Etappe 65 : Ascain naar Hendaye – 20,0 km (1.685,5 km)

Dit wordt opnieuw een tijdelijke halte, een tussenstop.  De Spaanse grens wordt de tijdelijke halte tot volgende lente. De wandeling vandaag startte onder een stralend zonnetje, maar al snel waren er wat wolken en vielen er een paar druppeltjes. Het werd warmer en vochtiger dan gisteren.

Dit laatste stukje Camino loopt door minder ruig landschap. Er is ook meer bewoning langs de weg,  wat minder hoge beklimmingen en een zachter glooiende omgeving.

Enkel in de verte zie je de toppen van de Pyreneeën die boven alles uitsteken. Er is ook nog steeds veel groen en er stroomt een kabbelend beekje.

Om halfweg de dag aan te komen in het warme Urrugne. Daar komt de kust Camino samen met de verbindingsweg vanuit Saint-Jean-Pied-de-Port. Ik ben er even gestopt bij de kerk om iets te drinken want het werd behoorlijk warm.

Op het kerkplein een jonge pelgrimster ontmoet. Ze kwam uit Zwitserland en wilde ook halt houden in Hendaye. Wat verderop liep ze mij met stevige tred voorbij. Het was wat klimmen en dat is toevallig één van HAAR specialiteiten.. wanneer je uit Zwitserland komt.

En dan kwam de tijdelijke terminus in zicht. Het strand, de bergen de bomen in de verte. Dat is Spanje!

Eerst nog heel vaag, maar stapsgewijze duidelijker en duidelijker. Hendaye vooraan en aan de overzijde van het water het Spaanse Irun.

Beneden in Hendaye stapte ik tot aan de Pont de Saint-Jacques. Geen mooie brug, maar wel de brug die de weg opent naar de Camino del Norte en Espagna.

En halfweg deze brug, op de grens met Spanje eindigt deze tocht voorlopig.

Het vervolg is gepland in april volgend jaar 2020. Abonneer je op deze blog en je krijgt een bericht wanneer ik de tocht verder zet.

Etappe 61 : Saint Jean Pied de Port – 20,3 km (1.601,0km)

Aankomst tweede deel

Vandaag is het de tweede tussenhalte en stopt de tocht voor even. Het wordt wel een vreemde tocht, een drukke.

Het begint bij de eerste bocht. Ik ben meteen omringd door pelgrims. Twee heren, die me aan stevig tempo voorbij stappen, daarna steek ik 2 oudere Duits pratende dames voorbij en wat verderop komt er nog een pelgrim uit het groen. Zoveel heb ik er over de ganse tocht niet gezien.

Pelgrims naar Compostella
Pelgrims naar Saint-Jean

De tocht trekt de valei in langs glooiene graspaden. Af en toe wordt er even gepraat, maar vooral hard gestapt. Vreemd dat men al snel de pelgrims volgt… en volgt op het verkeerde pad. Want plots gaat de weg stevig omhoog en ik moet mijn collega’s lossen tijdens de klim. Tot na een tiental minuten er een tetugkeert met de melding dat we fout zitten. In het terugkeren komen we er nog 8-tal pelgrims tegen die ook mogen omkeren!

Af en toe wordt wat gebabbeld zoals tijdens een koffiepauze in de schuur van een landbouwer die tegen een vrije gift (donativo) koffie en warme drank + zuivel uit zijn hoeve aanbiedt. Zo leer ik Martin kennen uit Quebec, die samen met zijn maat vanuit Le Puy en Vellay zijn gestapt tot hier. Blijkbaar was het weer daar iets minder want ze hadden kou toen het er sneeuwde.

Wat verderop ontmoet ik een andere pelgrim die vanuit Brest de Atlantische route heeft gevolgd. En ondertussen stapt iedereen op eigen ritme verder. Rond de middag zie ik een bende van 8 langs de weg picnicken.

En dit in een mooi, groen heuvelend landschap. Onderweg nog een paar kerkjes binnengestapt. Ik was wel verwonderd van het binnen schrijnwerk. In 2 kerkjes was een volledige gaanderij opgebouwd.

