Etappe 99 – San Marcos naar kathedraal van Sint Jakob in Santiago de Compostella- 6,4 km – 2.458,0 km – dag 32

1.494 pelgrims kwamen vandaag hun certificaat ophalen in Santiago. En één van hen ben ik dan.

Een van de laatste Camino wachters.

Een van de laatste Camino wachters toonde me de weg. De autoweg over en de stadsring. Een signaal dat ik er was en daar was het bord dat ik de stad introk. Vanaf nu enkel huizen.

Santiago here I am.

Het was nog vrij vroeg. Nog geen 10u en weinig volk op straat. Wel een eenzame pelgrim voor mij die de stad introk. Na de verplichtte tocht door de voorstad komt het oude stadsdeel.

Kathedraal nadert

Wat meer beweging. Smallere straten. De torens van de kathedraal duidelijker. Een pelgrim extra en daar zijn de statige gebouwen.

Alles onder één stralende zon. Fijn dat ik zo vroeg ben want ik kan het moment goed beleven. Velen stappen in gedachte met me mee.

Langs steegjes, trapjes en uiteindelijk door een overdekt straatje gaat het naar beneden.

De laatste meters zijn trappen

En daarna een bocht naar links en kom ik op het ruime bijna lege plein voor de kathedraal.

Kathedraalplein

Hier en daar zit of ligt een pelgrim op de stenen. Hoera, ik ben er. Het doel van de tocht is gehaald na zoveel stappen dagen, maanden, jaren…

Hoera, aangekomen na die gele stappen.

Na het ogenblik intens beleefd te hebben de paar pelgrims die ook aangekomen waren gevolgd naar het pelgrimcentrum. Daar de oorkonde afgehaald. Dat liep ontzettend goed. Eerst digitaal voorregistreren en dan naar een loket voor de afhandeling, de finale stempel en de Compostella.

De oorkonde

En dan tijd voor het ontbijt. Tijd om alles te laten bezinken en te kijken hoe de stroom pelgrims aanzwelde stilaan. Na mijn 2de koffie was het al flink druk aan het centrum.

Gezellige drukte

Terug naar het kathedraal plein om de dag verder te plannen en Santiago te bezoeken. Transitie van pelgrim naar toerist.

Indrukwekkend

Het verslag van wat ik verder in de stad zag wordt etappe 100.

Etappe 64 : Espelette naar Ascain – 19,3 km – (1.665,5 km)

De Camino Bidasoa – etappe 2

De tocht door de lage Pyreneeën naar de kust loopt verder. Bij het verlaten nog een foto van Espelette, bekend voor “le piment”. Die piment zie je hangen aan de gevel.

Bij het verlaten van Espelette ging de tocht meteen neerwaarts richting de lavoir. Ook hier in Baskenland zijn die oude wasplaatsen vaak aanwezig.

Meteen daarna slingerde het pad zich weer omhoog richting een hangbrug, die over de ringweg van Espelette hangt om de voetgangers veilig aan de overkant te leiden.

Voie Nive Bidasoa staat er te lezen op de wegwijzers met de schelp.

En die Camino Bidasoa loopt verder richting een heuvelkam waarover ik deze voormiddag zal lopen. De weg erheen is een flinke klim, maar eenmaal boven is er weinig niveauverschil en loopt het vrij vlot. Rechts van het pad vallen de kruinen van vele tamme kastanjebomen op. Er zijn er hier massa’s van, van deze tamme kastanjebomen.

Een onverwachte ontmoeting met een regenworm. Maar geen gewone regenworm. Het kruipend exemplaar was een kleine halve meter lang! Jawel, bijna 50 cm! Voor de vergelijking heb ik er mijn voet naast geplaatst.

Ook andere dierlijke ontmoetingen vandaag zorgden voor de nodige verwondering vandaag. De tocht trok lover de heuvelkam verder  langs de bovenzijde van een steengroeve waar borden waarschuwden voor dynamitage. Vervolgens plots een bocht en hopla, daar gaat het pad de dieperik in. Die losse kiezels zijn wel verraderlijk als je naar beneden moet.

Eenmaal beneden gaat het terug naar boven met overal groen om je heen. Heel veel groen. Ook in de hogere regionen. Nu is het wel zo dat dit de lagere route is eigenlijk. De hoge boomloze toppen vermijd ik gelukkig.

Dit beeld doet me denken aan de tekeningen in de krant Het Volkske over de tour de france. De bergen met rond hun top een wolkenband.

Prachtige oude eiken kom je ook tegen. Heel majestueus bieden ze een flink pak schaduw tijdens deze warme lentedagen. Via het nieuws hoor ik dat heel Frankrijk en België kreunen onder de hitte, maar hier valt het goed mee.

Saint-Pee sur Nivelles is het volgende dorpje waar ik doorheen wandel. Veel volk loopt er hier niet rond.

Wel zie je heel wat mooie huizen in Baskenland. Oostenrijkse stijl maar met rood witte luiken. Heel typisch Baskenland en mooier dan in het hartje van Frankrijk.

Volgende beestige ontmoeting, volgende verwondering op de tocht vandaag. Op de hogere vlaktes lopen de paarden en pony’s vrij rond. Een paar van die dieren hebben een bel om de hals.

Deze foto werd op de top van de heuvel genomen. De paarden zelf lopen vrij rond maar zijn vrij mak. Wat verderop een ontmoeting met andere beestjes. Varkens, ook rondlopend op een wei. Dit exemplaar was er heel moe van.

Zijn collega varkentjes knorden wat verderop. Het is een speciaal Baskisch ras dat bijna uitgestorven was in 1984, maar nu weer stevig geteeld wordt. Le Kintoa is de naam en het zou zijn unieke smaak onder andere hebben door de eikels die ze verorberen.

In de verte viel in het landschap van weidegroen een rare streep op, die naar boven wees richting de bergtop wat verderop.

Blijkt dat het één van de oudste tandradtreintjes is in Frankrijk. Als je goed kijkt zie je zo een treintje de bergwand opklimmen. De wandelweg zelf daalde af richting Ascain via een rotsachtig pad. La Rhune is de naam.

Bij het steil afdalen was het wel uitkijken om niet weg te rollen op al die keien en tussen al die keien keken een paar oogjes mij nieuwsgierig aan.

Het beestje was wel bijna 20 cm lang. Dat is al flink groot. Een dino in mini dus. Dat was de laatste beestige ontmoeting van de dag.

In Ascain zelf kreeg ik nog wat cultuur voorgeschoteld door de lokale dansgroep. Fijne manier om deze wondere dag af te sluiten.