Etappe 75 – Zierbena naar Castro Urdiales – 27 km – 1910,3 km – dag 10

Het is zonnig en het wordt warmer voor deze etappe die eerst langs de kust en dan in het groen verloopt.

Klim vanuit Zierbena

Zoals zo vaak begint de dag met een klimpartij. Ook vandaag. Al snel zijn de gele pijlen present om me weg te lijden uit de ferryhaven.

Kustpad La Arena

Al snel gaat het terug naar de zee. Naar La Arena. Heel dicht tegen de zee, op een pad richting strand en letterlijk een 100 m ploeteren in het zand richting bruggetje dat naar een kustpad leidt.

Een riviertje dat op natuurlijke wijze de zee in stroomt. Dat hebben we niet meer bij ons. Geen betonnen structuur, geen haven, geen dan. Gewoon puur natuur. Het kustpad ging eerst wat omhoog en slingerde dan langs de rotsen naar Onton. Het leverde mooie vergezichten op.

Langs het kustpad terugkijken richting Haven Bilbao.

Veel gebeurde er eigenlijk niet. Ee vrij vlak en makkelijk parcours. Enkel melden dat ik Duitser Christian weer zag. Hij was aan het eten op een bank samen met een dame pelgrim. Dag gezegd en Guten appetit.

Ik dacht dat ze me beiden zouden inhalen erna, maar ik heb eigenlijk van de ganse dag niemand meer gezien. Misschien namen ze de saaiere kustweg. Ik opteert echter voor de groenere inlandse route en trok dus voorbij Onton omhoog de bergen in.

Richting Baltezana
Eucalyptus

Via kleine wegen naar omhoog tussen de typische eucalyptusbomen. Toch een omweg van een 10-tal km. Na de top terug naar beneden, grotendeels via een verlaten spoorwegbedding.

Oude spoorbedding
Oud station van Ontanes

Het liep als een trein! Langzaam afdalen, mooi pad. Comfort voor de stapper. Nog even uit de toon in Samano waar weer een venijnig klimmetje zit. En daan gaat de route over in een saai voetpad richting Castro Urdiales.

Vanavond nog even een Mac binnen geslopen. Kwart voor 8. Wat eten die Spanjaarden toch laat!

Iets voor acht nog geen klanten…

Etappe 74 – Bilbao naar Zierbena – 22,8 km – 1883,3 km – dag 9

Een haven in transitie

De Camino is niet één weg, maar eigenlijk een kluwen van mogelijke paden richting Compostella. Vandaag had ik de keuze uit diverse routes. Ofwel terug omhoog door het groen, of één van de routes langs de rivier richting de monding, richting de zee. Omdat het vlakker was, maar vooral om eens iets anders te zien koos ik de rivier. En het viel niet tegen verre van.

Vanuit het stadcentrum kom je al snel aan de promenade en meteen wordt je geconfronteerd met de maritieme geschiedenis. Een museum en museumweekend zien er heel interessant én levendig uit.

Museum scheepswerf

Onder het zeildoek wordt een houten schip hersteld volgens oude methodes. Er is werk aan.

Planken moeten vervangen worden, ook van de romp. En die planken moeten dus verbogen worden ZONDER breken. Omdat de roots van schoonvader Alex zaliger in de schrijnwerkerij (wagenmaker) lagen onderstaand beeld.

Het plooien van planken.

Voor de Kv supporters, mocht KVM doorstoten Europees én ze moeten tegen Bilbao spelen, dan is dit het stadion van het Spaanse thuistreffen.

Stadion van bilbao

Je ziet echt van alles onderweg. Zoals elke oude haven moet ook Bilbao zich aanpassen. De oude haveninfrastructuur, die eigenlijk bijna niet meer gebruikt wordt en verloederd zoekt andere toepassingen of maakt plaats voor bewoning. Veel voorbeelden gezien langs de voortreffelijke promenade.

Prachtige gevel op zoek naar nieuwe bestemming.

De route is meestal goed aangegeven, alleen bij een schroothoop kan je niet meer door en moet de route een omweg nemen. Toen ik stond te twijfelen met mijn kaartje sprongen meteen hulpvaardige Spanjaarden toe om mij op de goede weg te zetten. Met heel veel Spaanse woorden waar ik jammergenoeg zo weinig van versta.

