Gezien ik nu aanbeland ben in Saint-Jean Pied-le-port gaat de tocht nu over de Pyreneeën. Maar eigenlijk moet ik mijn tocht wat aanpassen want ik wil de Camino del Norte stappen, langsheen de Noordkust van Spanje. Conclusie is dat ik eigenlijk van Saint-Jean Pied-le-port naar Irun in Spanje moet geraken. Er zijn 2 moelijkheden; een “hoge” route en een “lage” route. Deze laatste wordt het en wel binnenkort want ik wil tussen 21 juni en 28 juni de 4 etappes stappen naar de kust.
Kaart Saint-jean naar Hendaye en Irun
Vandaag in de brievenbus de treintickets ontvangen. Vreemd eigenlijk. Voor de reis naar Parijs worden ze per post vanuit Frankrijk opgestuurd. Voor de reis van Parijs naar Bayonne kon ik ze gewoon downloaden. Vreemd.
Treintickets per post ontvangen.
Dus is het plan om vrijdag 21 juni naar het Zuiden te sporen en zaterdag de wandelschoenen aan te trekken.
De rugzak wordt terug gevuld. Het voordeel van zo een korte tussen etappe is dat er minder in de rugzak moet en deze dus lichter is geworden om mee te nemen.
De reis naar Bayonne is vlot verlopen. In de namiddag was het wel drukker in de Hst richting Bordeaux en Bayonne die aan 298 km per uren over de sporen raast. Bij aankomst in Bayonne had het juist geregend, maar de weersverwachtingen zijn top voor morgen. De trein rijdt om 7u42 richting Saint-Jean. Een uur later start de wandeling. Top
Vandaag is het de tweede tussenhalte en stopt de tocht voor even. Het wordt wel een vreemde tocht, een drukke.
Het begint bij de eerste bocht. Ik ben meteen omringd door pelgrims. Twee heren, die me aan stevig tempo voorbij stappen, daarna steek ik 2 oudere Duits pratende dames voorbij en wat verderop komt er nog een pelgrim uit het groen. Zoveel heb ik er over de ganse tocht niet gezien.
Pelgrims naar Saint-Jean
De tocht trekt de valei in langs glooiene graspaden. Af en toe wordt er even gepraat, maar vooral hard gestapt. Vreemd dat men al snel de pelgrims volgt… en volgt op het verkeerde pad. Want plots gaat de weg stevig omhoog en ik moet mijn collega’s lossen tijdens de klim. Tot na een tiental minuten er een tetugkeert met de melding dat we fout zitten. In het terugkeren komen we er nog 8-tal pelgrims tegen die ook mogen omkeren!
Af en toe wordt wat gebabbeld zoals tijdens een koffiepauze in de schuur van een landbouwer die tegen een vrije gift (donativo) koffie en warme drank + zuivel uit zijn hoeve aanbiedt. Zo leer ik Martin kennen uit Quebec, die samen met zijn maat vanuit Le Puy en Vellay zijn gestapt tot hier. Blijkbaar was het weer daar iets minder want ze hadden kou toen het er sneeuwde.
Wat verderop ontmoet ik een andere pelgrim die vanuit Brest de Atlantische route heeft gevolgd. En ondertussen stapt iedereen op eigen ritme verder. Rond de middag zie ik een bende van 8 langs de weg picnicken.
En dit in een mooi, groen heuvelend landschap. Onderweg nog een paar kerkjes binnengestapt. Ik was wel verwonderd van het binnen schrijnwerk. In 2 kerkjes was een volledige gaanderij opgebouwd.
En langzaamaan naderden we met zijn allen ons doel. Een laatste klim naar de citadel en via de porte St. Jacques stapte ik de drukte in.
Wat een andere wereld. De nauwe straatjes lopen vol mensen van allerlei leeftijd, ras en kaliber. Veel mooie nieuwe uitrustingen en blitse (te) zware rugzakken. Ik moet aanschuiven bij het Compostella genootschap, zo druk. Ik haal er mijn stempel maar de meeste mensen halen er de credential. Ik sta verwonderd te luisteren hoe onvoorbereid heel wat van die pelgrims aan die tocht beginnen. Gelukkig krijgen ze hier wel wat raad en waarschuwingen. Het is te koud op de pas naar Spanje en het waait te hard. De pas is 3 dagen gesloten want de avond voordien werden heel wat pelgrims ontzet door de Spaanse politie.
