Etappe 55 – Van Bouriot via Roquefort naar Mont de Marsan – 42,0 km (1.443,5 Km)

Een kleine marathon.

De wandeling startte onder het thema: I am a train…

Maar toch eerst een woordje over de gite van gisterenavond. Ik werd er heel goed ontvangen. Na ingecheckt te zijn was het tijd voor het avondmaal. We zaten uiteindelijk met 6 personen aan tafel om de poulet à la basquaise te verorberen. Er waren 3 Parijse pelgrims die telkens een week de Camino gingen stappen. Een heer en 2 dames van mijn leeftijd. Hen had ik onderweg gezien. Ik had me niet gerealiseerd dat het pelgrims waren wegens gebrek aan rugzak.  Hun rugzakken werden nagereden blijkbaar. Er zaten ook 2 jonge dames uit Keulen aan tafel. Zij reisden liftend van Ile de Ré naar Carcassone. Het was gezellig aan tafel. Wegens de geplande lange afstand vandaag, was ik de eerste die vertrok. Eerst een stukje door heide en dan de spoorlijn terug op.

Veel sporen van dieren in het zand van o.a. ree, everzwijn.

Maar ik was dus aan het stappen op de oude spoorlijn. Het voordeel is dat de uitgesneden dalen met de riviertjes allemaal overbrugd zijn. Dus minder omlaag en dan weer omhoog. Het vlakke parcours was dus minder vermoeiend.

Op de foto herken je de brugleuning. Het riviertje stroomt heel wat lager.

Na een poos verdwenen de bomen en kwam er een echt “Les Landes” landschap, met zand en dennen die regelmatig gekapt worden. Fijn is wel dat de houthakkers de bomen met merktekens voor de wandelaars laten staan. Ik heb het ooit anders meegemaakt in de Ardennen. Aankomst in het dorpje Roquefort. (Niks te maken met de straffe kaas, want dat is een andere Roquefort!)

De kerk, waar men zich opmaakte voor de goede vrijdag dienst.

In Roquefort meteen 2 koffies gedronken en wat eten en drinken gekocht. Ook nog een eenzame pelgrim gezien, maar die wandelde in de verkeerde richting. En dan weer op weg voor nog meer kilometers.

Daarna kwam er dan weer een vervelend stuk langs een drukke invalsweg. Het gras van de berm langs de weg was al wat hoog opgeschoten, dus vervelend stappen was dat. Gelukkig kwamen daarna al vlug de rustiger paden in het vizier.

Zanderige paden tussen de dennen. Dat betekende ook dat de temperatuur toch wat hoger werd in de loop van de dag. En er veel geritsel was langs de weg van allerhande hagedissen.

Vooral langs de open pas heraangeplante stroken werd het stilaan bakken in de zon. Vandaag dus genoten van de voordelen van afritsbare broeken. In een volgend dorp volgde de verwondering van de dag met een verrassing.

De kerk van Borges is heel pelgrimvriendelijk gemaakt, met speciale verlichting en zelfs een eigen ruimte voor de pelgrims waar thee of koffie beschikbaar staan. Leuk en heel aangenaam!

Een andere eigenaardigheid hier is dat voor de deur van sommige huizen versierde palen staan. Blijkbaar als er een speciale verjaardag te vieren valt. Ook leuk.

De tocht ging verder langs rustige landwegen. Niet veraf waren mensen aan het schieten. Wat een kabaal en de afstand die dat geluid draagt. Net zo ver als dat van de straaljagers die hoog in de lucht aan het trainen zijn.

Hoge bomen vangen veel wind. Ze gaan er zelfs van doorbuigen.

De dag eindigde zoals ie begon, met een lange rechte lijn op een verlaten spoorberm. Voordeel hier was wel de begroeiing die de temperatuur aangenaam hield.

En naarmate Mont-de-Marsan nadert komt er meer volk voorbij fietsen, wandelen, joggen, enz…

Ziezo, de marathon zit er op. Morgen kortere afstand!

Etappe 53 : Auros via Bazas naar Captieux – 36,2 km (1.368,9 km)

Een dag die telt voor 2. Verwondering over de wijzigende landschappen.

