Etappe 64 : Espelette naar Ascain – 19,3 km – (1.665,5 km)

De Camino Bidasoa – etappe 2

De tocht door de lage Pyreneeën naar de kust loopt verder. Bij het verlaten nog een foto van Espelette, bekend voor “le piment”. Die piment zie je hangen aan de gevel.

Bij het verlaten van Espelette ging de tocht meteen neerwaarts richting de lavoir. Ook hier in Baskenland zijn die oude wasplaatsen vaak aanwezig.

Meteen daarna slingerde het pad zich weer omhoog richting een hangbrug, die over de ringweg van Espelette hangt om de voetgangers veilig aan de overkant te leiden.

Voie Nive Bidasoa staat er te lezen op de wegwijzers met de schelp.

En die Camino Bidasoa loopt verder richting een heuvelkam waarover ik deze voormiddag zal lopen. De weg erheen is een flinke klim, maar eenmaal boven is er weinig niveauverschil en loopt het vrij vlot. Rechts van het pad vallen de kruinen van vele tamme kastanjebomen op. Er zijn er hier massa’s van, van deze tamme kastanjebomen.

Een onverwachte ontmoeting met een regenworm. Maar geen gewone regenworm. Het kruipend exemplaar was een kleine halve meter lang! Jawel, bijna 50 cm! Voor de vergelijking heb ik er mijn voet naast geplaatst.

Ook andere dierlijke ontmoetingen vandaag zorgden voor de nodige verwondering vandaag. De tocht trok lover de heuvelkam verder  langs de bovenzijde van een steengroeve waar borden waarschuwden voor dynamitage. Vervolgens plots een bocht en hopla, daar gaat het pad de dieperik in. Die losse kiezels zijn wel verraderlijk als je naar beneden moet.

Eenmaal beneden gaat het terug naar boven met overal groen om je heen. Heel veel groen. Ook in de hogere regionen. Nu is het wel zo dat dit de lagere route is eigenlijk. De hoge boomloze toppen vermijd ik gelukkig.

Dit beeld doet me denken aan de tekeningen in de krant Het Volkske over de tour de france. De bergen met rond hun top een wolkenband.

Prachtige oude eiken kom je ook tegen. Heel majestueus bieden ze een flink pak schaduw tijdens deze warme lentedagen. Via het nieuws hoor ik dat heel Frankrijk en België kreunen onder de hitte, maar hier valt het goed mee.

Saint-Pee sur Nivelles is het volgende dorpje waar ik doorheen wandel. Veel volk loopt er hier niet rond.

Wel zie je heel wat mooie huizen in Baskenland. Oostenrijkse stijl maar met rood witte luiken. Heel typisch Baskenland en mooier dan in het hartje van Frankrijk.

Volgende beestige ontmoeting, volgende verwondering op de tocht vandaag. Op de hogere vlaktes lopen de paarden en pony’s vrij rond. Een paar van die dieren hebben een bel om de hals.

Deze foto werd op de top van de heuvel genomen. De paarden zelf lopen vrij rond maar zijn vrij mak. Wat verderop een ontmoeting met andere beestjes. Varkens, ook rondlopend op een wei. Dit exemplaar was er heel moe van.

Zijn collega varkentjes knorden wat verderop. Het is een speciaal Baskisch ras dat bijna uitgestorven was in 1984, maar nu weer stevig geteeld wordt. Le Kintoa is de naam en het zou zijn unieke smaak onder andere hebben door de eikels die ze verorberen.

In de verte viel in het landschap van weidegroen een rare streep op, die naar boven wees richting de bergtop wat verderop.

Blijkt dat het één van de oudste tandradtreintjes is in Frankrijk. Als je goed kijkt zie je zo een treintje de bergwand opklimmen. De wandelweg zelf daalde af richting Ascain via een rotsachtig pad. La Rhune is de naam.

Bij het steil afdalen was het wel uitkijken om niet weg te rollen op al die keien en tussen al die keien keken een paar oogjes mij nieuwsgierig aan.

Het beestje was wel bijna 20 cm lang. Dat is al flink groot. Een dino in mini dus. Dat was de laatste beestige ontmoeting van de dag.

In Ascain zelf kreeg ik nog wat cultuur voorgeschoteld door de lokale dansgroep. Fijne manier om deze wondere dag af te sluiten.

