Etappe 68 – San Sebastian naar Getaria – 24,0 km – 1745,2 km – dag 3

Het wordt grijzer, het wordt kouder. Een heel gevarieerde wandeling vandaag. Voormiddag wispelturig kustpad en namiddag doorheen Zarauts en een wandeling langs de dijk naar de vissersstad Getaria.

Opstaan deed ik met dit mooie uitzicht met vuurtorentje. Eigenlijk was ik al 3 km verder gestapt gisteren. Zo kon ik meteen goed starten voor de etappe vandaag.

2 vuurtorens

Het weggetje ging omhoog, slingerde parallel aan zee doorheen de groene weiden. Het was frisser, grijs maar droog.

Let op de appelsienenboom naast dit boerderijtje. De weg ging kwalitatief achteruit. De uitzichten bleven mooi, maar de weg zelf verdween en werd een stijgend en slingerend pad.

Bosweg met Gr
De oude pelgrimswegen met grote plavuizen komen vaak voor in de streek.

Een verlaten streek met taaie begroeing, want nabij de oceaan en het kan er flink stormen. De grote steenblokken schijnen al heel oud te zijn, gelegd om pelgrims vlotter te doen reizen. Verschillende kilometer afgelegd op deze reuze kinderkoppen. Kunst kom je ook tegen en een natuurlijke fontein met drinkbaar water .

Kunst langs de Camino

Drinkbaar water uit de rots

Op en neer gaat de tocht. Geen levende ziel te bespeuren. Het is een stukje desolaat gebied waar ik doorheen loop. Doet me wat denken aan de Landes, maar dan heuvelachtiger. Na 6 a 7 km toch teken van leven.

We love you! I love it.

Toch fijn dat de mensen hier de pelgrims zo welkom heten, getuige dit bord, of de auto die plots naast mij vertraagde en waar de bestuurder met bewonderende blik mij vroeg: Camino? Of een koppel in Zarauts die je kruist en vol overtuiging ‘Buen Camino’ toeroept. Zelfs een paar hulppostjes onderweg ontmoet met water en een box met materiaal voor verzorging.

Hulp bij pijne voeten.

Uiteindelijk komt de Camino terug in de bewoonde wereld aan in Orio (nee niet de koekjes) via de ermita San Martin. Gesloten. Daar iets gegeten en achter mij zag ik Alex voorbij stappen

De ermita San Martin en het zicht naar de zee.

Orio zelf is een kleine haven waarlangs een luidruchtige autoweg dendert. Het lawaai weergalmt in de vallei en overdondert na een dag stilte. Het stadje zelf is typisch gebouwd.

Orio

De tocht gaat verder, vlak en langsheen de monding met havenactiviteiten en resten ervan.

Nog een oude baggeraar

En zoals steeds volgt een bocht met een klim. De weg loopt eerst langs weiden en eindigt in wijngaarden. Hier wordt een witte tintelende wijn verbouwd. Nette gaarden voor Txakoli.

Wijngaarden van txakoli

Eenmaal over de heuvelkam gaat de Camino langs een gewone weg naar beneden naar stadje Zarautz. Strand!

Getaria in de verte.

De stad Zarautz is gebouwd in dambord met een lange laan centraal. Daar staan wel wat beelden en monumentje langs.

Kaarsrecht
Industrieel erfgoed

In de stad zelf even langs gegaan in de toeristische dienst de stempel halen.

Verder gaat het vlak langs een lange promenade die naast de weg aan de rotsen hangt richting Getaria. Mooi maar na 4km wel wat saai. De golven beuken er tegen gigantische stenen blokken. Op zee zie je vissersbootjes dobberen.

Wandeldijk
Wandeldijk bis

Aankomst in Getaria met eerst een koffietje en een leuke ongekende 50ct surprise.

Andorra

De kerk binnengestapt. Origineel, want door de vele verbouwingen door de eeuwen heen ligt de vloer volledig schuin en zijn doksaal en dgl in verschillende niveaus. Hopelijk zichtbaar op de foto’s.