Via de stadspoort stapte ik dan naar het station. Plots hoorde ik mikn naam roepen. Stephane! Ook hij was er al. Had zijn tentje in de camping neergezet. In afwachting van de trein hebben we nog wat bijgepraat, samen met een derde pelgrim en gekeken hoe hordes pelgrims door een net aangekomen trei werden afgezet. Ook hier terug. Wat een zware pakken, zakken en rugzakken! Om 16u30 vertrok de trein dan naar Bayonne, waar ik overnachtte om de volgende dag naar huis te rijden. We wensten elkaar Bon chemin toe. Hij stapte verder naar de Camino del Norte. Ik moet nu wat wachten.
Weer geluk vandaag als ik naar de lucht kijk. Blauw en zonnig. Vannacht regende het, maar de buien zijn overgetrokken. Het ontbijt in de door Britten uitgebate B&B is ok. Ik kan er dus weer tegen, want er staan 2 flinke klauterpartijen op het programma.
Eerst de rivier over. Die stroomt tegen vreemde steenformaties aan. Niet alledaags.
De witte bergtoppen, die ik gisteren zag zitten verstopt achter dikke wolken. En dan kwam ik Stephane tegen.
Stephane vertrokken vanuit Limoges. Samen gestapt tot Saint-Palais. Daar afscheid genomen want ik wou er per se nog iets eten en hij trok verder.
Na middag kwamen 2 beklimmingen. Hier startte de eerste. Een betonnen pad eerst hielp het klimmen. Al vlug vetraagde mijn snelheid en kwamen regelmatige haltes.
Wel was het uitzicht soms adembenemend, en ook de besneeuwde toppen kwamen terug piepen. Boven aangekomen was het minder aangenaam door de kille stevige wind. Een paar beelden verwelkomen de bezoekers op de top.
Na de klim ging het stevig naar beneden. Ondertussen waren hoog in de lucht verschillende vogels met gigantische vleugels aan het ronddraaien. Ik vermoed gieren, want die beestjes zijn ondertussen terug uitgezet in de Pyreneeën. Echt gigantisch. De tocht ging vervolgens steil naar beneden het dal in.
Maar het was wat ik andere kant zag die mij wat minder op mijn gemak stelde. Dat pad steil omhoog… Toch niet het vervolg van de tocht? Tijdens het afdalen kon ik volop genieten van de vergezichten.
Beneden in het dal stond de gedenksteen in het baskisch. Blijkt de samenkomst te zijn van 3 caminos van Frankrijk, waaronder de populaire vanuit le Puy en Vellay, die door de Fransen zelf wordt gestapt.
Mijn vrees was gegrond daarstraks. Het pad omhoog was het vervolg van de tocht. Flink de hoogte in dus.
En heel vreemd qua ondergrond. Zachte vlakke rots, die volop afschilfert. De tocht ging traag. Vervelender werd wel de wind, die koud en stevig werd. Heel onaangenaam bergop en wind tegen. Ik moest constant mijn hoed vasthouden of ie was weg.
Na flink zwoegen was de top zichtbaar. Daar staat een kapel met oa waterkraantje. En wie stond me daar op te wachten. Stephane.
Samen zetten we dan de tocht verder. De landschappen bleven schitterend. Enkel de wind was vervelend. De tocht ging verder omhoog en dan omlaag.
We gingen verder en in Ostabat besloot Stephane zijn tentje op te zetten voor de nacht. Hij stapte de plaatselijke bar binnen na afscheid te hebben genomen. Ik stapte nog een 5km verder. En toen ik aankwam toonde de lucht dat er morgen nog wat meer wind te verwachten was.
De streek werd gisteren terug heuvelachtiger en vandaag zou het nog erger worden. Maar vooraleer de tocht aan te vatten kocht ik eerst de treintickets om vrijdag naar huis terug te rijden. Na het bezoek aan het station verliet ik Ortez over de nieuwe autobrug en zo kon ik een foto maken van de oude brug met ongelijke bogen.
Le vieux pont d’Ortez
De tocht vandaag ging veel minder langs tarmac, maar meer door bos en weilanden. De hoogteverschillen leidden wel tot gek zicht zoals dat kerkje dat daar beneden lag.
