Etappe 80 – Viveda naar Liandres – 26,3 km – 2.046,1 km – dag 15

Weer mooi warm met frisse bries. Zeer gevarieerde etappe met van alles wat.

Bloemenpracht langs de Camino

De dag startte met een wandeling over gewone wegen in heuvelachtig landschap. Een pelgrim vloog me voorbij. Tot de middag was het in het bijzijn van die grote man, een ouder Duits koppel en een jongere vrouw dat de Camino liep. Soms haalde ik ze in soms zij mij.

Speedy pelgrim

In de verte blijven de sneeuwtoppen duidelijk present mooi afsteken tegen de azuren hemel.

Na de wandeling door de weiden, waar de boeren al flink aan het hooien zijn, kwamen we aan in Santillana del Mar. Eén van de best bewaarde middeleeuwse stadjes van de streek.

Pelgrims komen aan in Santillana del Mar

Heel toeristisch ook. Vol winkeltjes die allerhande prullaria verkopen naast hotels en restaurants.

Toeristische middeleeuwen

Het moet gezegd dat je zonder al de toeristen, je je bijna in die middeleeuwen zou wanen, of toch een propere versie ervan.

De kerk van Santillana del Mar

Op zoek naar de toeristische dienst voor de stempel en dan op zoek naar de post. Gezien het warmer wordt kan ik de overtollige kledij terugsturen naar huis. Vanmorgen alles in een zak gestoken.

Ingepakt gaat terug naar huis

En nu alles in een postdoos en weg. Het was toch 2 kg en dat voel je wanneer dat in de rugzak mee omhoog moet. Dus meer capaciteit voor water edg, want het is weer warm en super droog.

2kg minder te dragen

Na 2 koffie snel weg uit de drukte en verder op stap. Terug door de weilanden en verderop de speedy pelgrim bijgehaald. Aankomst aan kerkje, met zicht op zee.

Pelgrim klimmend

Daarna slingert de Camino zich verder tussen de weiden met koeien en andere dieren. Het is lente en overal zie je nieuw leven.

Ezelsveulentje

Het is niet allemaal peis en vree in die dorpjes. Veel boerderijen worden verlaten of omgebouwd tot vakantiehuis. Het dorp blijft zitten met een (veel te grote) kerk die onderhouden moet worden.

De rustende pelgrim laat het niet aan haar hart komen

We zakken verder richting zee. En voor ik het door heb sta ik terug aan zee, aan het strand.

The beach

Maar zoals steeds, typisch voor de route, eenmaal beneden moet je terug naar boven. Dus sjouwend met de (lichtere) rugzak kan ik boven genieten van mooie vergezichten. De Camino del Norte op zijn best.

Camino del Norte op zijn best

Etappe 78 – San Miguel naar Santander, inclusief veerboot – 29,7 km – 1.992,7 km – dag 13

We naderen 2.000 km op onze lange tocht. Vandaag een hele mooie en gevarieerde etappe.

Vanmorgen goed vroeg vertrokken. De voorspelde regenbuien bleven uit. Eerst trok de Camino door het groene heuvelachtige land. Een beeld van San Miguel die er in de zon veel aantrekkelijker uitziet dan gisteren in de regen.

San Miguel de Meruelo in de zon

Na een kleine kilometer trof me het mooie kleurenspel door de zon op de kerk en de kerktoren.

Toch nog steeds dreigende lucht.

Naar beneden ging eerst de tocht. Naar het groen en naar een riviertje. Een oude middeleeuwse brug bracht me naar de overkant. Alleen jammer voor de brug want op haar oude dag was er een stuk uitgereden. Dat wordt herstellen.

Mooi middeleeuwse brug
Maar met een stuk uit.

Het bleef droog. De temperatuur rond de 15 graden. De wegjes waren goed begaanbaar. Tot de middag, tot in Guemes e vervolgens Galizano ging het op en neer tussen weiden, koeien en geiten, boerderijen en bossen van eucalyptus. Een pelgrim (ik vermoed een Nederlandse naam gelezen te hebben op het naamplaatje van de rugzak) stond te communiceren met de koeien toen een groep fietsers hem voorbijschoot.

Na de middag veranderde het landschap helemaal. Het werd cliff walking. Met prachtige vergezichten over de ruwe kust.

