Weer mooi warm met frisse bries. Zeer gevarieerde etappe met van alles wat.

De dag startte met een wandeling over gewone wegen in heuvelachtig landschap. Een pelgrim vloog me voorbij. Tot de middag was het in het bijzijn van die grote man, een ouder Duits koppel en een jongere vrouw dat de Camino liep. Soms haalde ik ze in soms zij mij.

In de verte blijven de sneeuwtoppen duidelijk present mooi afsteken tegen de azuren hemel.

Na de wandeling door de weiden, waar de boeren al flink aan het hooien zijn, kwamen we aan in Santillana del Mar. Eén van de best bewaarde middeleeuwse stadjes van de streek.

Heel toeristisch ook. Vol winkeltjes die allerhande prullaria verkopen naast hotels en restaurants.

Het moet gezegd dat je zonder al de toeristen, je je bijna in die middeleeuwen zou wanen, of toch een propere versie ervan.

Op zoek naar de toeristische dienst voor de stempel en dan op zoek naar de post. Gezien het warmer wordt kan ik de overtollige kledij terugsturen naar huis. Vanmorgen alles in een zak gestoken.

En nu alles in een postdoos en weg. Het was toch 2 kg en dat voel je wanneer dat in de rugzak mee omhoog moet. Dus meer capaciteit voor water edg, want het is weer warm en super droog.

Na 2 koffie snel weg uit de drukte en verder op stap. Terug door de weilanden en verderop de speedy pelgrim bijgehaald. Aankomst aan kerkje, met zicht op zee.

Daarna slingert de Camino zich verder tussen de weiden met koeien en andere dieren. Het is lente en overal zie je nieuw leven.

Het is niet allemaal peis en vree in die dorpjes. Veel boerderijen worden verlaten of omgebouwd tot vakantiehuis. Het dorp blijft zitten met een (veel te grote) kerk die onderhouden moet worden.

We zakken verder richting zee. En voor ik het door heb sta ik terug aan zee, aan het strand.

Maar zoals steeds, typisch voor de route, eenmaal beneden moet je terug naar boven. Dus sjouwend met de (lichtere) rugzak kan ik boven genieten van mooie vergezichten. De Camino del Norte op zijn best.































































































De tocht startte met het oversteken van de rivier de Nive via de “devilsbridge”, een oude stenen voetgangersbrug.
Gezien het zondag was ging ik nog even langs bij de artisanale bakker, die ik de avond vooraf gespot had, om lokale lekkernijen als mondvoorraad mee te nemen. Een mens moet toch de lokale gastronomie leren kennen, niet? En op zondag moet je er van uit gaan in Frankrijk dat de winkels vaak gesloten zijn. De ervaring leert dat snel tijdens de wandeltocht.
De voormiddag liep de tocht langs de rivier. Het voordeel is dat een groot deel van de tocht onder overhangende bomen liep. Handig als het warm is.
Voor de gieren in de streek verliep de dag zoals gisteren. Dus in de voormiddag zag ik ze vrij goed, na de middag enkel als kleine stipjes hoog in de lucht.
De wandeling verliet de rivier om hier en daar een kabbelend beekje over te steken. Wat verderop liep de weg terug naar de rivier. Daar waren jonge lui aan het raften. Prima weer om te raften. Lekker fris op de rivier.
Wat verderop was een taverne waar een broodje ham kaas lekker smaakte en veel water het verloren zweet kon aanvullen. Want zweten, dus drinken blijft de boodschap. Maar goed ook dat de krachten konden opgedaan worden, want ze waren nodig in de namiddag. Een bergpas moest overgestoken worden.
Een kilometerslang pad klom maar hoger en hoger. Snel ging het niet. Bij elke boom stopte ik even om mijn tikker wat te sparen en wat af te koelen uit de zon. In het nieuws werd gemeld dat hartpatiënten inspanningen moeten vermijden bij warm weer. Maar ik kon moeilijk blijven wachten tot het donker werd. Dus rustig verder klimmen en af en toe stoppen en kijken naar het landschap.










