Etappe 61 : Saint Jean Pied de Port – 20,3 km (1.601,0km)

Aankomst tweede deel

Vandaag is het de tweede tussenhalte en stopt de tocht voor even. Het wordt wel een vreemde tocht, een drukke.

Het begint bij de eerste bocht. Ik ben meteen omringd door pelgrims. Twee heren, die me aan stevig tempo voorbij stappen, daarna steek ik 2 oudere Duits pratende dames voorbij en wat verderop komt er nog een pelgrim uit het groen. Zoveel heb ik er over de ganse tocht niet gezien.

Pelgrims naar Compostella
Pelgrims naar Saint-Jean

De tocht trekt de valei in langs glooiene graspaden. Af en toe wordt er even gepraat, maar vooral hard gestapt. Vreemd dat men al snel de pelgrims volgt… en volgt op het verkeerde pad. Want plots gaat de weg stevig omhoog en ik moet mijn collega’s lossen tijdens de klim. Tot na een tiental minuten er een tetugkeert met de melding dat we fout zitten. In het terugkeren komen we er nog 8-tal pelgrims tegen die ook mogen omkeren!

Af en toe wordt wat gebabbeld zoals tijdens een koffiepauze in de schuur van een landbouwer die tegen een vrije gift (donativo) koffie en warme drank + zuivel uit zijn hoeve aanbiedt. Zo leer ik Martin kennen uit Quebec, die samen met zijn maat vanuit Le Puy en Vellay zijn gestapt tot hier. Blijkbaar was het weer daar iets minder want ze hadden kou toen het er sneeuwde.

Wat verderop ontmoet ik een andere pelgrim die vanuit Brest de Atlantische route heeft gevolgd. En ondertussen stapt iedereen op eigen ritme verder. Rond de middag zie ik een bende van 8 langs de weg picnicken.

En dit in een mooi, groen heuvelend landschap. Onderweg nog een paar kerkjes binnengestapt. Ik was wel verwonderd van het binnen schrijnwerk. In 2 kerkjes was een volledige gaanderij opgebouwd.

En langzaamaan naderden we met zijn allen ons doel. Een laatste klim naar de citadel en via de porte St. Jacques stapte ik de drukte in.

Wat een andere wereld. De nauwe straatjes lopen vol mensen van allerlei leeftijd, ras en kaliber. Veel mooie nieuwe uitrustingen en blitse (te) zware rugzakken. Ik moet aanschuiven bij het Compostella genootschap, zo druk. Ik haal er mijn stempel maar de meeste mensen halen er de credential. Ik sta verwonderd te luisteren hoe onvoorbereid heel wat van die pelgrims aan die tocht beginnen. Gelukkig krijgen ze hier wel wat raad en waarschuwingen. Het is te koud op de pas naar Spanje en het waait te hard. De pas is 3 dagen gesloten want de avond voordien werden heel wat pelgrims ontzet door de Spaanse politie.

Via de stadspoort stapte ik dan naar het station. Plots hoorde ik mikn naam roepen. Stephane! Ook hij was er al. Had zijn tentje in de camping neergezet. In afwachting van de trein hebben we nog wat bijgepraat, samen met een derde pelgrim en gekeken hoe hordes pelgrims door een net aangekomen trei werden afgezet. Ook hier terug. Wat een zware pakken, zakken en rugzakken! Om 16u30 vertrok de trein dan naar Bayonne, waar ik overnachtte om de volgende dag naar huis te rijden. We wensten elkaar Bon chemin toe. Hij stapte verder naar de Camino del Norte. Ik moet nu wat wachten.

Etappe 59 : Orthez naar Osserain – 29,9 km (1.551,3 km)

Verdraaid. Waar loop ik nu eigenlijk rond?

De streek werd gisteren terug heuvelachtiger en vandaag zou het nog erger worden. Maar vooraleer de tocht aan te vatten kocht ik eerst de treintickets om vrijdag naar huis terug te rijden. Na het bezoek aan het station verliet ik Ortez over de nieuwe autobrug en zo kon ik een foto maken van de oude brug met ongelijke bogen.