Schuine vloer

Ziezo, de wandeling is voorbij. Morgen naar Deba, maar eerst lekker eten en slapen.

Leve de asperges

Etappe 67 – Irun naar San Sebastian (Donostia) – 29,1 km – 1721,2 km – dag 2

Het wordt een fikse trip vandaag naar San Sebastian. Eerst een fikse klim, dan een wandeling naar overzet gevolgd door een kustpad om te eindigen langs het strand.

De eerste paadjes vandaag. Gelukkig is het droog.

Vooraleer te vertrekken werd ik flink vertroeteld in de casa. Uitgebreid ontbijt met eitjes van de loslopende kippen. De uitbaatster gaf me nog fruit mee voor onderweg en vroeg bij het weg gaan of ik wel voldoende water mee had.

Lekker ontbijt

Na klimmen was de eerste halte de Ermita de Santiago, daar zag ik al een paar mensen met rugzak en toen ik aankwam vertrok er juist ene met een schelp het pad verderop in.

Ermita de Santiago

Gezien vandaag de eerste dag stappen was wilde ik niet te hevig starten. Ik koos voor de lagere conservatieve (lees minder zware) route en niet die over de kam die stevig klimt. Was maar goed ook zou blijken op het einde van de dag.

Wandelweg naar Pasai Donibane

Het was langs een breed bospad dat ik stapte. Het weer was prima droog en niet te warm. Wat lang maar wel interessant. Ten eerste omdat ik terug moet wennen aan klimmen en dalen. Zelfs dalen voel je flink in de kuiten met die rugzak. Ook geologisch, getuige deze foto.

Cursus geologie

Dat dalen kwam er na een goeie 10 km stappen. Het was een prima wandeling om de rugzak weer wat beter te leren kennen en die in balans te brengen. Flink hoog dragen op de heupen is de boodschap.

Wat ben ik blij dat het niet regent!

Na een stevige afdaling komt de Camino uit aan een rivier in Pasai Donibane. Daar moet je overheen met een kleine veerboot. Vooraleer je aan de pont bent wandel je langs de haven waar een autoschip broederlijk naast een boot beladen met schroot ligt. Nieuwe auto’s worden gelost en kapotte worden geladen. Waarheen?

Ijzer, oud en nieuw

Het zijn pitoresque nette dorpjes waar de tocht doorheen gaat. Alle teksten staan er in 2 talen. Spaans & Baskisch. Van dat laatste kan ik niet veel maken.

Passai Donibane

De overtocht naar de andere oever.

Veerpont naar Pasai San Pedro

Aan de andere zijde, Pasai San Pedro kom je uit in het oude visserij haventje waar de geschiedenis van de walvisvaarders en zelfs een teruggevonden schip voor New Foundland worden getoond. Bootarcheologie met een ganse oude scheepswerf waar de oude bootjes terug worden gebouwd.

Monument voor moedige walvisvaarders

Na wat eten en drinken gaat de tocht naar rechts, langsheen het water en langsheen de oude scheepswerf tot aan het einde van de baai.

Oude baggerboot met kuipen.

In de werf ligt ook een oude baggeraar met grote ketels. Toen ik klein was werd dat type gebruikt om de IJzer uit te baggeren. En kabaal dat dat ding maakte. Tijd voor het serieuze werk. Een betonnen trap en een verweerd bospad leiden verder naar een pad vol mooie vergezichten en de vuurtoren.

Omhoog via trappen
Trappen naar boven langsheen vuurtoren 1.

Verder omhoog klauteren en na de trappen gat de weg nog naar omhoog naar nog een vuurtoren.

Faro de la Plata

Roodborstjes, daar gaat het volgende verhaal over. Wat komen die dichtbij wanneer ik even halt hou om op adem te komen of iets te eten.

Roodborstje ofte Rubecula

Er was er eentje die bijna op mijn schoenen pikte, met de vleugels ligt open. Ik vermoed dat het mijn rode jas is die hen uitdaagt. Dat wordt oppassen als ik straks een stier tegen kom.

Het mooie wandelpad slingert zich langsheen de kustlijn met prachtige vergezichten.