Twee volledig verschillende tochten in de voor- en namiddag, gescheiden door een lekkere maaltijd en een toffe ontmoeting over de middag, zo kan je de tocht van vandaag samenvatten.

Omdat er veel kilometers op het programma staan, heel vroeg vertrokken uit Auros. Vreemd genoeg hangen er in de hoofdstraat van dit dorpje vlaggetjes zoals in de film van Tati “jour de fête”, maar met de vermelding dat ze er fier zijn op hun verkozene.

De tocht vandaag ging eerst neerwaarts door nat gras. Een laatste kans op mooie vergezichten.

Onderweg rare constructies in de bossen. Des palombières. Iets met duiven. Wat ze er doen in september en oktober wil ik eigenlijk niet weten, maar het zal wel iets zijn met verorberen uiteindelijk.

Aan de beek zelf, juist aan de andere zijde van het bruggetje een oude bekende terug gezien. Bremraap. Vorig jaar ook deze parasietplant gezien.

Dan weer gaat de tocht omhoog. Niet zo uitgesproken als vorige dagen, maar toch voldoende om een heel ander landschap te geven, zoals deze plantage met hazelaars.

Eens voorbij de hazelaars ging de camino weer naar beneden richting een stuwmeer dat er in alle rust lag te schitteren.

Een paar vissers waren er, tja aan het vissen. De route liep een stuk langs het meer en om de hoek kon ik een zilverreiger verschalken. Mooie statige witte steltloper.

En dan natuurlijk weer omhoog doorheen bos met palombière, duivenvangst dus.

Gelukkig is het lente en kon ik door zonder fluiten richting Bazas.

Halfweg en middag, dus flink eten want de tocht is nog lang dacht ik. Op de deur van de bistro zag ik een familiaire vlag.

Ik vroeg de patron naar de reden van de Zuid-Afrikaanse vlag. Bleek dat zijn vrouw daar vandaan kwam. Flink gebabbeld tijdens het eten en bij vertrek stopte mevrouw me nog 2 meringues toe voor onderweg en een fles water.Met een volle buik vatte ik het tweede deel van de tocht aan. Wat een verandering stond er mij te wachten.

Bleek dat de route nu 15 km lang loopt op een oude spoorwegbedding, gewoon rechtdoor tot Captieux, mijn bestemming. Wel is het pad spikplinternieuw herangelegd, maar verder gaat het gewoon rechtdoor.

En dat betekent dus dit. Rechtdoor, rechtdoor en rechtdoor. Er werd nog flink aan gewerkt om nieuwe laag op te leggen. Even afwisseling door een oversteek over de autoweg én een hertje.

Zie je het? Midden in het beeld? De ree?

En verder rechtdoor dus…

Op een bepaalde plaats had men zelfs pas nog wat rails uit de weg verwijderd.

En dan kwam ik aan in Captieux waar ik in een gite overnachtte. En ik durf er haast niet aan denken. Morgen staan er nog zo een 12 km rechte spoorwegbedding op het programma.

Etappe 51 : Perregrue naar La Reolle – 28,8 km (1.310,4 km)

Nog een beeld van gisteren of hoe men hier bomen restaureert. Polyurethaan schuim inspuiten.

Vrij vroeg vertrokken vanmorgen. De marktplaats achtergelaten en even langs de kerk van Perregrue gestapt.

Blijkbaar was die hoger vroeger. De tocht daalde af naar een riviertje en langs de weg dit sympathieke bord dat eigenlijk geen luxe is op sommige wegen. Gelukkig was het hier rustig.

Maar wie plukt er al die druiven?

Is toch een vraag die je je stelt als je door die opeenvolgende wijngaarden stapt. Duizenden wijnstokken staan hier naast een. De meeste zijn kort geknipt, klaar voor de komende lente en zomer.

Een uitzondering is nog niet onder handen genomen. Zie je het verschil? Vrij intensief werk allemaal.

Tussen die wijngaarden door nog een paar huppelende reeën gezien. Vrij dicht maar foto trekken? Neen.

Een stukje antwoord op die vraag van wie plukt. Veel seizoenarbeiders en fie hebben ook sanitair nodig.

Halfweg de dag door het stadje Saint-ferme gestapt. Zoals zoveel dorpen omzeggens uitgestorven maar de van oorsprong 12de eeuwse kerk is impressionant.

