Etappe 51 : Perregrue naar La Reolle – 28,8 km (1.310,4 km)

Nog een beeld van gisteren of hoe men hier bomen restaureert. Polyurethaan schuim inspuiten.

Vrij vroeg vertrokken vanmorgen. De marktplaats achtergelaten en even langs de kerk van Perregrue gestapt.

Blijkbaar was die hoger vroeger. De tocht daalde af naar een riviertje en langs de weg dit sympathieke bord dat eigenlijk geen luxe is op sommige wegen. Gelukkig was het hier rustig.

Maar wie plukt er al die druiven?

Is toch een vraag die je je stelt als je door die opeenvolgende wijngaarden stapt. Duizenden wijnstokken staan hier naast een. De meeste zijn kort geknipt, klaar voor de komende lente en zomer.

Een uitzondering is nog niet onder handen genomen. Zie je het verschil? Vrij intensief werk allemaal.

Tussen die wijngaarden door nog een paar huppelende reeën gezien. Vrij dicht maar foto trekken? Neen.

Een stukje antwoord op die vraag van wie plukt. Veel seizoenarbeiders en fie hebben ook sanitair nodig.

Halfweg de dag door het stadje Saint-ferme gestapt. Zoals zoveel dorpen omzeggens uitgestorven maar de van oorsprong 12de eeuwse kerk is impressionant.

Naarmate de dag vorderde nam jet aantal wijngaarden wat af. Meer akkers verschenen maar de Entre-deux-mers wijngaarden bleven aanwezig.

Wie zou daar wonen? Ruïnes van een kasteel die deels hergebruikt worden als woning. Lekker boven op een rots.

En zo kwam ik aan in Saint-Reole. Heel antiek stadje met minuscuul smalle straatjes en veel huizrn van plak en stak. Ik wou nog een stempel halen in het stadhuis, maar uitzonderlijk gesloten, alle diensten.

Morgenochtend nog eens proberen.

Ondertussen staat Frankrijk verbouwereerd te kijken op televisie naar de brand van de Notre dame de Paris. Vorig jaar was ik er nog en haalde ik er een stempel voor mijn credential.

Vreemd hoe het kan verkeren.

Etappe 48 : Saint-Astier naar Mussidan – 31,0 km (1.222,2 km)

Een stevige wandeling maar heel mooi.

De dag startte zonnig en de ganse dag bleef de zon prominent aanwezig. Vanuit de gite moest ik eerst naar het centrum van Saint Astier wandelen.

Eerst een bezoek aan de kerk. Daar was de organist volop aan het repeteren voor een recital volgend weekend. Een bezoek met muzikale begeleiding.

Daarna wat boodschappen in de lokale supermarkt en uiteindelijk was het toch flink 10 uur vooraleer ik goed gestart was met stappen.

Het landschap was golvend en open, maar de wandeling had vandaag toch 2 flinke daal-en klauterpartijen in peto. Rond 11u30 was ik even gestopt om de eerste van mijn kledinglaagjes uit te spelen of ik ontmoette een stapper, een Fransman die lokaal aan het oefenen was om later de echte Camino te stappen.

Wat verderop stond een richtingaanwijzer met Santiago 1.119 km. En wie fotografeerde? Collega pelgrim Wu, die ik gisteren verlaten had met een “bis morgen”. Hij was 2 maal verloren gelopen deze morgen. We liepen dan samen anderhalf uur verder. Dan liet hij me verder stappen want hij wou toch even rusten.

Wat verderop in de wei heel veel blauwe bloemen. Massa’s orchideeën. Vorig jaar heb ik er al een paar gefotografeerd.

De tocht liep vandaag vooral over paadjes en grindwegen. Wat een luxe. Bijna geen auto’s gezien vandaag.

Een plezier voor een pelgrim onderweg is een zitbank. Hier degene die ik deze middag ontmoette om te lunchen, daarachter een lavoir.

De tocht ging terug naar de rivier L’isle. Dus terug naar beneden en daarna terug naar boven. De hoogste top achter de rug kwam de Camino op een plateau terecht. Gewoon prachtig. Een soort heidelandschap met sparren en heideplanten. En wat een heerlijke geuren. Heel stil ook.

