Etappe 61 : Saint Jean Pied de Port – 20,3 km (1.601,0km)

Aankomst tweede deel

Vandaag is het de tweede tussenhalte en stopt de tocht voor even. Het wordt wel een vreemde tocht, een drukke.

Het begint bij de eerste bocht. Ik ben meteen omringd door pelgrims. Twee heren, die me aan stevig tempo voorbij stappen, daarna steek ik 2 oudere Duits pratende dames voorbij en wat verderop komt er nog een pelgrim uit het groen. Zoveel heb ik er over de ganse tocht niet gezien.

Pelgrims naar Compostella
Pelgrims naar Saint-Jean

De tocht trekt de valei in langs glooiene graspaden. Af en toe wordt er even gepraat, maar vooral hard gestapt. Vreemd dat men al snel de pelgrims volgt… en volgt op het verkeerde pad. Want plots gaat de weg stevig omhoog en ik moet mijn collega’s lossen tijdens de klim. Tot na een tiental minuten er een tetugkeert met de melding dat we fout zitten. In het terugkeren komen we er nog 8-tal pelgrims tegen die ook mogen omkeren!

Af en toe wordt wat gebabbeld zoals tijdens een koffiepauze in de schuur van een landbouwer die tegen een vrije gift (donativo) koffie en warme drank + zuivel uit zijn hoeve aanbiedt. Zo leer ik Martin kennen uit Quebec, die samen met zijn maat vanuit Le Puy en Vellay zijn gestapt tot hier. Blijkbaar was het weer daar iets minder want ze hadden kou toen het er sneeuwde.

Wat verderop ontmoet ik een andere pelgrim die vanuit Brest de Atlantische route heeft gevolgd. En ondertussen stapt iedereen op eigen ritme verder. Rond de middag zie ik een bende van 8 langs de weg picnicken.

En dit in een mooi, groen heuvelend landschap. Onderweg nog een paar kerkjes binnengestapt. Ik was wel verwonderd van het binnen schrijnwerk. In 2 kerkjes was een volledige gaanderij opgebouwd.

En langzaamaan naderden we met zijn allen ons doel. Een laatste klim naar de citadel en via de porte St. Jacques stapte ik de drukte in.

Wat een andere wereld. De nauwe straatjes lopen vol mensen van allerlei leeftijd, ras en kaliber. Veel mooie nieuwe uitrustingen en blitse (te) zware rugzakken. Ik moet aanschuiven bij het Compostella genootschap, zo druk. Ik haal er mijn stempel maar de meeste mensen halen er de credential. Ik sta verwonderd te luisteren hoe onvoorbereid heel wat van die pelgrims aan die tocht beginnen. Gelukkig krijgen ze hier wel wat raad en waarschuwingen. Het is te koud op de pas naar Spanje en het waait te hard. De pas is 3 dagen gesloten want de avond voordien werden heel wat pelgrims ontzet door de Spaanse politie.

Via de stadspoort stapte ik dan naar het station. Plots hoorde ik mikn naam roepen. Stephane! Ook hij was er al. Had zijn tentje in de camping neergezet. In afwachting van de trein hebben we nog wat bijgepraat, samen met een derde pelgrim en gekeken hoe hordes pelgrims door een net aangekomen trei werden afgezet. Ook hier terug. Wat een zware pakken, zakken en rugzakken! Om 16u30 vertrok de trein dan naar Bayonne, waar ik overnachtte om de volgende dag naar huis te rijden. We wensten elkaar Bon chemin toe. Hij stapte verder naar de Camino del Norte. Ik moet nu wat wachten.

Etappe 60 : Osserain naar Larcevaux – 29,6 km (1.580,7km)

Stephane

Weer geluk vandaag als ik naar de lucht kijk. Blauw en zonnig. Vannacht regende het, maar de buien zijn overgetrokken. Het ontbijt in de door Britten uitgebate B&B is ok. Ik kan er dus weer tegen, want er staan 2 flinke klauterpartijen op het programma.

Eerst de rivier over. Die stroomt tegen vreemde steenformaties aan. Niet alledaags.

De witte bergtoppen, die ik gisteren zag zitten verstopt achter dikke wolken. En dan kwam ik Stephane tegen.

