Etappe 21 : Joigny naar Noord-Auxerre 31,7 km- (532,4 km)

Vandaag weer een flinke trip om morgen Auxerre na een korte wandeling te bezoeken. Rond 10 u nog even de bakker bezocht voor wat mondvoorraad en dan op weg. Vanop de pont Saint-nicolas nog even een laatste blik naar de rivier waarlangs ik gisteren da ganse dag stapte.

De lucht was grijs. De rugzakhoes om de rugzak gespannen maar geen regen. Oef. De voorbije nacht heeft het flink geonweerd vertelde de mevrouw van de bakkerij. Ik heb niks gehoord. Gewoon geslapen.

En zo verlaat ik dus Joigny. Langs de route departementale. Vandaag zou het er wandeltocht worden langs zo een aantal departementales maar ook een paar stroken over onverharde wegen in de velden.

Zo kort gras stapt het best! Geen slijk aan de zolen. Door die regen vanacht is het beruchte slijklaagje weer beschikbaar. De weg liep ook doorheen typische dorpjes met oude hoeven. De ene al wat beter onderhouden dan de andere.

Maar vreemd genoeg mochten de dorpjes antiek en traditioneel ogen. Ik was toch verwonderd dat naast die oude hoeves en kerken er toch al oplaadpunten voor elektrische auto’s zijn gebouwd. Nu de auto’s nog, want de plaatsen zijn nog niet ingenomen.

En naast al die oude onderhouden en minder onderhouden boerderijen en huizen kom je dan af en toe een bouwsel tegen waar het spreekwoord ‘leven als God in Frankrijk’ duidelijk wordt.

Be de dorpjes trok de weg terug de velde in langs een rij bomen. Niet zo eenvoudig om daar symbolen met de schelp te bevestigen.

Want de juiste richting kiezen is wel belangrijk. Dat werd duidelijk bij de volgende ontmoeting. 2 mannen zwaaiden naar me. Ze hadden allebei rugzak en schelp. Er was een jonge kerel op sandalen en in korte broek en een wat oudere kerel die blijkbaar Wilfried heet en eigelijk uit nice naar Parijs is verhuisd. We maakten kennis. Ze waren thuis gestart in Parijs en stapten de Camino in vele stukjes. De eerste stroken gebruikten ze het openbaar vervoer en ’s avonds reden ze terug naar huis om te overnachten. Nu waren ze echt op stap met overnachting en ze wilden morgen Auxerre bereiken en terug reizen.

Wilfried gebruikte de oude versie van de gids. Dus na een drietal km waren ze via een andere weg aan het stappen. Ik ving nog een glimp va hen op wat later op de dag toen ik even achteruit keek.

Het moet gezegd dat het niet steeds eenvoudig is om de schelp aanduidingen terug te vinden. Dat maakt het juist wat spannend. Bij elke bocht moet je goed uitkijken waar dat symbooltje staat. Zeker als je uitgave van de gids al wat ouder is.

De regen van voorbije nacht liet heel wat dieren terug te voorschijn komen. Oa deze culinaire specialiteit. Ik had gerust een dozijntje kunnen verzamelen.

De wandeling ging nu verder via departementale wegen. Betekent links tegen verkeer instappen. Na door veld en bos gewandeld te hebben verschiet je telkens van het kabaal van die auto’s. Ook kom je al eens een slachtoffer tegen van het verkeer.

Neen. Geen slang! Maar een hazelworm.

Terwijl ik zo verder stapte schoven dikke wolken voor de zon. En daar gingen de sluizen open. Niet zo leuk, want op die smalle drukke wegen moet je telkens opnieuw in de berm springen als een tegenligger komt en Al snel zijn schoenen en broekspijpen kloddernat.

De weg gaat op en neer en wanneer naast de regen het ook nog begint te donderen dan krijg je wel een klein hartje. Zeker als de weg boven op de heuvel in open terrein komt. Toch liever geen bliksem. Die open velden waren heide en ondanks regen en donder toch deze mooie bloemetjes gespot.