Etappe 55 – Van Bouriot via Roquefort naar Mont de Marsan – 42,0 km (1.443,5 Km)

Een kleine marathon.

De wandeling startte onder het thema: I am a train…

Maar toch eerst een woordje over de gite van gisterenavond. Ik werd er heel goed ontvangen. Na ingecheckt te zijn was het tijd voor het avondmaal. We zaten uiteindelijk met 6 personen aan tafel om de poulet à la basquaise te verorberen. Er waren 3 Parijse pelgrims die telkens een week de Camino gingen stappen. Een heer en 2 dames van mijn leeftijd. Hen had ik onderweg gezien. Ik had me niet gerealiseerd dat het pelgrims waren wegens gebrek aan rugzak.  Hun rugzakken werden nagereden blijkbaar. Er zaten ook 2 jonge dames uit Keulen aan tafel. Zij reisden liftend van Ile de Ré naar Carcassone. Het was gezellig aan tafel. Wegens de geplande lange afstand vandaag, was ik de eerste die vertrok. Eerst een stukje door heide en dan de spoorlijn terug op.

Veel sporen van dieren in het zand van o.a. ree, everzwijn.

Maar ik was dus aan het stappen op de oude spoorlijn. Het voordeel is dat de uitgesneden dalen met de riviertjes allemaal overbrugd zijn. Dus minder omlaag en dan weer omhoog. Het vlakke parcours was dus minder vermoeiend.

Op de foto herken je de brugleuning. Het riviertje stroomt heel wat lager.

Na een poos verdwenen de bomen en kwam er een echt “Les Landes” landschap, met zand en dennen die regelmatig gekapt worden. Fijn is wel dat de houthakkers de bomen met merktekens voor de wandelaars laten staan. Ik heb het ooit anders meegemaakt in de Ardennen. Aankomst in het dorpje Roquefort. (Niks te maken met de straffe kaas, want dat is een andere Roquefort!)

De kerk, waar men zich opmaakte voor de goede vrijdag dienst.

In Roquefort meteen 2 koffies gedronken en wat eten en drinken gekocht. Ook nog een eenzame pelgrim gezien, maar die wandelde in de verkeerde richting. En dan weer op weg voor nog meer kilometers.

Daarna kwam er dan weer een vervelend stuk langs een drukke invalsweg. Het gras van de berm langs de weg was al wat hoog opgeschoten, dus vervelend stappen was dat. Gelukkig kwamen daarna al vlug de rustiger paden in het vizier.

Zanderige paden tussen de dennen. Dat betekende ook dat de temperatuur toch wat hoger werd in de loop van de dag. En er veel geritsel was langs de weg van allerhande hagedissen.

Vooral langs de open pas heraangeplante stroken werd het stilaan bakken in de zon. Vandaag dus genoten van de voordelen van afritsbare broeken. In een volgend dorp volgde de verwondering van de dag met een verrassing.

De kerk van Borges is heel pelgrimvriendelijk gemaakt, met speciale verlichting en zelfs een eigen ruimte voor de pelgrims waar thee of koffie beschikbaar staan. Leuk en heel aangenaam!

Een andere eigenaardigheid hier is dat voor de deur van sommige huizen versierde palen staan. Blijkbaar als er een speciale verjaardag te vieren valt. Ook leuk.

De tocht ging verder langs rustige landwegen. Niet veraf waren mensen aan het schieten. Wat een kabaal en de afstand die dat geluid draagt. Net zo ver als dat van de straaljagers die hoog in de lucht aan het trainen zijn.

Hoge bomen vangen veel wind. Ze gaan er zelfs van doorbuigen.

De dag eindigde zoals ie begon, met een lange rechte lijn op een verlaten spoorberm. Voordeel hier was wel de begroeiing die de temperatuur aangenaam hield.

En naarmate Mont-de-Marsan nadert komt er meer volk voorbij fietsen, wandelen, joggen, enz…

Ziezo, de marathon zit er op. Morgen kortere afstand!

Etappe 54 : Captieux naar Bourriot-Bergonce – 22,7 km (1.391,6 km)

Rechtdoor

Zoals gezegd ging ook vandaag de tocht verder langs de oude spoorlijn. Bij het verlaten van Captieux waren man en macht aan de slag om het voet- en fietspad verder af te werken. Zeker 5 wagens present en 12 man waren aan het werk.