Naarmate de dag vorderde nam jet aantal wijngaarden wat af. Meer akkers verschenen maar de Entre-deux-mers wijngaarden bleven aanwezig.

Wie zou daar wonen? Ruïnes van een kasteel die deels hergebruikt worden als woning. Lekker boven op een rots.

En zo kwam ik aan in Saint-Reole. Heel antiek stadje met minuscuul smalle straatjes en veel huizrn van plak en stak. Ik wou nog een stempel halen in het stadhuis, maar uitzonderlijk gesloten, alle diensten.

Morgenochtend nog eens proberen.

Ondertussen staat Frankrijk verbouwereerd te kijken op televisie naar de brand van de Notre dame de Paris. Vorig jaar was ik er nog en haalde ik er een stempel voor mijn credential.

Vreemd hoe het kan verkeren.

Etappe 30 : Van Brecy naar Bourges – 30,1km – (761,8 km)

Na een uitgebreid ontbijt in La fauconiere met een koppel Fransen en Australiërs terug de rugzak opgetild en vertrokken. Vandaag geen bossen maar akkers. En daar tussen Een groen strook waar je over moet.

Sedert lang plots een hert gezien. Het stond heel alert in de maïs. Ik hoop dat je iets ziet op de foto.

Buiten velden met gerst of maïs toch iets anders te melden. Boven op een heuvel een grote onderneming met veel appelbomen. Nog in knop natuurlijk. En dan volgen opnieuw de akkers.

Rond de middag plots heel in de verte 2 vierkante torens. De kathedraal. Ik herinnerde me Reims nog. Het is niet omdat je de torens ziet dat je meteen aangekomen bent.

Dus stappen we maar moedig verder. En die torens werden maar héél langzaam groter. Er leek geen zin te komen aan die departementale. Tot in de verte een notenboom zichtbaar werd. Een notenboom met in de schaduw een bankje.

Op de boom was een papier gespijkerd en er hing een plastiek potje met ijzerdraad aan de boom. In dat potje kon je een papiertje nemen en een wens of berichtje schrijven en achterlaten. Het perceeltje achter de boom was een wijngaard die zijn grootvader had geplant en getuigde als restant voor de vele wijngaarden met verschillende soorten druiven die er ooit stonden.

De weg ging verder maar verliet de departementales en werd een aardeweg. Een oude chaussee romaine. Lijnrecht richting Bourges.

In de velden koolzaad mooie poppies te zien. Het is niet alleen in de Vlaamse velden dat de klaprozen bloeien.

En zo naderde Bourges heel langzaam. Maar er kwam nog een verrassing! De lijnrechte Romeinse steenweg werd plots onderbroken door een nieuwe ringweg voor autoverkeer. Maar ipv een voetgangersbrug te hebben aangelegd moest deze vermoeide pelgrim (En alle andere pelgrims) zo een 800 m lopen naar de brug verderop en dan 800m terug stappen om de weg verder te zetten. Echt balen is dat.

Via de eerste woonwijken en dan een paar technische scholen en een aantal sociale woningblokken daalde de steenweg veder naar Bourges. Via een brug over het spoor kwam ik rond 16u30 aan in het station. Daar kon ik mijn tickets voor woensdag aanstaande laten drukken en een broodje eten.

Nog wat stappen en na een lichte klim zag ik plots de rechthoekige torens heel nabij.

En dus was ik aangekomen aan de kathedraal van Bourges. Naar goede gewoonte de selfie.

Binnen mijn stempel ontvangen, nog een fotootje van het monumentale moraal.

En dan naar het hotel gestapt. Oh wat zalig! Een ligbad in de kamer. Zondaggevoel.

Avondmaal in La scala pizzeria. Zit die Franse pelgrim architect daar niet. Hij had gratis dessert gekregen omdat zijn pizza koud was van het wachten. Lekker bijgepraat. Misschien tot morgen?

Etappe 20 : Paron naar Joigny – 35,2 km – (500,7 km)

De hoofdpersonage vandaag is de rivier de Yonne. Het grootste deel van de dag werd ik begeleid door de rivier. Maar eerst werd ik heel hartelijk uitgeleide gedaan door mijn gastheer en vrouw. Ze trokken zelfs hun stapschoenen aan om een stukje mee te stappen.

