Van zonneschijn naar regen. In tegenstelling tot gisteren volgde ik vandaag de markeringen en niet de gidsen. Deze laatsten sturen de pelgrims via de weg naar Laredo, maar de gemarkeerde route loopt naar de kust en is daar een kustpad met prachtige vergezichten.

Liendo ligt in een vallei die veel regen krijgt vanuit zee. Je ziet het eraan. Water en groen overal. Ik was het pension pas verlaten of ik werd bijgehaald door een lange pelgrim. Het was een Duitser die vanmorgen rond 6u30 vertrokken was een paar dorpen verderop. We keuvelden wat. Hij komt uit Düsseldorf en heeft vorige jaren reeds de Camino Frances afgestapt. Toen de weg begon te klimmen had ik last zijn lange benen te volgen en liet ik hem verder stappen.

Het pad startte als bospad. Ik moet toegeven dat ik wat ongerust was, want noch kaart, noch beschrijving klopte met wat ik zag. Maar de dag was vroeg, de etappe niet zo vreselijk lang en de markeringen heel goed. Wat hogerop een ruïne.

Een paar gieren vlogen op en gingen de hoogte in. Grote cirkels draaiend. Wat een gigantische vogels zijn dat toch. Naar omhoog klauteren werd duidelijk dat de bomen langzaam kleiner werden en plaats moeten maken voor struiken. Het landschap breekt open en de vergezichten komen tevoorschijn.

Op en neer gaat het pad. Soms vervaarlijk dicht bij de rand. Niet dat ik gevaar liep, maar ik ben geen ‘stoeten’ in de hoogte.

Het wandelpad, of wat er moet voor doorgaan verandert van richting en gaat ook langzaam naar beneden. En plots opent zich het zicht op de baai, op de zandstranden van Laredo, de bestemming voor de middag. Daar wacht de veerboot.

Een steile afdaling over een stenig pad vol scherpe keien en blokken brengt me via weiden naar het oude centrum. Smalle straatjes en oude gebouwen langs tot in het levendige centrum waar de terrastafels buiten gehaald werden. Het was nog steeds droog, maar de wind ging harder blazen. Meer wolken verschenen ook.

Een gigantisch strand daar in Laredo. En in het water wat surfers, op het strand wat wandelaars met hond. Ongelooflijk hoeveel honden er hier zijn. Elk Spaans huis heeft minstens één viervoeter.

De namiddag was wat saaier. Eerst volgde een kilometers lange tocht langs een promenade. Gelukkig kwam er achter mij plots de Duitse pelgrim van deze morgen opdagen. Reinert heet hij en vandaag stapte hij tot aan de andere zijde van de rivier, in Santona.

Na 5 a 6 km wandeldijk kwamen we op het einde van het zanderige schiereiland. We hadden geluk. De overzetboot was er juist om 4 jonge pelgrims, ook Duitsers bleek, mee te nemen.


Voor 2 euro vaarden we naar de andere kant.

Santona is een gekende naam voor ingemaakte vis in blik in Spanje. Verschillende winkels prezen hun viswaar aan. Vooral ansjovis zag ik.

Even lunchpauze en dan ging de route verder, weer een lang vrij saai stuk voetpad. Het enige spannende was dat die langs een grote gevangenis liep. Ik hoopte of er een gevange probeerde over de hoge muur met prikkeldraad met grote pinnen zou klimmen maar het bleef rustig.

De dag bood eigenlijk niet veel spectaculairs meer. Voetpaden en wat verderop landwegen. Het begin grijzer en grijzer te worden en de druppels kwamen naar beneden. Rinkel deze schattige Jacobus gezien.

Vergelijk hem maar met die natte pelgrim die zich moet beschermen met zijn regencape.

Langs de (natte) landwegen was het rustig heel rustig. Alleen een paar houthakkers met stevig materiaal.


Tenslotte terug een drukkere weg met voetpad en nogal wat auto’s. Een arme das was recent aangereden. Wat is dat groot! Zeker de grootte van een middelgrote hond, zoals Basiel. (de hond van Dries en Manon). Ik trok er een foto van, maar vond het zo triest dat ik hem hier niet plaats. Aangekomen in San Miguel. Hopelijk geen regen meer morgen.
De tocht startte met het oversteken van de rivier de Nive via de “devilsbridge”, een oude stenen voetgangersbrug.
Gezien het zondag was ging ik nog even langs bij de artisanale bakker, die ik de avond vooraf gespot had, om lokale lekkernijen als mondvoorraad mee te nemen. Een mens moet toch de lokale gastronomie leren kennen, niet? En op zondag moet je er van uit gaan in Frankrijk dat de winkels vaak gesloten zijn. De ervaring leert dat snel tijdens de wandeltocht.
De voormiddag liep de tocht langs de rivier. Het voordeel is dat een groot deel van de tocht onder overhangende bomen liep. Handig als het warm is.
Voor de gieren in de streek verliep de dag zoals gisteren. Dus in de voormiddag zag ik ze vrij goed, na de middag enkel als kleine stipjes hoog in de lucht.
De wandeling verliet de rivier om hier en daar een kabbelend beekje over te steken. Wat verderop liep de weg terug naar de rivier. Daar waren jonge lui aan het raften. Prima weer om te raften. Lekker fris op de rivier.
Wat verderop was een taverne waar een broodje ham kaas lekker smaakte en veel water het verloren zweet kon aanvullen. Want zweten, dus drinken blijft de boodschap. Maar goed ook dat de krachten konden opgedaan worden, want ze waren nodig in de namiddag. Een bergpas moest overgestoken worden.
Een kilometerslang pad klom maar hoger en hoger. Snel ging het niet. Bij elke boom stopte ik even om mijn tikker wat te sparen en wat af te koelen uit de zon. In het nieuws werd gemeld dat hartpatiënten inspanningen moeten vermijden bij warm weer. Maar ik kon moeilijk blijven wachten tot het donker werd. Dus rustig verder klimmen en af en toe stoppen en kijken naar het landschap.