Kustlijn van de Golf van Biskaje met de Playa7

En een volgende vuurtoren.

Na de ganse namiddag langsheen het kustpad te zijn gewandeld komt de Camino uiteindelijk op een asfaltweg uit richting bewoonde wereld. Richting San Sebastian. Daar ontmoette ik 2 Duitse pelgrims. Een jonge Felix en een oude Christian, beide ook vandaag gestart aan de camino. Morgen wordt weer een stramme start herinnerde Christian ons, want beide hadden voor de Corona ook al Camino ervaring.

Pelgrims

En uiteindelijk terug de bewoonde wereld. Tussen de bomen een glimp van de baai met prachtige gouden strand. Surfers dobberen op de golven en er zijn zelfs al moedige baders.

Baai met gouden strand.

Verder doorheen de stad over bruggen en langsheen lanen en de dijk. Een verlokkelijke café con leche smaakte heerlijk en in de toeristische dienst kon ik al de stempel in het stempelboekje laten aanbrengen. Wel moet je hier in Spanje nog steeds mondkapje dragen in winkels.

Brug in San Sebastian

Overnachten doe ik op het uiteinde van de stad, een stukje de hoogte in. Zo kan ik morgenvroeg stram en stijf terug op stap. Voor het eten terug naar beneden, maar dat was met de bus.

Etappe 66 – Terug op weg! Via Parijs naar Hendaye en dan tochtje naar Irun. 6,6 km – 1692,1 km (en tochtje in Parijs) – dag 1

Vroeg in de ochtend deze maandag de rugzak nog even gecontroleerd en over de schouder gegooid. Om 7u stipt stapte ik het huis uit richting station. Het was nog rustig. Lichte nevel hing over de vaart.

Zonsopgang in Mechelen.

In het station begon de drukte. Op naar Brussel, op naar de Thalys richting Parijs. Het voelt raar aan om die rugzak weer te omgorden. Ik had gehoopt niet teveel spullen in te pakken, maar de ‘natte’ en kille weersverwachtingen maken dat de dikkere hemden en lange onderbroek ook mee zijn. En dus zorgen voor de extra kg.

Paris Nord

Que je suis content de revoir Paris. Eindelijk terug na de Corona shut down! Lijkt een eeuwigheid.

Ik heb de afstand tussen gare du Nord en gare de Montparnasse wat onderschat. Ik wilde die te voet doen om Parijs te voelen, te ruiken, te ondergaan, maar het werd uiteindelijk een oppervlakkig weerzien in de vorm van snelwandelen. Ik was op tijd voor de lange trip naar Hendaye, naar het zuiden. Aankomst voorzien iets voor 17u. De lente is al duidelijk aanwezig in de streek. De bomen al groener en ooievaars glijden over de velden. Hier en daar is een nest bezet. Een beetje geduld daar in het noorden, de lente is op weg naar jullie!

Aankomst in Hendaye.

De weg naar de brug vond ik snel terug. Er is weinig veranderd sedert de laatste keer. Alleen hebben de Spanjaarden nu een container met politie in het midden van de brug gezet om prikacties te houden richting Frankrijk.

Brug naar Irun

Het is toch weer wennen aan de kaart en vooral de schaal ervan. Eenmaal de brug over was het toch wat zoeken naar het begin van de route. Ik was niet alleen. Een koppel op de fiets was ook afgestapt om de kaart goed te bestuderen. Hun route liep rond het stadscentrum. Ik moest doorheen het centrum langs drukke straten. Maar dat kon het lentegevoel niet drukken, zeker niet toen een bekende bloemengeur mijn neus kriebelde.

Bloeiend en geurend

En met al dat lentegevoel dan toch ook een ijsje gekocht en mmm. Wat verderop voorbij het centrale plein is de eerste richtingspijl met de schelp. Via een brug gaat de route langsheen drooggelegd moeras en dan naar boven. Oei, oei, oei, dat zijn we niet meer gewoon. Maar elke meter omhoog is gewonnen en moet ik morgen niet meer doen.

Daar zijn de schelpen!