Hier moet je uitkijken, welke kant uit?

Al dat bouwen, verbouwen, verkommeren, restaureren, enz geeft een zekere lelijkheid maar ook schoonheid en charme aan de stad. Vooral als je dan nog eens zicht hebt op de bergen.

De wandeling gaat verder langs de promenade. Veel volk op de wandel, jong en oud. Spanjaarden wandelen veel, de ouderen toch.

Barakaldo nieuwe stadswijk.

Verderop is al flink afgebroken en hele nieuwe woonblokken zijn neergezet. Bilbao is druk bewoond. Ik las ergens dat helft bewon ers Baskenland in die agglomeratie wonen. Barakaldo en dan Sestao zijn plaatsen waar heel veel haven verwijderd werd ten voordele van woonblokken. Maar toch staat er nog productie van een gekend bedrijf. Arcelor Mital, staal. Maar ook daar staat industriële archeologie te roesten.

En toch weeral die transitie. Centrale buurtverwarming met gerecupereerde warmte van de fabriek.

En dan nader ik Portugalete met een bijouke van metalen constructie. Er bestaan slechts een 5 tal van deze overzetsystemen. Lieve schoonbroer Frank liet me weten dat dit de eerste transportbridge is.

En dat ding functioneert. Voor 50ct reis je naar de overzijde. Dus ikke heen, koffie drinken, en terug. Superhandig.

Voetgangers, fietsers, auto’s gaan mee naar de overkant.

Ziezo, dat hadden we dan gehad. Een “vaut le voyage” attractie. Industrieel erfgoed op zijn best.

Daarna ging het verder richting monding. De bedrijven en constructies werden moderner. Bij de zeevaartschool (met prachtig zwembad!) Staat een vissersboot van eind vorige eeuw.

Te bezoeken. Maar wat verderop ligt een nog actieve scheepswerf, en daar worden de moderne visserijboten bewerkt. Wat een verschil. Groter, efficiënter, nieuwe technologie.

En zo zie je dat alles in transitie is naar meer efficiëntie en meer duurzaamheid. Het is verre van gerealiseerd, maar de transitie is volop bezig, dat is duidelijk. Het laatste plaatje van de haven toont dat nog beter met oa windmolen fragmenten die verscheept moeten worden, edg.

Aankomst in Zierbena om daar te overnachten. Ferryhaven.

Zie hoe blauw alles geworden is. Zonnig maar koud. Zo een wandeling doet je wel honger krijgen! Vanavond vis op het bord!

Etappe 68 – San Sebastian naar Getaria – 24,0 km – 1745,2 km – dag 3

Het wordt grijzer, het wordt kouder. Een heel gevarieerde wandeling vandaag. Voormiddag wispelturig kustpad en namiddag doorheen Zarauts en een wandeling langs de dijk naar de vissersstad Getaria.

Opstaan deed ik met dit mooie uitzicht met vuurtorentje. Eigenlijk was ik al 3 km verder gestapt gisteren. Zo kon ik meteen goed starten voor de etappe vandaag.

2 vuurtorens

Het weggetje ging omhoog, slingerde parallel aan zee doorheen de groene weiden. Het was frisser, grijs maar droog.

Let op de appelsienenboom naast dit boerderijtje. De weg ging kwalitatief achteruit. De uitzichten bleven mooi, maar de weg zelf verdween en werd een stijgend en slingerend pad.

Bosweg met Gr
De oude pelgrimswegen met grote plavuizen komen vaak voor in de streek.

Een verlaten streek met taaie begroeing, want nabij de oceaan en het kan er flink stormen. De grote steenblokken schijnen al heel oud te zijn, gelegd om pelgrims vlotter te doen reizen. Verschillende kilometer afgelegd op deze reuze kinderkoppen. Kunst kom je ook tegen en een natuurlijke fontein met drinkbaar water .

Kunst langs de Camino

Drinkbaar water uit de rots

Op en neer gaat de tocht. Geen levende ziel te bespeuren. Het is een stukje desolaat gebied waar ik doorheen loop. Doet me wat denken aan de Landes, maar dan heuvelachtiger. Na 6 a 7 km toch teken van leven.

We love you! I love it.

