
Nog een beeld van gisteren of hoe men hier bomen restaureert. Polyurethaan schuim inspuiten.
Vrij vroeg vertrokken vanmorgen. De marktplaats achtergelaten en even langs de kerk van Perregrue gestapt.

Blijkbaar was die hoger vroeger. De tocht daalde af naar een riviertje en langs de weg dit sympathieke bord dat eigenlijk geen luxe is op sommige wegen. Gelukkig was het hier rustig.

Maar wie plukt er al die druiven?
Is toch een vraag die je je stelt als je door die opeenvolgende wijngaarden stapt. Duizenden wijnstokken staan hier naast een. De meeste zijn kort geknipt, klaar voor de komende lente en zomer.

Een uitzondering is nog niet onder handen genomen. Zie je het verschil? Vrij intensief werk allemaal.

Tussen die wijngaarden door nog een paar huppelende reeën gezien. Vrij dicht maar foto trekken? Neen.

Een stukje antwoord op die vraag van wie plukt. Veel seizoenarbeiders en fie hebben ook sanitair nodig.
Halfweg de dag door het stadje Saint-ferme gestapt. Zoals zoveel dorpen omzeggens uitgestorven maar de van oorsprong 12de eeuwse kerk is impressionant.



Naarmate de dag vorderde nam jet aantal wijngaarden wat af. Meer akkers verschenen maar de Entre-deux-mers wijngaarden bleven aanwezig.


Wie zou daar wonen? Ruïnes van een kasteel die deels hergebruikt worden als woning. Lekker boven op een rots.
En zo kwam ik aan in Saint-Reole. Heel antiek stadje met minuscuul smalle straatjes en veel huizrn van plak en stak. Ik wou nog een stempel halen in het stadhuis, maar uitzonderlijk gesloten, alle diensten.

Morgenochtend nog eens proberen.
Ondertussen staat Frankrijk verbouwereerd te kijken op televisie naar de brand van de Notre dame de Paris. Vorig jaar was ik er nog en haalde ik er een stempel voor mijn credential.

Vreemd hoe het kan verkeren.
“U kan met een gerust hart vertrekken” wist de dokter te vertellen. Dus dan inpakken en telkens opnieuw controleren of ik wel al het nodige mee heb. Vrijdagmorgen heb ik de rugzak opgepakt en gestapt naar het station. In mijn enthousiasme ben ik echt vergeten te wegen hoeveel mijn ingepakte rugzak eigenlijk weegt. Een ding is zeker, het is prachtig lenteweer. De zon schijnt volop en de stad bruist om 8 uur ’s morgens op zo een mooie lentedag.
Aan het station verschijnen juist de eerste draagstructuren voor het nieuwe dak. Misschien is dat dak klaar als ik terugkom? De reis ging dan eerst naar Brussel en vervolgens naar Parijs. In de plaats van daar de RER te nemen had ik voldoende tijd ingepland om te wandelen naar het station Austerlitz.
Eigenlijk valt het wel op dat in het straatbeeld van Parijs volop fietspaden verschijnen en dat er al wat Parisiens en Parisiennes rondpedaleren op allerhande rijwielen. Ook huurfietsen en huursteps zijn flink aanwezig. Maar een meerderheid zijn die cyclisten nog niet! Er is nog heel wat werk aan de winkel om de verkeersknoop van Parijs te ontwarren, maar dat is in onze steden eigenlijk ook zo. De tocht ging deze keer langs de feestzaal Le Bataclan en via de place de La Bastille. Allebei berucht voor bloedvergieten in het nabije en niet zo nabije verleden. Op de bordjes op de place de la Bastille stond er zelfs dat het plein het strijdtoneel was in 3 verschillende revoluties. Die Fransen en hun revoltes toch…
Een plaatje voor de watersportliefhebbers. Per boot kan je ook naar Parijs. Natuurlijk hoor ik je al zeggen… via de Seine. En inderdaad, via een sas vaar je de stroom op. In de verte een duidelijk herkenbare toren.
Let op de prachtige blauwe lucht. Ik had me natuurlijk véél te warm aangekleed en in centrum Parijs is het moeilijk een plaatsje te vinden waar je je kan strippen. Dus was het zweten geblazen. Rond 14u40 vertrok de trein naar Châteauroux voor het vervolg van de rit. Die verliep vlot en 2 uur later stapte ik uit in het station waar vorig jaar mijn Camino was gestopt.
Een 3-tal km stappen op de route leidde mij naar het hotel. Onderweg stapte ik voorbij het ziekenhuis van de stad. Daar hebben ze boven het gebouw een groot platform gebouwd waarop een helikopter staat. Dat geeft je echt een gerust gemoed mocht het fout gaan onderweg. Aan het hotel de klassieke wegmarkeringen in blauw geel terug gevonden.
Ik weet dus welke kant ik uit moet gaan morgenvroeg voor de eerste langere etappe!







