Etappe 76 – Castro Urdiales naar Hazas Liendo – 25,7 km – 1936,0 km – dag 11

Ik moet eerst iets bekennen. Vandaag heb ik een stukje afgesneden van de officiële route en die uit de gids. Anders zat ik weer een stuk in de 30 km en gisteren had ik al een ferme portie groen gehad. Daarbij gaan de temperaturen flink de hoogte in en zit ik nu met een rode (verbrande) neus. De start verliep door Castro Urdiales langs een saaie stadslaan.

Verschillende kilometer stappen eer ik in het centrum was, nabij de zee. Maar daar was het wel één van de hoogtepunten van de dag. Koffietje met prachtig uitzicht.

De haven, kerk en vuurtoren van Castro Urdiales.

Daarna de stad uit via weer kilometers lanen allerhande. Onderweg toch wat verwondering met deze muurschilder aan het werk. Benieuwd wat hij uit zijn spuitbussen tovert.

Muurschilder aan het werk.

De route veranderde pas bij een typisch Spaans gebouw. De Arena. Daar ging de route naar de autoweg om via een pad ernaast richtingIslares te gaan.

Een mooi pad. Let op de prachtige blauwe lucht! Vandaag was het uitkleeddag. Om het uur ging er wel een laagje uit. En vergeten me in te smeren vanochtend. Dus kreeftjeskleur vanavond. De autoweg kwam dichterbij. Veel lawaai. Maar daar helpen de oortjes en de muziek wel tegen.

Wandelweg, autoweg en oceaan

Voorbij het dorpje Cerdigo gaat de wandelweg onder de autoweg door en wordt het een kustpad, eerst tussen de bomen en daarna langs de klippen.

Geiten kom je vaker tegen

Je loopt er door een paar weiden met afgewisseld geiten en schapen. Hogerop verdwijnen de bomen en worden de vergezichten over rotskust en zee mooier en indrukwekkend.

Daar is de zee

Boven de kliffen heb je schitterend zicht. De meeuwen zijn present en ik kon zelfs een jonge Jan van Gent spotten. Zeer herkenbaar. Jammer dat ik er geen foto kon van trekken.

Uitzicht richting Islares

Aankomst Islares. Daar volgt de route de monding van een rivier. Ook hier weer een wild estuarium waarbij water ongehinderd naar zee vloeit. Een paar surfers oefenden op de veel te kleine golven. Hard surfen was moeilijk.

Strandje van Islares met surfers

De route wordt dan vrij monotoon langsheen de nationale verkeersweg. Tot Nocina loopt de Camino naast die weg. Toch een leuk plaatsje gevonden om te picknicken. Mooi uitzicht op het estuarium. Terwijl ik aan het eten en rusten was kwamen er toch een koppel en één enkele pelgrim voorbij gesjokt.

Voetpad naastde weg.
Picknick time met zicht op monding.

Dan gaat de officiële route nog een toer van bijna 20 km rond in de binnenlandse heuvels. Ik nam echter de hoofdweg verder. Die liep af en toe langs de autoweg ook. Dus wel wat kabaal. Ook een stukje via een paralel bospad.

Uiteindelijk kwam ik op bestemming aan. Liendo, een heel stil dorpje. Wat ingeslapen. Of viel die stilte op omdat ik toch vaak langs snelwegen stapte vandaag? Vanavond nog wat verder gewerkt aan de planning van de volgende etappes. Ook die worden heel gevarieerd kon ik vaststellen.

Etappe 65 : Ascain naar Hendaye – 20,0 km (1.685,5 km)

Dit wordt opnieuw een tijdelijke halte, een tussenstop.  De Spaanse grens wordt de tijdelijke halte tot volgende lente. De wandeling vandaag startte onder een stralend zonnetje, maar al snel waren er wat wolken en vielen er een paar druppeltjes. Het werd warmer en vochtiger dan gisteren.

Dit laatste stukje Camino loopt door minder ruig landschap. Er is ook meer bewoning langs de weg,  wat minder hoge beklimmingen en een zachter glooiende omgeving.

Enkel in de verte zie je de toppen van de Pyreneeën die boven alles uitsteken. Er is ook nog steeds veel groen en er stroomt een kabbelend beekje.

Om halfweg de dag aan te komen in het warme Urrugne. Daar komt de kust Camino samen met de verbindingsweg vanuit Saint-Jean-Pied-de-Port. Ik ben er even gestopt bij de kerk om iets te drinken want het werd behoorlijk warm.

Op het kerkplein een jonge pelgrimster ontmoet. Ze kwam uit Zwitserland en wilde ook halt houden in Hendaye. Wat verderop liep ze mij met stevige tred voorbij. Het was wat klimmen en dat is toevallig één van HAAR specialiteiten.. wanneer je uit Zwitserland komt.

En dan kwam de tijdelijke terminus in zicht. Het strand, de bergen de bomen in de verte. Dat is Spanje!

