Nog steeds in de Landes, maar nu droog en naar de voordeur van de Pyreneeën.

De ruime vlaktes maken meer en meer plaats voor sparrenbossen doorspekt met gigantische velden incl asperges.
Hiet en daar wel een dorpje, maar vaak weinig leven.

Wat wel goed in ere wordt gehouden is de jacobroute. Hier en daar met monumentjes.

Maar ook met nieuwe fietspaden mochten we ondervinden. En als ze wat beschut zijn tegen de wind dan is dat zeker meegenomen. Dan rijdt het duidelijk vlotter en aangenamer.
Stilaan neemt het aantal bossen toe, maar hier en daar blijft duidelijk dat voorbije droge zomers stevig huis hebben gehouden in het bosbestand. En zo krijg je verbrande bomen met hun wortels on het water of extremen ontmoeten elkaar.

En zo eindigt de tocht door de Landes in het stadje Dax, oude thermenstad. Yves vond de constructie wat trekken op Bath.

Handig als ke op middaguur aankomt in een Franse stad is dat je er de benen onder tafel kunt steken. Smakelijk.
Bij vertrek even kunnen voelen aan het water en dat is ferm warm!

Na de middag bleef het frisjes met af en toe een fikse bui terwijl we door een nieuw landschap fietsten. Iets heuvelachtiger, meer gemengde vegetatie en bosjes. We kozen ervoor om te schiilen voor de regen ip alle regenkledij aan te trekken. Het werkte. We werden niet doornat deze keer.

Langzaamaan werd het droger. De buien verminderden naarmate we verder zuidwaarts reden. We trokke de Pyreneeën langs de rivier en stopten in Sorde l’abbaye. De moeite. Heel oude nederzetting met lange geschiedenis.

Voor het kloostermuseum waren we te laat. Daar konden we niet meer in. Maar in de kerk zijn mooie oude middeleeuwse mozaïek te zien. Aan te bevelen. En je kan er je stempel zelf kloppen.

En zo in b&b belandt wat verderop in Caresse.