Vreemd heerschap ontmoet rond de middag. Een leuk beeld van een pelgrim dat me deze middag gezelschap hield tijdens het eten op een bankje onderweg.
Het was een hele natuurrijke wandeling vandaag. Slechts één frustratie. De kaart van mijn gids ,de “mjammjamdodo”, was volledig fout. Zo fout dat ik helemaal niet meer wist waar ik was! Hoe lang de tocht zou duren en of ik wel in de juiste richting stapte. Wel kon ik steeds de tekens van de Camino onderweg volgen. Gelukkig maar! De problemen begonnen al bij deze klim.
Gelukkig waren er de vele mooie bloemen en planten langs de weg zoals deze prachtige orchideetjes. Ik wist niet waar ik was, maar waar ik was, was het wel mooi.
En mag ik jullie, wel wat vroeg, deze meiklokjes aanbieden.
Zoals gemeld had ik eigenlijk geen flauw idee waar ik was; buiten, dat wel, ergens in de bossen. Een mens krijgt dan toch ook honger en ik ging even zitten om een hapje te eten en vooral om te drinken. Een houtstapel zou een ideale zitplaats moeten zijn, totdat…
Ik zat amper neer of een hele horde mieren overspoelde mij, mijn rugzak, mijn eten, mijn hoed… ik vloog meteen terug recht en stond daar als een gek rond te dansen om me van die beestjes te ontdoen. Brrrr…
Dat de Pyreneeën in de buurt waren was wel duidelijk! Als de tocht naar boven ging zag je in de verte een paar besneeuwde bergtoppen “naderen”. Maar door de nevel waren ze niet zo goed te fotograferen. Daarom een paar paarden erbij.
De natuurpaden zijn heerlijk om langs te stappen. Door bossen, weiden en heide. Niet steeds comfortabel, maar wel heel avontuurlijk en heel afwisselend. Zoals op de foto hieronder. Inderdaad, dit is een wandelpad!
Na de middag pakten de regenwolken zich samen, en uiteindelijk vielen de regendruppels uit de lucht. En kijk maar wat de koeien deden, toen het regende. Ze schuilden onder de bomen. Slimme dieren! Ik integendeel liep verder door de regen. Met regencape aan wel te verstaan!
Het einde van de dagtocht liep door een vallei en in de verte waren de stadsmuren van Osserain te zien. Indrukwekkend hoog wel. Als je dit als arme soldaat moest opklimmen tijdens een belegering….brr ik durf er niet aan te denken.
Blijkbaar werd er uiteindelijk van mij verwacht dat ik na al die wandelkilometers dartel de trappen opstormde.
Ik ben wel boven geraakt, maar door af en toe halt te houden en ondertussen rond te kijken. Zo zag ik dan de resten van de oude brug staan.
Aan de overzijde geraak je niet via dit exemplaar.
Deze paasdag begon nogal merkwaardig. Ik kwam in zekere zin ook de paasklok tegen. Op zoek naar een hap voor op de middag onderweg stapte ik naar een bakker. Ik ontmoette een man, die me meteen aansprak over de Camino. Hij was ook gestapt maat was nu naar Rome en Assisi gestapt. Vond dat formidabel samen met de vrienden. Dat het belangrijk is om een goede fles mee te nemen en dat het ergste wat kan gebeuren het verlies van de kurkentrekker. Ik volgde hem naar binnen bij de bakker. Toen ik wilde betalen voor mijn brood mocht ik niet want de mijnheer voor mij betaalde zei de verkoopster. Toen ik buitenstapte reed hij voorbij met de wagen, uitbundig zwaaiend.
Saint-Sever heeft een monikkengeschiedenis en is gebouwd rond een klooster. De abdijkerk als centrum van het stadje en ook nog andere gebouwen.
Of deze couvent des Jacobins.
Paasdag was echt heel rustig. Bijna niemand op straat. En eigenlijk valt dat mee, want de tocht loopt vandaag bijna volledig langs gewone wegen. En op deze paasdag is er omzeggens geen verkeer. Mooi meegenomen voor het eerste deel richting Hagetmau.
Weer een ander landschap, licht glooiend en heel veel lemige geploegde akkers.
Het vervelende vandaag was de lucht. Die zag er wel wat dreigend uit. Donkere wolken, maar gelukkig toch geen druppels.
