Etappe 41 : St-Leonard naar Limoges – 26,2 km (1.028,2km)

Een speciale ontmoeting

Een etappe die het moest hebben van het begin en het einde. Tussenin een wandeling zonder veel afwisseling, buiten het stijgen en dalen. Ik denk dat er geen 5 meter vlak ligt hier.

Sint-Leonard ligt in een dal. Dus de rivier eerst over via een mooi oud bruggetje. De spoorwegbrug mag ook gezien worden.

En dan het riviertje over doorheen een schattig dorpje

Na de brug liep de route nog even langs het water tot bij een mooi watermolencomplex. Ik denk dat er minstens 3 watermolens in de gebouwen zijn verwerkt.

Wat volgt er na een afdaling naar een brug en water? Inderdaad, een klauterpartij. Deze startte naast een fabriekje voor tegels uit, jawel, Limoges.

Na het geklauter volgde dan een 20 km lange eentonige tocht. Gelukkig zat er hier en daar iets leuks zoals deze auto die blijkbaar al even niet gereden heeft.

Of wat verderop een wei waar ik moest denken aan wat ik ooit aan mijn enige broer zei: zie je broertje staat in de wei…

Wat je wel hebt in Frankrijk is dat het oude erfgoed om de hoek kan liggen. Zoals deze oude kerk die nu bewoond wordt, maar jammerlijk genoeg niet goed onderhouden.

En zo kwam ik na een 15 kilometer wandelen aan in de stad Limoges. Aankomen in steden is nooit leuk omdat je vaak via een drukke invalsweg moet om in het centrum te geraken. En daar zijn voetpaden eerder schaars. Niet leuk als er dan 40-tonners naast je voorbij denderen.

Gelukkig liep de weg dan via een stadswijk verder naar beneden, naar de Vienne en de oude brug waar ik over heen moest. Juist voor ik die brug overstapte werd ik aangesproken door een heer die uit een bar kwam.

Of ik pelgrim was, of ik de Camino stapte? Omdat ik bevestigd antwoordde wees hij naar de bar en zei dat het lokale jacobusgezelschap samen zat op vrijdagnamiddag. Wat een toeval. Ik stapte binnen voor een koffie en maakte kennis met de groep personen die de route bewegwijzert. Met open armen werd ik ontvangen.

Ze hoorden mij uot over mijn ervaring tijdens de wandeling en vroegen naar waar de route aanduiding beter kon. Een plaatsje kon ik aanduiden. De stempels werden in mijn credentialboekje gezet en als aandenken kreeg ik nog een aanduidingssticker. Leuk.

Van de barman kreeg ik nog een porseleinen schelpje mee als aandenken.

En zo kon ik de brug over naar de kathedraal van Vezelay.

Nog wat klauteren en ik was op bestemming bij dit gotische bouwwerk dat ik dan even bezocht. Toch eens een selfie.

Slapen doe ik in de buurt van het grote stationsgebouw in Limoges. Indrukwekkende constructie.

Andere opvallende verschijning in de stad zijn de bussen. Geen stinkende dieselmotoren maar electrisch… trolleybussen.

Tot morgen.

Etappe 10 : Rocroi naar Aubigny-lez-Potheez 23,7 km – (259,3 km)

Het ziet er naar uit dat de eergisteren meegebrachte rugzakhoes weer flink haar werk zal doen. Donkere regenwolken boven het kleine centrum van dit vestingstadje waar de tijd amper vat op heeft. Hele brede omwallingen beperken alle verandering.

Vandaag werd het een wandeling in 2 werelden. Eerst een lange boswandeling op een prima asfalt bosweg. We hebben andere paden meegemaakt vorige dagen. Een pijlrechte weg omzoomd door bomen van alle slag.

Ik verstond de benaming niet goed van dit bos. Gesyndiceerd? Betekent het dat het eigendom is van de vakbonden?

Ik heb ’s avonds vernomen dat het niks met vakbonden te maken heeft maar een schenking van bossen is geweest aan 17 omliggende gemeenten die deze domeinen samen exploiteren.

En ja. Het is lente. De bloeiende narcissen bleven aanwezig maar ook deze wilde primula ofte sleutelbloem stond te pronken langs de weg.