Stephane vertrokken vanuit Limoges. Samen gestapt tot Saint-Palais. Daar afscheid genomen want ik wou er per se nog iets eten en hij trok verder.

Na middag kwamen 2 beklimmingen. Hier startte de eerste. Een betonnen pad eerst hielp het klimmen. Al vlug vetraagde mijn snelheid en kwamen regelmatige haltes.

Wel was het uitzicht soms adembenemend, en ook de besneeuwde toppen kwamen terug piepen. Boven aangekomen was het minder aangenaam door de kille stevige wind. Een paar beelden verwelkomen de bezoekers op de top.

Na de klim ging het stevig naar beneden. Ondertussen waren hoog in de lucht verschillende vogels met gigantische vleugels aan het ronddraaien. Ik vermoed gieren, want die beestjes zijn ondertussen terug uitgezet in de Pyreneeën. Echt gigantisch. De tocht ging vervolgens steil naar beneden het dal in.

Maar het was wat ik andere kant zag die mij wat minder op mijn gemak stelde. Dat pad steil omhoog… Toch niet het vervolg van de tocht? Tijdens het afdalen kon ik volop genieten van de vergezichten.

Beneden in het dal stond de gedenksteen in het baskisch. Blijkt de samenkomst te zijn van 3 caminos van Frankrijk, waaronder de populaire vanuit le Puy en Vellay, die door de Fransen zelf wordt gestapt.

Mijn vrees was gegrond daarstraks. Het pad omhoog was het vervolg van de tocht. Flink de hoogte in dus.

En heel vreemd qua ondergrond. Zachte vlakke rots, die volop afschilfert. De tocht ging traag. Vervelender werd wel de wind, die koud en stevig werd. Heel onaangenaam bergop en wind tegen. Ik moest constant mijn hoed vasthouden of ie was weg.

Na flink zwoegen was de top zichtbaar. Daar staat een kapel met oa waterkraantje. En wie stond me daar op te wachten. Stephane.

Samen zetten we dan de tocht verder. De landschappen bleven schitterend. Enkel de wind was vervelend. De tocht ging verder omhoog en dan omlaag.

We gingen verder en in Ostabat besloot Stephane zijn tentje op te zetten voor de nacht. Hij stapte de plaatselijke bar binnen na afscheid te hebben genomen. Ik stapte nog een 5km verder. En toen ik aankwam toonde de lucht dat er morgen nog wat meer wind te verwachten was.

Etappe 46 : Borges naar Perigeux – 25,4 km (1.164,7 km)

Mooie groene wandeling naar de stad.

Gisterenavond gegeten in de gite. De uitbater is een man en die leeft alleen want na een scheidingsproces van 3 jaar. We praatten over van alles en nog wat. Hij werkte voor de chambre de commerce, een soort Franse Voka. Het ging over de lokale producten en hoe die geteeld werden. Hij bezat onder andere een wijngaard en maakte wijn én zijn sterke drank. Een stoker had 14 liter drank gestookt (en 6 liter aangegeven aan de fiscus) om te mengen met nieuwe wijn en Pinneau te maken, die we natuurlijk moesten proeven. Voortreffelijk. Ook haalde hij zomertruffels uit de koelkast. Zijn zus had die meegebracht van bij haar thuis. Waren niet zo aromatisch als de wi tervariant maar je kon ze wat versnipperen over pasta vond hij.

Zoals gisteren gemeld is het landschap heel wat meer open dan de vorige dagen. Akkers die pas geploegd zijn. De lucht bleef ook vandaag mooi blauw.

Het was een mooie wandelweg vandaag, althans de eerste 15 km. Mooie wandelpaden in bos of via de weiden. Lekker zacht voor de voetzolen.

Gezelschap kreeg ik van een bekende, zeker als er een stukje weg af te stappen viel.

Muren langs het wandelpad, muren opgetrokken uit kalkblokken en overgroeid met een dikke moslaag en dat kilometerslang. Eigenaardig.

Na een 10-tal kilometer te hebben gewandeld kwam ik aan op een plaats die een bezienswaardigheid is volgens de gids; een unieke waterput. En ja, daar was ie dan en ook de Duitse pelgrim Wu stond er bij. We groetten elkaar hartelijk en dronken samen water. Wel klaagde hij dat de etappes wat lang waren en dat hij heel moe was bij aankomst. Hij wou de lengte van de dagtrips wat verkorten.

