Etappe 61 : Saint Jean Pied de Port – 20,3 km (1.601,0km)

Aankomst tweede deel

Vandaag is het de tweede tussenhalte en stopt de tocht voor even. Het wordt wel een vreemde tocht, een drukke.

Het begint bij de eerste bocht. Ik ben meteen omringd door pelgrims. Twee heren, die me aan stevig tempo voorbij stappen, daarna steek ik 2 oudere Duits pratende dames voorbij en wat verderop komt er nog een pelgrim uit het groen. Zoveel heb ik er over de ganse tocht niet gezien.

Pelgrims naar Compostella
Pelgrims naar Saint-Jean

De tocht trekt de valei in langs glooiene graspaden. Af en toe wordt er even gepraat, maar vooral hard gestapt. Vreemd dat men al snel de pelgrims volgt… en volgt op het verkeerde pad. Want plots gaat de weg stevig omhoog en ik moet mijn collega’s lossen tijdens de klim. Tot na een tiental minuten er een tetugkeert met de melding dat we fout zitten. In het terugkeren komen we er nog 8-tal pelgrims tegen die ook mogen omkeren!

Af en toe wordt wat gebabbeld zoals tijdens een koffiepauze in de schuur van een landbouwer die tegen een vrije gift (donativo) koffie en warme drank + zuivel uit zijn hoeve aanbiedt. Zo leer ik Martin kennen uit Quebec, die samen met zijn maat vanuit Le Puy en Vellay zijn gestapt tot hier. Blijkbaar was het weer daar iets minder want ze hadden kou toen het er sneeuwde.

Wat verderop ontmoet ik een andere pelgrim die vanuit Brest de Atlantische route heeft gevolgd. En ondertussen stapt iedereen op eigen ritme verder. Rond de middag zie ik een bende van 8 langs de weg picnicken.

En dit in een mooi, groen heuvelend landschap. Onderweg nog een paar kerkjes binnengestapt. Ik was wel verwonderd van het binnen schrijnwerk. In 2 kerkjes was een volledige gaanderij opgebouwd.

En langzaamaan naderden we met zijn allen ons doel. Een laatste klim naar de citadel en via de porte St. Jacques stapte ik de drukte in.

Wat een andere wereld. De nauwe straatjes lopen vol mensen van allerlei leeftijd, ras en kaliber. Veel mooie nieuwe uitrustingen en blitse (te) zware rugzakken. Ik moet aanschuiven bij het Compostella genootschap, zo druk. Ik haal er mijn stempel maar de meeste mensen halen er de credential. Ik sta verwonderd te luisteren hoe onvoorbereid heel wat van die pelgrims aan die tocht beginnen. Gelukkig krijgen ze hier wel wat raad en waarschuwingen. Het is te koud op de pas naar Spanje en het waait te hard. De pas is 3 dagen gesloten want de avond voordien werden heel wat pelgrims ontzet door de Spaanse politie.

Via de stadspoort stapte ik dan naar het station. Plots hoorde ik mikn naam roepen. Stephane! Ook hij was er al. Had zijn tentje in de camping neergezet. In afwachting van de trein hebben we nog wat bijgepraat, samen met een derde pelgrim en gekeken hoe hordes pelgrims door een net aangekomen trei werden afgezet. Ook hier terug. Wat een zware pakken, zakken en rugzakken! Om 16u30 vertrok de trein dan naar Bayonne, waar ik overnachtte om de volgende dag naar huis te rijden. We wensten elkaar Bon chemin toe. Hij stapte verder naar de Camino del Norte. Ik moet nu wat wachten.

Etappe 59 : Orthez naar Osserain – 29,9 km (1.551,3 km)

Verdraaid. Waar loop ik nu eigenlijk rond?

De streek werd gisteren terug heuvelachtiger en vandaag zou het nog erger worden. Maar vooraleer de tocht aan te vatten kocht ik eerst de treintickets om vrijdag naar huis terug te rijden. Na het bezoek aan het station verliet ik Ortez over de nieuwe autobrug en zo kon ik een foto maken van de oude brug met ongelijke bogen.