Soms had ik het gevoel dat dierbaren van mij aan het meestappen waren. Een vreemde gewaarwording zo reel was ze. Maar dan ging de tocht terug naar de rivier beneden. Mooie vergezichten waren er te zien.

Beneden ging de tocht lzngs de L’isle naar Mussidan. Het was al 18u30 voorbij eer dat de torens in zicht kwamen.

Morgen staat er weer een dyevige wandeling klaar. Hopelijk ook even mooi.

Etappe 41 : St-Leonard naar Limoges – 26,2 km (1.028,2km)

Een speciale ontmoeting

Een etappe die het moest hebben van het begin en het einde. Tussenin een wandeling zonder veel afwisseling, buiten het stijgen en dalen. Ik denk dat er geen 5 meter vlak ligt hier.

Sint-Leonard ligt in een dal. Dus de rivier eerst over via een mooi oud bruggetje. De spoorwegbrug mag ook gezien worden.

En dan het riviertje over doorheen een schattig dorpje

Na de brug liep de route nog even langs het water tot bij een mooi watermolencomplex. Ik denk dat er minstens 3 watermolens in de gebouwen zijn verwerkt.

Wat volgt er na een afdaling naar een brug en water? Inderdaad, een klauterpartij. Deze startte naast een fabriekje voor tegels uit, jawel, Limoges.

Na het geklauter volgde dan een 20 km lange eentonige tocht. Gelukkig zat er hier en daar iets leuks zoals deze auto die blijkbaar al even niet gereden heeft.

Of wat verderop een wei waar ik moest denken aan wat ik ooit aan mijn enige broer zei: zie je broertje staat in de wei…

Wat je wel hebt in Frankrijk is dat het oude erfgoed om de hoek kan liggen. Zoals deze oude kerk die nu bewoond wordt, maar jammerlijk genoeg niet goed onderhouden.

En zo kwam ik na een 15 kilometer wandelen aan in de stad Limoges. Aankomen in steden is nooit leuk omdat je vaak via een drukke invalsweg moet om in het centrum te geraken. En daar zijn voetpaden eerder schaars. Niet leuk als er dan 40-tonners naast je voorbij denderen.

Gelukkig liep de weg dan via een stadswijk verder naar beneden, naar de Vienne en de oude brug waar ik over heen moest. Juist voor ik die brug overstapte werd ik aangesproken door een heer die uit een bar kwam.

Of ik pelgrim was, of ik de Camino stapte? Omdat ik bevestigd antwoordde wees hij naar de bar en zei dat het lokale jacobusgezelschap samen zat op vrijdagnamiddag. Wat een toeval. Ik stapte binnen voor een koffie en maakte kennis met de groep personen die de route bewegwijzert. Met open armen werd ik ontvangen.

Ze hoorden mij uot over mijn ervaring tijdens de wandeling en vroegen naar waar de route aanduiding beter kon. Een plaatsje kon ik aanduiden. De stempels werden in mijn credentialboekje gezet en als aandenken kreeg ik nog een aanduidingssticker. Leuk.

Van de barman kreeg ik nog een porseleinen schelpje mee als aandenken.

En zo kon ik de brug over naar de kathedraal van Vezelay.

Nog wat klauteren en ik was op bestemming bij dit gotische bouwwerk dat ik dan even bezocht. Toch eens een selfie.

Slapen doe ik in de buurt van het grote stationsgebouw in Limoges. Indrukwekkende constructie.

Andere opvallende verschijning in de stad zijn de bussen. Geen stinkende dieselmotoren maar electrisch… trolleybussen.

Tot morgen.

Etappe 31 : Van Bourges naar Charost – 25,3 km – (787,1 km)

Rond 9u terug op stap. Eerste mooie beeld van de dag. Bourges nog niet verlaten en ik kon deze bloemmolen trekken. Werkt nog!

Zoals gisteren weer een lange wandeling voorstad, maar nu om de stad te verlaten. Er wordt heel wat gebouwd. De Fransen willen blijkbaar een nieuw huis buiten de stad. Liefst met tuin en garage voor de auto die je nodig hebt om naar de stad te rijden.

Daarna wat wandelen door het industrieterrein. Deze windwijzers waren werkloos vandaag.

