Etappe 65 : Ascain naar Hendaye – 20,0 km (1.685,5 km)

Dit wordt opnieuw een tijdelijke halte, een tussenstop.  De Spaanse grens wordt de tijdelijke halte tot volgende lente. De wandeling vandaag startte onder een stralend zonnetje, maar al snel waren er wat wolken en vielen er een paar druppeltjes. Het werd warmer en vochtiger dan gisteren.

Dit laatste stukje Camino loopt door minder ruig landschap. Er is ook meer bewoning langs de weg,  wat minder hoge beklimmingen en een zachter glooiende omgeving.

Enkel in de verte zie je de toppen van de Pyreneeën die boven alles uitsteken. Er is ook nog steeds veel groen en er stroomt een kabbelend beekje.

Om halfweg de dag aan te komen in het warme Urrugne. Daar komt de kust Camino samen met de verbindingsweg vanuit Saint-Jean-Pied-de-Port. Ik ben er even gestopt bij de kerk om iets te drinken want het werd behoorlijk warm.

Op het kerkplein een jonge pelgrimster ontmoet. Ze kwam uit Zwitserland en wilde ook halt houden in Hendaye. Wat verderop liep ze mij met stevige tred voorbij. Het was wat klimmen en dat is toevallig één van HAAR specialiteiten.. wanneer je uit Zwitserland komt.

En dan kwam de tijdelijke terminus in zicht. Het strand, de bergen de bomen in de verte. Dat is Spanje!

Eerst nog heel vaag, maar stapsgewijze duidelijker en duidelijker. Hendaye vooraan en aan de overzijde van het water het Spaanse Irun.

Beneden in Hendaye stapte ik tot aan de Pont de Saint-Jacques. Geen mooie brug, maar wel de brug die de weg opent naar de Camino del Norte en Espagna.

En halfweg deze brug, op de grens met Spanje eindigt deze tocht voorlopig.

Het vervolg is gepland in april volgend jaar 2020. Abonneer je op deze blog en je krijgt een bericht wanneer ik de tocht verder zet.

Etappe 61 : Saint Jean Pied de Port – 20,3 km (1.601,0km)

Aankomst tweede deel

Vandaag is het de tweede tussenhalte en stopt de tocht voor even. Het wordt wel een vreemde tocht, een drukke.

Het begint bij de eerste bocht. Ik ben meteen omringd door pelgrims. Twee heren, die me aan stevig tempo voorbij stappen, daarna steek ik 2 oudere Duits pratende dames voorbij en wat verderop komt er nog een pelgrim uit het groen. Zoveel heb ik er over de ganse tocht niet gezien.

Pelgrims naar Compostella
Pelgrims naar Saint-Jean

De tocht trekt de valei in langs glooiene graspaden. Af en toe wordt er even gepraat, maar vooral hard gestapt. Vreemd dat men al snel de pelgrims volgt… en volgt op het verkeerde pad. Want plots gaat de weg stevig omhoog en ik moet mijn collega’s lossen tijdens de klim. Tot na een tiental minuten er een tetugkeert met de melding dat we fout zitten. In het terugkeren komen we er nog 8-tal pelgrims tegen die ook mogen omkeren!

Af en toe wordt wat gebabbeld zoals tijdens een koffiepauze in de schuur van een landbouwer die tegen een vrije gift (donativo) koffie en warme drank + zuivel uit zijn hoeve aanbiedt. Zo leer ik Martin kennen uit Quebec, die samen met zijn maat vanuit Le Puy en Vellay zijn gestapt tot hier. Blijkbaar was het weer daar iets minder want ze hadden kou toen het er sneeuwde.

Wat verderop ontmoet ik een andere pelgrim die vanuit Brest de Atlantische route heeft gevolgd. En ondertussen stapt iedereen op eigen ritme verder. Rond de middag zie ik een bende van 8 langs de weg picnicken.