Le vieux pont d’Ortez

De tocht vandaag ging veel minder langs tarmac, maar meer door bos en weilanden. De hoogteverschillen leidden wel tot gek zicht zoals dat kerkje dat daar beneden lag.

Vreemd heerschap ontmoet rond de middag. Een leuk beeld van een pelgrim dat me deze middag gezelschap hield tijdens het eten op een bankje onderweg.

Het was een hele natuurrijke wandeling vandaag. Slechts één frustratie. De kaart van mijn gids ,de “mjammjamdodo”, was volledig fout. Zo fout dat ik helemaal niet meer wist waar ik was! Hoe lang de tocht zou duren en of ik wel in de juiste richting stapte. Wel kon ik steeds de tekens van de Camino  onderweg volgen. Gelukkig maar! De problemen begonnen al bij deze klim.

Gelukkig waren er de vele mooie bloemen en planten langs de weg zoals deze prachtige orchideetjes. Ik wist niet waar ik was, maar waar ik was, was het wel mooi.

En mag ik jullie, wel wat vroeg, deze meiklokjes aanbieden.

Zoals gemeld had ik eigenlijk geen flauw idee waar ik was; buiten, dat wel,  ergens in de bossen. Een mens krijgt dan toch ook honger en ik ging even zitten om een hapje te eten en vooral om te drinken. Een houtstapel zou een ideale zitplaats moeten zijn, totdat…

Ik zat amper neer of een hele horde mieren overspoelde mij, mijn rugzak, mijn eten, mijn hoed… ik vloog meteen terug recht en stond daar als een gek rond te dansen om me van die beestjes te ontdoen. Brrrr…

Dat de Pyreneeën in de buurt waren was wel duidelijk! Als de tocht naar boven ging zag je in de verte een paar besneeuwde bergtoppen “naderen”. Maar door de nevel waren ze niet zo goed te fotograferen. Daarom een paar paarden erbij.

De natuurpaden zijn heerlijk om langs te stappen. Door bossen, weiden en heide. Niet steeds comfortabel, maar wel heel avontuurlijk en heel afwisselend. Zoals op de foto hieronder. Inderdaad, dit is een wandelpad!

Na de middag pakten de regenwolken zich samen, en uiteindelijk vielen de regendruppels uit de lucht. En kijk maar wat de koeien deden, toen het regende. Ze schuilden onder de bomen. Slimme dieren! Ik integendeel liep verder door de regen. Met regencape aan wel te verstaan!

Het einde van de dagtocht liep door een vallei en in de verte waren de stadsmuren van Osserain te zien. Indrukwekkend hoog wel. Als je dit als arme soldaat moest opklimmen tijdens een belegering….brr ik durf er niet aan te denken.

Blijkbaar werd er uiteindelijk van mij verwacht dat ik na al die wandelkilometers dartel de trappen opstormde.

Ik ben wel boven geraakt, maar door af en toe halt te houden en ondertussen rond te kijken. Zo zag ik dan de resten van de oude brug staan.

Aan de overzijde geraak je niet via dit exemplaar.

Etappe 57: Saint-Sever via Hagetmau tot Beyries – 30,6 km (1.502,3 km)

Paasdag – waar is iedereen?

Deze paasdag begon nogal merkwaardig. Ik kwam in zekere zin ook de paasklok tegen. Op zoek naar een hap voor op de middag onderweg stapte ik naar een bakker. Ik ontmoette een man, die me meteen aansprak over de Camino. Hij was ook gestapt maat was nu naar Rome en Assisi gestapt. Vond dat formidabel samen met de vrienden. Dat het belangrijk is om een goede fles mee te nemen en dat het ergste wat kan gebeuren het verlies van de kurkentrekker. Ik volgde hem naar binnen bij de bakker. Toen ik wilde betalen voor mijn brood mocht ik niet want de mijnheer voor mij betaalde zei de verkoopster. Toen ik buitenstapte reed hij voorbij met de wagen, uitbundig zwaaiend.

Saint-Sever heeft een monikkengeschiedenis en is gebouwd rond een klooster. De abdijkerk als centrum van het stadje en ook nog andere gebouwen.