Het zijn wilde orchideetjes. Die vind je wel op kalkrijke grond en nu staan ze in bloei. Mooi.

De laatste foto vandaag nam ik on de buurt van Auxerre. Ik denk dat dat de hoofdstad is van het departement de Yonne. En in de Yonne is het verboden te bedelen. Ik ben gewaarschuwd als arme pelgrim.

Etappe 19 : Terug naar Bourgogne – via Parijs – 17,2 km gewandeld in Parijs en in Sens – (465,5 km)

Al een paar dagen loop ik er zenuwachtig bij. Het vervolg van de Camino nadert. Omdat ik nog werk moet ik de camino in stukjes wandelen. Na 3 weken start ik terug in de buurt van waar ik aangekomen ben. Dus zit ik nu in de trein naar Parijs. Bedoeling is om daar het stukje camino te stappen vanuit station Paris bord via de Notre Dame en de tour St- Jacques.

Dat is het startpunt van de Camino sensinonis die Parijs verbindt met Vezelay, mijn bestemming deze maal. Daar stap ik naar het station gare de Lyon om vervolgens de trein te nemen naar Sens. Vandaar start dan de echte staptocht. In Sens ga ik langs bij familie die in Paron woont. Dat dorpje ligt aan de Camino en ik kon moeilijk hun gastvrijheid weigeren.😁

De confrontatie met de drukke stad als je aan het stappen bent met je rugzak is wat vreemd. Vreemd om de schelpaanduiding te moeten zoeken in stadsomgeving.

Wel valt het op dat Parijs verandert. Er zijn al wat fietspaden! Vooral gebruikt door foetskoeriers. Als voetganger kan je ook door hen omver gereden worden nu. Ik vond dat de auto duidelijk plaats moet maken.

De lage wegen naast de Seine zijn autovrij en ingenomen door de wandelaars. Mijn wandeling vandaag startte in de Gat du Nord. Van daar uit naar de Seine via het Palais du Louvre en even Notre Dame binnen om een stempel.

Ik had geluk. Amper file! Toen ik buiten kwam stond er een lange rij aan te schuiven. Zoals in Reims mocht ok gerust langs de veiligheid met mijn rugzak. De schelp opent deuren in de kerken.

Aan de overzijde van de Seine staat de Tour St Jacques en daar begint de tocht. Die loopt eerst langs de rivier met de typische boekenkasten.

Dan verderop over een passerelle bij de jachthaven aan de Seine en verderop langs het station gare de Lyon. Daar vertrekken de lijnen naar Sens. Maar ik moest nog wat verder want de trein die ik wou nemen vertrok in gare de Bercy. Was vroeger het station waar de nachttreinen met auto richting le midi trokken. De komst van de tgv maakte die nachttreinen overbodig. Op het perron werd ik aangesproken door een oudere heer. Compostelle? Hij was ook gegaan in 2 grote stapbeurten. Formidable, Ine experience unique. Facile à reconnaitre avec le coquillage.

De treinrit duurde een uur met een half uur vertraging.

Aangekomen in Sens stapte ik eerst richting stadscentrum naar één van de oudste gotische kathedralen van Frankrijk. En weer verrassing. De kerk is volledig opgelapt inclusief de mooie veelkleurige dakbedekking typisch voor Bourgogne.

Na mijn kwam ik via een andere deur buiten en kwam meteen terecht in een officiële inhuldiging van de eerste onbemande shuttle die de parking buiten de stad zal verbinden met het centrum. Veel schoon volk. Burgemeester pastoor depute enz..

Wel stond verderop een politie bestelwagen dwars over de winkelstraat. Waren er bang dat de shuttle niet tijdig zou stoppen en in de Yonne rijden?