Michel boerde jaren en kent alle weggetjes als zijn broekzak. Hij is het die me aanraadde waar ik onderstaande vergezicht van de Yonne kon trekken.

De weg is hier wel heel wat mooier dan in de streek van Reims! Glooiende heuvels met bloeiend koolzaad. Her en der bossen op die heuveltoppen. Daar doorheen gooit de goed onderhouden aarde weg. Plots sprong er zelfs een ree 3 meter voor mij uit het kreupelhout pal op de weg. En even sierlijk sprong het dan terug het bos in. Je verschiet wel even want nogal onverwacht die ontmoeting!

Het eerste dorpje heet Gron. Klein en landelijk met kabbelend beekje in de tuin. Echt zo een beekje dat je wil meenemen om ook in je tuin te leggen.

Na Gron volgt een tocht door veld en bos. En na een paar kilometer in het glooiende landschap daalt de weg naar de rivier die we voor de rest van de dag volgen.

Na een flinke wandeling op het jaagpad langs de meanderende rivier tussen de velden en bossen komt de Camino aan in Villeneuve sur Yonne.

Omdat het middag was ging ik even zitten in een bar om een koffie te drinken. Dat deed deugd zo een koffie op een terrasje. Toen ik klaar was en aanstalten maakte om te vertrekken klonk een stem uit het cafee. Moet ik geen stempel in je boek zetten vraagt een in het zwart gekleed mannetje terwijl hij zijn glaasje likeur in een keer naar binnen kapt. “Graag” zeg ik. “Een pastoor moet ook al eens een glaasje drinken, he!” Zegt hij. “Met miswijn op zondag alleen ga ik niet ver geraken” zegt hij terwijl hij een dikke bundel sleutels mee gritst en naar buiten komt. Hij troont me mee aar de kerk alsof ik oorlogsbuit was. In de sacristie werd dan een stempel bij gedrukt in het pelgrimboekje.

En dan ging de weg verder langs het jaagpad van de Yonne. Af en toe had ik het gezelschap van een Zwitserse plezierboot die mij inhaalde. Maar wat verderop haalde ik die weer in wanneer de boot verrast werd. Er is wel wat verval op de rivier. Dus hier en daar stuwinstalaties om de Yonne bevaarbaar te houden.

Pleziervaart is er wel. Mooie boten ook. Iets breder dan de narrowboats in UK maar af en toe wel een kleurrijk exemplaar.

Doordat het verval hoger werd stroomopwaarts werd een kanaal naast de rivier gegraven voor de boten. Een vertrouwd gezicht voor Vlaanderen die vaart met bomen. Wel geen wielertoeristen hier want pad is van aarde. Slechts een paar vtt rijders.

En zo stappen na een dikke 33 km kwam Joigny in zicht. Wat in de hoogte. Volgens de gids wat vergane glorie. En dat klopte wel.

Ik bezocht nog even 2 van de 3 kerken. Restauratie van de stukken is voorzichtig aangevat. Ook huizen allerhande vind je er.

Zie zo. Aangekomen. Beentjes wat laten rusten nu.

Etappe 18 : Baye naar Sezanne 20,9 km – (448,3 km)

De Camino starte vanmorgen langsheen de oude spoorberm. Wat wel enorm opvalt na deze dikke 2 weken is dat de bomen aan het ontploffen zijn gegaan. Overal zie je jong groen in de bomen. Het pad ging over landwegen vandaag en een paar stroken langs departementales die niet te druk waren. Dat kan anders wel tegenvallen en als eer een wagen je kruist aan een flinke 90 km per uur, dan is dat wel indrukwekkend. Bij vrachtwagens wordt je bijna omver geblazen.

slak

De eerste ‘gast’ die ik tegenkwam vandaag was een culinaire gast. In Frankrijk eten ze bijna elk beest op en nu ik de Bourgonië nader kruis ik toevallig deze locale delicatesse. Looksaus had ik niet bij en een stuk stokbrood ook niet – daarenboven is het voortplantingsseizoen en dan laat je de beesten gerust. Dus liet ik die wijngaardslak maar lopen. Nu ja, lopen!