Of deze couvent des Jacobins.

Paasdag was echt heel rustig. Bijna niemand op straat. En eigenlijk valt dat mee, want de tocht loopt vandaag bijna volledig langs gewone wegen. En op deze paasdag is er omzeggens geen verkeer. Mooi meegenomen voor het eerste deel richting Hagetmau.

Weer een ander landschap, licht glooiend en heel veel lemige geploegde akkers.

Het vervelende vandaag was de lucht. Die zag er wel wat dreigend uit. Donkere wolken, maar gelukkig toch geen druppels.

Hagetmau zelf was uitgestorven. Een gezin was in de voortuin aan het barbecuen. Verder alles dicht en stil. Alleen wat verderop was er een sportwedstrijd aan de gang. Ik kon wel niet uitmaken of het een voetbalwedstrijd was of een stierenspectakel.

Volgende stille halte was Labastide-Chalosse. Weinig mensen, ook in de kerk. Maar wel mooi met vele oude beelden, zoals dit altaarstuk.

Doch, je moet niet steeds in kerken en gebouwen naar binnen gaan om mooie zaken te zien. Ook buiten kan het heel mooi zijn, zoals deze mooie bloemen langs de weg.

De tocht door de Landes loopt op zijn einde, het landschap wijzigt. Het wordt glooiender en groener, natter. In zo’n groene vallei naast de weg vond ik de resten van een middeleeuwse kerk en kerkhof. Goed dat er een bord stond want buiten een paar 16de eeuwse grafstenen zag je niet veel meer van La Bastide de Pont la Reine.

Die vochtigere omgeving zorgt ook voor bredere beken, meet water en opnieuw watermolens.

En uiteindelijk ging de weg weer flink klimmen. Die laatste kuitenbijter voorspelt niets goed voor het vervolg van de tocht naar de Pyreneeën. Aankomst in Souslens.

Etappe 50 : Ste-Foye naar Pellegrue – 23,8 km (1.281,6 km)

Een rustige zondag trekkend door de wijngaarden

Zo is de dag eigenlijk verlopen. Eerst boodschappen gedaan want de gite communal had verwittigd dat op zondagavond niks te krijgen is in Pellegrue. De Dordogne verlaten en langs een lange saaie departementale eerst 4 km moeten stappen vooraleer de route omhoog de wijngaarden in trok.

De route sli gerde zich langs hele kalme wegen of zelfs door graspaden tussen wijngaarden. Die wijngaarden zijn goed onderhouden en je ziet aan de gebouwen dat de teelt lukratiever moet zijn dan gewone landbouw. Maar investeringen zijn er wel nodig.

Bij een uitgebrande hoeve kwam ik plots 3 jonge pelgrims tegen. Fransen op stap naar Compostela. Ze zagen er wat verfromaaid uit en wat verderop haalden ze me in.

Ander volk dat ik tegenkwam waren een groep heren en dames die een grot uit aan het opruimen waren. Me emmers werd de kalk en steengruis omhoog geheven en uitgestort. Ze waren wat verder weg in het bos anders had ik hen kunnen vragen wat ze aan het uitspoken waren.

En een andere gast onderweg vandaag was een speciale vogel, nl. een hop. Mooi! Als je die niet kent eens googelen.

Ziezo, vanavond overnacht ik in de refuge van Pelegrue. De 3 Fransen van daarstraks zijn zich komen douchen, maar waar ze slapen weet ik niet. Overnachten doe ik met zicht op marktgebouw. Tot morgen.

Etappe 48 : Saint-Astier naar Mussidan – 31,0 km (1.222,2 km)

Een stevige wandeling maar heel mooi.

De dag startte zonnig en de ganse dag bleef de zon prominent aanwezig. Vanuit de gite moest ik eerst naar het centrum van Saint Astier wandelen.

Eerst een bezoek aan de kerk. Daar was de organist volop aan het repeteren voor een recital volgend weekend. Een bezoek met muzikale begeleiding.