Vanuit Sens stapte ik terug langs de Camino naar Paron. Eigenlijk niet heel slim want die Camino trekt over een heuvel daar waar de weg vrij vlak de rivier volgt. Het werd een stevige klim. Boven was er als beloning het vergezicht over de vallei.

En na een even steile afdaling kwam ik dan aan in Paron, waar ik met open armen werd ontvangen en waar na het eten van eelfgemaakte everzwijnen terrine er nog een pak andere familieleden dag kwamen zeggen. Een super gezellige avond en meteen de reden waarom de blog wat achterloopt.

Etappe 18 : Baye naar Sezanne 20,9 km – (448,3 km)

De Camino starte vanmorgen langsheen de oude spoorberm. Wat wel enorm opvalt na deze dikke 2 weken is dat de bomen aan het ontploffen zijn gegaan. Overal zie je jong groen in de bomen. Het pad ging over landwegen vandaag en een paar stroken langs departementales die niet te druk waren. Dat kan anders wel tegenvallen en als eer een wagen je kruist aan een flinke 90 km per uur, dan is dat wel indrukwekkend. Bij vrachtwagens wordt je bijna omver geblazen.

slak

De eerste ‘gast’ die ik tegenkwam vandaag was een culinaire gast. In Frankrijk eten ze bijna elk beest op en nu ik de Bourgonië nader kruis ik toevallig deze locale delicatesse. Looksaus had ik niet bij en een stuk stokbrood ook niet – daarenboven is het voortplantingsseizoen en dan laat je de beesten gerust. Dus liet ik die wijngaardslak maar lopen. Nu ja, lopen!

Le Talus Saint-Prix. Daar staat dit Romaans kerkje. Je ziet zo dat dit toch al een aantal jaar daar staat te staan. Zou van rond 12de eeuw daar gebouwd zijn. Wel zag ik meer en meer borden verschijnen bij de monument. Vaak hebben ze een rol gehad in de Slag van de Marne, waarbij generaal Joffre de Duitsers in 1914 een halt toe riep bij hun invasie in Frankrijk. Hier zie je zoals in de streek van Ieper al meer en meer restanten van de grote oorlog.

romaans kerkje

Wat verderop nog sporen van die Grote oorlog. Een ossuaire. Een knekelgraf of massa graf waar een groep soldaten samen begraven zijn. Het is pas in 1915 dat de Franse staat de individuele begraafplaatsen van soldaten zal invoeren. Daarvoor vind je meestal massagraven van de gevallen militairen, zoals hier. Ook van vroegere oorlogen kom je nog zo’n sporen tegen.

necropole

Het is niet altijd evident om de juiste weg te vinden. De Camino symbolen durven nogal eens verschillen en bevinden zich soms op niet evidente plaatsen.

Leven als God in Frankrijk. Zou dit zo iets zijn zoals in dit kasteel?

De kalkbodem in de champagne streek is zo lek als een zeef en vol grotten en gaten. Betekent ook dat het water dat erop regent zijn weg zoekt en dat er heel wat bronnen zijn. Hier liggen er 3 naast één.

Het gevolg van die vele bronnen is dat je in ongeveer elk dorp daar er nog een Lavoir staat. Een gebouwtje opgetrokken rond een brom of beekje waar mensen gezamenlijk de was deden. Dat zal wel een belangrijke sociale functie hebben gehad.

De dag was gestart onder zonneschijn. Maar rond de middag kwamen de wolken en wat later gingen de sluizen open. Meteen alles kloddernat en de wegjes werden opnieuw moddersloten. Daar was het ploeteren opnieuw.

Het was net of de natuur me eraan wilde laten herinneren dat ik asap verder moet doen met die Camino. Want in Sezanne moet ik even stoppen. Camino on hold voor 2 weken en dan op naar Vezelay. Glibberend trok ik verder onder de pijpenstelen totdat in de verte de torens van de stad zichtbaar waren.