Playa van Galizano
Playa de Langre

Een mooie wandeling die eindigde aan het strand van Loredo. Mezelf op een ijsje getrakteerd want het was wel een pak warmer geworden ondertussen. De lagen kleren gingen uit. En dan een nieuwe ervaring. Een paar kilometer zandstrand te overbruggen naar Somo. Gelukkig was het geen hoog tij en kon ik op het harde zand stappen langs de opkomende golven.

Op naar Somo

Onderweg sepia zien liggen. Dat vind je vaak aan onze vlaamse noordzeekust.

Maar ook een eerder stadium van die sepia kwam ik tegen. Een hele octopus spoelde ook aan. Het is de schedel van dit beestje dat sepia levert bij het vergaan.

Nog steeds strand. Goed dat ik niet te veel moest ploeteren in dat droge zand. De sukkelaars die dit bij hoog water moeten afleggen moeten tocht zweetdruppels achterlaten. Bepakt en bezakt…pfff.

Het strand gaat maar door

Rechts van me bulderen de golven op het strand. Vrij grote golven hoor. Wat verderop doemde een eiland met 2 vuurtorens op.

Eindelijk was dat zand achter de rug en kwam een dijk onder de zolen. Het is zaterdag en heel wat volk op de been. (op terras)

Terrasjesweer

Ook veel surfers gezien die met hun planken de golven trotseren. Ookheel wat winkeltjes die surfmateriaal aan bieden. Of het

Zou mijn maat er tussen hangen?

Uiteindelijk de laatste activiteit van de dag. Deze keer had ik minder geluk want de veerboot vertrok juist toen ik aankwam. Dat betekende een half uur wachten. Een groep Franse pelgrims kwam ook aan en een vijftal pelgrimdames die wel bier lustten e in verschillende talen het hoge woord voerden.

Juist vertrokken. 30 minuten wachten.
Gezellige pelgrimdames

Ziezo, de tocht over de monding verliep met nogal wat kronkels om de vele zandbanken te ontwijken maar daar was Santander. Eindpunt voor vandaag.

Vaargeul naar Santander; let op de boeien

Etappe 77 – Liendo naar San Miguel de Meruelo – 27 km – 1963,0 km – dag 12

Van zonneschijn naar regen. In tegenstelling tot gisteren volgde ik vandaag de markeringen en niet de gidsen. Deze laatsten sturen de pelgrims via de weg naar Laredo, maar de gemarkeerde route loopt naar de kust en is daar een kustpad met prachtige vergezichten.

Liendo in een groene vallei

Liendo ligt in een vallei die veel regen krijgt vanuit zee. Je ziet het eraan. Water en groen overal. Ik was het pension pas verlaten of ik werd bijgehaald door een lange pelgrim. Het was een Duitser die vanmorgen rond 6u30 vertrokken was een paar dorpen verderop. We keuvelden wat. Hij komt uit Düsseldorf en heeft vorige jaren reeds de Camino Frances afgestapt. Toen de weg begon te klimmen had ik last zijn lange benen te volgen en liet ik hem verder stappen.

Pelgrim in de verte

Het pad startte als bospad. Ik moet toegeven dat ik wat ongerust was, want noch kaart, noch beschrijving klopte met wat ik zag. Maar de dag was vroeg, de etappe niet zo vreselijk lang en de markeringen heel goed. Wat hogerop een ruïne.

Een paar gieren vlogen op en gingen de hoogte in. Grote cirkels draaiend. Wat een gigantische vogels zijn dat toch. Naar omhoog klauteren werd duidelijk dat de bomen langzaam kleiner werden en plaats moeten maken voor struiken. Het landschap breekt open en de vergezichten komen tevoorschijn.

Op en neer gaat het pad. Soms vervaarlijk dicht bij de rand. Niet dat ik gevaar liep, maar ik ben geen ‘stoeten’ in de hoogte.

Het wandelpad, of wat er moet voor doorgaan verandert van richting en gaat ook langzaam naar beneden. En plots opent zich het zicht op de baai, op de zandstranden van Laredo, de bestemming voor de middag. Daar wacht de veerboot.

De baai van Laredo

Een steile afdaling over een stenig pad vol scherpe keien en blokken brengt me via weiden naar het oude centrum. Smalle straatjes en oude gebouwen langs tot in het levendige centrum waar de terrastafels buiten gehaald werden. Het was nog steeds droog, maar de wind ging harder blazen. Meer wolken verschenen ook.

