Etappe 61 : Saint Jean Pied de Port – 20,3 km (1.601,0km)

Aankomst tweede deel

Vandaag is het de tweede tussenhalte en stopt de tocht voor even. Het wordt wel een vreemde tocht, een drukke.

Het begint bij de eerste bocht. Ik ben meteen omringd door pelgrims. Twee heren, die me aan stevig tempo voorbij stappen, daarna steek ik 2 oudere Duits pratende dames voorbij en wat verderop komt er nog een pelgrim uit het groen. Zoveel heb ik er over de ganse tocht niet gezien.

Pelgrims naar Compostella
Pelgrims naar Saint-Jean

De tocht trekt de valei in langs glooiene graspaden. Af en toe wordt er even gepraat, maar vooral hard gestapt. Vreemd dat men al snel de pelgrims volgt… en volgt op het verkeerde pad. Want plots gaat de weg stevig omhoog en ik moet mijn collega’s lossen tijdens de klim. Tot na een tiental minuten er een tetugkeert met de melding dat we fout zitten. In het terugkeren komen we er nog 8-tal pelgrims tegen die ook mogen omkeren!

Af en toe wordt wat gebabbeld zoals tijdens een koffiepauze in de schuur van een landbouwer die tegen een vrije gift (donativo) koffie en warme drank + zuivel uit zijn hoeve aanbiedt. Zo leer ik Martin kennen uit Quebec, die samen met zijn maat vanuit Le Puy en Vellay zijn gestapt tot hier. Blijkbaar was het weer daar iets minder want ze hadden kou toen het er sneeuwde.

Wat verderop ontmoet ik een andere pelgrim die vanuit Brest de Atlantische route heeft gevolgd. En ondertussen stapt iedereen op eigen ritme verder. Rond de middag zie ik een bende van 8 langs de weg picnicken.

En dit in een mooi, groen heuvelend landschap. Onderweg nog een paar kerkjes binnengestapt. Ik was wel verwonderd van het binnen schrijnwerk. In 2 kerkjes was een volledige gaanderij opgebouwd.

En langzaamaan naderden we met zijn allen ons doel. Een laatste klim naar de citadel en via de porte St. Jacques stapte ik de drukte in.

Wat een andere wereld. De nauwe straatjes lopen vol mensen van allerlei leeftijd, ras en kaliber. Veel mooie nieuwe uitrustingen en blitse (te) zware rugzakken. Ik moet aanschuiven bij het Compostella genootschap, zo druk. Ik haal er mijn stempel maar de meeste mensen halen er de credential. Ik sta verwonderd te luisteren hoe onvoorbereid heel wat van die pelgrims aan die tocht beginnen. Gelukkig krijgen ze hier wel wat raad en waarschuwingen. Het is te koud op de pas naar Spanje en het waait te hard. De pas is 3 dagen gesloten want de avond voordien werden heel wat pelgrims ontzet door de Spaanse politie.

Via de stadspoort stapte ik dan naar het station. Plots hoorde ik mikn naam roepen. Stephane! Ook hij was er al. Had zijn tentje in de camping neergezet. In afwachting van de trein hebben we nog wat bijgepraat, samen met een derde pelgrim en gekeken hoe hordes pelgrims door een net aangekomen trei werden afgezet. Ook hier terug. Wat een zware pakken, zakken en rugzakken! Om 16u30 vertrok de trein dan naar Bayonne, waar ik overnachtte om de volgende dag naar huis te rijden. We wensten elkaar Bon chemin toe. Hij stapte verder naar de Camino del Norte. Ik moet nu wat wachten.

Etappe 13 : Ecaille naar Reims 26,6 km – (343,5 km)

Het traject naar Reims was saai. Eén rechte lijn door velden en akkers met daarop grote tractoren met een stel piepende ratelende wielen aan. Je hebt die vergezichten, de akkers, de tractoren én de wind. Het zonnetje was flink present maar de wind maakte dat jas, kap en pet ook vandaag aan bleven.