En dit in een mooi, groen heuvelend landschap. Onderweg nog een paar kerkjes binnengestapt. Ik was wel verwonderd van het binnen schrijnwerk. In 2 kerkjes was een volledige gaanderij opgebouwd.

En langzaamaan naderden we met zijn allen ons doel. Een laatste klim naar de citadel en via de porte St. Jacques stapte ik de drukte in.

Wat een andere wereld. De nauwe straatjes lopen vol mensen van allerlei leeftijd, ras en kaliber. Veel mooie nieuwe uitrustingen en blitse (te) zware rugzakken. Ik moet aanschuiven bij het Compostella genootschap, zo druk. Ik haal er mijn stempel maar de meeste mensen halen er de credential. Ik sta verwonderd te luisteren hoe onvoorbereid heel wat van die pelgrims aan die tocht beginnen. Gelukkig krijgen ze hier wel wat raad en waarschuwingen. Het is te koud op de pas naar Spanje en het waait te hard. De pas is 3 dagen gesloten want de avond voordien werden heel wat pelgrims ontzet door de Spaanse politie.

Via de stadspoort stapte ik dan naar het station. Plots hoorde ik mikn naam roepen. Stephane! Ook hij was er al. Had zijn tentje in de camping neergezet. In afwachting van de trein hebben we nog wat bijgepraat, samen met een derde pelgrim en gekeken hoe hordes pelgrims door een net aangekomen trei werden afgezet. Ook hier terug. Wat een zware pakken, zakken en rugzakken! Om 16u30 vertrok de trein dan naar Bayonne, waar ik overnachtte om de volgende dag naar huis te rijden. We wensten elkaar Bon chemin toe. Hij stapte verder naar de Camino del Norte. Ik moet nu wat wachten.

Etappe 60 : Osserain naar Larcevaux – 29,6 km (1.580,7km)

Stephane

Weer geluk vandaag als ik naar de lucht kijk. Blauw en zonnig. Vannacht regende het, maar de buien zijn overgetrokken. Het ontbijt in de door Britten uitgebate B&B is ok. Ik kan er dus weer tegen, want er staan 2 flinke klauterpartijen op het programma.

Eerst de rivier over. Die stroomt tegen vreemde steenformaties aan. Niet alledaags.

De witte bergtoppen, die ik gisteren zag zitten verstopt achter dikke wolken. En dan kwam ik Stephane tegen.

Stephane vertrokken vanuit Limoges. Samen gestapt tot Saint-Palais. Daar afscheid genomen want ik wou er per se nog iets eten en hij trok verder.

Na middag kwamen 2 beklimmingen. Hier startte de eerste. Een betonnen pad eerst hielp het klimmen. Al vlug vetraagde mijn snelheid en kwamen regelmatige haltes.

Wel was het uitzicht soms adembenemend, en ook de besneeuwde toppen kwamen terug piepen. Boven aangekomen was het minder aangenaam door de kille stevige wind. Een paar beelden verwelkomen de bezoekers op de top.

Na de klim ging het stevig naar beneden. Ondertussen waren hoog in de lucht verschillende vogels met gigantische vleugels aan het ronddraaien. Ik vermoed gieren, want die beestjes zijn ondertussen terug uitgezet in de Pyreneeën. Echt gigantisch. De tocht ging vervolgens steil naar beneden het dal in.

Maar het was wat ik andere kant zag die mij wat minder op mijn gemak stelde. Dat pad steil omhoog… Toch niet het vervolg van de tocht? Tijdens het afdalen kon ik volop genieten van de vergezichten.

Beneden in het dal stond de gedenksteen in het baskisch. Blijkt de samenkomst te zijn van 3 caminos van Frankrijk, waaronder de populaire vanuit le Puy en Vellay, die door de Fransen zelf wordt gestapt.

Mijn vrees was gegrond daarstraks. Het pad omhoog was het vervolg van de tocht. Flink de hoogte in dus.