Wel een foutje gemaakt bij het inkopen. Omdat ik wel veel water gedronken had gisteren kocht ik wat door. 6 flesjes (te laat gezien van 0,5l) en dan 6 fruitsap van 0,2l en wat yoghurt. Ik zit aan bijna 5 kilo! Dat voelde ik meteen aan de rugzak. Pfff. Wat een gewicht mee te sleuren. En dan startte de wandeling langs een wapenfabriek. Groot terrein. Alleen was het stappen op een drukke verkeersweg.

De rustige weg lag langs de fabrikant en daar mocht je niet op. Wat verderop ging het toch even door wat velden. Met orchideetjes.

En dan dwars door een bos. De Franse architect had me gisteravond een foto getoond van everzwijnen die hij gezien had. Bij mij zijn het enkel sporen van die lieve dieren.

Daarna bleef het pad naast een streng verboden bos met vele dreigementen bordjes. Schietoefeningen, mijnen, edg. Ik kreeg bijna zin om te gaan kijken want ik hoorde allerhande machines grollen achter het struikgewas.

Dan weer bos is met slechts onderbreking voor een weg…. waarlangs elektriciteit wordt vervoerd. Hoogspanningskabels dus.

Hier moet je niet omlopen zoals gisteren…

Wat wel opvalt is dat de natuur hier wat voor op ons Vlaanderenland. Vee kersen eten jullie nog niet denk ik. Hier is het stilaan pluktijd.

In Morthomiers even gepauzeerd bij de rivier. Mooi plantenschouwspel. Die witte bloemen slingeren heen en weer met de stroom.

Vandaag zat het venijn in de staart. Meer dan 6km stappen langs een drukke weg doorheen het bos. Regelmatig moest ik in de berm springen om niet weggeblazen te worden door voorbij razende wagens en vrachtwagens.

En dat is nog niks, maar als die berm vol staat met jonge brandnetels…Brr.

Etappe 30 : Van Brecy naar Bourges – 30,1km – (761,8 km)

Na een uitgebreid ontbijt in La fauconiere met een koppel Fransen en Australiërs terug de rugzak opgetild en vertrokken. Vandaag geen bossen maar akkers. En daar tussen Een groen strook waar je over moet.

Sedert lang plots een hert gezien. Het stond heel alert in de maïs. Ik hoop dat je iets ziet op de foto.

Buiten velden met gerst of maïs toch iets anders te melden. Boven op een heuvel een grote onderneming met veel appelbomen. Nog in knop natuurlijk. En dan volgen opnieuw de akkers.

Rond de middag plots heel in de verte 2 vierkante torens. De kathedraal. Ik herinnerde me Reims nog. Het is niet omdat je de torens ziet dat je meteen aangekomen bent.

Dus stappen we maar moedig verder. En die torens werden maar héél langzaam groter. Er leek geen zin te komen aan die departementale. Tot in de verte een notenboom zichtbaar werd. Een notenboom met in de schaduw een bankje.

Op de boom was een papier gespijkerd en er hing een plastiek potje met ijzerdraad aan de boom. In dat potje kon je een papiertje nemen en een wens of berichtje schrijven en achterlaten. Het perceeltje achter de boom was een wijngaard die zijn grootvader had geplant en getuigde als restant voor de vele wijngaarden met verschillende soorten druiven die er ooit stonden.

De weg ging verder maar verliet de departementales en werd een aardeweg. Een oude chaussee romaine. Lijnrecht richting Bourges.

In de velden koolzaad mooie poppies te zien. Het is niet alleen in de Vlaamse velden dat de klaprozen bloeien.

En zo naderde Bourges heel langzaam. Maar er kwam nog een verrassing! De lijnrechte Romeinse steenweg werd plots onderbroken door een nieuwe ringweg voor autoverkeer. Maar ipv een voetgangersbrug te hebben aangelegd moest deze vermoeide pelgrim (En alle andere pelgrims) zo een 800 m lopen naar de brug verderop en dan 800m terug stappen om de weg verder te zetten. Echt balen is dat.

Via de eerste woonwijken en dan een paar technische scholen en een aantal sociale woningblokken daalde de steenweg veder naar Bourges. Via een brug over het spoor kwam ik rond 16u30 aan in het station. Daar kon ik mijn tickets voor woensdag aanstaande laten drukken en een broodje eten.