En langzaamaan naderden we met zijn allen ons doel. Een laatste klim naar de citadel en via de porte St. Jacques stapte ik de drukte in.

Wat een andere wereld. De nauwe straatjes lopen vol mensen van allerlei leeftijd, ras en kaliber. Veel mooie nieuwe uitrustingen en blitse (te) zware rugzakken. Ik moet aanschuiven bij het Compostella genootschap, zo druk. Ik haal er mijn stempel maar de meeste mensen halen er de credential. Ik sta verwonderd te luisteren hoe onvoorbereid heel wat van die pelgrims aan die tocht beginnen. Gelukkig krijgen ze hier wel wat raad en waarschuwingen. Het is te koud op de pas naar Spanje en het waait te hard. De pas is 3 dagen gesloten want de avond voordien werden heel wat pelgrims ontzet door de Spaanse politie.

Via de stadspoort stapte ik dan naar het station. Plots hoorde ik mikn naam roepen. Stephane! Ook hij was er al. Had zijn tentje in de camping neergezet. In afwachting van de trein hebben we nog wat bijgepraat, samen met een derde pelgrim en gekeken hoe hordes pelgrims door een net aangekomen trei werden afgezet. Ook hier terug. Wat een zware pakken, zakken en rugzakken! Om 16u30 vertrok de trein dan naar Bayonne, waar ik overnachtte om de volgende dag naar huis te rijden. We wensten elkaar Bon chemin toe. Hij stapte verder naar de Camino del Norte. Ik moet nu wat wachten.

Etappe 59 : Orthez naar Osserain – 29,9 km (1.551,3 km)

Verdraaid. Waar loop ik nu eigenlijk rond?

De streek werd gisteren terug heuvelachtiger en vandaag zou het nog erger worden. Maar vooraleer de tocht aan te vatten kocht ik eerst de treintickets om vrijdag naar huis terug te rijden. Na het bezoek aan het station verliet ik Ortez over de nieuwe autobrug en zo kon ik een foto maken van de oude brug met ongelijke bogen.

Le vieux pont d’Ortez

De tocht vandaag ging veel minder langs tarmac, maar meer door bos en weilanden. De hoogteverschillen leidden wel tot gek zicht zoals dat kerkje dat daar beneden lag.

Vreemd heerschap ontmoet rond de middag. Een leuk beeld van een pelgrim dat me deze middag gezelschap hield tijdens het eten op een bankje onderweg.

Het was een hele natuurrijke wandeling vandaag. Slechts één frustratie. De kaart van mijn gids ,de “mjammjamdodo”, was volledig fout. Zo fout dat ik helemaal niet meer wist waar ik was! Hoe lang de tocht zou duren en of ik wel in de juiste richting stapte. Wel kon ik steeds de tekens van de Camino  onderweg volgen. Gelukkig maar! De problemen begonnen al bij deze klim.

Gelukkig waren er de vele mooie bloemen en planten langs de weg zoals deze prachtige orchideetjes. Ik wist niet waar ik was, maar waar ik was, was het wel mooi.

En mag ik jullie, wel wat vroeg, deze meiklokjes aanbieden.

Zoals gemeld had ik eigenlijk geen flauw idee waar ik was; buiten, dat wel,  ergens in de bossen. Een mens krijgt dan toch ook honger en ik ging even zitten om een hapje te eten en vooral om te drinken. Een houtstapel zou een ideale zitplaats moeten zijn, totdat…

Ik zat amper neer of een hele horde mieren overspoelde mij, mijn rugzak, mijn eten, mijn hoed… ik vloog meteen terug recht en stond daar als een gek rond te dansen om me van die beestjes te ontdoen. Brrrr…

Dat de Pyreneeën in de buurt waren was wel duidelijk! Als de tocht naar boven ging zag je in de verte een paar besneeuwde bergtoppen “naderen”. Maar door de nevel waren ze niet zo goed te fotograferen. Daarom een paar paarden erbij.

