Etappe 62 : Saint-Jean-Pied-de-Port naar Bidaray – 27,0 km (1.628 km)

Etappe 1 van de Camino Bidassoa die me van Saint-Jean-Pied-de-Port naar Hendaye aan de Atlantische kust zal brengen. Daar kan ik dan via de Camino del Norte naar Compostella stappen volgende lente.

Met het treintje aangekomen in het station rond 8u45. Na een koffie en een kaarsje in de kerk van Saint-Jean-Pied-de-Port terug op stap met de rugzak. Het dorpje Lasse was het eerste op de kaart. De tocht verliep al bij al vlot.

Het was mooi rustig wandelweer en daar kwam aangenaam gezelschap op het landbouwwegje, met zijn allen op stap naar de melkmachine.

Alles liep vlot dacht ik, tot ik in het 2de dorpje terechtkwam. Dat dorpje bleek opnieuw Lasse te zijn en het kwam me bekend voor. Een soort dejà-vu effect.  Was ik wel niet verloren gelopen en in een mooie cirkel terug aangekomen waar ik reeds was geweest? Inderdaad!

De tocht die ik nu afstap is eigenlijk een verbinding tussen de klassieke Camino Frances en de Camino del Norte, waar ik heen wil. Deze Camino del Norte loopt langsheen de Atlantische kust naar Compostella en als halve Nieuwpoortenaar, opgegroeid aan de Belgische kust, trekt deze kustroute mij heel erg aan.

Veel vogels gezien vandaag.

Om te beginnen een ganse meute gieren die ’s morgens in grote cirkels omhoog zeilden op de thermiek. Tegen de middag zag je enkel nog kleine stipjes hoog in de lucht rond de bergtoppen zweven. Naast de klassiekers als vlaamse gaai en roodstaart ook een klapekster zien zitten op de electriciteitsdraad.

In Irrouleguy was het tijd voor de picnic. Een mooie overdekte picnictafel, lekker in de schaduw en een kraan om drinkbaar water bij te tappen. Super.

Het werd al aardig warm en de zweetstraaltjes waren flink aanwezig. Dus drinken en drinken. De temperatuur lag rond 25 graden denk ik. Ook de schapen zijn in zomerplunje.

Onderweg een mooi brugje over gegaan. Zag er oud uit. En aan de overzijde lag een viskwekerij met waterbekkens die stevig belucht werden. Vol vol vis. Zalmachtigen van wel 30 a 40 cm lang. Echt vol.

De tocht werd zwaarder. Ik was vergeten hoe de rugzak ook zwaarder wordt als je omhoog moet. Gelukkig was er veel schaduw van bomen en struiken. Tot aan de boomgrens.

De route liep langsheen een kabbelend riviertje. Eerst stroomopwaarts en dan stroomafwaarts hoorde je het klaterend water.

Alleen helemaal boven was het stil. De tocht eindigde in Bidaray vandaag, langsheen de spoorlijn en het riviertje. Langsheen verschillende frontons gelopen vandaag.

Bij aankomst in Bidaray was er een competitie bezig. Je moet het maar doen om die bal met de hand iedere keer terug tegen de muur te kaatsen.

Ziet er eenvoudig uit maar is het niet. Morgen loopt de tocht verder langs het riviertje. Met de pas van Roland als uitdaging.

Etappe 60 : Osserain naar Larcevaux – 29,6 km (1.580,7km)

Stephane

Weer geluk vandaag als ik naar de lucht kijk. Blauw en zonnig. Vannacht regende het, maar de buien zijn overgetrokken. Het ontbijt in de door Britten uitgebate B&B is ok. Ik kan er dus weer tegen, want er staan 2 flinke klauterpartijen op het programma.

Eerst de rivier over. Die stroomt tegen vreemde steenformaties aan. Niet alledaags.

De witte bergtoppen, die ik gisteren zag zitten verstopt achter dikke wolken. En dan kwam ik Stephane tegen.

Stephane vertrokken vanuit Limoges. Samen gestapt tot Saint-Palais. Daar afscheid genomen want ik wou er per se nog iets eten en hij trok verder.