Nog wat stappen en na een lichte klim zag ik plots de rechthoekige torens heel nabij.

En dus was ik aangekomen aan de kathedraal van Bourges. Naar goede gewoonte de selfie.

Binnen mijn stempel ontvangen, nog een fotootje van het monumentale moraal.

En dan naar het hotel gestapt. Oh wat zalig! Een ligbad in de kamer. Zondaggevoel.

Avondmaal in La scala pizzeria. Zit die Franse pelgrim architect daar niet. Hij had gratis dessert gekregen omdat zijn pizza koud was van het wachten. Lekker bijgepraat. Misschien tot morgen?

Etappe 26 : Van Vezelay naar Thurigny – 26,7 km – (634,4 km)

Terug op stap. Het werd de dag van het weerzien. Na een rustige nacht vrij vroeg vertrokken uit Vezelay. Ik ben niet meer naar de kathedraal geweest want vorige keer heb ik er een paar uur doorgebracht.

Vanuit Vezelay heb je de keuze. Ofwel ga je via Nevers of je kiest de route via Bourges. Die laatste koos ik.

Dus meteen op weg begeleid door een paar laaghangende wolken. De kathedraal kon je zelfs niet zien want verstopt in de wolken.

Het landschap was wisselend Velden, weiden en bossen. Vooral bos in het eerste deel van de tocht. En wat je zoal tegen komt in die bossen.

Een wrak van een bus. Het was ook een weerzien. Van de modder onze andere. Hier en daar zelf naast de weg moeten lopen wegens veel nattigheid.

Ook voor iets anders was het een weerzien. De slakken. Escargots. Ferme dikke. En naaktslakken zonder huisje. Des limaces. Dikke oranje.

Na de middag kwam er plots een heel ander landschap onder de wandelschoenen met vooral grote velden.

En op een van die velden rare kleine plantjes die ik al eens gezien had was mijn indruk. Inderdaad. Zonnebloemen zoals Dries die kweekt in mijn tuin. Ze moeten nog wat groeien!

Een ander weerzien kwam er tegen etenstijd. De weg ging toen aar beneden en daar lag ….. de Yonne. Eigenlijk 2 Yonnes en een kanaal er naast. Maar met een schitterende picknick plaats naast het water!

Met 3 bruggen en de resten van wat ooit eens een watermolen geweest is. Drooggelegd en omgebouwd tot moestuin. Ik zou nog uitvinden waarom later op de avond.

Omdat een pelgrim niet zou vergeten waar zijn focus op moet liggen volgend bordje. Nog wat km te gaan. Gelukkig is men hier wel gastvrij. Geen café meer in de dorpen maar wel wc én water in het gemeentehuis met de revolutionaire boodschap van broederlijkheid, enz…

Nog een weerzien vandaag. De speciale bloemetjes van kalkgrond nl. De orchidee. De ene al uitgebloeid en de andere met kleine bloempjes.

En wat verderop een ander specialeke. Een parasitaire plant die leeft op een andere planten en die bremraap heet. Makkkelijk herkenbaar want heeft geen bladgroen.

Op het einde van de dag begon het te rommelen. De lucht werd dreigend boven de Camino. Maar gelukkig trok het gerommel wat verder en bleef het droog. De poncho bleef ingepakt.

En zo kwam ik aan in de gites moulin du merle. Een watermolen, met water en die dus de gehele nacht flink luidruchtig kabbelt. Afsluiten doe ik met dit vredevolle beeld van een rustig platteland in Thurigny.

Etappe 21 : Joigny naar Noord-Auxerre 31,7 km- (532,4 km)

Vandaag weer een flinke trip om morgen Auxerre na een korte wandeling te bezoeken. Rond 10 u nog even de bakker bezocht voor wat mondvoorraad en dan op weg. Vanop de pont Saint-nicolas nog even een laatste blik naar de rivier waarlangs ik gisteren da ganse dag stapte.

De lucht was grijs. De rugzakhoes om de rugzak gespannen maar geen regen. Oef. De voorbije nacht heeft het flink geonweerd vertelde de mevrouw van de bakkerij. Ik heb niks gehoord. Gewoon geslapen.