En inderdaad. De druiven waren terug geleerd. Ook hier champagne wijngaarden. In de kerk heb ik een kaarsje gebrand als dank voor de prima afloop van deel 1. Dan heb ik me ook omgekleed want ik zat onder de modder en ben dan nog een stempel laten plaatsen in het parochiaal centrum. Zie zo. Klaar voor het vervolg over een kleine 2 weken.

Etappe 16 : Epernay naar Montmort-lucy 28,1 km – (410,4km)

Wakker onder blauwe hemel deze morgen. Prima wandelweer. Eerst naar Epernay centrum gestapt met volle rugzak. Vol met drank en met kleren. De temperatuur blijft aangenaam en dus geen jas of lange onderbroek. En extra drinkwater mee.

De eerste halte was de kerk met de hoop een stempel te halen. Is dan toch maar toerisme kantoor geworden want in de kerk was geen levende ziel te bespeuren.

Onderweg naar het centrum over de bruggen van de Marne gestapt. Ik had gezelschap van nog iemand met een rugzak daar beneden.

De Marne is ook een rivier met gevoelige geschiedenis in Frankrijk. Speelde een rol in elke oorlog. Juist aan de brug staat een grote mijlpaal van de Voie de la liberte. Vanop de Marne brug valt een grote toren op. Is nu een plaats waar het verhaal over de champagne wordt verteld en getoond. Indrukwekkende toren wel.

Voor echte pelgrims is de stad niet interessant. Achteraf gezien zou ik beter meteen naar Moussy zijn gestapt. Daar is meer champagne te beleven. Onderweg toch wat gebabbeld met wijnboer.

Die vertelde me dat ze nu na het snoeien, de struiken aan het binden zijn. On liet la vigne. Dat doet ie gezeten op zijn karretje met een speciaal instrumentje dat een draadje rond de stengel en de draagdraad draait, vastzet en afsnijdt.

De voormiddagtocht liep verder door de wijngaarden van beroemde en minder beroemde champagnehuizen.

Langs de weg liep water in een kunstmatige goot en er was zelfs een bonnetje waar het water uit de kalkhoudende bodem vloeide.

Het was weer heel druk in de wijngaard. De wijnboer vertelde me dat er 27 verschillende handelingen nodig zijn om van de druif in het champagneglas te geraken. Ook werd er volop gewoeld zond de wortels met de speciale tractoren. Een eenzaat probeert het op de ouderwetse manier.

Om de wijnbouwstreek te verlaten was een flinke klim nodig naar een Romaans kerkje. Dat was al de 2de km van de dag.

Nu lag de weg open naar de beboste toppen boven de wijnstreek. Juist voorbij het kerkje stond een bank en een tafel. En gezien het middaguur was heb ik mijn koffiekoek opgepeuzeld met mooi uitzicht als extra. En zo staan mij 2 schelpen ook eens op de foto.

Zoals gemeld liep de weg verder langs de grens tussen bos en wijngaarden. Toen ik even achterop keek zag ik een pelgrim die me volgde op korte afstand. Een dame in het rood met blauwe rugzak. Ze zwaaide met haar pelgrimsstaf en vroeg of ik de camino wandelde. Ik had meteen door dat ze Nederlandstalig was. Haar naam was Katrien en ze kwam uit het Leuvense. Ze doet haar Camino in stukjes tijdens de paasvakantie. Vorig jaar was ze thuis vertrokken tot Rocroi en dit jaar liep ze van Rocroi naar Reims.

Ze vertelde honderduit over haar belevenis, over haar 5 kinderen, over haar minder goede been maar dat het toch goed ging om te stappen, enz… Je kan haar Camino volgen op haar blog.

De tocht ging dan door een heel ander landschap. Geen druiven meer, Maar bomen. En de narcissen hebben plaats gemaakt voor hele velden bosannemonen.