En heel vreemd qua ondergrond. Zachte vlakke rots, die volop afschilfert. De tocht ging traag. Vervelender werd wel de wind, die koud en stevig werd. Heel onaangenaam bergop en wind tegen. Ik moest constant mijn hoed vasthouden of ie was weg.

Na flink zwoegen was de top zichtbaar. Daar staat een kapel met oa waterkraantje. En wie stond me daar op te wachten. Stephane.

Samen zetten we dan de tocht verder. De landschappen bleven schitterend. Enkel de wind was vervelend. De tocht ging verder omhoog en dan omlaag.

We gingen verder en in Ostabat besloot Stephane zijn tentje op te zetten voor de nacht. Hij stapte de plaatselijke bar binnen na afscheid te hebben genomen. Ik stapte nog een 5km verder. En toen ik aankwam toonde de lucht dat er morgen nog wat meer wind te verwachten was.

Etappe 57: Saint-Sever via Hagetmau tot Beyries – 30,6 km (1.502,3 km)

Paasdag – waar is iedereen?

Deze paasdag begon nogal merkwaardig. Ik kwam in zekere zin ook de paasklok tegen. Op zoek naar een hap voor op de middag onderweg stapte ik naar een bakker. Ik ontmoette een man, die me meteen aansprak over de Camino. Hij was ook gestapt maat was nu naar Rome en Assisi gestapt. Vond dat formidabel samen met de vrienden. Dat het belangrijk is om een goede fles mee te nemen en dat het ergste wat kan gebeuren het verlies van de kurkentrekker. Ik volgde hem naar binnen bij de bakker. Toen ik wilde betalen voor mijn brood mocht ik niet want de mijnheer voor mij betaalde zei de verkoopster. Toen ik buitenstapte reed hij voorbij met de wagen, uitbundig zwaaiend.

Saint-Sever heeft een monikkengeschiedenis en is gebouwd rond een klooster. De abdijkerk als centrum van het stadje en ook nog andere gebouwen.

Of deze couvent des Jacobins.

Paasdag was echt heel rustig. Bijna niemand op straat. En eigenlijk valt dat mee, want de tocht loopt vandaag bijna volledig langs gewone wegen. En op deze paasdag is er omzeggens geen verkeer. Mooi meegenomen voor het eerste deel richting Hagetmau.

Weer een ander landschap, licht glooiend en heel veel lemige geploegde akkers.

Het vervelende vandaag was de lucht. Die zag er wel wat dreigend uit. Donkere wolken, maar gelukkig toch geen druppels.

Hagetmau zelf was uitgestorven. Een gezin was in de voortuin aan het barbecuen. Verder alles dicht en stil. Alleen wat verderop was er een sportwedstrijd aan de gang. Ik kon wel niet uitmaken of het een voetbalwedstrijd was of een stierenspectakel.

Volgende stille halte was Labastide-Chalosse. Weinig mensen, ook in de kerk. Maar wel mooi met vele oude beelden, zoals dit altaarstuk.

Doch, je moet niet steeds in kerken en gebouwen naar binnen gaan om mooie zaken te zien. Ook buiten kan het heel mooi zijn, zoals deze mooie bloemen langs de weg.

De tocht door de Landes loopt op zijn einde, het landschap wijzigt. Het wordt glooiender en groener, natter. In zo’n groene vallei naast de weg vond ik de resten van een middeleeuwse kerk en kerkhof. Goed dat er een bord stond want buiten een paar 16de eeuwse grafstenen zag je niet veel meer van La Bastide de Pont la Reine.

Die vochtigere omgeving zorgt ook voor bredere beken, meet water en opnieuw watermolens.

En uiteindelijk ging de weg weer flink klimmen. Die laatste kuitenbijter voorspelt niets goed voor het vervolg van de tocht naar de Pyreneeën. Aankomst in Souslens.