Na de lange wandeling door het bos kwam Perigeux stilaan dichterbij. Deze vesting werd aangelegd in 17de eeuw. Nu is het privé-eigendom. Leuk om in te wonen?

En ook vandaag een laatste klim van de dag die flink in de kuiten kroop. Plus dat de meeste automobilisten graag goed doorrijden maalte dit stuk het minst aanename van de dag. Ze razen heel dichtbij voorbij en je hebt weinig speling.

Perigeux heeft een oude geschiedenis en in de stad vind je veel sporen terug van zijn Romeinse geschiedenis zoals deze toren die de rest is van een Romeinse tempel.

Ik had me flink gehaast vandaag om een stukje stad te zien. Mesane is een museum at een Romeinse villa overkoepelt. Het gebouw beschermt eigenlijk de opgegraven restanten. Impressionant en ik ben blij dat ik dit nog kon meepikken.

De schilderingen van de muren zijn nog heel fris en kleurrijk.

Ook de stadsomwallingen staan nog heel prominent in de stad aanwezig. Na het Romeinse deel van mijn bezoek was het de beurt aan de kathedraal om een stempel te halen. Veel recentrr bouwwerk.

Als pelgrim mocht ik zelfs gratis de koorgang binnen, vanwaar je mooi zicht hebt op de dakstructuur.

Stilaan tijd omeen drukke dag af te sluiten met lekker eten. In een pizzarestaurant

Ik had apperitiefje kirr besteld, maar de patron vond dat degene die ik gekregen had er wat bleekjes uitzag en bracht me dan maar een andere om te vergelijken.

Objectief onderzoek kwam tot de conclusie dat de donkerste de lekkerste is 😉

Gezondheid!

Etappe 44 : La Coquille – Thiviers – 21,9 km – (1.115,9 km)

Een nieuwe boeiende ontmoeting.

Heel goed geslapen vannacht. Misschien zitten de vele kilometers van gisteren er voor iets tussen. Ingepakt, ontbeten, blauwe lucht en weer op weg. De gite achterlatend.

Het was er heel rustig. Nu in La Coquille is hey heel rustig buiten langs de route nationale die door het dorp loopt. Nog even de kerk bezocht en vertrokke voor een korte rechtlijnige etappe.

Eerst ging de weg over in een grindweg, zakkend naar een dal. Daar beneden lag een oude vervallen watermolen aan een vliedend beekje.

Geen levende ziel te bespeuren en dat zou zo de ganse voormiddag blijven. Niks dan natuur, een afwisseling van weiden en bossen, zonder huis, zonder een levende ziel.

Wel mooi, rustig en soms avontuurlijk met wat modderige strookjes, maar al bij al heel goed begaanbaar. We hebben erger meegemaakt vorig jaar in de Ardennen.

Rond de middag even uitgebreid halt gehouden om wat te pauzeren. Etappe van beperkte afstand en geen tijdsdruk. Met dank aan de gele plastiek zak van Gamemania ideale zitplaats.

De weg liep 10 km rechtdoor om dan naar een riviertje te zakken en een bruggetje erover.

Aan de overzijde van het bruggetje zag ik plots 2 mensen. 3 rugzakken ook. Eén van beide herkende ik als Wu, die ik de dag ervoor had zien vertrekken. De andere pelgrim was een jonge blonde vrouw die aanstalten maakte om te vertrekken. Ik begroette Wu en zei dag aan de vrouw. Zij vroeg of ze mee mocht stappen. Wu was bmijkbaar juist aan pauze toe. En zo ging de tocht verder, maar in het gezelschap van Anna. Een Nederlandse, gehuwd met Spaanse echtgenoot en gestart begin maart in het Nederlandse Sittard. Ze woonde in Schotland en Spanje en vooraleer aan kinderen te beginnen wilde ze nog de Camino srappen, in één ruk tot Compostella. Ze hoopte einde mei er te geraken want dan zou ze vertrekken met haar man naar Azie. Haar echtgenoot vertrok nu naar Chili voor een maandenlange tocht daar. We vertelden elkaar onze verhalen. Het was leuk en gezellig. Even samen op de foto.