Na middag kwamen 2 beklimmingen. Hier startte de eerste. Een betonnen pad eerst hielp het klimmen. Al vlug vetraagde mijn snelheid en kwamen regelmatige haltes.

Wel was het uitzicht soms adembenemend, en ook de besneeuwde toppen kwamen terug piepen. Boven aangekomen was het minder aangenaam door de kille stevige wind. Een paar beelden verwelkomen de bezoekers op de top.

Na de klim ging het stevig naar beneden. Ondertussen waren hoog in de lucht verschillende vogels met gigantische vleugels aan het ronddraaien. Ik vermoed gieren, want die beestjes zijn ondertussen terug uitgezet in de Pyreneeën. Echt gigantisch. De tocht ging vervolgens steil naar beneden het dal in.

Maar het was wat ik andere kant zag die mij wat minder op mijn gemak stelde. Dat pad steil omhoog… Toch niet het vervolg van de tocht? Tijdens het afdalen kon ik volop genieten van de vergezichten.

Beneden in het dal stond de gedenksteen in het baskisch. Blijkt de samenkomst te zijn van 3 caminos van Frankrijk, waaronder de populaire vanuit le Puy en Vellay, die door de Fransen zelf wordt gestapt.

Mijn vrees was gegrond daarstraks. Het pad omhoog was het vervolg van de tocht. Flink de hoogte in dus.

En heel vreemd qua ondergrond. Zachte vlakke rots, die volop afschilfert. De tocht ging traag. Vervelender werd wel de wind, die koud en stevig werd. Heel onaangenaam bergop en wind tegen. Ik moest constant mijn hoed vasthouden of ie was weg.

Na flink zwoegen was de top zichtbaar. Daar staat een kapel met oa waterkraantje. En wie stond me daar op te wachten. Stephane.

Samen zetten we dan de tocht verder. De landschappen bleven schitterend. Enkel de wind was vervelend. De tocht ging verder omhoog en dan omlaag.

We gingen verder en in Ostabat besloot Stephane zijn tentje op te zetten voor de nacht. Hij stapte de plaatselijke bar binnen na afscheid te hebben genomen. Ik stapte nog een 5km verder. En toen ik aankwam toonde de lucht dat er morgen nog wat meer wind te verwachten was.

Etappe 59 : Orthez naar Osserain – 29,9 km (1.551,3 km)

Verdraaid. Waar loop ik nu eigenlijk rond?

De streek werd gisteren terug heuvelachtiger en vandaag zou het nog erger worden. Maar vooraleer de tocht aan te vatten kocht ik eerst de treintickets om vrijdag naar huis terug te rijden. Na het bezoek aan het station verliet ik Ortez over de nieuwe autobrug en zo kon ik een foto maken van de oude brug met ongelijke bogen.

Le vieux pont d’Ortez

De tocht vandaag ging veel minder langs tarmac, maar meer door bos en weilanden. De hoogteverschillen leidden wel tot gek zicht zoals dat kerkje dat daar beneden lag.

Vreemd heerschap ontmoet rond de middag. Een leuk beeld van een pelgrim dat me deze middag gezelschap hield tijdens het eten op een bankje onderweg.

Het was een hele natuurrijke wandeling vandaag. Slechts één frustratie. De kaart van mijn gids ,de “mjammjamdodo”, was volledig fout. Zo fout dat ik helemaal niet meer wist waar ik was! Hoe lang de tocht zou duren en of ik wel in de juiste richting stapte. Wel kon ik steeds de tekens van de Camino  onderweg volgen. Gelukkig maar! De problemen begonnen al bij deze klim.

Gelukkig waren er de vele mooie bloemen en planten langs de weg zoals deze prachtige orchideetjes. Ik wist niet waar ik was, maar waar ik was, was het wel mooi.

En mag ik jullie, wel wat vroeg, deze meiklokjes aanbieden.