En zo verlaat ik dus Joigny. Langs de route departementale. Vandaag zou het er wandeltocht worden langs zo een aantal departementales maar ook een paar stroken over onverharde wegen in de velden.

Zo kort gras stapt het best! Geen slijk aan de zolen. Door die regen vanacht is het beruchte slijklaagje weer beschikbaar. De weg liep ook doorheen typische dorpjes met oude hoeven. De ene al wat beter onderhouden dan de andere.

Maar vreemd genoeg mochten de dorpjes antiek en traditioneel ogen. Ik was toch verwonderd dat naast die oude hoeves en kerken er toch al oplaadpunten voor elektrische auto’s zijn gebouwd. Nu de auto’s nog, want de plaatsen zijn nog niet ingenomen.

En naast al die oude onderhouden en minder onderhouden boerderijen en huizen kom je dan af en toe een bouwsel tegen waar het spreekwoord ‘leven als God in Frankrijk’ duidelijk wordt.

Be de dorpjes trok de weg terug de velde in langs een rij bomen. Niet zo eenvoudig om daar symbolen met de schelp te bevestigen.

Want de juiste richting kiezen is wel belangrijk. Dat werd duidelijk bij de volgende ontmoeting. 2 mannen zwaaiden naar me. Ze hadden allebei rugzak en schelp. Er was een jonge kerel op sandalen en in korte broek en een wat oudere kerel die blijkbaar Wilfried heet en eigelijk uit nice naar Parijs is verhuisd. We maakten kennis. Ze waren thuis gestart in Parijs en stapten de Camino in vele stukjes. De eerste stroken gebruikten ze het openbaar vervoer en ’s avonds reden ze terug naar huis om te overnachten. Nu waren ze echt op stap met overnachting en ze wilden morgen Auxerre bereiken en terug reizen.

Wilfried gebruikte de oude versie van de gids. Dus na een drietal km waren ze via een andere weg aan het stappen. Ik ving nog een glimp va hen op wat later op de dag toen ik even achteruit keek.

Het moet gezegd dat het niet steeds eenvoudig is om de schelp aanduidingen terug te vinden. Dat maakt het juist wat spannend. Bij elke bocht moet je goed uitkijken waar dat symbooltje staat. Zeker als je uitgave van de gids al wat ouder is.

De regen van voorbije nacht liet heel wat dieren terug te voorschijn komen. Oa deze culinaire specialiteit. Ik had gerust een dozijntje kunnen verzamelen.

De wandeling ging nu verder via departementale wegen. Betekent links tegen verkeer instappen. Na door veld en bos gewandeld te hebben verschiet je telkens van het kabaal van die auto’s. Ook kom je al eens een slachtoffer tegen van het verkeer.

Neen. Geen slang! Maar een hazelworm.

Terwijl ik zo verder stapte schoven dikke wolken voor de zon. En daar gingen de sluizen open. Niet zo leuk, want op die smalle drukke wegen moet je telkens opnieuw in de berm springen als een tegenligger komt en Al snel zijn schoenen en broekspijpen kloddernat.

De weg gaat op en neer en wanneer naast de regen het ook nog begint te donderen dan krijg je wel een klein hartje. Zeker als de weg boven op de heuvel in open terrein komt. Toch liever geen bliksem. Die open velden waren heide en ondanks regen en donder toch deze mooie bloemetjes gespot.

Het zijn wilde orchideetjes. Die vind je wel op kalkrijke grond en nu staan ze in bloei. Mooi.

De laatste foto vandaag nam ik on de buurt van Auxerre. Ik denk dat dat de hoofdstad is van het departement de Yonne. En in de Yonne is het verboden te bedelen. Ik ben gewaarschuwd als arme pelgrim.

Etappe 20 : Paron naar Joigny – 35,2 km – (500,7 km)

De hoofdpersonage vandaag is de rivier de Yonne. Het grootste deel van de dag werd ik begeleid door de rivier. Maar eerst werd ik heel hartelijk uitgeleide gedaan door mijn gastheer en vrouw. Ze trokken zelfs hun stapschoenen aan om een stukje mee te stappen.

Michel boerde jaren en kent alle weggetjes als zijn broekzak. Hij is het die me aanraadde waar ik onderstaande vergezicht van de Yonne kon trekken.