Toch fijn dat de mensen hier de pelgrims zo welkom heten, getuige dit bord, of de auto die plots naast mij vertraagde en waar de bestuurder met bewonderende blik mij vroeg: Camino? Of een koppel in Zarauts die je kruist en vol overtuiging ‘Buen Camino’ toeroept. Zelfs een paar hulppostjes onderweg ontmoet met water en een box met materiaal voor verzorging.

Hulp bij pijne voeten.

Uiteindelijk komt de Camino terug in de bewoonde wereld aan in Orio (nee niet de koekjes) via de ermita San Martin. Gesloten. Daar iets gegeten en achter mij zag ik Alex voorbij stappen

De ermita San Martin en het zicht naar de zee.

Orio zelf is een kleine haven waarlangs een luidruchtige autoweg dendert. Het lawaai weergalmt in de vallei en overdondert na een dag stilte. Het stadje zelf is typisch gebouwd.

Orio

De tocht gaat verder, vlak en langsheen de monding met havenactiviteiten en resten ervan.

Nog een oude baggeraar

En zoals steeds volgt een bocht met een klim. De weg loopt eerst langs weiden en eindigt in wijngaarden. Hier wordt een witte tintelende wijn verbouwd. Nette gaarden voor Txakoli.

Wijngaarden van txakoli

Eenmaal over de heuvelkam gaat de Camino langs een gewone weg naar beneden naar stadje Zarautz. Strand!

Getaria in de verte.

De stad Zarautz is gebouwd in dambord met een lange laan centraal. Daar staan wel wat beelden en monumentje langs.

Kaarsrecht
Industrieel erfgoed

In de stad zelf even langs gegaan in de toeristische dienst de stempel halen.

Verder gaat het vlak langs een lange promenade die naast de weg aan de rotsen hangt richting Getaria. Mooi maar na 4km wel wat saai. De golven beuken er tegen gigantische stenen blokken. Op zee zie je vissersbootjes dobberen.

Wandeldijk
Wandeldijk bis

Aankomst in Getaria met eerst een koffietje en een leuke ongekende 50ct surprise.

Andorra

De kerk binnengestapt. Origineel, want door de vele verbouwingen door de eeuwen heen ligt de vloer volledig schuin en zijn doksaal en dgl in verschillende niveaus. Hopelijk zichtbaar op de foto’s.

Schuine vloer

Ziezo, de wandeling is voorbij. Morgen naar Deba, maar eerst lekker eten en slapen.

Leve de asperges

Etappe 66 – Terug op weg! Via Parijs naar Hendaye en dan tochtje naar Irun. 6,6 km – 1692,1 km (en tochtje in Parijs) – dag 1

Vroeg in de ochtend deze maandag de rugzak nog even gecontroleerd en over de schouder gegooid. Om 7u stipt stapte ik het huis uit richting station. Het was nog rustig. Lichte nevel hing over de vaart.

Zonsopgang in Mechelen.

In het station begon de drukte. Op naar Brussel, op naar de Thalys richting Parijs. Het voelt raar aan om die rugzak weer te omgorden. Ik had gehoopt niet teveel spullen in te pakken, maar de ‘natte’ en kille weersverwachtingen maken dat de dikkere hemden en lange onderbroek ook mee zijn. En dus zorgen voor de extra kg.

Paris Nord

Que je suis content de revoir Paris. Eindelijk terug na de Corona shut down! Lijkt een eeuwigheid.

Ik heb de afstand tussen gare du Nord en gare de Montparnasse wat onderschat. Ik wilde die te voet doen om Parijs te voelen, te ruiken, te ondergaan, maar het werd uiteindelijk een oppervlakkig weerzien in de vorm van snelwandelen. Ik was op tijd voor de lange trip naar Hendaye, naar het zuiden. Aankomst voorzien iets voor 17u. De lente is al duidelijk aanwezig in de streek. De bomen al groener en ooievaars glijden over de velden. Hier en daar is een nest bezet. Een beetje geduld daar in het noorden, de lente is op weg naar jullie!

Aankomst in Hendaye.

De weg naar de brug vond ik snel terug. Er is weinig veranderd sedert de laatste keer. Alleen hebben de Spanjaarden nu een container met politie in het midden van de brug gezet om prikacties te houden richting Frankrijk.