Zoals gemeld had ik eigenlijk geen flauw idee waar ik was; buiten, dat wel,  ergens in de bossen. Een mens krijgt dan toch ook honger en ik ging even zitten om een hapje te eten en vooral om te drinken. Een houtstapel zou een ideale zitplaats moeten zijn, totdat…

Ik zat amper neer of een hele horde mieren overspoelde mij, mijn rugzak, mijn eten, mijn hoed… ik vloog meteen terug recht en stond daar als een gek rond te dansen om me van die beestjes te ontdoen. Brrrr…

Dat de Pyreneeën in de buurt waren was wel duidelijk! Als de tocht naar boven ging zag je in de verte een paar besneeuwde bergtoppen “naderen”. Maar door de nevel waren ze niet zo goed te fotograferen. Daarom een paar paarden erbij.

De natuurpaden zijn heerlijk om langs te stappen. Door bossen, weiden en heide. Niet steeds comfortabel, maar wel heel avontuurlijk en heel afwisselend. Zoals op de foto hieronder. Inderdaad, dit is een wandelpad!

Na de middag pakten de regenwolken zich samen, en uiteindelijk vielen de regendruppels uit de lucht. En kijk maar wat de koeien deden, toen het regende. Ze schuilden onder de bomen. Slimme dieren! Ik integendeel liep verder door de regen. Met regencape aan wel te verstaan!

Het einde van de dagtocht liep door een vallei en in de verte waren de stadsmuren van Osserain te zien. Indrukwekkend hoog wel. Als je dit als arme soldaat moest opklimmen tijdens een belegering….brr ik durf er niet aan te denken.

Blijkbaar werd er uiteindelijk van mij verwacht dat ik na al die wandelkilometers dartel de trappen opstormde.

Ik ben wel boven geraakt, maar door af en toe halt te houden en ondertussen rond te kijken. Zo zag ik dan de resten van de oude brug staan.

Aan de overzijde geraak je niet via dit exemplaar.

Etappe 57: Saint-Sever via Hagetmau tot Beyries – 30,6 km (1.502,3 km)

Paasdag – waar is iedereen?

Deze paasdag begon nogal merkwaardig. Ik kwam in zekere zin ook de paasklok tegen. Op zoek naar een hap voor op de middag onderweg stapte ik naar een bakker. Ik ontmoette een man, die me meteen aansprak over de Camino. Hij was ook gestapt maat was nu naar Rome en Assisi gestapt. Vond dat formidabel samen met de vrienden. Dat het belangrijk is om een goede fles mee te nemen en dat het ergste wat kan gebeuren het verlies van de kurkentrekker. Ik volgde hem naar binnen bij de bakker. Toen ik wilde betalen voor mijn brood mocht ik niet want de mijnheer voor mij betaalde zei de verkoopster. Toen ik buitenstapte reed hij voorbij met de wagen, uitbundig zwaaiend.

Saint-Sever heeft een monikkengeschiedenis en is gebouwd rond een klooster. De abdijkerk als centrum van het stadje en ook nog andere gebouwen.

Of deze couvent des Jacobins.

Paasdag was echt heel rustig. Bijna niemand op straat. En eigenlijk valt dat mee, want de tocht loopt vandaag bijna volledig langs gewone wegen. En op deze paasdag is er omzeggens geen verkeer. Mooi meegenomen voor het eerste deel richting Hagetmau.

Weer een ander landschap, licht glooiend en heel veel lemige geploegde akkers.

Het vervelende vandaag was de lucht. Die zag er wel wat dreigend uit. Donkere wolken, maar gelukkig toch geen druppels.

Hagetmau zelf was uitgestorven. Een gezin was in de voortuin aan het barbecuen. Verder alles dicht en stil. Alleen wat verderop was er een sportwedstrijd aan de gang. Ik kon wel niet uitmaken of het een voetbalwedstrijd was of een stierenspectakel.

Volgende stille halte was Labastide-Chalosse. Weinig mensen, ook in de kerk. Maar wel mooi met vele oude beelden, zoals dit altaarstuk.

Doch, je moet niet steeds in kerken en gebouwen naar binnen gaan om mooie zaken te zien. Ook buiten kan het heel mooi zijn, zoals deze mooie bloemen langs de weg.

