Gisteren had ik geleerd dat niet inpakken geen goed idee is. De weg loopt verder langs de vaart.

Weinig beschutting te vinden tegen regen en wind. Dus verder stappen.

Het landschap verandert. Er komen omheinde velden afgewisseld met bossen. En het pad gaat omhoog en omlaag. De regen blijft vallen. Gelukkig zijn er de mooie narcissen in de bossen.

En zo stappen we duidelijk Waals-Brabant binnen met ruime glooiende vlaktes, afgezoomde landerijen en grote herenhoeven. De regen is gestopt. Ons doel is in zicht onder de zonnestralen. Tijd om wat te drogen.

Etappe 1 : Mechelen – Sint-Pietersleeuw (via Grimbergen) 25,6 km

Om 10u thuis vertrokken. Schoonzus Marleen stapt de 1st etappe mee. Bedankt aan de supporters die nog even langs kwamen.

Via de mechelse watertoren richting Zennedijk gestapt. Daar de eerste “schelp” gespot aan de brug onder de E19.

De temperatuur was fris maar het zonnetje schijnt. Dus prima wandelweer.

Langs de Zennedijk kwamen we snel het kappeleke tegen die je op de kaft van de wandelgids ziet.

Aan het jaagpad van de Zennedijk waar we (=Françoise, Greet en ikzelf) vaak gingen joggen botsten we op de eerste afsluiting. De werken aan de versterking van de Zennedijk en we mochten omstappen. Gelukkig viel die omleiding mee. In de buurt van Eppegem werden we bijgebeend door een collega pelgrim. Hij was al een paar dagen op stap en kwam uit Leiden. Zijn doel vandaag: Grimbergen en overnachten in de abdij. Ons doel ook eigenlijk, maar dan wel als tussenstop. De weg werd landelijker en in het zonnetje wel aangenaam te wandelen.

De volgende stop was de Verbrande Brug over het kanaal. Letterlijk een stop, want we konden niet door. Prima moment om de jas in te pakken want het werd stilaan warm. O ja. Toch even melden dat we in een café in Eppegem een koffie hebben gedronken en aan de babbel zijn geslagen met een koppel uitwijkelingen. Ze wonen nu in Oostende maar waren op bezoek bij hun dochter om….

Om naar het schlagerfestival te gaan kijken in Hasselt gisteren namiddag. Wat een toeval.

De tocht ging verder langs een lange kerkewegel richting Grimbergen. Het was zelfs flink warm onderweg. Rond 14u kwamen we aan bij de watermolens. Tijd voor de lunch. Gezellig als je met 2 bent. Na het lekkere eten verder langs opnieuw watermolens.

Idyllische plaatjes maar zoals je ziet bewolkte de hemel en voelden we af en toe een druppel. Dan maar stevig verder gestapt tot aan de abdij van Grimbergen. Na wat zoeken toch iemand gevonden díe de stempel kon geven. Hier is ie dan, nummer 2.

Na een koffie en thee op naar Brussel. Door park en veld. We draaiden ons nog even om om die typische toren nog eens te bewonderen.

We haasten ons langs de velden richting Atomium en de koffiebranderij van douwe Egberts. Wat verderop de ring van Brussel onderdoor tot aan de bestemming in Sint Pietersleeuw.

Daar scheidden onze wegen. Marleen ging terug naar huis. Ik blijf overnachten hier om de reis morgen voort te zetten dwars door Brussel. En dit zijn de helden van de dag. Oohh wat deed het deugd om die schoenen uit te sjotten.