De staat van het pad was iets minder dan gisteren. Meer keien en putten, maar ik mocht zeker niet klagen.

En dan een lange rechte trektocht. Kleine details grijp je aan als afleiding zoals het gewroet van de everzwijnen aan de kant het pad.

Of een hogedrukleiding voor gas die door de bossen is aangelegd en die het pad kruist .

Maar verder rechtdoor, rechtdoor, rechtdoor, één lange rechte lijn.

De enige mensen die ik onderweg zag vandaag waren 2 joggers en een brandweerman in de auto.

Na de middag  was er plots verandering in het parcours met het verlaten van de spoorlijn en de oversteek van de autoweg.

En inderdaad, vanaf nu was ik in de Landes zoals op het bord stond.

En meteen was ook de begroeiing anders. Meer kempenlandschap met ook meer zand op de grond.

Wat verderop trok het landschap helemaal open en verschenen grote akkers, voorzien van uitgebreide sproeisystemen.

De buizen liggen al klaar. En zo kwam er toch nog wat variatie in de dag met schapen, eenden, enz…

Morgen een lange wandeling op het programma. Slaapwel!

Etappe 53 : Auros via Bazas naar Captieux – 36,2 km (1.368,9 km)

Een dag die telt voor 2. Verwondering over de wijzigende landschappen.

Twee volledig verschillende tochten in de voor- en namiddag, gescheiden door een lekkere maaltijd en een toffe ontmoeting over de middag, zo kan je de tocht van vandaag samenvatten.

Omdat er veel kilometers op het programma staan, heel vroeg vertrokken uit Auros. Vreemd genoeg hangen er in de hoofdstraat van dit dorpje vlaggetjes zoals in de film van Tati “jour de fête”, maar met de vermelding dat ze er fier zijn op hun verkozene.

De tocht vandaag ging eerst neerwaarts door nat gras. Een laatste kans op mooie vergezichten.

Onderweg rare constructies in de bossen. Des palombières. Iets met duiven. Wat ze er doen in september en oktober wil ik eigenlijk niet weten, maar het zal wel iets zijn met verorberen uiteindelijk.

Aan de beek zelf, juist aan de andere zijde van het bruggetje een oude bekende terug gezien. Bremraap. Vorig jaar ook deze parasietplant gezien.

Dan weer gaat de tocht omhoog. Niet zo uitgesproken als vorige dagen, maar toch voldoende om een heel ander landschap te geven, zoals deze plantage met hazelaars.

Eens voorbij de hazelaars ging de camino weer naar beneden richting een stuwmeer dat er in alle rust lag te schitteren.

Een paar vissers waren er, tja aan het vissen. De route liep een stuk langs het meer en om de hoek kon ik een zilverreiger verschalken. Mooie statige witte steltloper.

En dan natuurlijk weer omhoog doorheen bos met palombière, duivenvangst dus.

Gelukkig is het lente en kon ik door zonder fluiten richting Bazas.

Halfweg en middag, dus flink eten want de tocht is nog lang dacht ik. Op de deur van de bistro zag ik een familiaire vlag.

Ik vroeg de patron naar de reden van de Zuid-Afrikaanse vlag. Bleek dat zijn vrouw daar vandaan kwam. Flink gebabbeld tijdens het eten en bij vertrek stopte mevrouw me nog 2 meringues toe voor onderweg en een fles water.Met een volle buik vatte ik het tweede deel van de tocht aan. Wat een verandering stond er mij te wachten.

Bleek dat de route nu 15 km lang loopt op een oude spoorwegbedding, gewoon rechtdoor tot Captieux, mijn bestemming. Wel is het pad spikplinternieuw herangelegd, maar verder gaat het gewoon rechtdoor.

En dat betekent dus dit. Rechtdoor, rechtdoor en rechtdoor. Er werd nog flink aan gewerkt om nieuwe laag op te leggen. Even afwisseling door een oversteek over de autoweg én een hertje.

Zie je het? Midden in het beeld? De ree?

En verder rechtdoor dus…

Op een bepaalde plaats had men zelfs pas nog wat rails uit de weg verwijderd.

En dan kwam ik aan in Captieux waar ik in een gite overnachtte. En ik durf er haast niet aan denken. Morgen staan er nog zo een 12 km rechte spoorwegbedding op het programma.