Een flink stuk van de weg liep door bos. Weer flink veel sporen van everzwijnen en hun gewroet. Toen we even pauzeerden aan een vijver kwam een pick-up, vol maïs en een aanhangwagen met quad. 2 fransen stapten uit en vertelden dat ee de evers kwamen voederen. De eeugen hebben jongen en die kunnen extra eten gebruiken zeiden ze. Het gewroet in de modder van de wegen komt omdat drachtige zeugen op zoek zijn naar extra proteinen en regenwormen opsnorren.

Al pratend en zonder teveel verloren te lopen naderden we onze bestemming, Montmort-lucy. Zij ging overnachten bij een dame die kamers ter beschikking stelt aan pelgrims. Ze wou morgen dan meteen tot Sezanne stappen.

Samen dronken we dan nog een glaasje voor onze wegen scheidden. Buen Camino Katrien

Etappe 14 : Reims (centrum) – Reims buitenwijk Cormontre 12,5 km (356,0 km)

Vandaag rustdag met bezoek aan kathedraal en stad.

Vanmorgen na het ontbijt terug even naar de kathedraal en de gregoriaanse dienst meegenomen. We zijn toch zondag.

Het museum met de kerkschatten naast de kathedraal wou ik ook nog bezoeken maar dat kon niet. Mocht niet binnen met rugzak (stel je voor dat ik zo’n kelk of schilderij in mijn rugzak meepak) én nog triester, er is geen vestiaire waar je de rugzak kunt achterlaten. (Veiligheid want die zou vol metaal en springstof kunnen zijn).

En zo mocht ik het bezoek dus op mijn buik schrijven. Uit pure frustratie een koffieterrasje gedaan met zicht op de fijn gebeeldhouwde torens. Bijna een stripverhaal op zich.

2 koppels voor mij. Nederlanders. En wat drinken ze? Hoegaarde en Leffe. Ik die dacht dat Reims de stad was van de champagne. Eigenlijk heb in tijdens mijn tocht nog niets gezien van de wijnbouw. Wel winkels natuurlijk. Ik vermoed dat de druiven er morgen zullen aankomen.

Zo saai als de tocht gisteren was, zo gevarieerd was die vandaag. Door de stad trekken is steeds een ontdekking. Zo werd ik plots voorbijgereden door een tram. Op zich niks speciaals. Alleen waren er geen elektriciteitsdraden te zien waar die tram stroom moest aftappen. Nogal een verschil met die rammelbakken in Antwerpen en Gent. Het zicht van de winkelstraat was heel wat mooier. Iets voor de Veldstraat bij de Stroppen.

Nog straffer was een eetgelegenheid waar je kon eten en drinken, (niks speciaals tot daar) maar ook een kat kon adopteren. Kattentherapie. Bij het binnengaan verplicht handjes wassen en gele overschoenen aantrekken.

Ik denk dat je bij ons wat problemen zou hebben met voedselveiligheid?

De weg van de Camino liep dan langs een kanaal. Veel zondags volk. Joggers, fietsers, jonge gezinnen. Tot 3 keer toe werd ik er aangesproken ivm mijn schelp.

En terwijl ik langs het kanaal stapte liep schoondochter Anja haar marathon uit in Parijs! Een dikke proficiat.

Compostelle, c’est par la 2400 km riep een visser. Ook joggers stopten om een babbeltje te doen of te vertellen dat ze ook de tocht of een deel ervan gedaan hadden.

Die vaart was ook het centrum van de roeivereniging. Verschillende 4 mans boten met stuurman of vrouw waren voorbijgevaren en werden opgewacht door volk en een muziekgroepje dat carnavalesk uitgedost vrolijke hoempa deuntjes speelde. Een van de roeiers vond dat ik na Compostela maar moest beginnen roeien.

Tja, waarom niet.