Le vieux pont d’Ortez

De tocht vandaag ging veel minder langs tarmac, maar meer door bos en weilanden. De hoogteverschillen leidden wel tot gek zicht zoals dat kerkje dat daar beneden lag.

Vreemd heerschap ontmoet rond de middag. Een leuk beeld van een pelgrim dat me deze middag gezelschap hield tijdens het eten op een bankje onderweg.

Het was een hele natuurrijke wandeling vandaag. Slechts één frustratie. De kaart van mijn gids ,de “mjammjamdodo”, was volledig fout. Zo fout dat ik helemaal niet meer wist waar ik was! Hoe lang de tocht zou duren en of ik wel in de juiste richting stapte. Wel kon ik steeds de tekens van de Camino  onderweg volgen. Gelukkig maar! De problemen begonnen al bij deze klim.

Gelukkig waren er de vele mooie bloemen en planten langs de weg zoals deze prachtige orchideetjes. Ik wist niet waar ik was, maar waar ik was, was het wel mooi.

En mag ik jullie, wel wat vroeg, deze meiklokjes aanbieden.

Zoals gemeld had ik eigenlijk geen flauw idee waar ik was; buiten, dat wel,  ergens in de bossen. Een mens krijgt dan toch ook honger en ik ging even zitten om een hapje te eten en vooral om te drinken. Een houtstapel zou een ideale zitplaats moeten zijn, totdat…

Ik zat amper neer of een hele horde mieren overspoelde mij, mijn rugzak, mijn eten, mijn hoed… ik vloog meteen terug recht en stond daar als een gek rond te dansen om me van die beestjes te ontdoen. Brrrr…

Dat de Pyreneeën in de buurt waren was wel duidelijk! Als de tocht naar boven ging zag je in de verte een paar besneeuwde bergtoppen “naderen”. Maar door de nevel waren ze niet zo goed te fotograferen. Daarom een paar paarden erbij.

De natuurpaden zijn heerlijk om langs te stappen. Door bossen, weiden en heide. Niet steeds comfortabel, maar wel heel avontuurlijk en heel afwisselend. Zoals op de foto hieronder. Inderdaad, dit is een wandelpad!

Na de middag pakten de regenwolken zich samen, en uiteindelijk vielen de regendruppels uit de lucht. En kijk maar wat de koeien deden, toen het regende. Ze schuilden onder de bomen. Slimme dieren! Ik integendeel liep verder door de regen. Met regencape aan wel te verstaan!

Het einde van de dagtocht liep door een vallei en in de verte waren de stadsmuren van Osserain te zien. Indrukwekkend hoog wel. Als je dit als arme soldaat moest opklimmen tijdens een belegering….brr ik durf er niet aan te denken.

Blijkbaar werd er uiteindelijk van mij verwacht dat ik na al die wandelkilometers dartel de trappen opstormde.

Ik ben wel boven geraakt, maar door af en toe halt te houden en ondertussen rond te kijken. Zo zag ik dan de resten van de oude brug staan.

Aan de overzijde geraak je niet via dit exemplaar.

Etappe 57: Saint-Sever via Hagetmau tot Beyries – 30,6 km (1.502,3 km)

Paasdag – waar is iedereen?

Deze paasdag begon nogal merkwaardig. Ik kwam in zekere zin ook de paasklok tegen. Op zoek naar een hap voor op de middag onderweg stapte ik naar een bakker. Ik ontmoette een man, die me meteen aansprak over de Camino. Hij was ook gestapt maat was nu naar Rome en Assisi gestapt. Vond dat formidabel samen met de vrienden. Dat het belangrijk is om een goede fles mee te nemen en dat het ergste wat kan gebeuren het verlies van de kurkentrekker. Ik volgde hem naar binnen bij de bakker. Toen ik wilde betalen voor mijn brood mocht ik niet want de mijnheer voor mij betaalde zei de verkoopster. Toen ik buitenstapte reed hij voorbij met de wagen, uitbundig zwaaiend.