De tocht door de Landes loopt op zijn einde, het landschap wijzigt. Het wordt glooiender en groener, natter. In zo’n groene vallei naast de weg vond ik de resten van een middeleeuwse kerk en kerkhof. Goed dat er een bord stond want buiten een paar 16de eeuwse grafstenen zag je niet veel meer van La Bastide de Pont la Reine.

Die vochtigere omgeving zorgt ook voor bredere beken, meet water en opnieuw watermolens.

En uiteindelijk ging de weg weer flink klimmen. Die laatste kuitenbijter voorspelt niets goed voor het vervolg van de tocht naar de Pyreneeën. Aankomst in Souslens.

Etappe 55 – Van Bouriot via Roquefort naar Mont de Marsan – 42,0 km (1.443,5 Km)

Een kleine marathon.

De wandeling startte onder het thema: I am a train…

Maar toch eerst een woordje over de gite van gisterenavond. Ik werd er heel goed ontvangen. Na ingecheckt te zijn was het tijd voor het avondmaal. We zaten uiteindelijk met 6 personen aan tafel om de poulet à la basquaise te verorberen. Er waren 3 Parijse pelgrims die telkens een week de Camino gingen stappen. Een heer en 2 dames van mijn leeftijd. Hen had ik onderweg gezien. Ik had me niet gerealiseerd dat het pelgrims waren wegens gebrek aan rugzak.  Hun rugzakken werden nagereden blijkbaar. Er zaten ook 2 jonge dames uit Keulen aan tafel. Zij reisden liftend van Ile de Ré naar Carcassone. Het was gezellig aan tafel. Wegens de geplande lange afstand vandaag, was ik de eerste die vertrok. Eerst een stukje door heide en dan de spoorlijn terug op.

Veel sporen van dieren in het zand van o.a. ree, everzwijn.

Maar ik was dus aan het stappen op de oude spoorlijn. Het voordeel is dat de uitgesneden dalen met de riviertjes allemaal overbrugd zijn. Dus minder omlaag en dan weer omhoog. Het vlakke parcours was dus minder vermoeiend.

Op de foto herken je de brugleuning. Het riviertje stroomt heel wat lager.

Na een poos verdwenen de bomen en kwam er een echt “Les Landes” landschap, met zand en dennen die regelmatig gekapt worden. Fijn is wel dat de houthakkers de bomen met merktekens voor de wandelaars laten staan. Ik heb het ooit anders meegemaakt in de Ardennen. Aankomst in het dorpje Roquefort. (Niks te maken met de straffe kaas, want dat is een andere Roquefort!)

De kerk, waar men zich opmaakte voor de goede vrijdag dienst.

In Roquefort meteen 2 koffies gedronken en wat eten en drinken gekocht. Ook nog een eenzame pelgrim gezien, maar die wandelde in de verkeerde richting. En dan weer op weg voor nog meer kilometers.

Daarna kwam er dan weer een vervelend stuk langs een drukke invalsweg. Het gras van de berm langs de weg was al wat hoog opgeschoten, dus vervelend stappen was dat. Gelukkig kwamen daarna al vlug de rustiger paden in het vizier.

Zanderige paden tussen de dennen. Dat betekende ook dat de temperatuur toch wat hoger werd in de loop van de dag. En er veel geritsel was langs de weg van allerhande hagedissen.

Vooral langs de open pas heraangeplante stroken werd het stilaan bakken in de zon. Vandaag dus genoten van de voordelen van afritsbare broeken. In een volgend dorp volgde de verwondering van de dag met een verrassing.

De kerk van Borges is heel pelgrimvriendelijk gemaakt, met speciale verlichting en zelfs een eigen ruimte voor de pelgrims waar thee of koffie beschikbaar staan. Leuk en heel aangenaam!

Een andere eigenaardigheid hier is dat voor de deur van sommige huizen versierde palen staan. Blijkbaar als er een speciale verjaardag te vieren valt. Ook leuk.

De tocht ging verder langs rustige landwegen. Niet veraf waren mensen aan het schieten. Wat een kabaal en de afstand die dat geluid draagt. Net zo ver als dat van de straaljagers die hoog in de lucht aan het trainen zijn.