Brug naar Irun

Het is toch weer wennen aan de kaart en vooral de schaal ervan. Eenmaal de brug over was het toch wat zoeken naar het begin van de route. Ik was niet alleen. Een koppel op de fiets was ook afgestapt om de kaart goed te bestuderen. Hun route liep rond het stadscentrum. Ik moest doorheen het centrum langs drukke straten. Maar dat kon het lentegevoel niet drukken, zeker niet toen een bekende bloemengeur mijn neus kriebelde.

Bloeiend en geurend

En met al dat lentegevoel dan toch ook een ijsje gekocht en mmm. Wat verderop voorbij het centrale plein is de eerste richtingspijl met de schelp. Via een brug gaat de route langsheen drooggelegd moeras en dan naar boven. Oei, oei, oei, dat zijn we niet meer gewoon. Maar elke meter omhoog is gewonnen en moet ik morgen niet meer doen.

Daar zijn de schelpen!

Wat verderop aankomst in de casa waar ik de nacht doorbreng. Heel warm ontvangen, maar het is nog kalm. Ik heb de indruk dat de streek met ongeduld wacht op de terugkeer van de pelgrims. Ik werd vanavond al aangesproken door een ober om een pelgrimsmenu te gaan eten. Maar vanavond hou ik het nog sober (buiten dat ijsje).

Conclusie van de dag… wel de kop is er af, er bestaan blijkbaar stroken camino waar je moet klimmen, en daar moet ik me morgen op kleden.

Pelgrim
Lente

Etappe 65 : Ascain naar Hendaye – 20,0 km (1.685,5 km)

Dit wordt opnieuw een tijdelijke halte, een tussenstop.  De Spaanse grens wordt de tijdelijke halte tot volgende lente. De wandeling vandaag startte onder een stralend zonnetje, maar al snel waren er wat wolken en vielen er een paar druppeltjes. Het werd warmer en vochtiger dan gisteren.

Dit laatste stukje Camino loopt door minder ruig landschap. Er is ook meer bewoning langs de weg,  wat minder hoge beklimmingen en een zachter glooiende omgeving.

Enkel in de verte zie je de toppen van de Pyreneeën die boven alles uitsteken. Er is ook nog steeds veel groen en er stroomt een kabbelend beekje.

Om halfweg de dag aan te komen in het warme Urrugne. Daar komt de kust Camino samen met de verbindingsweg vanuit Saint-Jean-Pied-de-Port. Ik ben er even gestopt bij de kerk om iets te drinken want het werd behoorlijk warm.

Op het kerkplein een jonge pelgrimster ontmoet. Ze kwam uit Zwitserland en wilde ook halt houden in Hendaye. Wat verderop liep ze mij met stevige tred voorbij. Het was wat klimmen en dat is toevallig één van HAAR specialiteiten.. wanneer je uit Zwitserland komt.

En dan kwam de tijdelijke terminus in zicht. Het strand, de bergen de bomen in de verte. Dat is Spanje!

Eerst nog heel vaag, maar stapsgewijze duidelijker en duidelijker. Hendaye vooraan en aan de overzijde van het water het Spaanse Irun.

Beneden in Hendaye stapte ik tot aan de Pont de Saint-Jacques. Geen mooie brug, maar wel de brug die de weg opent naar de Camino del Norte en Espagna.

En halfweg deze brug, op de grens met Spanje eindigt deze tocht voorlopig.

Het vervolg is gepland in april volgend jaar 2020. Abonneer je op deze blog en je krijgt een bericht wanneer ik de tocht verder zet.

Etappe 61 : Saint Jean Pied de Port – 20,3 km (1.601,0km)

Aankomst tweede deel

Vandaag is het de tweede tussenhalte en stopt de tocht voor even. Het wordt wel een vreemde tocht, een drukke.

Het begint bij de eerste bocht. Ik ben meteen omringd door pelgrims. Twee heren, die me aan stevig tempo voorbij stappen, daarna steek ik 2 oudere Duits pratende dames voorbij en wat verderop komt er nog een pelgrim uit het groen. Zoveel heb ik er over de ganse tocht niet gezien.

