Etappe 51 : Perregrue naar La Reolle – 28,8 km (1.310,4 km)

Nog een beeld van gisteren of hoe men hier bomen restaureert. Polyurethaan schuim inspuiten.

Vrij vroeg vertrokken vanmorgen. De marktplaats achtergelaten en even langs de kerk van Perregrue gestapt.

Blijkbaar was die hoger vroeger. De tocht daalde af naar een riviertje en langs de weg dit sympathieke bord dat eigenlijk geen luxe is op sommige wegen. Gelukkig was het hier rustig.

Maar wie plukt er al die druiven?

Is toch een vraag die je je stelt als je door die opeenvolgende wijngaarden stapt. Duizenden wijnstokken staan hier naast een. De meeste zijn kort geknipt, klaar voor de komende lente en zomer.

Een uitzondering is nog niet onder handen genomen. Zie je het verschil? Vrij intensief werk allemaal.

Tussen die wijngaarden door nog een paar huppelende reeën gezien. Vrij dicht maar foto trekken? Neen.

Een stukje antwoord op die vraag van wie plukt. Veel seizoenarbeiders en fie hebben ook sanitair nodig.

Halfweg de dag door het stadje Saint-ferme gestapt. Zoals zoveel dorpen omzeggens uitgestorven maar de van oorsprong 12de eeuwse kerk is impressionant.

Naarmate de dag vorderde nam jet aantal wijngaarden wat af. Meer akkers verschenen maar de Entre-deux-mers wijngaarden bleven aanwezig.

Wie zou daar wonen? Ruïnes van een kasteel die deels hergebruikt worden als woning. Lekker boven op een rots.

En zo kwam ik aan in Saint-Reole. Heel antiek stadje met minuscuul smalle straatjes en veel huizrn van plak en stak. Ik wou nog een stempel halen in het stadhuis, maar uitzonderlijk gesloten, alle diensten.

Morgenochtend nog eens proberen.

Ondertussen staat Frankrijk verbouwereerd te kijken op televisie naar de brand van de Notre dame de Paris. Vorig jaar was ik er nog en haalde ik er een stempel voor mijn credential.

Vreemd hoe het kan verkeren.

Etappe 35 : Châteauroux – Saint-Marcel – 34,6 km (887,6 km)

De kop is er af!

Onder een stralende zon vertrokken deze morgen en die zon zou de ganse dag mij vergezellen. Het voelde eigenlijk meer als meimaand aan, dan eind maart! De narcissen en de hyacinten in het bos zijn uitgebloeid en langs de weiden bloeit de meidoorn.

Vandaag was de caminotocht zoals vaak in 2 delen opgesplitst: eerst een tocht door het bos en vervolgens ging het verder door een heel gevarieerd landschap.

Een lange rechte lijn doorheen bossen. Zo een 14 kilometer lang. Zoals gemeld zijn enkel de bladeren van de narcissen aanwezig. De bloemen zijn er jammer genoeg niet meer.

Na de middag ging het landschap over in een mengvorm van velden en bosjes. Ideaal voor hertjes en ja hoor, plots sprongen er 3 de weg over.

Het is me zelfs gelukt een foto te maken. Natuurlijk waren ze snel weg.

Ander opvallend feit. Veel lege boerderijen. Vaak ook toegankelijk. Eigenlijk zou je er kunnen overnachten mocht je een slaapzak meebrengen. Maar ik zou niet willen weten welke wezens mee komen slapen…

Veel waterplasjes verderop. Met hier en daar mooie gebouwen erbij. Leven als God in Frankrijk.

Uiteindelijk ging de tocht verder tot in Saint-Marcel, een stadje langsheen de rivier de Creuze. Morgen gaat de tocht eerst langs die Creuze.

Tot dan.