Saint-Sever heeft een monikkengeschiedenis en is gebouwd rond een klooster. De abdijkerk als centrum van het stadje en ook nog andere gebouwen.

Of deze couvent des Jacobins.

Paasdag was echt heel rustig. Bijna niemand op straat. En eigenlijk valt dat mee, want de tocht loopt vandaag bijna volledig langs gewone wegen. En op deze paasdag is er omzeggens geen verkeer. Mooi meegenomen voor het eerste deel richting Hagetmau.

Weer een ander landschap, licht glooiend en heel veel lemige geploegde akkers.

Het vervelende vandaag was de lucht. Die zag er wel wat dreigend uit. Donkere wolken, maar gelukkig toch geen druppels.

Hagetmau zelf was uitgestorven. Een gezin was in de voortuin aan het barbecuen. Verder alles dicht en stil. Alleen wat verderop was er een sportwedstrijd aan de gang. Ik kon wel niet uitmaken of het een voetbalwedstrijd was of een stierenspectakel.

Volgende stille halte was Labastide-Chalosse. Weinig mensen, ook in de kerk. Maar wel mooi met vele oude beelden, zoals dit altaarstuk.

Doch, je moet niet steeds in kerken en gebouwen naar binnen gaan om mooie zaken te zien. Ook buiten kan het heel mooi zijn, zoals deze mooie bloemen langs de weg.

De tocht door de Landes loopt op zijn einde, het landschap wijzigt. Het wordt glooiender en groener, natter. In zo’n groene vallei naast de weg vond ik de resten van een middeleeuwse kerk en kerkhof. Goed dat er een bord stond want buiten een paar 16de eeuwse grafstenen zag je niet veel meer van La Bastide de Pont la Reine.

Die vochtigere omgeving zorgt ook voor bredere beken, meet water en opnieuw watermolens.

En uiteindelijk ging de weg weer flink klimmen. Die laatste kuitenbijter voorspelt niets goed voor het vervolg van de tocht naar de Pyreneeën. Aankomst in Souslens.

Etappe 51 : Perregrue naar La Reolle – 28,8 km (1.310,4 km)

Nog een beeld van gisteren of hoe men hier bomen restaureert. Polyurethaan schuim inspuiten.

Vrij vroeg vertrokken vanmorgen. De marktplaats achtergelaten en even langs de kerk van Perregrue gestapt.

Blijkbaar was die hoger vroeger. De tocht daalde af naar een riviertje en langs de weg dit sympathieke bord dat eigenlijk geen luxe is op sommige wegen. Gelukkig was het hier rustig.

Maar wie plukt er al die druiven?

Is toch een vraag die je je stelt als je door die opeenvolgende wijngaarden stapt. Duizenden wijnstokken staan hier naast een. De meeste zijn kort geknipt, klaar voor de komende lente en zomer.

Een uitzondering is nog niet onder handen genomen. Zie je het verschil? Vrij intensief werk allemaal.

Tussen die wijngaarden door nog een paar huppelende reeën gezien. Vrij dicht maar foto trekken? Neen.

Een stukje antwoord op die vraag van wie plukt. Veel seizoenarbeiders en fie hebben ook sanitair nodig.

Halfweg de dag door het stadje Saint-ferme gestapt. Zoals zoveel dorpen omzeggens uitgestorven maar de van oorsprong 12de eeuwse kerk is impressionant.

Naarmate de dag vorderde nam jet aantal wijngaarden wat af. Meer akkers verschenen maar de Entre-deux-mers wijngaarden bleven aanwezig.

Wie zou daar wonen? Ruïnes van een kasteel die deels hergebruikt worden als woning. Lekker boven op een rots.

En zo kwam ik aan in Saint-Reole. Heel antiek stadje met minuscuul smalle straatjes en veel huizrn van plak en stak. Ik wou nog een stempel halen in het stadhuis, maar uitzonderlijk gesloten, alle diensten.

Morgenochtend nog eens proberen.