Pelgrims naar Compostella
Pelgrims naar Saint-Jean

De tocht trekt de valei in langs glooiene graspaden. Af en toe wordt er even gepraat, maar vooral hard gestapt. Vreemd dat men al snel de pelgrims volgt… en volgt op het verkeerde pad. Want plots gaat de weg stevig omhoog en ik moet mijn collega’s lossen tijdens de klim. Tot na een tiental minuten er een tetugkeert met de melding dat we fout zitten. In het terugkeren komen we er nog 8-tal pelgrims tegen die ook mogen omkeren!

Af en toe wordt wat gebabbeld zoals tijdens een koffiepauze in de schuur van een landbouwer die tegen een vrije gift (donativo) koffie en warme drank + zuivel uit zijn hoeve aanbiedt. Zo leer ik Martin kennen uit Quebec, die samen met zijn maat vanuit Le Puy en Vellay zijn gestapt tot hier. Blijkbaar was het weer daar iets minder want ze hadden kou toen het er sneeuwde.

Wat verderop ontmoet ik een andere pelgrim die vanuit Brest de Atlantische route heeft gevolgd. En ondertussen stapt iedereen op eigen ritme verder. Rond de middag zie ik een bende van 8 langs de weg picnicken.

En dit in een mooi, groen heuvelend landschap. Onderweg nog een paar kerkjes binnengestapt. Ik was wel verwonderd van het binnen schrijnwerk. In 2 kerkjes was een volledige gaanderij opgebouwd.

En langzaamaan naderden we met zijn allen ons doel. Een laatste klim naar de citadel en via de porte St. Jacques stapte ik de drukte in.

Wat een andere wereld. De nauwe straatjes lopen vol mensen van allerlei leeftijd, ras en kaliber. Veel mooie nieuwe uitrustingen en blitse (te) zware rugzakken. Ik moet aanschuiven bij het Compostella genootschap, zo druk. Ik haal er mijn stempel maar de meeste mensen halen er de credential. Ik sta verwonderd te luisteren hoe onvoorbereid heel wat van die pelgrims aan die tocht beginnen. Gelukkig krijgen ze hier wel wat raad en waarschuwingen. Het is te koud op de pas naar Spanje en het waait te hard. De pas is 3 dagen gesloten want de avond voordien werden heel wat pelgrims ontzet door de Spaanse politie.

Via de stadspoort stapte ik dan naar het station. Plots hoorde ik mikn naam roepen. Stephane! Ook hij was er al. Had zijn tentje in de camping neergezet. In afwachting van de trein hebben we nog wat bijgepraat, samen met een derde pelgrim en gekeken hoe hordes pelgrims door een net aangekomen trei werden afgezet. Ook hier terug. Wat een zware pakken, zakken en rugzakken! Om 16u30 vertrok de trein dan naar Bayonne, waar ik overnachtte om de volgende dag naar huis te rijden. We wensten elkaar Bon chemin toe. Hij stapte verder naar de Camino del Norte. Ik moet nu wat wachten.

Etappe 60 : Osserain naar Larcevaux – 29,6 km (1.580,7km)

Stephane

Weer geluk vandaag als ik naar de lucht kijk. Blauw en zonnig. Vannacht regende het, maar de buien zijn overgetrokken. Het ontbijt in de door Britten uitgebate B&B is ok. Ik kan er dus weer tegen, want er staan 2 flinke klauterpartijen op het programma.

Eerst de rivier over. Die stroomt tegen vreemde steenformaties aan. Niet alledaags.

De witte bergtoppen, die ik gisteren zag zitten verstopt achter dikke wolken. En dan kwam ik Stephane tegen.

Stephane vertrokken vanuit Limoges. Samen gestapt tot Saint-Palais. Daar afscheid genomen want ik wou er per se nog iets eten en hij trok verder.

Na middag kwamen 2 beklimmingen. Hier startte de eerste. Een betonnen pad eerst hielp het klimmen. Al vlug vetraagde mijn snelheid en kwamen regelmatige haltes.

Wel was het uitzicht soms adembenemend, en ook de besneeuwde toppen kwamen terug piepen. Boven aangekomen was het minder aangenaam door de kille stevige wind. Een paar beelden verwelkomen de bezoekers op de top.