Anna hield er wel een stevige tred op na. Gisteten had ze 42 km gestapt, maar dat was toch wat uit de comfortzone vond ze. Ze pikkelde flink vooruit en bergop moest ik al flink doorstappen om haar bij te houden. Zo kwam de eindbestemming in zicht. Anna wou nog wat beelden schieten en dus fotografeerde ik de fotograaf.

Aangekomen in het centrum dronken we samen een koffie in de bar op het marktplein e daarna namen we afscheid. Ze ging naar de camping en zou morgen een wandeling van een 35 km stappen, iets meer dan wat ik van plan ben. Straffe meid.

Etappe 43 : Flavignac – La Coquille – 34,7 km – (1.094,0 km)

Het was een minder goede nacht. Mijn kamergenoot Wu ronkte soms als een vliegtuig met het gevolg dat ik niet zoveel uurtjes slaap heb gehad. Pas was ik goed ingslapen of hij stond rond 6u op om in te pakken en te ontbijten. Hij vertrok rond 7u15, toen ik aanstalten maakte op te staan. Het zou een lange wandeling worden vandaag.

De lucht was blauw en een lichte mist lag in de lagere delen van het landschap. Deze mooie alleenstaande boom zwaaide me uit in Flavignac.

Het landschap was golvend en open. Veel groen. Maar dat blijft nooit lang want plots gaat de Camino naar een rivier in een dal en na een brug gaat de tocht terug naar boven. Vaak via een al dan niet kronkelend bospaadje.

Les Cars en dan Chalus waren de dorpjes van de dag. Het 2de duidelijk de grootste van beide. Even gestopt om er een koffie en een stuk “gateaux de Corse” te smullen.

Maar dat was het midden van de dag en amper een derde van de tocht vandaag. De wandeling trok zich terug op gang.

Nog een laatste blik op de donjon en het stadje wandelde ik terug naar boven, naar de velden en vooral de uitgestrekte weiden waar er terig wat bruine koeien vetschenen. De kleur van de weiden was wel opvallend.

De gele paardebloemen maakten door hun grote aantal er een groen/geel tapijt van. Ik vond het alleszinds heel mooi. Het vervelende van zo alleen te stappen is dat je je indrukken niet kunt delen. En indrukken, die krijg je de ganse dag door. Dus als er kandidaten zijn om mee te stappen, steeds welkom!

Over indrukken gesproken. Onderstaande beeldje getrokken onderweg. Heel vredelievend.

Wat met echter opviel was dat alle ooien (=vrouwelijke schapen) gekleurd waren met rode verf. Ook een aantal lammeren kleurden groen. Maar een aantal van die lammetjes waren rood gekleurd zoals dat op de voorgrond. En na wat scherp toekijken viel het me op dat het bijna allemaal jonge bokjes waren. Zou het lamskroontje met Pasen er voor iets tussen zitten?

De route volgde dan een stukje een spoorlijn. Met heel wat geraas in deze stille omgeving denderde er plots een dieselstel van de SNCF voorbij. De conducteur toeterde vriendelijk toen hij me zag de foto maken.

De tocht leek niet te willen ophouden. La Coquille kwam maar niet in zicht. En als je eenmaal 30 km in de benen hebt en er verschijnt een nieuwe stevige kuitenbijter als helling voor je, dan sakker je wel wat.

Maar uiteindelijk geraak je wél op bestemming. Een gite die nog wat verderop lag en waar ik juist aankwam toen het begon te druppelen. Weer geluk met het weer gehad vandaag! De Thomas More collega’s en studenten die de Camino stappen in Spanje in de buurt van Compostella hebben blijkbaar meer water die uit de lucht valt. Buen Camino en sterkte.

Etappe 42 : Limoges naar Flavignac – 31,1 km (1.059,3 km)

Zoals verwacht een lange wandeling om de stad Limoges te verlaten. ‘sMorgens goot het water. Dus haastte ik me niet om te vertrekken. Gelukkig stopte het met regenen en vertrok ik droog. Wat echt opviel waren de veel gekleurde mensen in de stad. Zeker in het centrum. Ik vermoed dat de blanke bevolking in de mooiere buitenwijken woont.