Wat verderop aankomst in de casa waar ik de nacht doorbreng. Heel warm ontvangen, maar het is nog kalm. Ik heb de indruk dat de streek met ongeduld wacht op de terugkeer van de pelgrims. Ik werd vanavond al aangesproken door een ober om een pelgrimsmenu te gaan eten. Maar vanavond hou ik het nog sober (buiten dat ijsje).

Conclusie van de dag… wel de kop is er af, er bestaan blijkbaar stroken camino waar je moet klimmen, en daar moet ik me morgen op kleden.

Pelgrim
Lente

Pelgrimszegen. Laatste weekend.

Stap voor stap…zo verloopt de pelgrimstocht. Steeds vreemd dat er nog zoveel te regelen valt vooraleer je vertrekt. Misschien gelukkig maar, dan besef je amper dat je al je geliefden en familieleden zo een 40 dagen zult moeten missen met al de gewoontes, opmerkingen reacties en knuffel die je zo gewoon bent.

Zaterdag – pelgrimszegen in het getrouwe Mechelen. Toch al de derde (en nu goeie) keer. Zonnig en gezellig druk op de markt.

Lentemarkt in Mechelen.

Voor de gelegenheid de stapkleren aan om er “echt” uit te zien. Na de inschrijvingskoffie snel wat spullen gekocht en naar de kathedraal, waar Sint-Jacob al klaar stond voor de zegenwerkzaamheden.

Pelgrimszegen 2022 kathedraal Mechelen

Gezellig druk. Je voelt aan alles dat veel mensen elkaar al lange tijd hebben moeten missen.

Groot nieuws!!!

Na 2 lange jaren wachten door de covid-perikelen denk ik eindelijk verder te stappen richting einddoel Santiago de Compostella! Als alles goed zit vertrek ik op maandag 28 maart naar Hendaye (vorige aankomstplaat) om de Camino del Norte te stappen. Hoera. En dan zouden de dagelijkse blogberichten terug gepost worden.

Toch al een beetje gewandeld, maar niet genoeg. De lente is in het land en dat geeft moed en goesting om te vertrekken.

Lente in Mechelen.

Ondertussen gaan de dagen verder. Op zaterdag 26 maart is er de pelgrimszegen in de kathedraal in Mechelen. Ben ingeschreven. Dat wordt dan zo een beetje de definitieve start van het laatste camino-deel. Vooraf zijn er nog wat reünies met familie gepland, zoals het rammenfeest om de verschillende rammen te vieren.

Het was gezellig met zijn allen samen. Wat hebben we dat samen zijn gemist. Deze week wel nog veel te doen vooraleer de pelgrimszegen gegeven wordt volgende zaterdag.

D-day minus 5!

De spanning groeit wel! De rugzak is uit de mottenballen. De stapschoenen al een paar keer gesmeerd langs de wandelroutes in de buurt. Nog geen kilometers, kilometers, maar we zijn vertrokken. Al een paar keer wakker geworden waarbij het lijstje van noodzakelijke spullen die mee moeten in mijn gedachten rondspoken. De vorige tochten leerden mij dat je best zo weinig mogelijk mee neemt! Elke niet meegenomen kilo is gewonnen!

Ik hoop dat ook het opladen van foto’s nu gaat lukken, want met de gsm die ik nu heb lukte het eerst niet. Iets met niet-aanvaard formaat.

wandeling in de buurt van Mechelen – kanaal Mechelen naar Leuven (of omgekeerd)

De tochten in de buurt liet ik al een paar keer samenlopen met de route naar Compostella die in Mechelen door de stad loopt en dan verder onder de brug van de E19 naar Zemst gaat. Ik hoopte al een vroege pelgrim uit het Noorden te ontmoeten, maar het is blijkbaar nog wat vroeg. Zo passeerde ik dan ook langs ‘mijn’ eerste pijl richting Compostella waar ik 3 jaar geleden vertrok naar het zuiden. De pijl hangt er nog steeds hoor!