Hagetmau zelf was uitgestorven. Een gezin was in de voortuin aan het barbecuen. Verder alles dicht en stil. Alleen wat verderop was er een sportwedstrijd aan de gang. Ik kon wel niet uitmaken of het een voetbalwedstrijd was of een stierenspectakel.
Volgende stille halte was Labastide-Chalosse. Weinig mensen, ook in de kerk. Maar wel mooi met vele oude beelden, zoals dit altaarstuk.
Doch, je moet niet steeds in kerken en gebouwen naar binnen gaan om mooie zaken te zien. Ook buiten kan het heel mooi zijn, zoals deze mooie bloemen langs de weg.
De tocht door de Landes loopt op zijn einde, het landschap wijzigt. Het wordt glooiender en groener, natter. In zo’n groene vallei naast de weg vond ik de resten van een middeleeuwse kerk en kerkhof. Goed dat er een bord stond want buiten een paar 16de eeuwse grafstenen zag je niet veel meer van La Bastide de Pont la Reine.
Die vochtigere omgeving zorgt ook voor bredere beken, meet water en opnieuw watermolens.
En uiteindelijk ging de weg weer flink klimmen. Die laatste kuitenbijter voorspelt niets goed voor het vervolg van de tocht naar de Pyreneeën. Aankomst in Souslens.
De wandeling startte onder het thema: I am a train…
Maar toch eerst een woordje over de gite van gisterenavond. Ik werd er heel goed ontvangen. Na ingecheckt te zijn was het tijd voor het avondmaal. We zaten uiteindelijk met 6 personen aan tafel om de poulet à la basquaise te verorberen. Er waren 3 Parijse pelgrims die telkens een week de Camino gingen stappen. Een heer en 2 dames van mijn leeftijd. Hen had ik onderweg gezien. Ik had me niet gerealiseerd dat het pelgrims waren wegens gebrek aan rugzak. Hun rugzakken werden nagereden blijkbaar. Er zaten ook 2 jonge dames uit Keulen aan tafel. Zij reisden liftend van Ile de Ré naar Carcassone. Het was gezellig aan tafel. Wegens de geplande lange afstand vandaag, was ik de eerste die vertrok. Eerst een stukje door heide en dan de spoorlijn terug op.
Veel sporen van dieren in het zand van o.a. ree, everzwijn.
Maar ik was dus aan het stappen op de oude spoorlijn. Het voordeel is dat de uitgesneden dalen met de riviertjes allemaal overbrugd zijn. Dus minder omlaag en dan weer omhoog. Het vlakke parcours was dus minder vermoeiend.
Op de foto herken je de brugleuning. Het riviertje stroomt heel wat lager.
Na een poos verdwenen de bomen en kwam er een echt “Les Landes” landschap, met zand en dennen die regelmatig gekapt worden. Fijn is wel dat de houthakkers de bomen met merktekens voor de wandelaars laten staan. Ik heb het ooit anders meegemaakt in de Ardennen. Aankomst in het dorpje Roquefort. (Niks te maken met de straffe kaas, want dat is een andere Roquefort!)
De kerk, waar men zich opmaakte voor de goede vrijdag dienst.
In Roquefort meteen 2 koffies gedronken en wat eten en drinken gekocht. Ook nog een eenzame pelgrim gezien, maar die wandelde in de verkeerde richting. En dan weer op weg voor nog meer kilometers.
Daarna kwam er dan weer een vervelend stuk langs een drukke invalsweg. Het gras van de berm langs de weg was al wat hoog opgeschoten, dus vervelend stappen was dat. Gelukkig kwamen daarna al vlug de rustiger paden in het vizier.
Zanderige paden tussen de dennen. Dat betekende ook dat de temperatuur toch wat hoger werd in de loop van de dag. En er veel geritsel was langs de weg van allerhande hagedissen.
Vooral langs de open pas heraangeplante stroken werd het stilaan bakken in de zon. Vandaag dus genoten van de voordelen van afritsbare broeken. In een volgend dorp volgde de verwondering van de dag met een verrassing.
De kerk van Borges is heel pelgrimvriendelijk gemaakt, met speciale verlichting en zelfs een eigen ruimte voor de pelgrims waar thee of koffie beschikbaar staan. Leuk en heel aangenaam!
Een andere eigenaardigheid hier is dat voor de deur van sommige huizen versierde palen staan. Blijkbaar als er een speciale verjaardag te vieren valt. Ook leuk.