Etappe 20 : Paron naar Joigny – 35,2 km – (500,7 km)

De hoofdpersonage vandaag is de rivier de Yonne. Het grootste deel van de dag werd ik begeleid door de rivier. Maar eerst werd ik heel hartelijk uitgeleide gedaan door mijn gastheer en vrouw. Ze trokken zelfs hun stapschoenen aan om een stukje mee te stappen.

Michel boerde jaren en kent alle weggetjes als zijn broekzak. Hij is het die me aanraadde waar ik onderstaande vergezicht van de Yonne kon trekken.

De weg is hier wel heel wat mooier dan in de streek van Reims! Glooiende heuvels met bloeiend koolzaad. Her en der bossen op die heuveltoppen. Daar doorheen gooit de goed onderhouden aarde weg. Plots sprong er zelfs een ree 3 meter voor mij uit het kreupelhout pal op de weg. En even sierlijk sprong het dan terug het bos in. Je verschiet wel even want nogal onverwacht die ontmoeting!

Het eerste dorpje heet Gron. Klein en landelijk met kabbelend beekje in de tuin. Echt zo een beekje dat je wil meenemen om ook in je tuin te leggen.

Na Gron volgt een tocht door veld en bos. En na een paar kilometer in het glooiende landschap daalt de weg naar de rivier die we voor de rest van de dag volgen.

Na een flinke wandeling op het jaagpad langs de meanderende rivier tussen de velden en bossen komt de Camino aan in Villeneuve sur Yonne.

Omdat het middag was ging ik even zitten in een bar om een koffie te drinken. Dat deed deugd zo een koffie op een terrasje. Toen ik klaar was en aanstalten maakte om te vertrekken klonk een stem uit het cafee. Moet ik geen stempel in je boek zetten vraagt een in het zwart gekleed mannetje terwijl hij zijn glaasje likeur in een keer naar binnen kapt. “Graag” zeg ik. “Een pastoor moet ook al eens een glaasje drinken, he!” Zegt hij. “Met miswijn op zondag alleen ga ik niet ver geraken” zegt hij terwijl hij een dikke bundel sleutels mee gritst en naar buiten komt. Hij troont me mee aar de kerk alsof ik oorlogsbuit was. In de sacristie werd dan een stempel bij gedrukt in het pelgrimboekje.

En dan ging de weg verder langs het jaagpad van de Yonne. Af en toe had ik het gezelschap van een Zwitserse plezierboot die mij inhaalde. Maar wat verderop haalde ik die weer in wanneer de boot verrast werd. Er is wel wat verval op de rivier. Dus hier en daar stuwinstalaties om de Yonne bevaarbaar te houden.

Pleziervaart is er wel. Mooie boten ook. Iets breder dan de narrowboats in UK maar af en toe wel een kleurrijk exemplaar.

Doordat het verval hoger werd stroomopwaarts werd een kanaal naast de rivier gegraven voor de boten. Een vertrouwd gezicht voor Vlaanderen die vaart met bomen. Wel geen wielertoeristen hier want pad is van aarde. Slechts een paar vtt rijders.

En zo stappen na een dikke 33 km kwam Joigny in zicht. Wat in de hoogte. Volgens de gids wat vergane glorie. En dat klopte wel.

Ik bezocht nog even 2 van de 3 kerken. Restauratie van de stukken is voorzichtig aangevat. Ook huizen allerhande vind je er.

Zie zo. Aangekomen. Beentjes wat laten rusten nu.

Etappe 18 : Baye naar Sezanne 20,9 km – (448,3 km)

De Camino starte vanmorgen langsheen de oude spoorberm. Wat wel enorm opvalt na deze dikke 2 weken is dat de bomen aan het ontploffen zijn gegaan. Overal zie je jong groen in de bomen. Het pad ging over landwegen vandaag en een paar stroken langs departementales die niet te druk waren. Dat kan anders wel tegenvallen en als eer een wagen je kruist aan een flinke 90 km per uur, dan is dat wel indrukwekkend. Bij vrachtwagens wordt je bijna omver geblazen.

slak

De eerste ‘gast’ die ik tegenkwam vandaag was een culinaire gast. In Frankrijk eten ze bijna elk beest op en nu ik de Bourgonië nader kruis ik toevallig deze locale delicatesse. Looksaus had ik niet bij en een stuk stokbrood ook niet – daarenboven is het voortplantingsseizoen en dan laat je de beesten gerust. Dus liet ik die wijngaardslak maar lopen. Nu ja, lopen!