Het landschap is opnieuw veranderd. Veel weiland doorsneden van kabbelende beekjes en aan een van die beekjes juist op tijd voor de middagpauze een bank voor vermoeide pelgrim. Elke pelgrim stopt er even al was het maar voor de richtingaanwijzer.

Door die velden trekkend kom ik aan in de buurt van Aubigny. De laatste kilometers van de tocht lopen langs het spoor. Een beetje cynisch want vandaag staakt het spoor. Te voet gaat rapper vandaag.

Na een laatste klim kom ik dan aan bij Marie-Josee en Jean-Marie die pelgrims opvangen. Het onthaal is super. Met hen en een collega pelgrim uit Quebec hebben we een supergezellig avondmaal. Kaas inbegrepen. Was op en top verzorgd en aan te bevelen. Maar foto zal voor morgen zijn.

Etappe 9 : Viroinval naar Rocroi – over de grens naar France 26,9 km – (235,6 km)

Heel blij dat Hans gisteren een rugzakhoes meegebracht heeft. Je zal me niet overtuigen dat ik die niet nodig zal hebben volgende dagen. Het blijft nog wat wisselvallig eer de mooie dagen komen melden de weervoorspellingen. Van een koppel stappers die ook in het hotel overnachtte stapt de vrouw vandaag niet naar Rocroi. Te veel pijn aan de voeten van de wandeling gisteren.

En de tocht begint bij de eerste schelp om de hoek. Na al die dagen rood wit verschenen deze plots terug. In de verte zie je de sporen van de toeristische trein. Het pad liep er heel even langs. Bart, ik kon het niet laten om 10 meter op die sporen te lopen. Opgelet waarschuwing: dit mag niet op gewone treinsporen!

De tocht dook al snel een bos in. Aan de rand nog wat weiden maar die zouden snel verdwijnen. Wel stevige runderen in die weiden.

Wat verderop nog een andere weide met daarin bergen maretak waaronder de resten van fruitbomen te bespeuren zijn.

En dan begon de echte tocht doorheen het bos. De GR volgt een beekje, maar wel een kleine 10 km lang zonder langs de bewoonde wereld te passeren. En dat ben ik nog niet gewoon. Veeeeel bomen. En een kabbelend beekje. En om te kabbelen heeft het beekje water nodig. En dat water komt uit de lucht. Dus regen en nattigheid. Niet veel dieren gezien buiten een boomklever die piepend de bomen opkroop. En verder slakken, kikkers en padden.

De weg versmalde en soms volgden wel halsbrekende toeren om verder te geraken want het beekje at hier en daar een stuk van het pad op.

En nog meer bomen. Alle soorten. Dennebomen, loofbomen, jonge aanplant en af en toe een majesteuze reus.

De weg werd in de namiddag een holle weg. In chemin creux zeggen ze hier. Maar dat betekent dat het water ook langs daar een weg zoekt. En drassige ondergrond is verzekerd met grote plassen.

Maar het zou nog spectaculairder worden. Het pad zakte dieper en dieper weg in het omliggende landschap. En als dan de boomhakkers langskomen en alle bomen omleggen en de overtollige taken laten liggen waar ze vallen dan krijg je een ondoorgaanbare situatie

Klimmen en klauteren eerst en als dat niet meer ging dan naast het pad en hopen dat ik niet verloren liep. Dat deed ik gelukkig niet zodat rond 14u de grens er was.

Buiten een andere kleur van wegbedekking was er niet te zien. Je zag niet dat de grens overgestoken was. Enkel dit bordje aan de wegkant gaf aan dat ik in France was.

En met die grensovergang kan ik fier melden dat ik ons land te voet helemaal gedwarsd heb. De eerste tocht ter voorbereiding van de Camino liep ik 2 jaar geleden (met Greet) vanuit Bergen op Zoom naar Mechelen.

Een laatste strookje bos. Een laatste strookje drassigheid en ik stapte Rocroi binnen. Juist op tijd om mijn stempel af te halen in de toeristische dienst.

Ps. Let op de stevige Vauban omwalling.