Na de klim ging het stevig naar beneden. Ondertussen waren hoog in de lucht verschillende vogels met gigantische vleugels aan het ronddraaien. Ik vermoed gieren, want die beestjes zijn ondertussen terug uitgezet in de Pyreneeën. Echt gigantisch. De tocht ging vervolgens steil naar beneden het dal in.

Maar het was wat ik andere kant zag die mij wat minder op mijn gemak stelde. Dat pad steil omhoog… Toch niet het vervolg van de tocht? Tijdens het afdalen kon ik volop genieten van de vergezichten.

Beneden in het dal stond de gedenksteen in het baskisch. Blijkt de samenkomst te zijn van 3 caminos van Frankrijk, waaronder de populaire vanuit le Puy en Vellay, die door de Fransen zelf wordt gestapt.

Mijn vrees was gegrond daarstraks. Het pad omhoog was het vervolg van de tocht. Flink de hoogte in dus.

En heel vreemd qua ondergrond. Zachte vlakke rots, die volop afschilfert. De tocht ging traag. Vervelender werd wel de wind, die koud en stevig werd. Heel onaangenaam bergop en wind tegen. Ik moest constant mijn hoed vasthouden of ie was weg.

Na flink zwoegen was de top zichtbaar. Daar staat een kapel met oa waterkraantje. En wie stond me daar op te wachten. Stephane.

Samen zetten we dan de tocht verder. De landschappen bleven schitterend. Enkel de wind was vervelend. De tocht ging verder omhoog en dan omlaag.

We gingen verder en in Ostabat besloot Stephane zijn tentje op te zetten voor de nacht. Hij stapte de plaatselijke bar binnen na afscheid te hebben genomen. Ik stapte nog een 5km verder. En toen ik aankwam toonde de lucht dat er morgen nog wat meer wind te verwachten was.

Etappe 57: Saint-Sever via Hagetmau tot Beyries – 30,6 km (1.502,3 km)

Paasdag – waar is iedereen?

Deze paasdag begon nogal merkwaardig. Ik kwam in zekere zin ook de paasklok tegen. Op zoek naar een hap voor op de middag onderweg stapte ik naar een bakker. Ik ontmoette een man, die me meteen aansprak over de Camino. Hij was ook gestapt maat was nu naar Rome en Assisi gestapt. Vond dat formidabel samen met de vrienden. Dat het belangrijk is om een goede fles mee te nemen en dat het ergste wat kan gebeuren het verlies van de kurkentrekker. Ik volgde hem naar binnen bij de bakker. Toen ik wilde betalen voor mijn brood mocht ik niet want de mijnheer voor mij betaalde zei de verkoopster. Toen ik buitenstapte reed hij voorbij met de wagen, uitbundig zwaaiend.

Saint-Sever heeft een monikkengeschiedenis en is gebouwd rond een klooster. De abdijkerk als centrum van het stadje en ook nog andere gebouwen.

Of deze couvent des Jacobins.

Paasdag was echt heel rustig. Bijna niemand op straat. En eigenlijk valt dat mee, want de tocht loopt vandaag bijna volledig langs gewone wegen. En op deze paasdag is er omzeggens geen verkeer. Mooi meegenomen voor het eerste deel richting Hagetmau.

Weer een ander landschap, licht glooiend en heel veel lemige geploegde akkers.

Het vervelende vandaag was de lucht. Die zag er wel wat dreigend uit. Donkere wolken, maar gelukkig toch geen druppels.

Hagetmau zelf was uitgestorven. Een gezin was in de voortuin aan het barbecuen. Verder alles dicht en stil. Alleen wat verderop was er een sportwedstrijd aan de gang. Ik kon wel niet uitmaken of het een voetbalwedstrijd was of een stierenspectakel.

Volgende stille halte was Labastide-Chalosse. Weinig mensen, ook in de kerk. Maar wel mooi met vele oude beelden, zoals dit altaarstuk.

Doch, je moet niet steeds in kerken en gebouwen naar binnen gaan om mooie zaken te zien. Ook buiten kan het heel mooi zijn, zoals deze mooie bloemen langs de weg.

De tocht door de Landes loopt op zijn einde, het landschap wijzigt. Het wordt glooiender en groener, natter. In zo’n groene vallei naast de weg vond ik de resten van een middeleeuwse kerk en kerkhof. Goed dat er een bord stond want buiten een paar 16de eeuwse grafstenen zag je niet veel meer van La Bastide de Pont la Reine.