Le Talus Saint-Prix. Daar staat dit Romaans kerkje. Je ziet zo dat dit toch al een aantal jaar daar staat te staan. Zou van rond 12de eeuw daar gebouwd zijn. Wel zag ik meer en meer borden verschijnen bij de monument. Vaak hebben ze een rol gehad in de Slag van de Marne, waarbij generaal Joffre de Duitsers in 1914 een halt toe riep bij hun invasie in Frankrijk. Hier zie je zoals in de streek van Ieper al meer en meer restanten van de grote oorlog.

romaans kerkje

Wat verderop nog sporen van die Grote oorlog. Een ossuaire. Een knekelgraf of massa graf waar een groep soldaten samen begraven zijn. Het is pas in 1915 dat de Franse staat de individuele begraafplaatsen van soldaten zal invoeren. Daarvoor vind je meestal massagraven van de gevallen militairen, zoals hier. Ook van vroegere oorlogen kom je nog zo’n sporen tegen.

necropole

Het is niet altijd evident om de juiste weg te vinden. De Camino symbolen durven nogal eens verschillen en bevinden zich soms op niet evidente plaatsen.

Leven als God in Frankrijk. Zou dit zo iets zijn zoals in dit kasteel?

De kalkbodem in de champagne streek is zo lek als een zeef en vol grotten en gaten. Betekent ook dat het water dat erop regent zijn weg zoekt en dat er heel wat bronnen zijn. Hier liggen er 3 naast één.

Het gevolg van die vele bronnen is dat je in ongeveer elk dorp daar er nog een Lavoir staat. Een gebouwtje opgetrokken rond een brom of beekje waar mensen gezamenlijk de was deden. Dat zal wel een belangrijke sociale functie hebben gehad.

De dag was gestart onder zonneschijn. Maar rond de middag kwamen de wolken en wat later gingen de sluizen open. Meteen alles kloddernat en de wegjes werden opnieuw moddersloten. Daar was het ploeteren opnieuw.

Het was net of de natuur me eraan wilde laten herinneren dat ik asap verder moet doen met die Camino. Want in Sezanne moet ik even stoppen. Camino on hold voor 2 weken en dan op naar Vezelay. Glibberend trok ik verder onder de pijpenstelen totdat in de verte de torens van de stad zichtbaar waren.

En inderdaad. De druiven waren terug geleerd. Ook hier champagne wijngaarden. In de kerk heb ik een kaarsje gebrand als dank voor de prima afloop van deel 1. Dan heb ik me ook omgekleed want ik zat onder de modder en ben dan nog een stempel laten plaatsen in het parochiaal centrum. Zie zo. Klaar voor het vervolg over een kleine 2 weken.

Etappe 15 : Reims naar Epernay 26,25 km – (382,3 km)

De tocht laat zich samenvatten in woorden: wijngaarden, bossen en heuvels.

Net buiten Reims de eerste wijngaarden opgemerkt. En tussen de wijnstokken mensen die op karretjes aan het werken waren. Met een pneumatische snoeischaar waren ze de stokken aan jet kort snoeien. Heel kort zelfs.

Naarmate de voormiddag vorderde steeg ook de activiteit in de wijngaarden. Ook de temperatuur steeg met een beetje zonlicht en al vlug mocht ik beginnen laagjes uit te trekken.

Heel vreemde tractoren verschenen die heel behoedzaam tussen de aanplant reden. Met kleine metalen schijven werd de grond wat omgewoeld. Een heel ander type landbouw in vergelijking met die akkers vorige dagen.