Daarna wat boodschappen in de lokale supermarkt en uiteindelijk was het toch flink 10 uur vooraleer ik goed gestart was met stappen.

Het landschap was golvend en open, maar de wandeling had vandaag toch 2 flinke daal-en klauterpartijen in peto. Rond 11u30 was ik even gestopt om de eerste van mijn kledinglaagjes uit te spelen of ik ontmoette een stapper, een Fransman die lokaal aan het oefenen was om later de echte Camino te stappen.

Wat verderop stond een richtingaanwijzer met Santiago 1.119 km. En wie fotografeerde? Collega pelgrim Wu, die ik gisteren verlaten had met een “bis morgen”. Hij was 2 maal verloren gelopen deze morgen. We liepen dan samen anderhalf uur verder. Dan liet hij me verder stappen want hij wou toch even rusten.

Wat verderop in de wei heel veel blauwe bloemen. Massa’s orchideeën. Vorig jaar heb ik er al een paar gefotografeerd.

De tocht liep vandaag vooral over paadjes en grindwegen. Wat een luxe. Bijna geen auto’s gezien vandaag.

Een plezier voor een pelgrim onderweg is een zitbank. Hier degene die ik deze middag ontmoette om te lunchen, daarachter een lavoir.

De tocht ging terug naar de rivier L’isle. Dus terug naar beneden en daarna terug naar boven. De hoogste top achter de rug kwam de Camino op een plateau terecht. Gewoon prachtig. Een soort heidelandschap met sparren en heideplanten. En wat een heerlijke geuren. Heel stil ook.

Soms had ik het gevoel dat dierbaren van mij aan het meestappen waren. Een vreemde gewaarwording zo reel was ze. Maar dan ging de tocht terug naar de rivier beneden. Mooie vergezichten waren er te zien.

Beneden ging de tocht lzngs de L’isle naar Mussidan. Het was al 18u30 voorbij eer dat de torens in zicht kwamen.

Morgen staat er weer een dyevige wandeling klaar. Hopelijk ook even mooi.

Etappe 46 : Borges naar Perigeux – 25,4 km (1.164,7 km)

Mooie groene wandeling naar de stad.

Gisterenavond gegeten in de gite. De uitbater is een man en die leeft alleen want na een scheidingsproces van 3 jaar. We praatten over van alles en nog wat. Hij werkte voor de chambre de commerce, een soort Franse Voka. Het ging over de lokale producten en hoe die geteeld werden. Hij bezat onder andere een wijngaard en maakte wijn én zijn sterke drank. Een stoker had 14 liter drank gestookt (en 6 liter aangegeven aan de fiscus) om te mengen met nieuwe wijn en Pinneau te maken, die we natuurlijk moesten proeven. Voortreffelijk. Ook haalde hij zomertruffels uit de koelkast. Zijn zus had die meegebracht van bij haar thuis. Waren niet zo aromatisch als de wi tervariant maar je kon ze wat versnipperen over pasta vond hij.

Zoals gisteren gemeld is het landschap heel wat meer open dan de vorige dagen. Akkers die pas geploegd zijn. De lucht bleef ook vandaag mooi blauw.

Het was een mooie wandelweg vandaag, althans de eerste 15 km. Mooie wandelpaden in bos of via de weiden. Lekker zacht voor de voetzolen.

Gezelschap kreeg ik van een bekende, zeker als er een stukje weg af te stappen viel.

Muren langs het wandelpad, muren opgetrokken uit kalkblokken en overgroeid met een dikke moslaag en dat kilometerslang. Eigenaardig.

Na een 10-tal kilometer te hebben gewandeld kwam ik aan op een plaats die een bezienswaardigheid is volgens de gids; een unieke waterput. En ja, daar was ie dan en ook de Duitse pelgrim Wu stond er bij. We groetten elkaar hartelijk en dronken samen water. Wel klaagde hij dat de etappes wat lang waren en dat hij heel moe was bij aankomst. Hij wou de lengte van de dagtrips wat verkorten.

Na de lange wandeling door het bos kwam Perigeux stilaan dichterbij. Deze vesting werd aangelegd in 17de eeuw. Nu is het privé-eigendom. Leuk om in te wonen?