Hoge bomen vangen veel wind. Ze gaan er zelfs van doorbuigen.

De dag eindigde zoals ie begon, met een lange rechte lijn op een verlaten spoorberm. Voordeel hier was wel de begroeiing die de temperatuur aangenaam hield.

En naarmate Mont-de-Marsan nadert komt er meer volk voorbij fietsen, wandelen, joggen, enz…

Ziezo, de marathon zit er op. Morgen kortere afstand!

Etappe 54 : Captieux naar Bourriot-Bergonce – 22,7 km (1.391,6 km)

Rechtdoor

Zoals gezegd ging ook vandaag de tocht verder langs de oude spoorlijn. Bij het verlaten van Captieux waren man en macht aan de slag om het voet- en fietspad verder af te werken. Zeker 5 wagens present en 12 man waren aan het werk.

De staat van het pad was iets minder dan gisteren. Meer keien en putten, maar ik mocht zeker niet klagen.

En dan een lange rechte trektocht. Kleine details grijp je aan als afleiding zoals het gewroet van de everzwijnen aan de kant het pad.

Of een hogedrukleiding voor gas die door de bossen is aangelegd en die het pad kruist .

Maar verder rechtdoor, rechtdoor, rechtdoor, één lange rechte lijn.

De enige mensen die ik onderweg zag vandaag waren 2 joggers en een brandweerman in de auto.

Na de middag  was er plots verandering in het parcours met het verlaten van de spoorlijn en de oversteek van de autoweg.

En inderdaad, vanaf nu was ik in de Landes zoals op het bord stond.

En meteen was ook de begroeiing anders. Meer kempenlandschap met ook meer zand op de grond.

Wat verderop trok het landschap helemaal open en verschenen grote akkers, voorzien van uitgebreide sproeisystemen.

De buizen liggen al klaar. En zo kwam er toch nog wat variatie in de dag met schapen, eenden, enz…

Morgen een lange wandeling op het programma. Slaapwel!

Etappe 51 : Perregrue naar La Reolle – 28,8 km (1.310,4 km)

Nog een beeld van gisteren of hoe men hier bomen restaureert. Polyurethaan schuim inspuiten.

Vrij vroeg vertrokken vanmorgen. De marktplaats achtergelaten en even langs de kerk van Perregrue gestapt.

Blijkbaar was die hoger vroeger. De tocht daalde af naar een riviertje en langs de weg dit sympathieke bord dat eigenlijk geen luxe is op sommige wegen. Gelukkig was het hier rustig.

Maar wie plukt er al die druiven?

Is toch een vraag die je je stelt als je door die opeenvolgende wijngaarden stapt. Duizenden wijnstokken staan hier naast een. De meeste zijn kort geknipt, klaar voor de komende lente en zomer.

Een uitzondering is nog niet onder handen genomen. Zie je het verschil? Vrij intensief werk allemaal.

Tussen die wijngaarden door nog een paar huppelende reeën gezien. Vrij dicht maar foto trekken? Neen.

Een stukje antwoord op die vraag van wie plukt. Veel seizoenarbeiders en fie hebben ook sanitair nodig.

Halfweg de dag door het stadje Saint-ferme gestapt. Zoals zoveel dorpen omzeggens uitgestorven maar de van oorsprong 12de eeuwse kerk is impressionant.

Naarmate de dag vorderde nam jet aantal wijngaarden wat af. Meer akkers verschenen maar de Entre-deux-mers wijngaarden bleven aanwezig.

Wie zou daar wonen? Ruïnes van een kasteel die deels hergebruikt worden als woning. Lekker boven op een rots.

En zo kwam ik aan in Saint-Reole. Heel antiek stadje met minuscuul smalle straatjes en veel huizrn van plak en stak. Ik wou nog een stempel halen in het stadhuis, maar uitzonderlijk gesloten, alle diensten.

Morgenochtend nog eens proberen.

Ondertussen staat Frankrijk verbouwereerd te kijken op televisie naar de brand van de Notre dame de Paris. Vorig jaar was ik er nog en haalde ik er een stempel voor mijn credential.

Vreemd hoe het kan verkeren.