Wat wel opviel in de stad was de versmarkt díe momenteel verbouwd wordt. Het gebouw achter is de oude versmarkt in verbouwing, de huidige markt gaat door in de witte tent op de voorgrond.Na de vele kilometers om de stad te verlaten kwam ik iets nieuws tegen. Een voetpad naast de weg. Wat een luxe om niet constantte moeten opletten voor aanstormende tegenliggers.

Aixe-sur-Vienne was het eerste stadje van betekenis. Belangrijk wegens oversteekplaats over de Vienne.

Daarna ging de tocht weer omhoog uit het dal en langs een kabbelend beekje met verschillende watermolens (niet meer werkend).

Na een regenloze dag kwamen de wolken terug opzetten zoals je ziet boven het kasteel van La Judie.

En toen ik in Flavignac aankwam was het zacht aan het druppelen.Vannacht overnacht ik in de gemeentelijke gite. Daar kwam ik mijn eerste pelgrim tegen. Wu, 72 jaar, van Mongoolse origine op weg vanuit Koningsbergen Duitsland. Wil het ganse stuk naar Santiago in één keer afleggen. We zijn samen gaan eten en hij vertelde dat hij en zijn vrouw thee verkopen, zij in Keulen en hij in Koningsbergen.

Etappe 41 : St-Leonard naar Limoges – 26,2 km (1.028,2km)

Een speciale ontmoeting

Een etappe die het moest hebben van het begin en het einde. Tussenin een wandeling zonder veel afwisseling, buiten het stijgen en dalen. Ik denk dat er geen 5 meter vlak ligt hier.

Sint-Leonard ligt in een dal. Dus de rivier eerst over via een mooi oud bruggetje. De spoorwegbrug mag ook gezien worden.

En dan het riviertje over doorheen een schattig dorpje

Na de brug liep de route nog even langs het water tot bij een mooi watermolencomplex. Ik denk dat er minstens 3 watermolens in de gebouwen zijn verwerkt.

Wat volgt er na een afdaling naar een brug en water? Inderdaad, een klauterpartij. Deze startte naast een fabriekje voor tegels uit, jawel, Limoges.

Na het geklauter volgde dan een 20 km lange eentonige tocht. Gelukkig zat er hier en daar iets leuks zoals deze auto die blijkbaar al even niet gereden heeft.

Of wat verderop een wei waar ik moest denken aan wat ik ooit aan mijn enige broer zei: zie je broertje staat in de wei…

Wat je wel hebt in Frankrijk is dat het oude erfgoed om de hoek kan liggen. Zoals deze oude kerk die nu bewoond wordt, maar jammerlijk genoeg niet goed onderhouden.

En zo kwam ik na een 15 kilometer wandelen aan in de stad Limoges. Aankomen in steden is nooit leuk omdat je vaak via een drukke invalsweg moet om in het centrum te geraken. En daar zijn voetpaden eerder schaars. Niet leuk als er dan 40-tonners naast je voorbij denderen.

Gelukkig liep de weg dan via een stadswijk verder naar beneden, naar de Vienne en de oude brug waar ik over heen moest. Juist voor ik die brug overstapte werd ik aangesproken door een heer die uit een bar kwam.

Of ik pelgrim was, of ik de Camino stapte? Omdat ik bevestigd antwoordde wees hij naar de bar en zei dat het lokale jacobusgezelschap samen zat op vrijdagnamiddag. Wat een toeval. Ik stapte binnen voor een koffie en maakte kennis met de groep personen die de route bewegwijzert. Met open armen werd ik ontvangen.

Ze hoorden mij uot over mijn ervaring tijdens de wandeling en vroegen naar waar de route aanduiding beter kon. Een plaatsje kon ik aanduiden. De stempels werden in mijn credentialboekje gezet en als aandenken kreeg ik nog een aanduidingssticker. Leuk.

Van de barman kreeg ik nog een porseleinen schelpje mee als aandenken.

En zo kon ik de brug over naar de kathedraal van Vezelay.

Nog wat klauteren en ik was op bestemming bij dit gotische bouwwerk dat ik dan even bezocht. Toch eens een selfie.

Slapen doe ik in de buurt van het grote stationsgebouw in Limoges. Indrukwekkende constructie.

Andere opvallende verschijning in de stad zijn de bussen. Geen stinkende dieselmotoren maar electrisch… trolleybussen.

Tot morgen.

