Etappe 77 – Liendo naar San Miguel de Meruelo – 27 km – 1963,0 km – dag 12

Van zonneschijn naar regen. In tegenstelling tot gisteren volgde ik vandaag de markeringen en niet de gidsen. Deze laatsten sturen de pelgrims via de weg naar Laredo, maar de gemarkeerde route loopt naar de kust en is daar een kustpad met prachtige vergezichten.

Liendo in een groene vallei

Liendo ligt in een vallei die veel regen krijgt vanuit zee. Je ziet het eraan. Water en groen overal. Ik was het pension pas verlaten of ik werd bijgehaald door een lange pelgrim. Het was een Duitser die vanmorgen rond 6u30 vertrokken was een paar dorpen verderop. We keuvelden wat. Hij komt uit Düsseldorf en heeft vorige jaren reeds de Camino Frances afgestapt. Toen de weg begon te klimmen had ik last zijn lange benen te volgen en liet ik hem verder stappen.

Pelgrim in de verte

Het pad startte als bospad. Ik moet toegeven dat ik wat ongerust was, want noch kaart, noch beschrijving klopte met wat ik zag. Maar de dag was vroeg, de etappe niet zo vreselijk lang en de markeringen heel goed. Wat hogerop een ruïne.

Een paar gieren vlogen op en gingen de hoogte in. Grote cirkels draaiend. Wat een gigantische vogels zijn dat toch. Naar omhoog klauteren werd duidelijk dat de bomen langzaam kleiner werden en plaats moeten maken voor struiken. Het landschap breekt open en de vergezichten komen tevoorschijn.

Op en neer gaat het pad. Soms vervaarlijk dicht bij de rand. Niet dat ik gevaar liep, maar ik ben geen ‘stoeten’ in de hoogte.

Het wandelpad, of wat er moet voor doorgaan verandert van richting en gaat ook langzaam naar beneden. En plots opent zich het zicht op de baai, op de zandstranden van Laredo, de bestemming voor de middag. Daar wacht de veerboot.

De baai van Laredo

Een steile afdaling over een stenig pad vol scherpe keien en blokken brengt me via weiden naar het oude centrum. Smalle straatjes en oude gebouwen langs tot in het levendige centrum waar de terrastafels buiten gehaald werden. Het was nog steeds droog, maar de wind ging harder blazen. Meer wolken verschenen ook.

Naar het oude centrum van Laredo

Een gigantisch strand daar in Laredo. En in het water wat surfers, op het strand wat wandelaars met hond. Ongelooflijk hoeveel honden er hier zijn. Elk Spaans huis heeft minstens één viervoeter.

Strand met veel zand

De namiddag was wat saaier. Eerst volgde een kilometers lange tocht langs een promenade. Gelukkig kwam er achter mij plots de Duitse pelgrim van deze morgen opdagen. Reinert heet hij en vandaag stapte hij tot aan de andere zijde van de rivier, in Santona.

Eindeloze wandeldijk

Na 5 a 6 km wandeldijk kwamen we op het einde van het zanderige schiereiland. We hadden geluk. De overzetboot was er juist om 4 jonge pelgrims, ook Duitsers bleek, mee te nemen.

Voor 2 euro vaarden we naar de andere kant.

Santona is een gekende naam voor ingemaakte vis in blik in Spanje. Verschillende winkels prezen hun viswaar aan. Vooral ansjovis zag ik.

Etalage met vis in blik.

Even lunchpauze en dan ging de route verder, weer een lang vrij saai stuk voetpad. Het enige spannende was dat die langs een grote gevangenis liep. Ik hoopte of er een gevange probeerde over de hoge muur met prikkeldraad met grote pinnen zou klimmen maar het bleef rustig.

Gevangenismuur

De dag bood eigenlijk niet veel spectaculairs meer. Voetpaden en wat verderop landwegen. Het begin grijzer en grijzer te worden en de druppels kwamen naar beneden. Rinkel deze schattige Jacobus gezien.

Droge pelgrim

Vergelijk hem maar met die natte pelgrim die zich moet beschermen met zijn regencape.

Natte pelgrim

Langs de (natte) landwegen was het rustig heel rustig. Alleen een paar houthakkers met stevig materiaal.

Boomzaag industrieel
Rustige landwegen

Tenslotte terug een drukkere weg met voetpad en nogal wat auto’s. Een arme das was recent aangereden. Wat is dat groot! Zeker de grootte van een middelgrote hond, zoals Basiel. (de hond van Dries en Manon). Ik trok er een foto van, maar vond het zo triest dat ik hem hier niet plaats. Aangekomen in San Miguel. Hopelijk geen regen meer morgen.