Le Talus Saint-Prix. Daar staat dit Romaans kerkje. Je ziet zo dat dit toch al een aantal jaar daar staat te staan. Zou van rond 12de eeuw daar gebouwd zijn. Wel zag ik meer en meer borden verschijnen bij de monument. Vaak hebben ze een rol gehad in de Slag van de Marne, waarbij generaal Joffre de Duitsers in 1914 een halt toe riep bij hun invasie in Frankrijk. Hier zie je zoals in de streek van Ieper al meer en meer restanten van de grote oorlog.

romaans kerkje

Wat verderop nog sporen van die Grote oorlog. Een ossuaire. Een knekelgraf of massa graf waar een groep soldaten samen begraven zijn. Het is pas in 1915 dat de Franse staat de individuele begraafplaatsen van soldaten zal invoeren. Daarvoor vind je meestal massagraven van de gevallen militairen, zoals hier. Ook van vroegere oorlogen kom je nog zo’n sporen tegen.

necropole

Het is niet altijd evident om de juiste weg te vinden. De Camino symbolen durven nogal eens verschillen en bevinden zich soms op niet evidente plaatsen.

Leven als God in Frankrijk. Zou dit zo iets zijn zoals in dit kasteel?

De kalkbodem in de champagne streek is zo lek als een zeef en vol grotten en gaten. Betekent ook dat het water dat erop regent zijn weg zoekt en dat er heel wat bronnen zijn. Hier liggen er 3 naast één.

Het gevolg van die vele bronnen is dat je in ongeveer elk dorp daar er nog een Lavoir staat. Een gebouwtje opgetrokken rond een brom of beekje waar mensen gezamenlijk de was deden. Dat zal wel een belangrijke sociale functie hebben gehad.

De dag was gestart onder zonneschijn. Maar rond de middag kwamen de wolken en wat later gingen de sluizen open. Meteen alles kloddernat en de wegjes werden opnieuw moddersloten. Daar was het ploeteren opnieuw.

Het was net of de natuur me eraan wilde laten herinneren dat ik asap verder moet doen met die Camino. Want in Sezanne moet ik even stoppen. Camino on hold voor 2 weken en dan op naar Vezelay. Glibberend trok ik verder onder de pijpenstelen totdat in de verte de torens van de stad zichtbaar waren.

En inderdaad. De druiven waren terug geleerd. Ook hier champagne wijngaarden. In de kerk heb ik een kaarsje gebrand als dank voor de prima afloop van deel 1. Dan heb ik me ook omgekleed want ik zat onder de modder en ben dan nog een stempel laten plaatsen in het parochiaal centrum. Zie zo. Klaar voor het vervolg over een kleine 2 weken.

Etappe 15 : Reims naar Epernay 26,25 km – (382,3 km)

De tocht laat zich samenvatten in woorden: wijngaarden, bossen en heuvels.

Net buiten Reims de eerste wijngaarden opgemerkt. En tussen de wijnstokken mensen die op karretjes aan het werken waren. Met een pneumatische snoeischaar waren ze de stokken aan jet kort snoeien. Heel kort zelfs.

Naarmate de voormiddag vorderde steeg ook de activiteit in de wijngaarden. Ook de temperatuur steeg met een beetje zonlicht en al vlug mocht ik beginnen laagjes uit te trekken.

Heel vreemde tractoren verschenen die heel behoedzaam tussen de aanplant reden. Met kleine metalen schijven werd de grond wat omgewoeld. Een heel ander type landbouw in vergelijking met die akkers vorige dagen.

De velden volgden elkaar af met alleen een weg of de tgv lijn als onderbreking. Met luid geraas vloog een hoge snelheidstrein langs. Een witte van DB. Wel indrukwekkend als die volle bak voorbij vliegt.

Tot het oog reikt wijnvelden en daar in de velden de beboste heuveltoppen die mij van Epernay, de échte chzmpagnestad scheiden.

En dan begon de klim naar boven. Het bos in. Weer een flink stuk doorheen de bomen.

Veel sporen van gewoel door everzwijnen en pootafdrukken van reeën. Ook de eerste koekoek gehoord. Heel duidelijk. De lente is duidelijk zichtbaar in het bos.