Die vochtigere omgeving zorgt ook voor bredere beken, meet water en opnieuw watermolens.

En uiteindelijk ging de weg weer flink klimmen. Die laatste kuitenbijter voorspelt niets goed voor het vervolg van de tocht naar de Pyreneeën. Aankomst in Souslens.

Etappe 51 : Perregrue naar La Reolle – 28,8 km (1.310,4 km)

Nog een beeld van gisteren of hoe men hier bomen restaureert. Polyurethaan schuim inspuiten.

Vrij vroeg vertrokken vanmorgen. De marktplaats achtergelaten en even langs de kerk van Perregrue gestapt.

Blijkbaar was die hoger vroeger. De tocht daalde af naar een riviertje en langs de weg dit sympathieke bord dat eigenlijk geen luxe is op sommige wegen. Gelukkig was het hier rustig.

Maar wie plukt er al die druiven?

Is toch een vraag die je je stelt als je door die opeenvolgende wijngaarden stapt. Duizenden wijnstokken staan hier naast een. De meeste zijn kort geknipt, klaar voor de komende lente en zomer.

Een uitzondering is nog niet onder handen genomen. Zie je het verschil? Vrij intensief werk allemaal.

Tussen die wijngaarden door nog een paar huppelende reeën gezien. Vrij dicht maar foto trekken? Neen.

Een stukje antwoord op die vraag van wie plukt. Veel seizoenarbeiders en fie hebben ook sanitair nodig.

Halfweg de dag door het stadje Saint-ferme gestapt. Zoals zoveel dorpen omzeggens uitgestorven maar de van oorsprong 12de eeuwse kerk is impressionant.

Naarmate de dag vorderde nam jet aantal wijngaarden wat af. Meer akkers verschenen maar de Entre-deux-mers wijngaarden bleven aanwezig.

Wie zou daar wonen? Ruïnes van een kasteel die deels hergebruikt worden als woning. Lekker boven op een rots.

En zo kwam ik aan in Saint-Reole. Heel antiek stadje met minuscuul smalle straatjes en veel huizrn van plak en stak. Ik wou nog een stempel halen in het stadhuis, maar uitzonderlijk gesloten, alle diensten.

Morgenochtend nog eens proberen.

Ondertussen staat Frankrijk verbouwereerd te kijken op televisie naar de brand van de Notre dame de Paris. Vorig jaar was ik er nog en haalde ik er een stempel voor mijn credential.

Vreemd hoe het kan verkeren.

Etappe 50 : Ste-Foye naar Pellegrue – 23,8 km (1.281,6 km)

Een rustige zondag trekkend door de wijngaarden

Zo is de dag eigenlijk verlopen. Eerst boodschappen gedaan want de gite communal had verwittigd dat op zondagavond niks te krijgen is in Pellegrue. De Dordogne verlaten en langs een lange saaie departementale eerst 4 km moeten stappen vooraleer de route omhoog de wijngaarden in trok.

De route sli gerde zich langs hele kalme wegen of zelfs door graspaden tussen wijngaarden. Die wijngaarden zijn goed onderhouden en je ziet aan de gebouwen dat de teelt lukratiever moet zijn dan gewone landbouw. Maar investeringen zijn er wel nodig.

Bij een uitgebrande hoeve kwam ik plots 3 jonge pelgrims tegen. Fransen op stap naar Compostela. Ze zagen er wat verfromaaid uit en wat verderop haalden ze me in.

Ander volk dat ik tegenkwam waren een groep heren en dames die een grot uit aan het opruimen waren. Me emmers werd de kalk en steengruis omhoog geheven en uitgestort. Ze waren wat verder weg in het bos anders had ik hen kunnen vragen wat ze aan het uitspoken waren.

En een andere gast onderweg vandaag was een speciale vogel, nl. een hop. Mooi! Als je die niet kent eens googelen.

Ziezo, vanavond overnacht ik in de refuge van Pelegrue. De 3 Fransen van daarstraks zijn zich komen douchen, maar waar ze slapen weet ik niet. Overnachten doe ik met zicht op marktgebouw. Tot morgen.