De tocht ging verder en na een zonde in de Kfc (Kentucky Fried Chicken) kwam ik aan in het hotelleke en kon ik kijken naar Paris-roubaix. Kwestie iemand anders te zien die door wind en stof moet ploeteren.

Ondertussen was Anja in Parijs aangekomen na haar meer dan 42km lopen. Super knap. En ze ziet er nog heel fit uit.

Is het geen schatje.

En zo zijn we klaar voor de etappe naar Epernay morgen.

Etappe 13 : Ecaille naar Reims 26,6 km – (343,5 km)

Het traject naar Reims was saai. Eén rechte lijn door velden en akkers met daarop grote tractoren met een stel piepende ratelende wielen aan. Je hebt die vergezichten, de akkers, de tractoren én de wind. Het zonnetje was flink present maar de wind maakte dat jas, kap en pet ook vandaag aan bleven.

Gelukkig waren er in de voormiddag 3 bochten een paar bosjes en al eens een paar herten die over staken. Maar na de middag was er zelfs geen boom meer. Wel verschenen er in de verte de 2 torens van de kathedraal van Reims. Maar naderen deden ze maar heel langzaam.

Blijkbaar stapte ik zo een 6 km op een oude Romeinse heirbaan. Veel Romeins was er niet aan te zien en Asterix heb ik ook niet gezien.

Maar de lange rechte tocht werd dan toch bezegeld met aankomst aan de kathedraal.

Gemakkelijk die selfies. Daar stempels gehaald bij de dames die de pelgrims opvangen en terug buiten.

En in Reims, Champagnestreek tijd voor er kirr, maar wel een kirr royaal

Etappe 12 : Wasigny naar L’Equaille 32,0 km – (316,9 km)

Waar de vorige dagen het vooral ging over regen en het omhoog en omlaag klauteren in de modder, vandaag was het de wind die een hoofdrol speelde. Een vrij lange en eigenlijk saaie etappe. Maar wat was ik blij dat ik een jasje met kap aanhad. Dat de wind even van links blaast is niet erg, maar 6 uur lang is van het goede te veel. Dus liep ik met kap op en met de pet daarover. Geen zicht, maar prima was dat.

De wegen zelf lagen er goed bij. Door het zonnetje en de schrale wind gaat het droge en boven op de plateaus is het al niet zo nat omdat het water naar de valleien stroomt. De rivier Als je was wel goed gevuld.

Wat wel voor wat afwisseling zorgde waren de herten of reeën die hier en daar stonden te grazen en die sierlijk wegliepen bij het naderen.

Ander verwondering zijn de mooie vergezichten als je boven op die plateaus wandelt. Soms stopte ik wel even om gewoon te kijken naar de verte.

Boven op de heuvels staan hier en daar windmolens te draaien. Met dat stevig blazen draaiden ze goed door vandaag. Maar wat me wel opviel was dat ze flink wat lawaai maken bij het draaien. Net een vliegtuig dat overtrekt.

Af en toe moet je rusten natuurlijk en die rustpauzes worden frequenter in namiddag. Tijdens één van die rustpauzes zag ik plots dit creatuur over mijn schoen klauteren. Gisteren had ik ook al een dikke zwarte (Maar andere) kever ontmoet. Voorbode van de komende lente. Over lente gesproken. Vandaag ook de eerste boerenzwaluw gespot.

Op aanraden van Jos van de refuge 4 mains ben ik in gestopt in de bar tabac “au longchamp” “pour casser la croute”. Werd één van de toffere momenten van de dag. Een klein restaurantje bestaande uit 2 plaatsen volgestouwd met tafeltjes en stoelen. En daaraan zittend allemaal mannen druk pratend en etend. Op de vraag of ik kan eten wordt ik meteen aan een tafeltje geplaatst en na enkele ogenblikken staat een bord met witloofsla, quiche met spek en een snee salami voor mij, samen met het brood. Dan volgde snel kipfilet met champinonsaus en Pomme dauphinois en daarna fromage ou dessert. Natuurlijk koos ik voor een super lekkere crème brûlée. Zie maar.