Grote stroken bos waren goed begaanbaar maar dan kwam ik in het bovenste stuk. Vandaag 2 keer geklommen van +100m naar 250m en dat voel je in de benen. In de ruigste stukken komen alleen houthakkers, jagers én everzwijnen. Vooral die laatste zorgen voor kwalijke wegen. De eenzame wandelaar laveert van links naar rechts om een begaanbaar stukje te vinden.

Na het bos kwam een mooi uitzicht op de vallei van Epernay waar boven een immens gebouw is neergezet. Ik vermoed een school, Maar nog in aanbouw. Met zo een zicht zou ok ook wel willen lesgeven. Alleen was de omgeving veel waziger geworden. Komt het door de wolken? Komt hey door het stoken van het snoeihout het en der?

Epernay is echt het centrum. Veel wijnhuizen, aanlevetnedtikven edg. Ik passeerde oa langs een atelier waar champagnekurken worden gemaakt en een drukkerij gespecialiseerd in de metaalachtige sleefs die rond de hals van de flessen hangen. Morgen ga ik Epernay eerst even bezoeken voor de weg verder te zetten.

Etappe 13 : Ecaille naar Reims 26,6 km – (343,5 km)

Het traject naar Reims was saai. Eén rechte lijn door velden en akkers met daarop grote tractoren met een stel piepende ratelende wielen aan. Je hebt die vergezichten, de akkers, de tractoren én de wind. Het zonnetje was flink present maar de wind maakte dat jas, kap en pet ook vandaag aan bleven.

Gelukkig waren er in de voormiddag 3 bochten een paar bosjes en al eens een paar herten die over staken. Maar na de middag was er zelfs geen boom meer. Wel verschenen er in de verte de 2 torens van de kathedraal van Reims. Maar naderen deden ze maar heel langzaam.

Blijkbaar stapte ik zo een 6 km op een oude Romeinse heirbaan. Veel Romeins was er niet aan te zien en Asterix heb ik ook niet gezien.

Maar de lange rechte tocht werd dan toch bezegeld met aankomst aan de kathedraal.

Gemakkelijk die selfies. Daar stempels gehaald bij de dames die de pelgrims opvangen en terug buiten.

En in Reims, Champagnestreek tijd voor er kirr, maar wel een kirr royaal

Etappe 12 : Wasigny naar L’Equaille 32,0 km – (316,9 km)

Waar de vorige dagen het vooral ging over regen en het omhoog en omlaag klauteren in de modder, vandaag was het de wind die een hoofdrol speelde. Een vrij lange en eigenlijk saaie etappe. Maar wat was ik blij dat ik een jasje met kap aanhad. Dat de wind even van links blaast is niet erg, maar 6 uur lang is van het goede te veel. Dus liep ik met kap op en met de pet daarover. Geen zicht, maar prima was dat.

De wegen zelf lagen er goed bij. Door het zonnetje en de schrale wind gaat het droge en boven op de plateaus is het al niet zo nat omdat het water naar de valleien stroomt. De rivier Als je was wel goed gevuld.

Wat wel voor wat afwisseling zorgde waren de herten of reeën die hier en daar stonden te grazen en die sierlijk wegliepen bij het naderen.

Ander verwondering zijn de mooie vergezichten als je boven op die plateaus wandelt. Soms stopte ik wel even om gewoon te kijken naar de verte.

Boven op de heuvels staan hier en daar windmolens te draaien. Met dat stevig blazen draaiden ze goed door vandaag. Maar wat me wel opviel was dat ze flink wat lawaai maken bij het draaien. Net een vliegtuig dat overtrekt.

Af en toe moet je rusten natuurlijk en die rustpauzes worden frequenter in namiddag. Tijdens één van die rustpauzes zag ik plots dit creatuur over mijn schoen klauteren. Gisteren had ik ook al een dikke zwarte (Maar andere) kever ontmoet. Voorbode van de komende lente. Over lente gesproken. Vandaag ook de eerste boerenzwaluw gespot.