De velden volgden elkaar af met alleen een weg of de tgv lijn als onderbreking. Met luid geraas vloog een hoge snelheidstrein langs. Een witte van DB. Wel indrukwekkend als die volle bak voorbij vliegt.

Tot het oog reikt wijnvelden en daar in de velden de beboste heuveltoppen die mij van Epernay, de échte chzmpagnestad scheiden.

En dan begon de klim naar boven. Het bos in. Weer een flink stuk doorheen de bomen.

Veel sporen van gewoel door everzwijnen en pootafdrukken van reeën. Ook de eerste koekoek gehoord. Heel duidelijk. De lente is duidelijk zichtbaar in het bos.

Grote stroken bos waren goed begaanbaar maar dan kwam ik in het bovenste stuk. Vandaag 2 keer geklommen van +100m naar 250m en dat voel je in de benen. In de ruigste stukken komen alleen houthakkers, jagers én everzwijnen. Vooral die laatste zorgen voor kwalijke wegen. De eenzame wandelaar laveert van links naar rechts om een begaanbaar stukje te vinden.

Na het bos kwam een mooi uitzicht op de vallei van Epernay waar boven een immens gebouw is neergezet. Ik vermoed een school, Maar nog in aanbouw. Met zo een zicht zou ok ook wel willen lesgeven. Alleen was de omgeving veel waziger geworden. Komt het door de wolken? Komt hey door het stoken van het snoeihout het en der?

Epernay is echt het centrum. Veel wijnhuizen, aanlevetnedtikven edg. Ik passeerde oa langs een atelier waar champagnekurken worden gemaakt en een drukkerij gespecialiseerd in de metaalachtige sleefs die rond de hals van de flessen hangen. Morgen ga ik Epernay eerst even bezoeken voor de weg verder te zetten.

Etappe 12 : Wasigny naar L’Equaille 32,0 km – (316,9 km)

Waar de vorige dagen het vooral ging over regen en het omhoog en omlaag klauteren in de modder, vandaag was het de wind die een hoofdrol speelde. Een vrij lange en eigenlijk saaie etappe. Maar wat was ik blij dat ik een jasje met kap aanhad. Dat de wind even van links blaast is niet erg, maar 6 uur lang is van het goede te veel. Dus liep ik met kap op en met de pet daarover. Geen zicht, maar prima was dat.

De wegen zelf lagen er goed bij. Door het zonnetje en de schrale wind gaat het droge en boven op de plateaus is het al niet zo nat omdat het water naar de valleien stroomt. De rivier Als je was wel goed gevuld.

Wat wel voor wat afwisseling zorgde waren de herten of reeën die hier en daar stonden te grazen en die sierlijk wegliepen bij het naderen.

Ander verwondering zijn de mooie vergezichten als je boven op die plateaus wandelt. Soms stopte ik wel even om gewoon te kijken naar de verte.

Boven op de heuvels staan hier en daar windmolens te draaien. Met dat stevig blazen draaiden ze goed door vandaag. Maar wat me wel opviel was dat ze flink wat lawaai maken bij het draaien. Net een vliegtuig dat overtrekt.

Af en toe moet je rusten natuurlijk en die rustpauzes worden frequenter in namiddag. Tijdens één van die rustpauzes zag ik plots dit creatuur over mijn schoen klauteren. Gisteren had ik ook al een dikke zwarte (Maar andere) kever ontmoet. Voorbode van de komende lente. Over lente gesproken. Vandaag ook de eerste boerenzwaluw gespot.

Op aanraden van Jos van de refuge 4 mains ben ik in gestopt in de bar tabac “au longchamp” “pour casser la croute”. Werd één van de toffere momenten van de dag. Een klein restaurantje bestaande uit 2 plaatsen volgestouwd met tafeltjes en stoelen. En daaraan zittend allemaal mannen druk pratend en etend. Op de vraag of ik kan eten wordt ik meteen aan een tafeltje geplaatst en na enkele ogenblikken staat een bord met witloofsla, quiche met spek en een snee salami voor mij, samen met het brood. Dan volgde snel kipfilet met champinonsaus en Pomme dauphinois en daarna fromage ou dessert. Natuurlijk koos ik voor een super lekkere crème brûlée. Zie maar.