Na het eten verder gestapt. De landerijen werden groter en groter. Op die landerijen dikke tractoren met een hele reeks wielen achter hen aan om te eggen. Net alsof alle boeren wakker geworden zijn.

Zelfs de weg wordt bewerkt. Wat niet veel helpt aan het wandelcomfort. Gelukkig regent het niet, anders was me dit een modderpoel van jewelste.

Wat verder leuk was onderweg is bovenstaand. Een auto van de gemeente rijdt rond op het voetbalterrein om dit speelklaar te maken. Ideetje voor Malinwa?

Ik werd terug opgepikt door Jos van de refuge te Ecaille. De volgende dag zette hij me dan daar terug af.

In de refuge waren juist 2 pelgrims aangekomen. Een koppel uit Huy. Ze hadden de Camino al gelopen in 2012. Nu waren ze vertrokken naar Rome! Daar gaan toch alle wegen naartoe….buiten de Camino natuurlijk!

Etappe 10 : Rocroi naar Aubigny-lez-Potheez 23,7 km – (259,3 km)

Het ziet er naar uit dat de eergisteren meegebrachte rugzakhoes weer flink haar werk zal doen. Donkere regenwolken boven het kleine centrum van dit vestingstadje waar de tijd amper vat op heeft. Hele brede omwallingen beperken alle verandering.

Vandaag werd het een wandeling in 2 werelden. Eerst een lange boswandeling op een prima asfalt bosweg. We hebben andere paden meegemaakt vorige dagen. Een pijlrechte weg omzoomd door bomen van alle slag.

Ik verstond de benaming niet goed van dit bos. Gesyndiceerd? Betekent het dat het eigendom is van de vakbonden?

Ik heb ’s avonds vernomen dat het niks met vakbonden te maken heeft maar een schenking van bossen is geweest aan 17 omliggende gemeenten die deze domeinen samen exploiteren.

En ja. Het is lente. De bloeiende narcissen bleven aanwezig maar ook deze wilde primula ofte sleutelbloem stond te pronken langs de weg.

Het landschap is opnieuw veranderd. Veel weiland doorsneden van kabbelende beekjes en aan een van die beekjes juist op tijd voor de middagpauze een bank voor vermoeide pelgrim. Elke pelgrim stopt er even al was het maar voor de richtingaanwijzer.

Door die velden trekkend kom ik aan in de buurt van Aubigny. De laatste kilometers van de tocht lopen langs het spoor. Een beetje cynisch want vandaag staakt het spoor. Te voet gaat rapper vandaag.

Na een laatste klim kom ik dan aan bij Marie-Josee en Jean-Marie die pelgrims opvangen. Het onthaal is super. Met hen en een collega pelgrim uit Quebec hebben we een supergezellig avondmaal. Kaas inbegrepen. Was op en top verzorgd en aan te bevelen. Maar foto zal voor morgen zijn.

Etappe 9 : Viroinval naar Rocroi – over de grens naar France 26,9 km – (235,6 km)

Heel blij dat Hans gisteren een rugzakhoes meegebracht heeft. Je zal me niet overtuigen dat ik die niet nodig zal hebben volgende dagen. Het blijft nog wat wisselvallig eer de mooie dagen komen melden de weervoorspellingen. Van een koppel stappers die ook in het hotel overnachtte stapt de vrouw vandaag niet naar Rocroi. Te veel pijn aan de voeten van de wandeling gisteren.

En de tocht begint bij de eerste schelp om de hoek. Na al die dagen rood wit verschenen deze plots terug. In de verte zie je de sporen van de toeristische trein. Het pad liep er heel even langs. Bart, ik kon het niet laten om 10 meter op die sporen te lopen. Opgelet waarschuwing: dit mag niet op gewone treinsporen!