Etappe 40 : Les Billanges naar St-Leonard – 23,0 km (1028,2km)

Koud!Brr, het was fris deze morgen. Een paar graden boven vriespunt, maar gelukkig droog. Iets voor negen de hoeve verlaten en langs de weg gestapt tot het dorpje Les Billanges. De foto van de kerktoren geeft aan hoe het dorp er uit ziet… verkommerd en leeggelopen.

De route slingerde naar beneden, naar een stuwmeer en de Pont du Dognon. Daar over het meer en meteen naar boven langsheen een bospad. De brug was wel herkenbaar

Het vervelende in deze heuvelachtige streek is dat je na een brug, rivier of beek terug omhoog mag klauteren. Ook is bij de oversteek vaak een kruising van wegen. Dus belangrijk dat je daar goed uitkijkt en de juiste route kiest anders is het een stuk of wat kilometers extra

Het leuke van het eerste deel van de wandeling vandaag was dat die door boslandschap liep en dus waren er veel eekhoorns te zien. Na de brug ging het over een bospad naar boven en daar trok de omgeving wat open.

De Camino zelf is wel vrij hoe aangeduid met blauw gele pijlen. Soms staan ze van ver te blinken.

Maar eenmaal boven kwam er wat verandering in het landschap en de omgeving. Minder bruine koeien, kleinere weiden én schapen met lammetjes. Pasen nadert.

Tenslotte eindigt de wandeling, na langsheen een 3-tal watermolens te gaan, in Saint-Leonard de Noblat.

Weer een pelgrimsoord. Leonard was Frankisch krijger die Clovis als Peter had. Hij bezocht zieken en gevangenen. Die laatsten mocht hij zelfs, als hij dat nodig vond, vrij laten van de koning. Hij is begraven in de kerk hier. Daar hangt zelfs een lijst met het aantal kerken met zijn naam in Europa. Boven zijn graf hangen handboeien om zijn werk naar de gevangenen toe te gedenken.

De witte dingetjes die je ziet boven de tombe hangen zijn babysokjes. Sint Leonard wordt ook aanroepen door vrouwe om zwanger te geraken als dit niet zo vlot lukt. En neen… Ik heb geen sokjes meegebracht.

Morgen Limoges in het vizier.

Etappe 38: La Souterraine – Marsac – 30,0km (981,7km)

Een leuk weerzien

Vandaag gaat de tocht naar Marsac, meer bepaald naar Coucouche Panier, een gite die door een jong oud, Christine en Patrick, Belgisch koppel werd geopend. Patrick had me 2 jaar geleden uitgenodigd tijdens grote zoekactie met archeologen in de buurt van Vilvoorde. En belofte maakt schuld, maar ik was heel blij hem terug te zien.

De tocht vandaag startte langsheen een departementale die zich door het landschap slingerde.

Maar eerst was er nog La Souterraine. Oud ingeslapen stadje gebouwd rond de kerktoren. Die toren wordt gerestaureerd en als je goed kijkt zie je 2 kerels hoog tussen de buizen wandelen. Brrr. Geen job voor mij.

Het was eigenlijk vrij saai langs die weg. Ook nogal wat auto’s die voorbij vlogen en dat op een smalle weg. Vervelend.

Er veranderde wel iets na de middag. Het weer. Donkere wolken komen aanzetten en de wind is duidelijker aanwezig. Ook kouder. Het pellen van de laagjes textiel vandaag bleef achterwege. Gelukkig is het toch droog gebleven buiten een paar waarschuwingsdruppels juist voor de aankomst.

Wat een pelgrim altijd een plezier doet is een bankje om te zitten of een dak boven het hoofd zoals op de foto hierboven. Niet talrijk onderweg maar heel welkom. Met een 20 km in de benen doet het deugd even te kunnen zitten, schoenen en sokken uit en wat te eten en drinken. Nu was het een klein speeltuintje aan het water te Chamborand. Dank aan de adjointe maire voor het initiatief.

De Camino bleef een stijgende afwisseling van grote weiden en bossen. De weg zelf was vrij rustig maar het bleef uitkijken voor auto’s díe langsrijden. In het bos juist voor Benevent l”abbaye piepten lichten door de bomen en was er een machine aan het grommen. Deze klaarde het bos uit door alle niet geplante bomen weg te zagen. Alles in een beweging. De arm slingert omknelt eerst de basis van de boom en zaagt die door. Vervolgens wordt de boom ontdaan van alle takken en in stukken gesneden. Wat een snelheid.