Ondertussen staat Frankrijk verbouwereerd te kijken op televisie naar de brand van de Notre dame de Paris. Vorig jaar was ik er nog en haalde ik er een stempel voor mijn credential.

Vreemd hoe het kan verkeren.

Etappe 50 : Ste-Foye naar Pellegrue – 23,8 km (1.281,6 km)

Een rustige zondag trekkend door de wijngaarden

Zo is de dag eigenlijk verlopen. Eerst boodschappen gedaan want de gite communal had verwittigd dat op zondagavond niks te krijgen is in Pellegrue. De Dordogne verlaten en langs een lange saaie departementale eerst 4 km moeten stappen vooraleer de route omhoog de wijngaarden in trok.

De route sli gerde zich langs hele kalme wegen of zelfs door graspaden tussen wijngaarden. Die wijngaarden zijn goed onderhouden en je ziet aan de gebouwen dat de teelt lukratiever moet zijn dan gewone landbouw. Maar investeringen zijn er wel nodig.

Bij een uitgebrande hoeve kwam ik plots 3 jonge pelgrims tegen. Fransen op stap naar Compostela. Ze zagen er wat verfromaaid uit en wat verderop haalden ze me in.

Ander volk dat ik tegenkwam waren een groep heren en dames die een grot uit aan het opruimen waren. Me emmers werd de kalk en steengruis omhoog geheven en uitgestort. Ze waren wat verder weg in het bos anders had ik hen kunnen vragen wat ze aan het uitspoken waren.

En een andere gast onderweg vandaag was een speciale vogel, nl. een hop. Mooi! Als je die niet kent eens googelen.

Ziezo, vanavond overnacht ik in de refuge van Pelegrue. De 3 Fransen van daarstraks zijn zich komen douchen, maar waar ze slapen weet ik niet. Overnachten doe ik met zicht op marktgebouw. Tot morgen.

Etappe 48 : Saint-Astier naar Mussidan – 31,0 km (1.222,2 km)

Een stevige wandeling maar heel mooi.

De dag startte zonnig en de ganse dag bleef de zon prominent aanwezig. Vanuit de gite moest ik eerst naar het centrum van Saint Astier wandelen.

Eerst een bezoek aan de kerk. Daar was de organist volop aan het repeteren voor een recital volgend weekend. Een bezoek met muzikale begeleiding.

Daarna wat boodschappen in de lokale supermarkt en uiteindelijk was het toch flink 10 uur vooraleer ik goed gestart was met stappen.

Het landschap was golvend en open, maar de wandeling had vandaag toch 2 flinke daal-en klauterpartijen in peto. Rond 11u30 was ik even gestopt om de eerste van mijn kledinglaagjes uit te spelen of ik ontmoette een stapper, een Fransman die lokaal aan het oefenen was om later de echte Camino te stappen.

Wat verderop stond een richtingaanwijzer met Santiago 1.119 km. En wie fotografeerde? Collega pelgrim Wu, die ik gisteren verlaten had met een “bis morgen”. Hij was 2 maal verloren gelopen deze morgen. We liepen dan samen anderhalf uur verder. Dan liet hij me verder stappen want hij wou toch even rusten.

Wat verderop in de wei heel veel blauwe bloemen. Massa’s orchideeën. Vorig jaar heb ik er al een paar gefotografeerd.

De tocht liep vandaag vooral over paadjes en grindwegen. Wat een luxe. Bijna geen auto’s gezien vandaag.

Een plezier voor een pelgrim onderweg is een zitbank. Hier degene die ik deze middag ontmoette om te lunchen, daarachter een lavoir.

De tocht ging terug naar de rivier L’isle. Dus terug naar beneden en daarna terug naar boven. De hoogste top achter de rug kwam de Camino op een plateau terecht. Gewoon prachtig. Een soort heidelandschap met sparren en heideplanten. En wat een heerlijke geuren. Heel stil ook.

Soms had ik het gevoel dat dierbaren van mij aan het meestappen waren. Een vreemde gewaarwording zo reel was ze. Maar dan ging de tocht terug naar de rivier beneden. Mooie vergezichten waren er te zien.