Op aanraden van Jos van de refuge 4 mains ben ik in gestopt in de bar tabac “au longchamp” “pour casser la croute”. Werd één van de toffere momenten van de dag. Een klein restaurantje bestaande uit 2 plaatsen volgestouwd met tafeltjes en stoelen. En daaraan zittend allemaal mannen druk pratend en etend. Op de vraag of ik kan eten wordt ik meteen aan een tafeltje geplaatst en na enkele ogenblikken staat een bord met witloofsla, quiche met spek en een snee salami voor mij, samen met het brood. Dan volgde snel kipfilet met champinonsaus en Pomme dauphinois en daarna fromage ou dessert. Natuurlijk koos ik voor een super lekkere crème brûlée. Zie maar.

Na het eten verder gestapt. De landerijen werden groter en groter. Op die landerijen dikke tractoren met een hele reeks wielen achter hen aan om te eggen. Net alsof alle boeren wakker geworden zijn.

Zelfs de weg wordt bewerkt. Wat niet veel helpt aan het wandelcomfort. Gelukkig regent het niet, anders was me dit een modderpoel van jewelste.

Wat verder leuk was onderweg is bovenstaand. Een auto van de gemeente rijdt rond op het voetbalterrein om dit speelklaar te maken. Ideetje voor Malinwa?

Ik werd terug opgepikt door Jos van de refuge te Ecaille. De volgende dag zette hij me dan daar terug af.

In de refuge waren juist 2 pelgrims aangekomen. Een koppel uit Huy. Ze hadden de Camino al gelopen in 2012. Nu waren ze vertrokken naar Rome! Daar gaan toch alle wegen naartoe….buiten de Camino natuurlijk!

Etappe 11 : Aubigny les Pothees naar Wasigny 25,6 km – (284,9 km)

Na het hartelijke onthaal in “Au bois du loup” terug op weg. Mijn Canadese collega wou wel een fotootje maken.

Hij zelf komt uit Quebec. Vertrokken met pak en zak (meer dan 20kg!) Op stap naar de voet van de Pyreneeën! Vroeger had ie al een Spaans deel gelopen.

Samen gingen we op stap. We hebben uiteindelijk samen zo’n 16 km afgelegd. Blijft toch een speciaal taaltje dat frans uit Quebec.

Het onthaal was prima zoals gemeld. Het uitzicht vanuit het huis ook. We zagen voor het vertrek een mooie dubbele regenboog. En een rijdende goederentrein. Staking even opgeschort blijkbaar.

De tocht vertrok droog maar tegen de middag kregen we een paar fikse buien over hoofd. De wegwijzers met schelp begeleiden ons maar zijn niet steeds consequent wat richting betreft. Eigenlijk moet de onderkant van de schelp de richting aangeven vertelde Roger, mijn collega.

Hier is het niet steeds consequent toegepast. Opnieuw wisselen velden, weiden en bossen elkaar af. Wel zie je dat meer en meer weilanden omgebouwd worden naar akkers en het vee op stal wordt gehouden. Eenvoudiger te beheren. Om elke hoek is er wel fauna waar te nemen. Ooievaars oa en herten in de verte.

Een constante na de middag was de modder. Wegen door de bossen zo drassig als wat.

Het is goed als het eventjes drassig wordt, Maar als je stroken hebt van een paar honderd meter lang waar je door moet ploeteren, dan is dat wel flink vermoeiend. Wat wel meevalt is dat de weg, ondanks de glooiingen toch iets naar beneden gaat. Vorige dag klom de Camino regelmatig boven de 300 meter. Nu dalewmn we naar de 150 meter. Maar de modder is wel de constante uitdaging.

Mijn arme schoenen zagen af vandaag. En mijn broekspijpen ook.

En het kon nog heviger. Op sommige plaatsen diende je de weg gewoon te ontwijken want er was een beek in de plaats. Ook de benen naast het pad zijn meestal flink verzadigd.

Rond 17u kwam ik dan aan in Wasigny. Weer zo een typisch landelijk dorpje waar tijd geen vat heeft. Getuige deze markthalle uit lang vervlogen tijden.

Ook de klassieke Lavoir of publieke wasplaats was ik voorbijgestapt. Daar werd vroeger gewassen. Nu ligt het et verlaten bij met dank aan Dash en Bosch die de was doen thuis.