En ook vandaag een laatste klim van de dag die flink in de kuiten kroop. Plus dat de meeste automobilisten graag goed doorrijden maalte dit stuk het minst aanename van de dag. Ze razen heel dichtbij voorbij en je hebt weinig speling.

Perigeux heeft een oude geschiedenis en in de stad vind je veel sporen terug van zijn Romeinse geschiedenis zoals deze toren die de rest is van een Romeinse tempel.

Ik had me flink gehaast vandaag om een stukje stad te zien. Mesane is een museum at een Romeinse villa overkoepelt. Het gebouw beschermt eigenlijk de opgegraven restanten. Impressionant en ik ben blij dat ik dit nog kon meepikken.

De schilderingen van de muren zijn nog heel fris en kleurrijk.

Ook de stadsomwallingen staan nog heel prominent in de stad aanwezig. Na het Romeinse deel van mijn bezoek was het de beurt aan de kathedraal om een stempel te halen. Veel recentrr bouwwerk.

Als pelgrim mocht ik zelfs gratis de koorgang binnen, vanwaar je mooi zicht hebt op de dakstructuur.

Stilaan tijd omeen drukke dag af te sluiten met lekker eten. In een pizzarestaurant

Ik had apperitiefje kirr besteld, maar de patron vond dat degene die ik gekregen had er wat bleekjes uitzag en bracht me dan maar een andere om te vergelijken.

Objectief onderzoek kwam tot de conclusie dat de donkerste de lekkerste is 😉

Gezondheid!

Etappe 45 – Thiviers naar Borges – 23,4 km – (1.139,3 km)

Een Englishman in … Thiviers

Hotel de France et de Russie, zo heet het hotel waar ik overnachtte. Wel gesloten op maandag, maar voor pelgrims deed de patron wel open en ik kreeg ook een pelgrimsmenu. Die patron sprak eigenlijk English. Tijdens het eten aan de babbel geslagen en bleek hij na een carriere van 40 jaar supermarktdirecteur bij Waitrose in Uk samen met zijn vrouw 3 jaar geleden dit hotel te zijn opgestart.

Ze baten het nu samen uit, nu de 4 kinderen over de wereld zijn uitgezworven. Ze doen het met hart en ziel samen met een stukje British flair. Nice!

Koekoekendag

Vandaag veranderde het landschap terug. De weiden maakten plaats voor akkers met leem en blokken krijt.

En de ganse dag koekoeken. Net alsof je zo een koekoeksklok bij je hebt. Hun geroep was omzeggens nooit uit de lucht.

Af en toe schoof het landschap open met mooie vergezichten. De hoogtes en laagtes echter waren veel minder uitgesproken dan de vorige dagen. En blauwe luchten, doorspekt met flinke wolkenpartijen. Schitterend wandelweer kortom.

En zo ben ik de Perigord in gestapt. Morgen is Perigeux op het programma. Dit is de streek van foie gras, truffels en noten. De eerste ganzenboerderij voorbij gestapt met weinig beweging en veel ganzen. De meeste dieren zitten gewoon op de grond naast de voederbak en eten.

En dan kwam de route op de voie de Napoleon. Ik weet niet of hij er zelf over heeft gewandeld, of dat hij opdracht gaf ze aan te leggen, zeker is dat de weg dubbel zo breed is als de gewone wegen hier.

Af en toe staan er kruisen langs de weg. De meeste zijn uitgehouwen uit steen, sommige zijn in gietijzer. Dit exemplaar is zwart geverd en iemand had er een rozenkrans aan gehangen.

Zoals gezegd is dit ook de streek van okkernoten. Veel aangeplante stroken gezien van die laat bloeiende bomen. Ze staan er nog heel winters bij.

Eigenlijk slechts één dropje gezien onderweg. Negrondes en dat was zo dood als een pier. Om 13u, toen ik langsstapte was ook de bakker dicht. Wel onderstaand nieuw verkeersbord leren kennen daar.