Beneden ging de tocht lzngs de L’isle naar Mussidan. Het was al 18u30 voorbij eer dat de torens in zicht kwamen.

Morgen staat er weer een dyevige wandeling klaar. Hopelijk ook even mooi.

Etappe 47 : Perigeux naar Saint-Astier – 26,5 km (1.191,2km)

Merkwaardige ontmoetingen en een boswandeling

En zo ben ik ’s morgens nog maar pas vertrokken in Perigeux of daar kwam de eerste ontmoeting al. Ik werd geroepen door een man. Of ik de Saint-Jacques deed, waar ik vandaan kwam, dat hij ook gestapt had, dat zijn nazm Jorge was, enz, enz… ik wou verder stappen, mazr hij liet me niet gaan. Ik moest een geschenk aanvaarden van hem en zo kreeg ik het boek dat hij over zijn Camino heeft geschreven en hij schreef er zelf npg een boodschap in voor mij.

Dan ging de tocht de stad uit. Meestal is dat niet de meest boeiende strook van de tocht maar deze keer viel het niet echt tegen. Afwisseling was er wel.

Langs de invalsweg was zelfs een speciale strook voor fietsers en voetgangers.

Een volgende ontmoeting was meer spiritueel van aard met een bezoek aan een abdij, volop in herstel en renovatie. Hierbij wat beelden.

De abdij van Chancelade. Ernaast was een kleine kapel waar ik met mijn rugzak aan bijna niet binnen geraakte.

Na wat rondgekeken te hebben, verder gestapt. Al snel dook de route het bos in met stijgen en dalen. Op het laagste punt vind je vaak een lavoir, een wasplaats en ook hier was dat zo.

De volgende uren werd ik onder gedompeld in het bos. Daar kwam ik de volgende ontmoeting tegen. Ik zag ze niet maar hoorde toen ik juist pauzeerde en aan het eten was. Wat verderop was plots een everzwijn aan het roepen. Niet zo aangenaam als je rustig op een boomstronk aan het eten bent. En zo een ever roept luid! Om eerlijk te zijn voelde ik me niet zo op mijn gemak.

Wat verderop zag ik heel wat sporen van omgewoelde grond op en naast het pad. Iets anders wat ik zag waren onderstaande bloemen die beginnen aan de bloei. Mooi, alleen benieuwd wat het zijn want geen idee.

Tekenen van de Camino vind je op de meest rare plaatsen zoals deze bengelende schelp met “bon chemin” op geschreven midden in het bos.

En na 2 fikse klimwandelingen gevolgd door evenveel afdalingen kwam ik aan in de vallei van l’isle, rivier met jaagpad naast. En wie loopt er naast dat jaagpad? Weer een ontmoeting. Medepelgrim Wu!

Samen wandelden we dan verder langs de rivier, die wel wat vetval heeft. Waterkrachtcentrales (in het witte gebouw) zorgen er voor electrische stroom.

We stappen samen over de dansende brug, waar je voetstappen de brug doen lichtjes bewegen. Vreemd.

En zo komen we samen aan in Saint-Astier, bestemming voor de dag.

Etappe 45 – Thiviers naar Borges – 23,4 km – (1.139,3 km)

Een Englishman in … Thiviers

Hotel de France et de Russie, zo heet het hotel waar ik overnachtte. Wel gesloten op maandag, maar voor pelgrims deed de patron wel open en ik kreeg ook een pelgrimsmenu. Die patron sprak eigenlijk English. Tijdens het eten aan de babbel geslagen en bleek hij na een carriere van 40 jaar supermarktdirecteur bij Waitrose in Uk samen met zijn vrouw 3 jaar geleden dit hotel te zijn opgestart.

Ze baten het nu samen uit, nu de 4 kinderen over de wereld zijn uitgezworven. Ze doen het met hart en ziel samen met een stukje British flair. Nice!