De weg is hier wel heel wat mooier dan in de streek van Reims! Glooiende heuvels met bloeiend koolzaad. Her en der bossen op die heuveltoppen. Daar doorheen gooit de goed onderhouden aarde weg. Plots sprong er zelfs een ree 3 meter voor mij uit het kreupelhout pal op de weg. En even sierlijk sprong het dan terug het bos in. Je verschiet wel even want nogal onverwacht die ontmoeting!

Het eerste dorpje heet Gron. Klein en landelijk met kabbelend beekje in de tuin. Echt zo een beekje dat je wil meenemen om ook in je tuin te leggen.

Na Gron volgt een tocht door veld en bos. En na een paar kilometer in het glooiende landschap daalt de weg naar de rivier die we voor de rest van de dag volgen.

Na een flinke wandeling op het jaagpad langs de meanderende rivier tussen de velden en bossen komt de Camino aan in Villeneuve sur Yonne.

Omdat het middag was ging ik even zitten in een bar om een koffie te drinken. Dat deed deugd zo een koffie op een terrasje. Toen ik klaar was en aanstalten maakte om te vertrekken klonk een stem uit het cafee. Moet ik geen stempel in je boek zetten vraagt een in het zwart gekleed mannetje terwijl hij zijn glaasje likeur in een keer naar binnen kapt. “Graag” zeg ik. “Een pastoor moet ook al eens een glaasje drinken, he!” Zegt hij. “Met miswijn op zondag alleen ga ik niet ver geraken” zegt hij terwijl hij een dikke bundel sleutels mee gritst en naar buiten komt. Hij troont me mee aar de kerk alsof ik oorlogsbuit was. In de sacristie werd dan een stempel bij gedrukt in het pelgrimboekje.

En dan ging de weg verder langs het jaagpad van de Yonne. Af en toe had ik het gezelschap van een Zwitserse plezierboot die mij inhaalde. Maar wat verderop haalde ik die weer in wanneer de boot verrast werd. Er is wel wat verval op de rivier. Dus hier en daar stuwinstalaties om de Yonne bevaarbaar te houden.

Pleziervaart is er wel. Mooie boten ook. Iets breder dan de narrowboats in UK maar af en toe wel een kleurrijk exemplaar.

Doordat het verval hoger werd stroomopwaarts werd een kanaal naast de rivier gegraven voor de boten. Een vertrouwd gezicht voor Vlaanderen die vaart met bomen. Wel geen wielertoeristen hier want pad is van aarde. Slechts een paar vtt rijders.

En zo stappen na een dikke 33 km kwam Joigny in zicht. Wat in de hoogte. Volgens de gids wat vergane glorie. En dat klopte wel.

Ik bezocht nog even 2 van de 3 kerken. Restauratie van de stukken is voorzichtig aangevat. Ook huizen allerhande vind je er.

Zie zo. Aangekomen. Beentjes wat laten rusten nu.

Etappe 16 : Epernay naar Montmort-lucy 28,1 km – (410,4km)

Wakker onder blauwe hemel deze morgen. Prima wandelweer. Eerst naar Epernay centrum gestapt met volle rugzak. Vol met drank en met kleren. De temperatuur blijft aangenaam en dus geen jas of lange onderbroek. En extra drinkwater mee.

De eerste halte was de kerk met de hoop een stempel te halen. Is dan toch maar toerisme kantoor geworden want in de kerk was geen levende ziel te bespeuren.

Onderweg naar het centrum over de bruggen van de Marne gestapt. Ik had gezelschap van nog iemand met een rugzak daar beneden.

De Marne is ook een rivier met gevoelige geschiedenis in Frankrijk. Speelde een rol in elke oorlog. Juist aan de brug staat een grote mijlpaal van de Voie de la liberte. Vanop de Marne brug valt een grote toren op. Is nu een plaats waar het verhaal over de champagne wordt verteld en getoond. Indrukwekkende toren wel.

Voor echte pelgrims is de stad niet interessant. Achteraf gezien zou ik beter meteen naar Moussy zijn gestapt. Daar is meer champagne te beleven. Onderweg toch wat gebabbeld met wijnboer.