De tocht dook al snel een bos in. Aan de rand nog wat weiden maar die zouden snel verdwijnen. Wel stevige runderen in die weiden.

Wat verderop nog een andere weide met daarin bergen maretak waaronder de resten van fruitbomen te bespeuren zijn.

En dan begon de echte tocht doorheen het bos. De GR volgt een beekje, maar wel een kleine 10 km lang zonder langs de bewoonde wereld te passeren. En dat ben ik nog niet gewoon. Veeeeel bomen. En een kabbelend beekje. En om te kabbelen heeft het beekje water nodig. En dat water komt uit de lucht. Dus regen en nattigheid. Niet veel dieren gezien buiten een boomklever die piepend de bomen opkroop. En verder slakken, kikkers en padden.

De weg versmalde en soms volgden wel halsbrekende toeren om verder te geraken want het beekje at hier en daar een stuk van het pad op.

En nog meer bomen. Alle soorten. Dennebomen, loofbomen, jonge aanplant en af en toe een majesteuze reus.

De weg werd in de namiddag een holle weg. In chemin creux zeggen ze hier. Maar dat betekent dat het water ook langs daar een weg zoekt. En drassige ondergrond is verzekerd met grote plassen.

Maar het zou nog spectaculairder worden. Het pad zakte dieper en dieper weg in het omliggende landschap. En als dan de boomhakkers langskomen en alle bomen omleggen en de overtollige taken laten liggen waar ze vallen dan krijg je een ondoorgaanbare situatie

Klimmen en klauteren eerst en als dat niet meer ging dan naast het pad en hopen dat ik niet verloren liep. Dat deed ik gelukkig niet zodat rond 14u de grens er was.

Buiten een andere kleur van wegbedekking was er niet te zien. Je zag niet dat de grens overgestoken was. Enkel dit bordje aan de wegkant gaf aan dat ik in France was.

En met die grensovergang kan ik fier melden dat ik ons land te voet helemaal gedwarsd heb. De eerste tocht ter voorbereiding van de Camino liep ik 2 jaar geleden (met Greet) vanuit Bergen op Zoom naar Mechelen.

Een laatste strookje bos. Een laatste strookje drassigheid en ik stapte Rocroi binnen. Juist op tijd om mijn stempel af te halen in de toeristische dienst.

Ps. Let op de stevige Vauban omwalling.

Etappe 8 : Sautour – Vierves-sur-Virion 19,5 km (208,7 km)

Na het leuke bezoek gisteren moest de pelgrimstocht verder richting Franse grens. Eigenlijk niet zoveel kilometers, Maar ’s avonds bleek dat er wel 3 keer zo een 100 meter geklommen diende te worden.

Het vertrek uit het dorpje liep door de deur.

Steil naar beneden. Een flink stuk weg door een bos. Drassige wegen. Dat komt omdat die boswegen meestal het laagste punt uit de omgeving zijn en het regenwater dit laagste punt opzoekt. En drassig kunnen ze zijn. Vandaag voor het eerst van mijn tocht een ree gezien. Was aan het eten op een veld aan de rand van het bos. Heel schuw direct weggevlucht toen het mij zag aankomen. Toch sporen ervan gevonden.

Een flink stuk van het parcours liep door het bos op of juist naast de hogedrukleiding aardgas van Fluxys. Lijnrecht met hier en daar de terugkerende melding van niet te graven en een noodnummer. En verder heeft een pelgrim af en toe nood aan een rustplaats om de benen te laten recupereren. Steeds welkom zeker met mooi uitzicht.

En dan zoon Hans ontmoet die me in tegen richting tegemoet stapte. Heel leuk. Dus een korte tocht maar met 3 stevige up en downs van elk 100 meter niveauverschil en met op het einde een tof terrasje + zicht op de stoomtrein die hier passeert. Daarna een lekkere maaltijd in goed gezelschap. Wat wenst een mens meer.