Etappe 65 : Ascain naar Hendaye – 20,0 km (1.685,5 km)

Dit wordt opnieuw een tijdelijke halte, een tussenstop.  De Spaanse grens wordt de tijdelijke halte tot volgende lente. De wandeling vandaag startte onder een stralend zonnetje, maar al snel waren er wat wolken en vielen er een paar druppeltjes. Het werd warmer en vochtiger dan gisteren.

Dit laatste stukje Camino loopt door minder ruig landschap. Er is ook meer bewoning langs de weg,  wat minder hoge beklimmingen en een zachter glooiende omgeving.

Enkel in de verte zie je de toppen van de Pyreneeën die boven alles uitsteken. Er is ook nog steeds veel groen en er stroomt een kabbelend beekje.

Om halfweg de dag aan te komen in het warme Urrugne. Daar komt de kust Camino samen met de verbindingsweg vanuit Saint-Jean-Pied-de-Port. Ik ben er even gestopt bij de kerk om iets te drinken want het werd behoorlijk warm.

Op het kerkplein een jonge pelgrimster ontmoet. Ze kwam uit Zwitserland en wilde ook halt houden in Hendaye. Wat verderop liep ze mij met stevige tred voorbij. Het was wat klimmen en dat is toevallig één van HAAR specialiteiten.. wanneer je uit Zwitserland komt.

En dan kwam de tijdelijke terminus in zicht. Het strand, de bergen de bomen in de verte. Dat is Spanje!

Eerst nog heel vaag, maar stapsgewijze duidelijker en duidelijker. Hendaye vooraan en aan de overzijde van het water het Spaanse Irun.

Beneden in Hendaye stapte ik tot aan de Pont de Saint-Jacques. Geen mooie brug, maar wel de brug die de weg opent naar de Camino del Norte en Espagna.

En halfweg deze brug, op de grens met Spanje eindigt deze tocht voorlopig.

Het vervolg is gepland in april volgend jaar 2020. Abonneer je op deze blog en je krijgt een bericht wanneer ik de tocht verder zet.

Etappe 64 : Espelette naar Ascain – 19,3 km – (1.665,5 km)

De Camino Bidasoa – etappe 2

De tocht door de lage Pyreneeën naar de kust loopt verder. Bij het verlaten nog een foto van Espelette, bekend voor “le piment”. Die piment zie je hangen aan de gevel.

Bij het verlaten van Espelette ging de tocht meteen neerwaarts richting de lavoir. Ook hier in Baskenland zijn die oude wasplaatsen vaak aanwezig.

Meteen daarna slingerde het pad zich weer omhoog richting een hangbrug, die over de ringweg van Espelette hangt om de voetgangers veilig aan de overkant te leiden.

Voie Nive Bidasoa staat er te lezen op de wegwijzers met de schelp.

En die Camino Bidasoa loopt verder richting een heuvelkam waarover ik deze voormiddag zal lopen. De weg erheen is een flinke klim, maar eenmaal boven is er weinig niveauverschil en loopt het vrij vlot. Rechts van het pad vallen de kruinen van vele tamme kastanjebomen op. Er zijn er hier massa’s van, van deze tamme kastanjebomen.

Een onverwachte ontmoeting met een regenworm. Maar geen gewone regenworm. Het kruipend exemplaar was een kleine halve meter lang! Jawel, bijna 50 cm! Voor de vergelijking heb ik er mijn voet naast geplaatst.

Ook andere dierlijke ontmoetingen vandaag zorgden voor de nodige verwondering vandaag. De tocht trok lover de heuvelkam verder  langs de bovenzijde van een steengroeve waar borden waarschuwden voor dynamitage. Vervolgens plots een bocht en hopla, daar gaat het pad de dieperik in. Die losse kiezels zijn wel verraderlijk als je naar beneden moet.

Eenmaal beneden gaat het terug naar boven met overal groen om je heen. Heel veel groen. Ook in de hogere regionen. Nu is het wel zo dat dit de lagere route is eigenlijk. De hoge boomloze toppen vermijd ik gelukkig.

Dit beeld doet me denken aan de tekeningen in de krant Het Volkske over de tour de france. De bergen met rond hun top een wolkenband.