De tocht ging verder langs rustige landwegen. Niet veraf waren mensen aan het schieten. Wat een kabaal en de afstand die dat geluid draagt. Net zo ver als dat van de straaljagers die hoog in de lucht aan het trainen zijn.
Hoge bomen vangen veel wind. Ze gaan er zelfs van doorbuigen.
De dag eindigde zoals ie begon, met een lange rechte lijn op een verlaten spoorberm. Voordeel hier was wel de begroeiing die de temperatuur aangenaam hield.
En naarmate Mont-de-Marsan nadert komt er meer volk voorbij fietsen, wandelen, joggen, enz…
Ziezo, de marathon zit er op. Morgen kortere afstand!
Zoals gezegd ging ook vandaag de tocht verder langs de oude spoorlijn. Bij het verlaten van Captieux waren man en macht aan de slag om het voet- en fietspad verder af te werken. Zeker 5 wagens present en 12 man waren aan het werk.
De staat van het pad was iets minder dan gisteren. Meer keien en putten, maar ik mocht zeker niet klagen.
En dan een lange rechte trektocht. Kleine details grijp je aan als afleiding zoals het gewroet van de everzwijnen aan de kant het pad.
Of een hogedrukleiding voor gas die door de bossen is aangelegd en die het pad kruist .
Maar verder rechtdoor, rechtdoor, rechtdoor, één lange rechte lijn.
De enige mensen die ik onderweg zag vandaag waren 2 joggers en een brandweerman in de auto.
Na de middag was er plots verandering in het parcours met het verlaten van de spoorlijn en de oversteek van de autoweg.
En inderdaad, vanaf nu was ik in de Landes zoals op het bord stond.
En meteen was ook de begroeiing anders. Meer kempenlandschap met ook meer zand op de grond.
Wat verderop trok het landschap helemaal open en verschenen grote akkers, voorzien van uitgebreide sproeisystemen.
De buizen liggen al klaar. En zo kwam er toch nog wat variatie in de dag met schapen, eenden, enz…
Morgen een lange wandeling op het programma. Slaapwel!
Een dag die telt voor 2. Verwondering over de wijzigende landschappen.
Twee volledig verschillende tochten in de voor- en namiddag, gescheiden door een lekkere maaltijd en een toffe ontmoeting over de middag, zo kan je de tocht van vandaag samenvatten.
Omdat er veel kilometers op het programma staan, heel vroeg vertrokken uit Auros. Vreemd genoeg hangen er in de hoofdstraat van dit dorpje vlaggetjes zoals in de film van Tati “jour de fête”, maar met de vermelding dat ze er fier zijn op hun verkozene.
De tocht vandaag ging eerst neerwaarts door nat gras. Een laatste kans op mooie vergezichten.
Onderweg rare constructies in de bossen. Des palombières. Iets met duiven. Wat ze er doen in september en oktober wil ik eigenlijk niet weten, maar het zal wel iets zijn met verorberen uiteindelijk.
Aan de beek zelf, juist aan de andere zijde van het bruggetje een oude bekende terug gezien. Bremraap. Vorig jaar ook deze parasietplant gezien.
Dan weer gaat de tocht omhoog. Niet zo uitgesproken als vorige dagen, maar toch voldoende om een heel ander landschap te geven, zoals deze plantage met hazelaars.
Eens voorbij de hazelaars ging de camino weer naar beneden richting een stuwmeer dat er in alle rust lag te schitteren.
Een paar vissers waren er, tja aan het vissen. De route liep een stuk langs het meer en om de hoek kon ik een zilverreiger verschalken. Mooie statige witte steltloper.
En dan natuurlijk weer omhoog doorheen bos met palombière, duivenvangst dus.
Gelukkig is het lente en kon ik door zonder fluiten richting Bazas.
Halfweg en middag, dus flink eten want de tocht is nog lang dacht ik. Op de deur van de bistro zag ik een familiaire vlag.
Ik vroeg de patron naar de reden van de Zuid-Afrikaanse vlag. Bleek dat zijn vrouw daar vandaan kwam. Flink gebabbeld tijdens het eten en bij vertrek stopte mevrouw me nog 2 meringues toe voor onderweg en een fles water.Met een volle buik vatte ik het tweede deel van de tocht aan. Wat een verandering stond er mij te wachten.