Etappe 51 : Perregrue naar La Reolle – 28,8 km (1.310,4 km)

Nog een beeld van gisteren of hoe men hier bomen restaureert. Polyurethaan schuim inspuiten.

Vrij vroeg vertrokken vanmorgen. De marktplaats achtergelaten en even langs de kerk van Perregrue gestapt.

Blijkbaar was die hoger vroeger. De tocht daalde af naar een riviertje en langs de weg dit sympathieke bord dat eigenlijk geen luxe is op sommige wegen. Gelukkig was het hier rustig.

Maar wie plukt er al die druiven?

Is toch een vraag die je je stelt als je door die opeenvolgende wijngaarden stapt. Duizenden wijnstokken staan hier naast een. De meeste zijn kort geknipt, klaar voor de komende lente en zomer.

Een uitzondering is nog niet onder handen genomen. Zie je het verschil? Vrij intensief werk allemaal.

Tussen die wijngaarden door nog een paar huppelende reeën gezien. Vrij dicht maar foto trekken? Neen.

Een stukje antwoord op die vraag van wie plukt. Veel seizoenarbeiders en fie hebben ook sanitair nodig.

Halfweg de dag door het stadje Saint-ferme gestapt. Zoals zoveel dorpen omzeggens uitgestorven maar de van oorsprong 12de eeuwse kerk is impressionant.

Naarmate de dag vorderde nam jet aantal wijngaarden wat af. Meer akkers verschenen maar de Entre-deux-mers wijngaarden bleven aanwezig.

Wie zou daar wonen? Ruïnes van een kasteel die deels hergebruikt worden als woning. Lekker boven op een rots.

En zo kwam ik aan in Saint-Reole. Heel antiek stadje met minuscuul smalle straatjes en veel huizrn van plak en stak. Ik wou nog een stempel halen in het stadhuis, maar uitzonderlijk gesloten, alle diensten.

Morgenochtend nog eens proberen.

Ondertussen staat Frankrijk verbouwereerd te kijken op televisie naar de brand van de Notre dame de Paris. Vorig jaar was ik er nog en haalde ik er een stempel voor mijn credential.

Vreemd hoe het kan verkeren.

Etappe 50 : Ste-Foye naar Pellegrue – 23,8 km (1.281,6 km)

Een rustige zondag trekkend door de wijngaarden

Zo is de dag eigenlijk verlopen. Eerst boodschappen gedaan want de gite communal had verwittigd dat op zondagavond niks te krijgen is in Pellegrue. De Dordogne verlaten en langs een lange saaie departementale eerst 4 km moeten stappen vooraleer de route omhoog de wijngaarden in trok.

De route sli gerde zich langs hele kalme wegen of zelfs door graspaden tussen wijngaarden. Die wijngaarden zijn goed onderhouden en je ziet aan de gebouwen dat de teelt lukratiever moet zijn dan gewone landbouw. Maar investeringen zijn er wel nodig.

Bij een uitgebrande hoeve kwam ik plots 3 jonge pelgrims tegen. Fransen op stap naar Compostela. Ze zagen er wat verfromaaid uit en wat verderop haalden ze me in.

Ander volk dat ik tegenkwam waren een groep heren en dames die een grot uit aan het opruimen waren. Me emmers werd de kalk en steengruis omhoog geheven en uitgestort. Ze waren wat verder weg in het bos anders had ik hen kunnen vragen wat ze aan het uitspoken waren.

En een andere gast onderweg vandaag was een speciale vogel, nl. een hop. Mooi! Als je die niet kent eens googelen.

Ziezo, vanavond overnacht ik in de refuge van Pelegrue. De 3 Fransen van daarstraks zijn zich komen douchen, maar waar ze slapen weet ik niet. Overnachten doe ik met zicht op marktgebouw. Tot morgen.

Etappe 48 : Saint-Astier naar Mussidan – 31,0 km (1.222,2 km)

Een stevige wandeling maar heel mooi.