Prachtige oude eiken kom je ook tegen. Heel majestueus bieden ze een flink pak schaduw tijdens deze warme lentedagen. Via het nieuws hoor ik dat heel Frankrijk en België kreunen onder de hitte, maar hier valt het goed mee.

Saint-Pee sur Nivelles is het volgende dorpje waar ik doorheen wandel. Veel volk loopt er hier niet rond.

Wel zie je heel wat mooie huizen in Baskenland. Oostenrijkse stijl maar met rood witte luiken. Heel typisch Baskenland en mooier dan in het hartje van Frankrijk.

Volgende beestige ontmoeting, volgende verwondering op de tocht vandaag. Op de hogere vlaktes lopen de paarden en pony’s vrij rond. Een paar van die dieren hebben een bel om de hals.

Deze foto werd op de top van de heuvel genomen. De paarden zelf lopen vrij rond maar zijn vrij mak. Wat verderop een ontmoeting met andere beestjes. Varkens, ook rondlopend op een wei. Dit exemplaar was er heel moe van.

Zijn collega varkentjes knorden wat verderop. Het is een speciaal Baskisch ras dat bijna uitgestorven was in 1984, maar nu weer stevig geteeld wordt. Le Kintoa is de naam en het zou zijn unieke smaak onder andere hebben door de eikels die ze verorberen.

In de verte viel in het landschap van weidegroen een rare streep op, die naar boven wees richting de bergtop wat verderop.

Blijkt dat het één van de oudste tandradtreintjes is in Frankrijk. Als je goed kijkt zie je zo een treintje de bergwand opklimmen. De wandelweg zelf daalde af richting Ascain via een rotsachtig pad. La Rhune is de naam.

Bij het steil afdalen was het wel uitkijken om niet weg te rollen op al die keien en tussen al die keien keken een paar oogjes mij nieuwsgierig aan.

Het beestje was wel bijna 20 cm lang. Dat is al flink groot. Een dino in mini dus. Dat was de laatste beestige ontmoeting van de dag.

In Ascain zelf kreeg ik nog wat cultuur voorgeschoteld door de lokale dansgroep. Fijne manier om deze wondere dag af te sluiten.

Etappe 63 : Bidaray naar Espelette – 18,2 km (1.646,2 km)

Het werd een stevige wandeling vandaag op de Camino Bidasoa. De klim mocht er zijn. Maar laat me beginnen bij het begin.De tocht startte met het oversteken van de rivier de Nive via de “devilsbridge”, een oude stenen voetgangersbrug.Gezien het zondag was ging ik nog even langs bij de artisanale bakker, die ik de avond vooraf gespot had, om lokale lekkernijen als mondvoorraad mee te nemen. Een mens moet toch de lokale gastronomie leren kennen, niet? En op zondag moet je er van uit gaan in Frankrijk dat de winkels vaak gesloten zijn. De ervaring leert dat snel tijdens de wandeltocht.De voormiddag liep de tocht langs de rivier. Het voordeel is dat een groot deel van de tocht onder overhangende bomen liep. Handig als het warm is.Voor de gieren in de streek verliep de dag zoals gisteren. Dus in de voormiddag zag ik ze vrij goed, na de middag enkel als kleine stipjes hoog in de lucht.De wandeling verliet de rivier om hier en daar een kabbelend beekje over te steken. Wat verderop liep de weg terug naar de rivier. Daar waren jonge lui aan het raften. Prima weer om te raften. Lekker fris op de rivier.Wat verderop was een taverne waar een broodje ham kaas lekker smaakte en veel water het verloren zweet kon aanvullen. Want zweten, dus drinken blijft de boodschap. Maar goed ook dat de krachten konden opgedaan worden, want ze waren nodig in de namiddag. Een bergpas moest overgestoken worden.Een kilometerslang pad klom maar hoger en hoger. Snel ging het niet. Bij elke boom stopte ik even om mijn tikker wat te sparen en wat af te koelen uit de zon. In het nieuws werd gemeld dat hartpatiënten inspanningen moeten vermijden bij warm weer. Maar ik kon moeilijk blijven wachten tot het donker werd. Dus rustig verder klimmen en af en toe stoppen en kijken naar het landschap.