Na het eten verder gestapt. De landerijen werden groter en groter. Op die landerijen dikke tractoren met een hele reeks wielen achter hen aan om te eggen. Net alsof alle boeren wakker geworden zijn.

Zelfs de weg wordt bewerkt. Wat niet veel helpt aan het wandelcomfort. Gelukkig regent het niet, anders was me dit een modderpoel van jewelste.

Wat verder leuk was onderweg is bovenstaand. Een auto van de gemeente rijdt rond op het voetbalterrein om dit speelklaar te maken. Ideetje voor Malinwa?

Ik werd terug opgepikt door Jos van de refuge te Ecaille. De volgende dag zette hij me dan daar terug af.

In de refuge waren juist 2 pelgrims aangekomen. Een koppel uit Huy. Ze hadden de Camino al gelopen in 2012. Nu waren ze vertrokken naar Rome! Daar gaan toch alle wegen naartoe….buiten de Camino natuurlijk!

Etappe 11 : Aubigny les Pothees naar Wasigny 25,6 km – (284,9 km)

Na het hartelijke onthaal in “Au bois du loup” terug op weg. Mijn Canadese collega wou wel een fotootje maken.

Hij zelf komt uit Quebec. Vertrokken met pak en zak (meer dan 20kg!) Op stap naar de voet van de Pyreneeën! Vroeger had ie al een Spaans deel gelopen.

Samen gingen we op stap. We hebben uiteindelijk samen zo’n 16 km afgelegd. Blijft toch een speciaal taaltje dat frans uit Quebec.

Het onthaal was prima zoals gemeld. Het uitzicht vanuit het huis ook. We zagen voor het vertrek een mooie dubbele regenboog. En een rijdende goederentrein. Staking even opgeschort blijkbaar.

De tocht vertrok droog maar tegen de middag kregen we een paar fikse buien over hoofd. De wegwijzers met schelp begeleiden ons maar zijn niet steeds consequent wat richting betreft. Eigenlijk moet de onderkant van de schelp de richting aangeven vertelde Roger, mijn collega.

Hier is het niet steeds consequent toegepast. Opnieuw wisselen velden, weiden en bossen elkaar af. Wel zie je dat meer en meer weilanden omgebouwd worden naar akkers en het vee op stal wordt gehouden. Eenvoudiger te beheren. Om elke hoek is er wel fauna waar te nemen. Ooievaars oa en herten in de verte.

Een constante na de middag was de modder. Wegen door de bossen zo drassig als wat.

Het is goed als het eventjes drassig wordt, Maar als je stroken hebt van een paar honderd meter lang waar je door moet ploeteren, dan is dat wel flink vermoeiend. Wat wel meevalt is dat de weg, ondanks de glooiingen toch iets naar beneden gaat. Vorige dag klom de Camino regelmatig boven de 300 meter. Nu dalewmn we naar de 150 meter. Maar de modder is wel de constante uitdaging.

Mijn arme schoenen zagen af vandaag. En mijn broekspijpen ook.

En het kon nog heviger. Op sommige plaatsen diende je de weg gewoon te ontwijken want er was een beek in de plaats. Ook de benen naast het pad zijn meestal flink verzadigd.

Rond 17u kwam ik dan aan in Wasigny. Weer zo een typisch landelijk dorpje waar tijd geen vat heeft. Getuige deze markthalle uit lang vervlogen tijden.

Ook de klassieke Lavoir of publieke wasplaats was ik voorbijgestapt. Daar werd vroeger gewassen. Nu ligt het et verlaten bij met dank aan Dash en Bosch die de was doen thuis.