Etappe 63 : Bidaray naar Espelette – 18,2 km (1.646,2 km)

Het werd een stevige wandeling vandaag op de Camino Bidasoa. De klim mocht er zijn. Maar laat me beginnen bij het begin.De tocht startte met het oversteken van de rivier de Nive via de “devilsbridge”, een oude stenen voetgangersbrug.Gezien het zondag was ging ik nog even langs bij de artisanale bakker, die ik de avond vooraf gespot had, om lokale lekkernijen als mondvoorraad mee te nemen. Een mens moet toch de lokale gastronomie leren kennen, niet? En op zondag moet je er van uit gaan in Frankrijk dat de winkels vaak gesloten zijn. De ervaring leert dat snel tijdens de wandeltocht.De voormiddag liep de tocht langs de rivier. Het voordeel is dat een groot deel van de tocht onder overhangende bomen liep. Handig als het warm is.Voor de gieren in de streek verliep de dag zoals gisteren. Dus in de voormiddag zag ik ze vrij goed, na de middag enkel als kleine stipjes hoog in de lucht.De wandeling verliet de rivier om hier en daar een kabbelend beekje over te steken. Wat verderop liep de weg terug naar de rivier. Daar waren jonge lui aan het raften. Prima weer om te raften. Lekker fris op de rivier.Wat verderop was een taverne waar een broodje ham kaas lekker smaakte en veel water het verloren zweet kon aanvullen. Want zweten, dus drinken blijft de boodschap. Maar goed ook dat de krachten konden opgedaan worden, want ze waren nodig in de namiddag. Een bergpas moest overgestoken worden.Een kilometerslang pad klom maar hoger en hoger. Snel ging het niet. Bij elke boom stopte ik even om mijn tikker wat te sparen en wat af te koelen uit de zon. In het nieuws werd gemeld dat hartpatiënten inspanningen moeten vermijden bij warm weer. Maar ik kon moeilijk blijven wachten tot het donker werd. Dus rustig verder klimmen en af en toe stoppen en kijken naar het landschap.

Tenslotte kwam de top in zicht en na een bocht lag een prachtig vergezicht voor me.

De rest van de wandeling was een lange afdaling richting Espelette. Er was wel nog een venijnig staartje, vooraleer het dorp binnen te stappen. Een leuk dorp, gekend voor les piments en nog een reeks culinaire specialiteiten. Mooie gekleurde huizen vormen er een mooi centrum.  Rond etenstijd werd het wel wat toeristisch, maar dat betekende dat je er makkelijk eten vond, leuk meegenomen voor een vermoeide pelgrim.

Etappe 62 : Saint-Jean-Pied-de-Port naar Bidaray – 27,0 km (1.628 km)

Etappe 1 van de Camino Bidassoa die me van Saint-Jean-Pied-de-Port naar Hendaye aan de Atlantische kust zal brengen. Daar kan ik dan via de Camino del Norte naar Compostella stappen volgende lente.

Met het treintje aangekomen in het station rond 8u45. Na een koffie en een kaarsje in de kerk van Saint-Jean-Pied-de-Port terug op stap met de rugzak. Het dorpje Lasse was het eerste op de kaart. De tocht verliep al bij al vlot.

Het was mooi rustig wandelweer en daar kwam aangenaam gezelschap op het landbouwwegje, met zijn allen op stap naar de melkmachine.

Alles liep vlot dacht ik, tot ik in het 2de dorpje terechtkwam. Dat dorpje bleek opnieuw Lasse te zijn en het kwam me bekend voor. Een soort dejà-vu effect.  Was ik wel niet verloren gelopen en in een mooie cirkel terug aangekomen waar ik reeds was geweest? Inderdaad!

De tocht die ik nu afstap is eigenlijk een verbinding tussen de klassieke Camino Frances en de Camino del Norte, waar ik heen wil. Deze Camino del Norte loopt langsheen de Atlantische kust naar Compostella en als halve Nieuwpoortenaar, opgegroeid aan de Belgische kust, trekt deze kustroute mij heel erg aan.

Veel vogels gezien vandaag.

Om te beginnen een ganse meute gieren die ’s morgens in grote cirkels omhoog zeilden op de thermiek. Tegen de middag zag je enkel nog kleine stipjes hoog in de lucht rond de bergtoppen zweven. Naast de klassiekers als vlaamse gaai en roodstaart ook een klapekster zien zitten op de electriciteitsdraad.

In Irrouleguy was het tijd voor de picnic. Een mooie overdekte picnictafel, lekker in de schaduw en een kraan om drinkbaar water bij te tappen. Super.

Het werd al aardig warm en de zweetstraaltjes waren flink aanwezig. Dus drinken en drinken. De temperatuur lag rond 25 graden denk ik. Ook de schapen zijn in zomerplunje.

Onderweg een mooi brugje over gegaan. Zag er oud uit. En aan de overzijde lag een viskwekerij met waterbekkens die stevig belucht werden. Vol vol vis. Zalmachtigen van wel 30 a 40 cm lang. Echt vol.

De tocht werd zwaarder. Ik was vergeten hoe de rugzak ook zwaarder wordt als je omhoog moet. Gelukkig was er veel schaduw van bomen en struiken. Tot aan de boomgrens.

De route liep langsheen een kabbelend riviertje. Eerst stroomopwaarts en dan stroomafwaarts hoorde je het klaterend water.

Alleen helemaal boven was het stil. De tocht eindigde in Bidaray vandaag, langsheen de spoorlijn en het riviertje. Langsheen verschillende frontons gelopen vandaag.

Bij aankomst in Bidaray was er een competitie bezig. Je moet het maar doen om die bal met de hand iedere keer terug tegen de muur te kaatsen.

Ziet er eenvoudig uit maar is het niet. Morgen loopt de tocht verder langs het riviertje. Met de pas van Roland als uitdaging.