Gelukkig waren er in de voormiddag 3 bochten een paar bosjes en al eens een paar herten die over staken. Maar na de middag was er zelfs geen boom meer. Wel verschenen er in de verte de 2 torens van de kathedraal van Reims. Maar naderen deden ze maar heel langzaam.

Blijkbaar stapte ik zo een 6 km op een oude Romeinse heirbaan. Veel Romeins was er niet aan te zien en Asterix heb ik ook niet gezien.

Maar de lange rechte tocht werd dan toch bezegeld met aankomst aan de kathedraal.

Gemakkelijk die selfies. Daar stempels gehaald bij de dames die de pelgrims opvangen en terug buiten.

En in Reims, Champagnestreek tijd voor er kirr, maar wel een kirr royaal

Etappe 12 : Wasigny naar L’Equaille 32,0 km – (316,9 km)

Waar de vorige dagen het vooral ging over regen en het omhoog en omlaag klauteren in de modder, vandaag was het de wind die een hoofdrol speelde. Een vrij lange en eigenlijk saaie etappe. Maar wat was ik blij dat ik een jasje met kap aanhad. Dat de wind even van links blaast is niet erg, maar 6 uur lang is van het goede te veel. Dus liep ik met kap op en met de pet daarover. Geen zicht, maar prima was dat.

De wegen zelf lagen er goed bij. Door het zonnetje en de schrale wind gaat het droge en boven op de plateaus is het al niet zo nat omdat het water naar de valleien stroomt. De rivier Als je was wel goed gevuld.

Wat wel voor wat afwisseling zorgde waren de herten of reeën die hier en daar stonden te grazen en die sierlijk wegliepen bij het naderen.

Ander verwondering zijn de mooie vergezichten als je boven op die plateaus wandelt. Soms stopte ik wel even om gewoon te kijken naar de verte.

Boven op de heuvels staan hier en daar windmolens te draaien. Met dat stevig blazen draaiden ze goed door vandaag. Maar wat me wel opviel was dat ze flink wat lawaai maken bij het draaien. Net een vliegtuig dat overtrekt.

Af en toe moet je rusten natuurlijk en die rustpauzes worden frequenter in namiddag. Tijdens één van die rustpauzes zag ik plots dit creatuur over mijn schoen klauteren. Gisteren had ik ook al een dikke zwarte (Maar andere) kever ontmoet. Voorbode van de komende lente. Over lente gesproken. Vandaag ook de eerste boerenzwaluw gespot.

Op aanraden van Jos van de refuge 4 mains ben ik in gestopt in de bar tabac “au longchamp” “pour casser la croute”. Werd één van de toffere momenten van de dag. Een klein restaurantje bestaande uit 2 plaatsen volgestouwd met tafeltjes en stoelen. En daaraan zittend allemaal mannen druk pratend en etend. Op de vraag of ik kan eten wordt ik meteen aan een tafeltje geplaatst en na enkele ogenblikken staat een bord met witloofsla, quiche met spek en een snee salami voor mij, samen met het brood. Dan volgde snel kipfilet met champinonsaus en Pomme dauphinois en daarna fromage ou dessert. Natuurlijk koos ik voor een super lekkere crème brûlée. Zie maar.

Na het eten verder gestapt. De landerijen werden groter en groter. Op die landerijen dikke tractoren met een hele reeks wielen achter hen aan om te eggen. Net alsof alle boeren wakker geworden zijn.

Zelfs de weg wordt bewerkt. Wat niet veel helpt aan het wandelcomfort. Gelukkig regent het niet, anders was me dit een modderpoel van jewelste.

Wat verder leuk was onderweg is bovenstaand. Een auto van de gemeente rijdt rond op het voetbalterrein om dit speelklaar te maken. Ideetje voor Malinwa?

Ik werd terug opgepikt door Jos van de refuge te Ecaille. De volgende dag zette hij me dan daar terug af.

In de refuge waren juist 2 pelgrims aangekomen. Een koppel uit Huy. Ze hadden de Camino al gelopen in 2012. Nu waren ze vertrokken naar Rome! Daar gaan toch alle wegen naartoe….buiten de Camino natuurlijk!