Bleek dat de route nu 15 km lang loopt op een oude spoorwegbedding, gewoon rechtdoor tot Captieux, mijn bestemming. Wel is het pad spikplinternieuw herangelegd, maar verder gaat het gewoon rechtdoor.
En dat betekent dus dit. Rechtdoor, rechtdoor en rechtdoor. Er werd nog flink aan gewerkt om nieuwe laag op te leggen. Even afwisseling door een oversteek over de autoweg én een hertje.
Zie je het? Midden in het beeld? De ree?
En verder rechtdoor dus…
Op een bepaalde plaats had men zelfs pas nog wat rails uit de weg verwijderd.
En dan kwam ik aan in Captieux waar ik in een gite overnachtte. En ik durf er haast niet aan denken. Morgen staan er nog zo een 12 km rechte spoorwegbedding op het programma.
Nog een beeld van gisteren of hoe men hier bomen restaureert. Polyurethaan schuim inspuiten.
Vrij vroeg vertrokken vanmorgen. De marktplaats achtergelaten en even langs de kerk van Perregrue gestapt.
Blijkbaar was die hoger vroeger. De tocht daalde af naar een riviertje en langs de weg dit sympathieke bord dat eigenlijk geen luxe is op sommige wegen. Gelukkig was het hier rustig.
Maar wie plukt er al die druiven?
Is toch een vraag die je je stelt als je door die opeenvolgende wijngaarden stapt. Duizenden wijnstokken staan hier naast een. De meeste zijn kort geknipt, klaar voor de komende lente en zomer.
Een uitzondering is nog niet onder handen genomen. Zie je het verschil? Vrij intensief werk allemaal.
Tussen die wijngaarden door nog een paar huppelende reeën gezien. Vrij dicht maar foto trekken? Neen.
Een stukje antwoord op die vraag van wie plukt. Veel seizoenarbeiders en fie hebben ook sanitair nodig.
Halfweg de dag door het stadje Saint-ferme gestapt. Zoals zoveel dorpen omzeggens uitgestorven maar de van oorsprong 12de eeuwse kerk is impressionant.
Naarmate de dag vorderde nam jet aantal wijngaarden wat af. Meer akkers verschenen maar de Entre-deux-mers wijngaarden bleven aanwezig.
Wie zou daar wonen? Ruïnes van een kasteel die deels hergebruikt worden als woning. Lekker boven op een rots.
En zo kwam ik aan in Saint-Reole. Heel antiek stadje met minuscuul smalle straatjes en veel huizrn van plak en stak. Ik wou nog een stempel halen in het stadhuis, maar uitzonderlijk gesloten, alle diensten.
Morgenochtend nog eens proberen.
Ondertussen staat Frankrijk verbouwereerd te kijken op televisie naar de brand van de Notre dame de Paris. Vorig jaar was ik er nog en haalde ik er een stempel voor mijn credential.
Zo is de dag eigenlijk verlopen. Eerst boodschappen gedaan want de gite communal had verwittigd dat op zondagavond niks te krijgen is in Pellegrue. De Dordogne verlaten en langs een lange saaie departementale eerst 4 km moeten stappen vooraleer de route omhoog de wijngaarden in trok.
De route sli gerde zich langs hele kalme wegen of zelfs door graspaden tussen wijngaarden. Die wijngaarden zijn goed onderhouden en je ziet aan de gebouwen dat de teelt lukratiever moet zijn dan gewone landbouw. Maar investeringen zijn er wel nodig.
Bij een uitgebrande hoeve kwam ik plots 3 jonge pelgrims tegen. Fransen op stap naar Compostela. Ze zagen er wat verfromaaid uit en wat verderop haalden ze me in.
Ander volk dat ik tegenkwam waren een groep heren en dames die een grot uit aan het opruimen waren. Me emmers werd de kalk en steengruis omhoog geheven en uitgestort. Ze waren wat verder weg in het bos anders had ik hen kunnen vragen wat ze aan het uitspoken waren.
En een andere gast onderweg vandaag was een speciale vogel, nl. een hop. Mooi! Als je die niet kent eens googelen.
Ziezo, vanavond overnacht ik in de refuge van Pelegrue. De 3 Fransen van daarstraks zijn zich komen douchen, maar waar ze slapen weet ik niet. Overnachten doe ik met zicht op marktgebouw. Tot morgen.