Koekoekendag

Vandaag veranderde het landschap terug. De weiden maakten plaats voor akkers met leem en blokken krijt.

En de ganse dag koekoeken. Net alsof je zo een koekoeksklok bij je hebt. Hun geroep was omzeggens nooit uit de lucht.

Af en toe schoof het landschap open met mooie vergezichten. De hoogtes en laagtes echter waren veel minder uitgesproken dan de vorige dagen. En blauwe luchten, doorspekt met flinke wolkenpartijen. Schitterend wandelweer kortom.

En zo ben ik de Perigord in gestapt. Morgen is Perigeux op het programma. Dit is de streek van foie gras, truffels en noten. De eerste ganzenboerderij voorbij gestapt met weinig beweging en veel ganzen. De meeste dieren zitten gewoon op de grond naast de voederbak en eten.

En dan kwam de route op de voie de Napoleon. Ik weet niet of hij er zelf over heeft gewandeld, of dat hij opdracht gaf ze aan te leggen, zeker is dat de weg dubbel zo breed is als de gewone wegen hier.

Af en toe staan er kruisen langs de weg. De meeste zijn uitgehouwen uit steen, sommige zijn in gietijzer. Dit exemplaar is zwart geverd en iemand had er een rozenkrans aan gehangen.

Zoals gezegd is dit ook de streek van okkernoten. Veel aangeplante stroken gezien van die laat bloeiende bomen. Ze staan er nog heel winters bij.

Eigenlijk slechts één dropje gezien onderweg. Negrondes en dat was zo dood als een pier. Om 13u, toen ik langsstapte was ook de bakker dicht. Wel onderstaand nieuw verkeersbord leren kennen daar.

En zo eindigde de tocht vandaag in Sorges, dorpje langs de N21, met een mooi kerkje in een fraai landschap.

In de gites waar ik overnacht is er zelfs geen gsm-dekking, maar gelukkig is er wel wifi! Tot morgen en dank voor het lezen.

Etappe 44 : La Coquille – Thiviers – 21,9 km – (1.115,9 km)

Een nieuwe boeiende ontmoeting.

Heel goed geslapen vannacht. Misschien zitten de vele kilometers van gisteren er voor iets tussen. Ingepakt, ontbeten, blauwe lucht en weer op weg. De gite achterlatend.

Het was er heel rustig. Nu in La Coquille is hey heel rustig buiten langs de route nationale die door het dorp loopt. Nog even de kerk bezocht en vertrokke voor een korte rechtlijnige etappe.

Eerst ging de weg over in een grindweg, zakkend naar een dal. Daar beneden lag een oude vervallen watermolen aan een vliedend beekje.

Geen levende ziel te bespeuren en dat zou zo de ganse voormiddag blijven. Niks dan natuur, een afwisseling van weiden en bossen, zonder huis, zonder een levende ziel.

Wel mooi, rustig en soms avontuurlijk met wat modderige strookjes, maar al bij al heel goed begaanbaar. We hebben erger meegemaakt vorig jaar in de Ardennen.

Rond de middag even uitgebreid halt gehouden om wat te pauzeren. Etappe van beperkte afstand en geen tijdsdruk. Met dank aan de gele plastiek zak van Gamemania ideale zitplaats.

De weg liep 10 km rechtdoor om dan naar een riviertje te zakken en een bruggetje erover.

Aan de overzijde van het bruggetje zag ik plots 2 mensen. 3 rugzakken ook. Eén van beide herkende ik als Wu, die ik de dag ervoor had zien vertrekken. De andere pelgrim was een jonge blonde vrouw die aanstalten maakte om te vertrekken. Ik begroette Wu en zei dag aan de vrouw. Zij vroeg of ze mee mocht stappen. Wu was bmijkbaar juist aan pauze toe. En zo ging de tocht verder, maar in het gezelschap van Anna. Een Nederlandse, gehuwd met Spaanse echtgenoot en gestart begin maart in het Nederlandse Sittard. Ze woonde in Schotland en Spanje en vooraleer aan kinderen te beginnen wilde ze nog de Camino srappen, in één ruk tot Compostella. Ze hoopte einde mei er te geraken want dan zou ze vertrekken met haar man naar Azie. Haar echtgenoot vertrok nu naar Chili voor een maandenlange tocht daar. We vertelden elkaar onze verhalen. Het was leuk en gezellig. Even samen op de foto.