De dag startte zonnig en de ganse dag bleef de zon prominent aanwezig. Vanuit de gite moest ik eerst naar het centrum van Saint Astier wandelen.

Eerst een bezoek aan de kerk. Daar was de organist volop aan het repeteren voor een recital volgend weekend. Een bezoek met muzikale begeleiding.

Daarna wat boodschappen in de lokale supermarkt en uiteindelijk was het toch flink 10 uur vooraleer ik goed gestart was met stappen.

Het landschap was golvend en open, maar de wandeling had vandaag toch 2 flinke daal-en klauterpartijen in peto. Rond 11u30 was ik even gestopt om de eerste van mijn kledinglaagjes uit te spelen of ik ontmoette een stapper, een Fransman die lokaal aan het oefenen was om later de echte Camino te stappen.

Wat verderop stond een richtingaanwijzer met Santiago 1.119 km. En wie fotografeerde? Collega pelgrim Wu, die ik gisteren verlaten had met een “bis morgen”. Hij was 2 maal verloren gelopen deze morgen. We liepen dan samen anderhalf uur verder. Dan liet hij me verder stappen want hij wou toch even rusten.

Wat verderop in de wei heel veel blauwe bloemen. Massa’s orchideeën. Vorig jaar heb ik er al een paar gefotografeerd.

De tocht liep vandaag vooral over paadjes en grindwegen. Wat een luxe. Bijna geen auto’s gezien vandaag.

Een plezier voor een pelgrim onderweg is een zitbank. Hier degene die ik deze middag ontmoette om te lunchen, daarachter een lavoir.

De tocht ging terug naar de rivier L’isle. Dus terug naar beneden en daarna terug naar boven. De hoogste top achter de rug kwam de Camino op een plateau terecht. Gewoon prachtig. Een soort heidelandschap met sparren en heideplanten. En wat een heerlijke geuren. Heel stil ook.

Soms had ik het gevoel dat dierbaren van mij aan het meestappen waren. Een vreemde gewaarwording zo reel was ze. Maar dan ging de tocht terug naar de rivier beneden. Mooie vergezichten waren er te zien.

Beneden ging de tocht lzngs de L’isle naar Mussidan. Het was al 18u30 voorbij eer dat de torens in zicht kwamen.

Morgen staat er weer een dyevige wandeling klaar. Hopelijk ook even mooi.

Etappe 46 : Borges naar Perigeux – 25,4 km (1.164,7 km)

Mooie groene wandeling naar de stad.

Gisterenavond gegeten in de gite. De uitbater is een man en die leeft alleen want na een scheidingsproces van 3 jaar. We praatten over van alles en nog wat. Hij werkte voor de chambre de commerce, een soort Franse Voka. Het ging over de lokale producten en hoe die geteeld werden. Hij bezat onder andere een wijngaard en maakte wijn én zijn sterke drank. Een stoker had 14 liter drank gestookt (en 6 liter aangegeven aan de fiscus) om te mengen met nieuwe wijn en Pinneau te maken, die we natuurlijk moesten proeven. Voortreffelijk. Ook haalde hij zomertruffels uit de koelkast. Zijn zus had die meegebracht van bij haar thuis. Waren niet zo aromatisch als de wi tervariant maar je kon ze wat versnipperen over pasta vond hij.

Zoals gisteren gemeld is het landschap heel wat meer open dan de vorige dagen. Akkers die pas geploegd zijn. De lucht bleef ook vandaag mooi blauw.

Het was een mooie wandelweg vandaag, althans de eerste 15 km. Mooie wandelpaden in bos of via de weiden. Lekker zacht voor de voetzolen.

Gezelschap kreeg ik van een bekende, zeker als er een stukje weg af te stappen viel.

Muren langs het wandelpad, muren opgetrokken uit kalkblokken en overgroeid met een dikke moslaag en dat kilometerslang. Eigenaardig.