En zo eindigde de tocht vandaag in Sorges, dorpje langs de N21, met een mooi kerkje in een fraai landschap.

In de gites waar ik overnacht is er zelfs geen gsm-dekking, maar gelukkig is er wel wifi! Tot morgen en dank voor het lezen.

Etappe 43 : Flavignac – La Coquille – 34,7 km – (1.094,0 km)

Het was een minder goede nacht. Mijn kamergenoot Wu ronkte soms als een vliegtuig met het gevolg dat ik niet zoveel uurtjes slaap heb gehad. Pas was ik goed ingslapen of hij stond rond 6u op om in te pakken en te ontbijten. Hij vertrok rond 7u15, toen ik aanstalten maakte op te staan. Het zou een lange wandeling worden vandaag.

De lucht was blauw en een lichte mist lag in de lagere delen van het landschap. Deze mooie alleenstaande boom zwaaide me uit in Flavignac.

Het landschap was golvend en open. Veel groen. Maar dat blijft nooit lang want plots gaat de Camino naar een rivier in een dal en na een brug gaat de tocht terug naar boven. Vaak via een al dan niet kronkelend bospaadje.

Les Cars en dan Chalus waren de dorpjes van de dag. Het 2de duidelijk de grootste van beide. Even gestopt om er een koffie en een stuk “gateaux de Corse” te smullen.

Maar dat was het midden van de dag en amper een derde van de tocht vandaag. De wandeling trok zich terug op gang.

Nog een laatste blik op de donjon en het stadje wandelde ik terug naar boven, naar de velden en vooral de uitgestrekte weiden waar er terig wat bruine koeien vetschenen. De kleur van de weiden was wel opvallend.

De gele paardebloemen maakten door hun grote aantal er een groen/geel tapijt van. Ik vond het alleszinds heel mooi. Het vervelende van zo alleen te stappen is dat je je indrukken niet kunt delen. En indrukken, die krijg je de ganse dag door. Dus als er kandidaten zijn om mee te stappen, steeds welkom!

Over indrukken gesproken. Onderstaande beeldje getrokken onderweg. Heel vredelievend.

Wat met echter opviel was dat alle ooien (=vrouwelijke schapen) gekleurd waren met rode verf. Ook een aantal lammeren kleurden groen. Maar een aantal van die lammetjes waren rood gekleurd zoals dat op de voorgrond. En na wat scherp toekijken viel het me op dat het bijna allemaal jonge bokjes waren. Zou het lamskroontje met Pasen er voor iets tussen zitten?

De route volgde dan een stukje een spoorlijn. Met heel wat geraas in deze stille omgeving denderde er plots een dieselstel van de SNCF voorbij. De conducteur toeterde vriendelijk toen hij me zag de foto maken.

De tocht leek niet te willen ophouden. La Coquille kwam maar niet in zicht. En als je eenmaal 30 km in de benen hebt en er verschijnt een nieuwe stevige kuitenbijter als helling voor je, dan sakker je wel wat.

Maar uiteindelijk geraak je wél op bestemming. Een gite die nog wat verderop lag en waar ik juist aankwam toen het begon te druppelen. Weer geluk met het weer gehad vandaag! De Thomas More collega’s en studenten die de Camino stappen in Spanje in de buurt van Compostella hebben blijkbaar meer water die uit de lucht valt. Buen Camino en sterkte.

Etappe 42 : Limoges naar Flavignac – 31,1 km (1.059,3 km)

Zoals verwacht een lange wandeling om de stad Limoges te verlaten. ‘sMorgens goot het water. Dus haastte ik me niet om te vertrekken. Gelukkig stopte het met regenen en vertrok ik droog. Wat echt opviel waren de veel gekleurde mensen in de stad. Zeker in het centrum. Ik vermoed dat de blanke bevolking in de mooiere buitenwijken woont.

Wat wel opviel in de stad was de versmarkt díe momenteel verbouwd wordt. Het gebouw achter is de oude versmarkt in verbouwing, de huidige markt gaat door in de witte tent op de voorgrond.Na de vele kilometers om de stad te verlaten kwam ik iets nieuws tegen. Een voetpad naast de weg. Wat een luxe om niet constantte moeten opletten voor aanstormende tegenliggers.