Aankomst in Benevent. Dit dorpje zag er echt uitgestorven uit. Veel verlaten huizen en gesloten winkels. Er wordt aan de kerk gewerkt en gerestaureerd.

Aangenaam is wel dat de kerken hier open zijn en je als pelgrim welkom bent binnen te stappen. Er ligt ook steeds een schrift waarin je een woordje kan schrijven. Zo zie je ook wie je voorgaat op Camino. Gisteren passeerde een Duitse pelgrim collega.

Bij het buitenstappen van Benevent onderstaand bordje zien prijken.

Er is nog een paar kilometer te stappen…

De laatste kilometers gingen weer door bos en wei langs een heel rustig pad met aankomst in Marsac.

En zeker weten dat het terugzien heel aangenaam was!

Als avondmaal had Patrick lekkere Boeuf bourguinon gemaakt van Limousin. Om vingers af te likken. Een aanrader. Bedankt Christine en Patrick voor de gastvrijheid!

Etappe 30 : Van Brecy naar Bourges – 30,1km – (761,8 km)

Na een uitgebreid ontbijt in La fauconiere met een koppel Fransen en Australiërs terug de rugzak opgetild en vertrokken. Vandaag geen bossen maar akkers. En daar tussen Een groen strook waar je over moet.

Sedert lang plots een hert gezien. Het stond heel alert in de maïs. Ik hoop dat je iets ziet op de foto.

Buiten velden met gerst of maïs toch iets anders te melden. Boven op een heuvel een grote onderneming met veel appelbomen. Nog in knop natuurlijk. En dan volgen opnieuw de akkers.

Rond de middag plots heel in de verte 2 vierkante torens. De kathedraal. Ik herinnerde me Reims nog. Het is niet omdat je de torens ziet dat je meteen aangekomen bent.

Dus stappen we maar moedig verder. En die torens werden maar héél langzaam groter. Er leek geen zin te komen aan die departementale. Tot in de verte een notenboom zichtbaar werd. Een notenboom met in de schaduw een bankje.

Op de boom was een papier gespijkerd en er hing een plastiek potje met ijzerdraad aan de boom. In dat potje kon je een papiertje nemen en een wens of berichtje schrijven en achterlaten. Het perceeltje achter de boom was een wijngaard die zijn grootvader had geplant en getuigde als restant voor de vele wijngaarden met verschillende soorten druiven die er ooit stonden.

De weg ging verder maar verliet de departementales en werd een aardeweg. Een oude chaussee romaine. Lijnrecht richting Bourges.

In de velden koolzaad mooie poppies te zien. Het is niet alleen in de Vlaamse velden dat de klaprozen bloeien.

En zo naderde Bourges heel langzaam. Maar er kwam nog een verrassing! De lijnrechte Romeinse steenweg werd plots onderbroken door een nieuwe ringweg voor autoverkeer. Maar ipv een voetgangersbrug te hebben aangelegd moest deze vermoeide pelgrim (En alle andere pelgrims) zo een 800 m lopen naar de brug verderop en dan 800m terug stappen om de weg verder te zetten. Echt balen is dat.

Via de eerste woonwijken en dan een paar technische scholen en een aantal sociale woningblokken daalde de steenweg veder naar Bourges. Via een brug over het spoor kwam ik rond 16u30 aan in het station. Daar kon ik mijn tickets voor woensdag aanstaande laten drukken en een broodje eten.

Nog wat stappen en na een lichte klim zag ik plots de rechthoekige torens heel nabij.

En dus was ik aangekomen aan de kathedraal van Bourges. Naar goede gewoonte de selfie.

Binnen mijn stempel ontvangen, nog een fotootje van het monumentale moraal.

En dan naar het hotel gestapt. Oh wat zalig! Een ligbad in de kamer. Zondaggevoel.

Avondmaal in La scala pizzeria. Zit die Franse pelgrim architect daar niet. Hij had gratis dessert gekregen omdat zijn pizza koud was van het wachten. Lekker bijgepraat. Misschien tot morgen?