Die vertelde me dat ze nu na het snoeien, de struiken aan het binden zijn. On liet la vigne. Dat doet ie gezeten op zijn karretje met een speciaal instrumentje dat een draadje rond de stengel en de draagdraad draait, vastzet en afsnijdt.

De voormiddagtocht liep verder door de wijngaarden van beroemde en minder beroemde champagnehuizen.

Langs de weg liep water in een kunstmatige goot en er was zelfs een bonnetje waar het water uit de kalkhoudende bodem vloeide.

Het was weer heel druk in de wijngaard. De wijnboer vertelde me dat er 27 verschillende handelingen nodig zijn om van de druif in het champagneglas te geraken. Ook werd er volop gewoeld zond de wortels met de speciale tractoren. Een eenzaat probeert het op de ouderwetse manier.

Om de wijnbouwstreek te verlaten was een flinke klim nodig naar een Romaans kerkje. Dat was al de 2de km van de dag.

Nu lag de weg open naar de beboste toppen boven de wijnstreek. Juist voorbij het kerkje stond een bank en een tafel. En gezien het middaguur was heb ik mijn koffiekoek opgepeuzeld met mooi uitzicht als extra. En zo staan mij 2 schelpen ook eens op de foto.

Zoals gemeld liep de weg verder langs de grens tussen bos en wijngaarden. Toen ik even achterop keek zag ik een pelgrim die me volgde op korte afstand. Een dame in het rood met blauwe rugzak. Ze zwaaide met haar pelgrimsstaf en vroeg of ik de camino wandelde. Ik had meteen door dat ze Nederlandstalig was. Haar naam was Katrien en ze kwam uit het Leuvense. Ze doet haar Camino in stukjes tijdens de paasvakantie. Vorig jaar was ze thuis vertrokken tot Rocroi en dit jaar liep ze van Rocroi naar Reims.

Ze vertelde honderduit over haar belevenis, over haar 5 kinderen, over haar minder goede been maar dat het toch goed ging om te stappen, enz… Je kan haar Camino volgen op haar blog.

De tocht ging dan door een heel ander landschap. Geen druiven meer, Maar bomen. En de narcissen hebben plaats gemaakt voor hele velden bosannemonen.

Een flink stuk van de weg liep door bos. Weer flink veel sporen van everzwijnen en hun gewroet. Toen we even pauzeerden aan een vijver kwam een pick-up, vol maïs en een aanhangwagen met quad. 2 fransen stapten uit en vertelden dat ee de evers kwamen voederen. De eeugen hebben jongen en die kunnen extra eten gebruiken zeiden ze. Het gewroet in de modder van de wegen komt omdat drachtige zeugen op zoek zijn naar extra proteinen en regenwormen opsnorren.

Al pratend en zonder teveel verloren te lopen naderden we onze bestemming, Montmort-lucy. Zij ging overnachten bij een dame die kamers ter beschikking stelt aan pelgrims. Ze wou morgen dan meteen tot Sezanne stappen.

Samen dronken we dan nog een glaasje voor onze wegen scheidden. Buen Camino Katrien

Etappe 13 : Ecaille naar Reims 26,6 km – (343,5 km)

Het traject naar Reims was saai. Eén rechte lijn door velden en akkers met daarop grote tractoren met een stel piepende ratelende wielen aan. Je hebt die vergezichten, de akkers, de tractoren én de wind. Het zonnetje was flink present maar de wind maakte dat jas, kap en pet ook vandaag aan bleven.

Gelukkig waren er in de voormiddag 3 bochten een paar bosjes en al eens een paar herten die over staken. Maar na de middag was er zelfs geen boom meer. Wel verschenen er in de verte de 2 torens van de kathedraal van Reims. Maar naderen deden ze maar heel langzaam.

Blijkbaar stapte ik zo een 6 km op een oude Romeinse heirbaan. Veel Romeins was er niet aan te zien en Asterix heb ik ook niet gezien.

Maar de lange rechte tocht werd dan toch bezegeld met aankomst aan de kathedraal.

Gemakkelijk die selfies. Daar stempels gehaald bij de dames die de pelgrims opvangen en terug buiten.

En in Reims, Champagnestreek tijd voor er kirr, maar wel een kirr royaal