Na een 10-tal kilometer te hebben gewandeld kwam ik aan op een plaats die een bezienswaardigheid is volgens de gids; een unieke waterput. En ja, daar was ie dan en ook de Duitse pelgrim Wu stond er bij. We groetten elkaar hartelijk en dronken samen water. Wel klaagde hij dat de etappes wat lang waren en dat hij heel moe was bij aankomst. Hij wou de lengte van de dagtrips wat verkorten.

Na de lange wandeling door het bos kwam Perigeux stilaan dichterbij. Deze vesting werd aangelegd in 17de eeuw. Nu is het privé-eigendom. Leuk om in te wonen?

En ook vandaag een laatste klim van de dag die flink in de kuiten kroop. Plus dat de meeste automobilisten graag goed doorrijden maalte dit stuk het minst aanename van de dag. Ze razen heel dichtbij voorbij en je hebt weinig speling.

Perigeux heeft een oude geschiedenis en in de stad vind je veel sporen terug van zijn Romeinse geschiedenis zoals deze toren die de rest is van een Romeinse tempel.

Ik had me flink gehaast vandaag om een stukje stad te zien. Mesane is een museum at een Romeinse villa overkoepelt. Het gebouw beschermt eigenlijk de opgegraven restanten. Impressionant en ik ben blij dat ik dit nog kon meepikken.

De schilderingen van de muren zijn nog heel fris en kleurrijk.

Ook de stadsomwallingen staan nog heel prominent in de stad aanwezig. Na het Romeinse deel van mijn bezoek was het de beurt aan de kathedraal om een stempel te halen. Veel recentrr bouwwerk.

Als pelgrim mocht ik zelfs gratis de koorgang binnen, vanwaar je mooi zicht hebt op de dakstructuur.

Stilaan tijd omeen drukke dag af te sluiten met lekker eten. In een pizzarestaurant

Ik had apperitiefje kirr besteld, maar de patron vond dat degene die ik gekregen had er wat bleekjes uitzag en bracht me dan maar een andere om te vergelijken.

Objectief onderzoek kwam tot de conclusie dat de donkerste de lekkerste is 😉

Gezondheid!

Etappe 45 – Thiviers naar Borges – 23,4 km – (1.139,3 km)

Een Englishman in … Thiviers

Hotel de France et de Russie, zo heet het hotel waar ik overnachtte. Wel gesloten op maandag, maar voor pelgrims deed de patron wel open en ik kreeg ook een pelgrimsmenu. Die patron sprak eigenlijk English. Tijdens het eten aan de babbel geslagen en bleek hij na een carriere van 40 jaar supermarktdirecteur bij Waitrose in Uk samen met zijn vrouw 3 jaar geleden dit hotel te zijn opgestart.

Ze baten het nu samen uit, nu de 4 kinderen over de wereld zijn uitgezworven. Ze doen het met hart en ziel samen met een stukje British flair. Nice!

Koekoekendag

Vandaag veranderde het landschap terug. De weiden maakten plaats voor akkers met leem en blokken krijt.

En de ganse dag koekoeken. Net alsof je zo een koekoeksklok bij je hebt. Hun geroep was omzeggens nooit uit de lucht.

Af en toe schoof het landschap open met mooie vergezichten. De hoogtes en laagtes echter waren veel minder uitgesproken dan de vorige dagen. En blauwe luchten, doorspekt met flinke wolkenpartijen. Schitterend wandelweer kortom.

En zo ben ik de Perigord in gestapt. Morgen is Perigeux op het programma. Dit is de streek van foie gras, truffels en noten. De eerste ganzenboerderij voorbij gestapt met weinig beweging en veel ganzen. De meeste dieren zitten gewoon op de grond naast de voederbak en eten.

En dan kwam de route op de voie de Napoleon. Ik weet niet of hij er zelf over heeft gewandeld, of dat hij opdracht gaf ze aan te leggen, zeker is dat de weg dubbel zo breed is als de gewone wegen hier.