De natuurpaden zijn heerlijk om langs te stappen. Door bossen, weiden en heide. Niet steeds comfortabel, maar wel heel avontuurlijk en heel afwisselend. Zoals op de foto hieronder. Inderdaad, dit is een wandelpad!

Na de middag pakten de regenwolken zich samen, en uiteindelijk vielen de regendruppels uit de lucht. En kijk maar wat de koeien deden, toen het regende. Ze schuilden onder de bomen. Slimme dieren! Ik integendeel liep verder door de regen. Met regencape aan wel te verstaan!

Het einde van de dagtocht liep door een vallei en in de verte waren de stadsmuren van Osserain te zien. Indrukwekkend hoog wel. Als je dit als arme soldaat moest opklimmen tijdens een belegering….brr ik durf er niet aan te denken.

Blijkbaar werd er uiteindelijk van mij verwacht dat ik na al die wandelkilometers dartel de trappen opstormde.

Ik ben wel boven geraakt, maar door af en toe halt te houden en ondertussen rond te kijken. Zo zag ik dan de resten van de oude brug staan.

Aan de overzijde geraak je niet via dit exemplaar.

Etappe 57: Saint-Sever via Hagetmau tot Beyries – 30,6 km (1.502,3 km)

Paasdag – waar is iedereen?

Deze paasdag begon nogal merkwaardig. Ik kwam in zekere zin ook de paasklok tegen. Op zoek naar een hap voor op de middag onderweg stapte ik naar een bakker. Ik ontmoette een man, die me meteen aansprak over de Camino. Hij was ook gestapt maat was nu naar Rome en Assisi gestapt. Vond dat formidabel samen met de vrienden. Dat het belangrijk is om een goede fles mee te nemen en dat het ergste wat kan gebeuren het verlies van de kurkentrekker. Ik volgde hem naar binnen bij de bakker. Toen ik wilde betalen voor mijn brood mocht ik niet want de mijnheer voor mij betaalde zei de verkoopster. Toen ik buitenstapte reed hij voorbij met de wagen, uitbundig zwaaiend.

Saint-Sever heeft een monikkengeschiedenis en is gebouwd rond een klooster. De abdijkerk als centrum van het stadje en ook nog andere gebouwen.

Of deze couvent des Jacobins.

Paasdag was echt heel rustig. Bijna niemand op straat. En eigenlijk valt dat mee, want de tocht loopt vandaag bijna volledig langs gewone wegen. En op deze paasdag is er omzeggens geen verkeer. Mooi meegenomen voor het eerste deel richting Hagetmau.

Weer een ander landschap, licht glooiend en heel veel lemige geploegde akkers.

Het vervelende vandaag was de lucht. Die zag er wel wat dreigend uit. Donkere wolken, maar gelukkig toch geen druppels.

Hagetmau zelf was uitgestorven. Een gezin was in de voortuin aan het barbecuen. Verder alles dicht en stil. Alleen wat verderop was er een sportwedstrijd aan de gang. Ik kon wel niet uitmaken of het een voetbalwedstrijd was of een stierenspectakel.

Volgende stille halte was Labastide-Chalosse. Weinig mensen, ook in de kerk. Maar wel mooi met vele oude beelden, zoals dit altaarstuk.

Doch, je moet niet steeds in kerken en gebouwen naar binnen gaan om mooie zaken te zien. Ook buiten kan het heel mooi zijn, zoals deze mooie bloemen langs de weg.

De tocht door de Landes loopt op zijn einde, het landschap wijzigt. Het wordt glooiender en groener, natter. In zo’n groene vallei naast de weg vond ik de resten van een middeleeuwse kerk en kerkhof. Goed dat er een bord stond want buiten een paar 16de eeuwse grafstenen zag je niet veel meer van La Bastide de Pont la Reine.

Die vochtigere omgeving zorgt ook voor bredere beken, meet water en opnieuw watermolens.

En uiteindelijk ging de weg weer flink klimmen. Die laatste kuitenbijter voorspelt niets goed voor het vervolg van de tocht naar de Pyreneeën. Aankomst in Souslens.