Anna hield er wel een stevige tred op na. Gisteten had ze 42 km gestapt, maar dat was toch wat uit de comfortzone vond ze. Ze pikkelde flink vooruit en bergop moest ik al flink doorstappen om haar bij te houden. Zo kwam de eindbestemming in zicht. Anna wou nog wat beelden schieten en dus fotografeerde ik de fotograaf.

Aangekomen in het centrum dronken we samen een koffie in de bar op het marktplein e daarna namen we afscheid. Ze ging naar de camping en zou morgen een wandeling van een 35 km stappen, iets meer dan wat ik van plan ben. Straffe meid.

Etappe 43 : Flavignac – La Coquille – 34,7 km – (1.094,0 km)

Het was een minder goede nacht. Mijn kamergenoot Wu ronkte soms als een vliegtuig met het gevolg dat ik niet zoveel uurtjes slaap heb gehad. Pas was ik goed ingslapen of hij stond rond 6u op om in te pakken en te ontbijten. Hij vertrok rond 7u15, toen ik aanstalten maakte op te staan. Het zou een lange wandeling worden vandaag.

De lucht was blauw en een lichte mist lag in de lagere delen van het landschap. Deze mooie alleenstaande boom zwaaide me uit in Flavignac.

Het landschap was golvend en open. Veel groen. Maar dat blijft nooit lang want plots gaat de Camino naar een rivier in een dal en na een brug gaat de tocht terug naar boven. Vaak via een al dan niet kronkelend bospaadje.

Les Cars en dan Chalus waren de dorpjes van de dag. Het 2de duidelijk de grootste van beide. Even gestopt om er een koffie en een stuk “gateaux de Corse” te smullen.

Maar dat was het midden van de dag en amper een derde van de tocht vandaag. De wandeling trok zich terug op gang.

Nog een laatste blik op de donjon en het stadje wandelde ik terug naar boven, naar de velden en vooral de uitgestrekte weiden waar er terig wat bruine koeien vetschenen. De kleur van de weiden was wel opvallend.

De gele paardebloemen maakten door hun grote aantal er een groen/geel tapijt van. Ik vond het alleszinds heel mooi. Het vervelende van zo alleen te stappen is dat je je indrukken niet kunt delen. En indrukken, die krijg je de ganse dag door. Dus als er kandidaten zijn om mee te stappen, steeds welkom!

Over indrukken gesproken. Onderstaande beeldje getrokken onderweg. Heel vredelievend.

Wat met echter opviel was dat alle ooien (=vrouwelijke schapen) gekleurd waren met rode verf. Ook een aantal lammeren kleurden groen. Maar een aantal van die lammetjes waren rood gekleurd zoals dat op de voorgrond. En na wat scherp toekijken viel het me op dat het bijna allemaal jonge bokjes waren. Zou het lamskroontje met Pasen er voor iets tussen zitten?

De route volgde dan een stukje een spoorlijn. Met heel wat geraas in deze stille omgeving denderde er plots een dieselstel van de SNCF voorbij. De conducteur toeterde vriendelijk toen hij me zag de foto maken.

De tocht leek niet te willen ophouden. La Coquille kwam maar niet in zicht. En als je eenmaal 30 km in de benen hebt en er verschijnt een nieuwe stevige kuitenbijter als helling voor je, dan sakker je wel wat.

Maar uiteindelijk geraak je wél op bestemming. Een gite die nog wat verderop lag en waar ik juist aankwam toen het begon te druppelen. Weer geluk met het weer gehad vandaag! De Thomas More collega’s en studenten die de Camino stappen in Spanje in de buurt van Compostella hebben blijkbaar meer water die uit de lucht valt. Buen Camino en sterkte.