Aixe-sur-Vienne was het eerste stadje van betekenis. Belangrijk wegens oversteekplaats over de Vienne.

Daarna ging de tocht weer omhoog uit het dal en langs een kabbelend beekje met verschillende watermolens (niet meer werkend).

Na een regenloze dag kwamen de wolken terug opzetten zoals je ziet boven het kasteel van La Judie.

En toen ik in Flavignac aankwam was het zacht aan het druppelen.Vannacht overnacht ik in de gemeentelijke gite. Daar kwam ik mijn eerste pelgrim tegen. Wu, 72 jaar, van Mongoolse origine op weg vanuit Koningsbergen Duitsland. Wil het ganse stuk naar Santiago in één keer afleggen. We zijn samen gaan eten en hij vertelde dat hij en zijn vrouw thee verkopen, zij in Keulen en hij in Koningsbergen.

Etappe 41 : St-Leonard naar Limoges – 26,2 km (1.028,2km)

Een speciale ontmoeting

Een etappe die het moest hebben van het begin en het einde. Tussenin een wandeling zonder veel afwisseling, buiten het stijgen en dalen. Ik denk dat er geen 5 meter vlak ligt hier.

Sint-Leonard ligt in een dal. Dus de rivier eerst over via een mooi oud bruggetje. De spoorwegbrug mag ook gezien worden.

En dan het riviertje over doorheen een schattig dorpje

Na de brug liep de route nog even langs het water tot bij een mooi watermolencomplex. Ik denk dat er minstens 3 watermolens in de gebouwen zijn verwerkt.

Wat volgt er na een afdaling naar een brug en water? Inderdaad, een klauterpartij. Deze startte naast een fabriekje voor tegels uit, jawel, Limoges.

Na het geklauter volgde dan een 20 km lange eentonige tocht. Gelukkig zat er hier en daar iets leuks zoals deze auto die blijkbaar al even niet gereden heeft.

Of wat verderop een wei waar ik moest denken aan wat ik ooit aan mijn enige broer zei: zie je broertje staat in de wei…

Wat je wel hebt in Frankrijk is dat het oude erfgoed om de hoek kan liggen. Zoals deze oude kerk die nu bewoond wordt, maar jammerlijk genoeg niet goed onderhouden.

En zo kwam ik na een 15 kilometer wandelen aan in de stad Limoges. Aankomen in steden is nooit leuk omdat je vaak via een drukke invalsweg moet om in het centrum te geraken. En daar zijn voetpaden eerder schaars. Niet leuk als er dan 40-tonners naast je voorbij denderen.

Gelukkig liep de weg dan via een stadswijk verder naar beneden, naar de Vienne en de oude brug waar ik over heen moest. Juist voor ik die brug overstapte werd ik aangesproken door een heer die uit een bar kwam.

Of ik pelgrim was, of ik de Camino stapte? Omdat ik bevestigd antwoordde wees hij naar de bar en zei dat het lokale jacobusgezelschap samen zat op vrijdagnamiddag. Wat een toeval. Ik stapte binnen voor een koffie en maakte kennis met de groep personen die de route bewegwijzert. Met open armen werd ik ontvangen.

Ze hoorden mij uot over mijn ervaring tijdens de wandeling en vroegen naar waar de route aanduiding beter kon. Een plaatsje kon ik aanduiden. De stempels werden in mijn credentialboekje gezet en als aandenken kreeg ik nog een aanduidingssticker. Leuk.

Van de barman kreeg ik nog een porseleinen schelpje mee als aandenken.

En zo kon ik de brug over naar de kathedraal van Vezelay.

Nog wat klauteren en ik was op bestemming bij dit gotische bouwwerk dat ik dan even bezocht. Toch eens een selfie.

Slapen doe ik in de buurt van het grote stationsgebouw in Limoges. Indrukwekkende constructie.

Andere opvallende verschijning in de stad zijn de bussen. Geen stinkende dieselmotoren maar electrisch… trolleybussen.

Tot morgen.