Eerst nog heel vaag, maar stapsgewijze duidelijker en duidelijker. Hendaye vooraan en aan de overzijde van het water het Spaanse Irun.

Beneden in Hendaye stapte ik tot aan de Pont de Saint-Jacques. Geen mooie brug, maar wel de brug die de weg opent naar de Camino del Norte en Espagna.

En halfweg deze brug, op de grens met Spanje eindigt deze tocht voorlopig.

Het vervolg is gepland in april volgend jaar 2020. Abonneer je op deze blog en je krijgt een bericht wanneer ik de tocht verder zet.

Etappe 64 : Espelette naar Ascain – 19,3 km – (1.665,5 km)

De Camino Bidasoa – etappe 2

De tocht door de lage Pyreneeën naar de kust loopt verder. Bij het verlaten nog een foto van Espelette, bekend voor “le piment”. Die piment zie je hangen aan de gevel.

Bij het verlaten van Espelette ging de tocht meteen neerwaarts richting de lavoir. Ook hier in Baskenland zijn die oude wasplaatsen vaak aanwezig.

Meteen daarna slingerde het pad zich weer omhoog richting een hangbrug, die over de ringweg van Espelette hangt om de voetgangers veilig aan de overkant te leiden.

Voie Nive Bidasoa staat er te lezen op de wegwijzers met de schelp.

En die Camino Bidasoa loopt verder richting een heuvelkam waarover ik deze voormiddag zal lopen. De weg erheen is een flinke klim, maar eenmaal boven is er weinig niveauverschil en loopt het vrij vlot. Rechts van het pad vallen de kruinen van vele tamme kastanjebomen op. Er zijn er hier massa’s van, van deze tamme kastanjebomen.

Een onverwachte ontmoeting met een regenworm. Maar geen gewone regenworm. Het kruipend exemplaar was een kleine halve meter lang! Jawel, bijna 50 cm! Voor de vergelijking heb ik er mijn voet naast geplaatst.

Ook andere dierlijke ontmoetingen vandaag zorgden voor de nodige verwondering vandaag. De tocht trok lover de heuvelkam verder  langs de bovenzijde van een steengroeve waar borden waarschuwden voor dynamitage. Vervolgens plots een bocht en hopla, daar gaat het pad de dieperik in. Die losse kiezels zijn wel verraderlijk als je naar beneden moet.

Eenmaal beneden gaat het terug naar boven met overal groen om je heen. Heel veel groen. Ook in de hogere regionen. Nu is het wel zo dat dit de lagere route is eigenlijk. De hoge boomloze toppen vermijd ik gelukkig.

Dit beeld doet me denken aan de tekeningen in de krant Het Volkske over de tour de france. De bergen met rond hun top een wolkenband.

Prachtige oude eiken kom je ook tegen. Heel majestueus bieden ze een flink pak schaduw tijdens deze warme lentedagen. Via het nieuws hoor ik dat heel Frankrijk en België kreunen onder de hitte, maar hier valt het goed mee.

Saint-Pee sur Nivelles is het volgende dorpje waar ik doorheen wandel. Veel volk loopt er hier niet rond.

Wel zie je heel wat mooie huizen in Baskenland. Oostenrijkse stijl maar met rood witte luiken. Heel typisch Baskenland en mooier dan in het hartje van Frankrijk.

Volgende beestige ontmoeting, volgende verwondering op de tocht vandaag. Op de hogere vlaktes lopen de paarden en pony’s vrij rond. Een paar van die dieren hebben een bel om de hals.

Deze foto werd op de top van de heuvel genomen. De paarden zelf lopen vrij rond maar zijn vrij mak. Wat verderop een ontmoeting met andere beestjes. Varkens, ook rondlopend op een wei. Dit exemplaar was er heel moe van.

Zijn collega varkentjes knorden wat verderop. Het is een speciaal Baskisch ras dat bijna uitgestorven was in 1984, maar nu weer stevig geteeld wordt. Le Kintoa is de naam en het zou zijn unieke smaak onder andere hebben door de eikels die ze verorberen.

In de verte viel in het landschap van weidegroen een rare streep op, die naar boven wees richting de bergtop wat verderop.

Blijkt dat het één van de oudste tandradtreintjes is in Frankrijk. Als je goed kijkt zie je zo een treintje de bergwand opklimmen. De wandelweg zelf daalde af richting Ascain via een rotsachtig pad. La Rhune is de naam.

Bij het steil afdalen was het wel uitkijken om niet weg te rollen op al die keien en tussen al die keien keken een paar oogjes mij nieuwsgierig aan.

Het beestje was wel bijna 20 cm lang. Dat is al flink groot. Een dino in mini dus. Dat was de laatste beestige ontmoeting van de dag.

In Ascain zelf kreeg ik nog wat cultuur voorgeschoteld door de lokale dansgroep. Fijne manier om deze wondere dag af te sluiten.