Af en toe staan er kruisen langs de weg. De meeste zijn uitgehouwen uit steen, sommige zijn in gietijzer. Dit exemplaar is zwart geverd en iemand had er een rozenkrans aan gehangen.

Zoals gezegd is dit ook de streek van okkernoten. Veel aangeplante stroken gezien van die laat bloeiende bomen. Ze staan er nog heel winters bij.

Eigenlijk slechts één dropje gezien onderweg. Negrondes en dat was zo dood als een pier. Om 13u, toen ik langsstapte was ook de bakker dicht. Wel onderstaand nieuw verkeersbord leren kennen daar.

En zo eindigde de tocht vandaag in Sorges, dorpje langs de N21, met een mooi kerkje in een fraai landschap.

In de gites waar ik overnacht is er zelfs geen gsm-dekking, maar gelukkig is er wel wifi! Tot morgen en dank voor het lezen.

Etappe 44 : La Coquille – Thiviers – 21,9 km – (1.115,9 km)

Een nieuwe boeiende ontmoeting.

Heel goed geslapen vannacht. Misschien zitten de vele kilometers van gisteren er voor iets tussen. Ingepakt, ontbeten, blauwe lucht en weer op weg. De gite achterlatend.

Het was er heel rustig. Nu in La Coquille is hey heel rustig buiten langs de route nationale die door het dorp loopt. Nog even de kerk bezocht en vertrokke voor een korte rechtlijnige etappe.

Eerst ging de weg over in een grindweg, zakkend naar een dal. Daar beneden lag een oude vervallen watermolen aan een vliedend beekje.

Geen levende ziel te bespeuren en dat zou zo de ganse voormiddag blijven. Niks dan natuur, een afwisseling van weiden en bossen, zonder huis, zonder een levende ziel.

Wel mooi, rustig en soms avontuurlijk met wat modderige strookjes, maar al bij al heel goed begaanbaar. We hebben erger meegemaakt vorig jaar in de Ardennen.

Rond de middag even uitgebreid halt gehouden om wat te pauzeren. Etappe van beperkte afstand en geen tijdsdruk. Met dank aan de gele plastiek zak van Gamemania ideale zitplaats.

De weg liep 10 km rechtdoor om dan naar een riviertje te zakken en een bruggetje erover.

Aan de overzijde van het bruggetje zag ik plots 2 mensen. 3 rugzakken ook. Eén van beide herkende ik als Wu, die ik de dag ervoor had zien vertrekken. De andere pelgrim was een jonge blonde vrouw die aanstalten maakte om te vertrekken. Ik begroette Wu en zei dag aan de vrouw. Zij vroeg of ze mee mocht stappen. Wu was bmijkbaar juist aan pauze toe. En zo ging de tocht verder, maar in het gezelschap van Anna. Een Nederlandse, gehuwd met Spaanse echtgenoot en gestart begin maart in het Nederlandse Sittard. Ze woonde in Schotland en Spanje en vooraleer aan kinderen te beginnen wilde ze nog de Camino srappen, in één ruk tot Compostella. Ze hoopte einde mei er te geraken want dan zou ze vertrekken met haar man naar Azie. Haar echtgenoot vertrok nu naar Chili voor een maandenlange tocht daar. We vertelden elkaar onze verhalen. Het was leuk en gezellig. Even samen op de foto.

Anna hield er wel een stevige tred op na. Gisteten had ze 42 km gestapt, maar dat was toch wat uit de comfortzone vond ze. Ze pikkelde flink vooruit en bergop moest ik al flink doorstappen om haar bij te houden. Zo kwam de eindbestemming in zicht. Anna wou nog wat beelden schieten en dus fotografeerde ik de fotograaf.

Aangekomen in het centrum dronken we samen een koffie in de bar op het marktplein e daarna namen we afscheid. Ze ging naar de camping en zou morgen een wandeling van een 35 km stappen, iets meer dan wat ik van plan ben. Straffe meid.