Tenslotte kwam de top in zicht en na een bocht lag een prachtig vergezicht voor me.

De rest van de wandeling was een lange afdaling richting Espelette. Er was wel nog een venijnig staartje, vooraleer het dorp binnen te stappen. Een leuk dorp, gekend voor les piments en nog een reeks culinaire specialiteiten. Mooie gekleurde huizen vormen er een mooi centrum.  Rond etenstijd werd het wel wat toeristisch, maar dat betekende dat je er makkelijk eten vond, leuk meegenomen voor een vermoeide pelgrim.

Etappe 62 : Saint-Jean-Pied-de-Port naar Bidaray – 27,0 km (1.628 km)

Etappe 1 van de Camino Bidassoa die me van Saint-Jean-Pied-de-Port naar Hendaye aan de Atlantische kust zal brengen. Daar kan ik dan via de Camino del Norte naar Compostella stappen volgende lente.

Met het treintje aangekomen in het station rond 8u45. Na een koffie en een kaarsje in de kerk van Saint-Jean-Pied-de-Port terug op stap met de rugzak. Het dorpje Lasse was het eerste op de kaart. De tocht verliep al bij al vlot.

Het was mooi rustig wandelweer en daar kwam aangenaam gezelschap op het landbouwwegje, met zijn allen op stap naar de melkmachine.

Alles liep vlot dacht ik, tot ik in het 2de dorpje terechtkwam. Dat dorpje bleek opnieuw Lasse te zijn en het kwam me bekend voor. Een soort dejà-vu effect.  Was ik wel niet verloren gelopen en in een mooie cirkel terug aangekomen waar ik reeds was geweest? Inderdaad!

De tocht die ik nu afstap is eigenlijk een verbinding tussen de klassieke Camino Frances en de Camino del Norte, waar ik heen wil. Deze Camino del Norte loopt langsheen de Atlantische kust naar Compostella en als halve Nieuwpoortenaar, opgegroeid aan de Belgische kust, trekt deze kustroute mij heel erg aan.

Veel vogels gezien vandaag.

Om te beginnen een ganse meute gieren die ’s morgens in grote cirkels omhoog zeilden op de thermiek. Tegen de middag zag je enkel nog kleine stipjes hoog in de lucht rond de bergtoppen zweven. Naast de klassiekers als vlaamse gaai en roodstaart ook een klapekster zien zitten op de electriciteitsdraad.

In Irrouleguy was het tijd voor de picnic. Een mooie overdekte picnictafel, lekker in de schaduw en een kraan om drinkbaar water bij te tappen. Super.

Het werd al aardig warm en de zweetstraaltjes waren flink aanwezig. Dus drinken en drinken. De temperatuur lag rond 25 graden denk ik. Ook de schapen zijn in zomerplunje.

Onderweg een mooi brugje over gegaan. Zag er oud uit. En aan de overzijde lag een viskwekerij met waterbekkens die stevig belucht werden. Vol vol vis. Zalmachtigen van wel 30 a 40 cm lang. Echt vol.

De tocht werd zwaarder. Ik was vergeten hoe de rugzak ook zwaarder wordt als je omhoog moet. Gelukkig was er veel schaduw van bomen en struiken. Tot aan de boomgrens.

De route liep langsheen een kabbelend riviertje. Eerst stroomopwaarts en dan stroomafwaarts hoorde je het klaterend water.

Alleen helemaal boven was het stil. De tocht eindigde in Bidaray vandaag, langsheen de spoorlijn en het riviertje. Langsheen verschillende frontons gelopen vandaag.

Bij aankomst in Bidaray was er een competitie bezig. Je moet het maar doen om die bal met de hand iedere keer terug tegen de muur te kaatsen.

Ziet er eenvoudig uit maar is het niet. Morgen loopt de tocht verder langs het riviertje. Met de pas van Roland als uitdaging.