Etappe 50 : Ste-Foye naar Pellegrue – 23,8 km (1.281,6 km)

Een rustige zondag trekkend door de wijngaarden

Zo is de dag eigenlijk verlopen. Eerst boodschappen gedaan want de gite communal had verwittigd dat op zondagavond niks te krijgen is in Pellegrue. De Dordogne verlaten en langs een lange saaie departementale eerst 4 km moeten stappen vooraleer de route omhoog de wijngaarden in trok.

De route sli gerde zich langs hele kalme wegen of zelfs door graspaden tussen wijngaarden. Die wijngaarden zijn goed onderhouden en je ziet aan de gebouwen dat de teelt lukratiever moet zijn dan gewone landbouw. Maar investeringen zijn er wel nodig.

Bij een uitgebrande hoeve kwam ik plots 3 jonge pelgrims tegen. Fransen op stap naar Compostela. Ze zagen er wat verfromaaid uit en wat verderop haalden ze me in.

Ander volk dat ik tegenkwam waren een groep heren en dames die een grot uit aan het opruimen waren. Me emmers werd de kalk en steengruis omhoog geheven en uitgestort. Ze waren wat verder weg in het bos anders had ik hen kunnen vragen wat ze aan het uitspoken waren.

En een andere gast onderweg vandaag was een speciale vogel, nl. een hop. Mooi! Als je die niet kent eens googelen.

Ziezo, vanavond overnacht ik in de refuge van Pelegrue. De 3 Fransen van daarstraks zijn zich komen douchen, maar waar ze slapen weet ik niet. Overnachten doe ik met zicht op marktgebouw. Tot morgen.

Etappe 48 : Saint-Astier naar Mussidan – 31,0 km (1.222,2 km)

Een stevige wandeling maar heel mooi.

De dag startte zonnig en de ganse dag bleef de zon prominent aanwezig. Vanuit de gite moest ik eerst naar het centrum van Saint Astier wandelen.

Eerst een bezoek aan de kerk. Daar was de organist volop aan het repeteren voor een recital volgend weekend. Een bezoek met muzikale begeleiding.

Daarna wat boodschappen in de lokale supermarkt en uiteindelijk was het toch flink 10 uur vooraleer ik goed gestart was met stappen.

Het landschap was golvend en open, maar de wandeling had vandaag toch 2 flinke daal-en klauterpartijen in peto. Rond 11u30 was ik even gestopt om de eerste van mijn kledinglaagjes uit te spelen of ik ontmoette een stapper, een Fransman die lokaal aan het oefenen was om later de echte Camino te stappen.

Wat verderop stond een richtingaanwijzer met Santiago 1.119 km. En wie fotografeerde? Collega pelgrim Wu, die ik gisteren verlaten had met een “bis morgen”. Hij was 2 maal verloren gelopen deze morgen. We liepen dan samen anderhalf uur verder. Dan liet hij me verder stappen want hij wou toch even rusten.

Wat verderop in de wei heel veel blauwe bloemen. Massa’s orchideeën. Vorig jaar heb ik er al een paar gefotografeerd.

De tocht liep vandaag vooral over paadjes en grindwegen. Wat een luxe. Bijna geen auto’s gezien vandaag.

Een plezier voor een pelgrim onderweg is een zitbank. Hier degene die ik deze middag ontmoette om te lunchen, daarachter een lavoir.

De tocht ging terug naar de rivier L’isle. Dus terug naar beneden en daarna terug naar boven. De hoogste top achter de rug kwam de Camino op een plateau terecht. Gewoon prachtig. Een soort heidelandschap met sparren en heideplanten. En wat een heerlijke geuren. Heel stil ook.

Soms had ik het gevoel dat dierbaren van mij aan het meestappen waren. Een vreemde gewaarwording zo reel was ze. Maar dan ging de tocht terug naar de rivier beneden. Mooie vergezichten waren er te zien.

Beneden ging de tocht lzngs de L’isle naar Mussidan. Het was al 18u30 voorbij eer dat de torens in zicht kwamen.

Morgen staat er weer een dyevige wandeling klaar. Hopelijk ook even mooi.