Naar het oude centrum van Laredo

Een gigantisch strand daar in Laredo. En in het water wat surfers, op het strand wat wandelaars met hond. Ongelooflijk hoeveel honden er hier zijn. Elk Spaans huis heeft minstens één viervoeter.

Strand met veel zand

De namiddag was wat saaier. Eerst volgde een kilometers lange tocht langs een promenade. Gelukkig kwam er achter mij plots de Duitse pelgrim van deze morgen opdagen. Reinert heet hij en vandaag stapte hij tot aan de andere zijde van de rivier, in Santona.

Eindeloze wandeldijk

Na 5 a 6 km wandeldijk kwamen we op het einde van het zanderige schiereiland. We hadden geluk. De overzetboot was er juist om 4 jonge pelgrims, ook Duitsers bleek, mee te nemen.

Voor 2 euro vaarden we naar de andere kant.

Santona is een gekende naam voor ingemaakte vis in blik in Spanje. Verschillende winkels prezen hun viswaar aan. Vooral ansjovis zag ik.

Etalage met vis in blik.

Even lunchpauze en dan ging de route verder, weer een lang vrij saai stuk voetpad. Het enige spannende was dat die langs een grote gevangenis liep. Ik hoopte of er een gevange probeerde over de hoge muur met prikkeldraad met grote pinnen zou klimmen maar het bleef rustig.

Gevangenismuur

De dag bood eigenlijk niet veel spectaculairs meer. Voetpaden en wat verderop landwegen. Het begin grijzer en grijzer te worden en de druppels kwamen naar beneden. Rinkel deze schattige Jacobus gezien.

Droge pelgrim

Vergelijk hem maar met die natte pelgrim die zich moet beschermen met zijn regencape.

Natte pelgrim

Langs de (natte) landwegen was het rustig heel rustig. Alleen een paar houthakkers met stevig materiaal.

Boomzaag industrieel
Rustige landwegen

Tenslotte terug een drukkere weg met voetpad en nogal wat auto’s. Een arme das was recent aangereden. Wat is dat groot! Zeker de grootte van een middelgrote hond, zoals Basiel. (de hond van Dries en Manon). Ik trok er een foto van, maar vond het zo triest dat ik hem hier niet plaats. Aangekomen in San Miguel. Hopelijk geen regen meer morgen.

Etappe 76 – Castro Urdiales naar Hazas Liendo – 25,7 km – 1936,0 km – dag 11

Ik moet eerst iets bekennen. Vandaag heb ik een stukje afgesneden van de officiële route en die uit de gids. Anders zat ik weer een stuk in de 30 km en gisteren had ik al een ferme portie groen gehad. Daarbij gaan de temperaturen flink de hoogte in en zit ik nu met een rode (verbrande) neus. De start verliep door Castro Urdiales langs een saaie stadslaan.

Verschillende kilometer stappen eer ik in het centrum was, nabij de zee. Maar daar was het wel één van de hoogtepunten van de dag. Koffietje met prachtig uitzicht.

De haven, kerk en vuurtoren van Castro Urdiales.

Daarna de stad uit via weer kilometers lanen allerhande. Onderweg toch wat verwondering met deze muurschilder aan het werk. Benieuwd wat hij uit zijn spuitbussen tovert.

Muurschilder aan het werk.

De route veranderde pas bij een typisch Spaans gebouw. De Arena. Daar ging de route naar de autoweg om via een pad ernaast richtingIslares te gaan.

Een mooi pad. Let op de prachtige blauwe lucht! Vandaag was het uitkleeddag. Om het uur ging er wel een laagje uit. En vergeten me in te smeren vanochtend. Dus kreeftjeskleur vanavond. De autoweg kwam dichterbij. Veel lawaai. Maar daar helpen de oortjes en de muziek wel tegen.

Wandelweg, autoweg en oceaan

Voorbij het dorpje Cerdigo gaat de wandelweg onder de autoweg door en wordt het een kustpad, eerst tussen de bomen en daarna langs de klippen.

Geiten kom je vaker tegen

Je loopt er door een paar weiden met afgewisseld geiten en schapen. Hogerop verdwijnen de bomen en worden de vergezichten over rotskust en zee mooier en indrukwekkend.

Daar is de zee

Boven de kliffen heb je schitterend zicht. De meeuwen zijn present en ik kon zelfs een jonge Jan van Gent spotten. Zeer herkenbaar. Jammer dat ik er geen foto kon van trekken.

Uitzicht richting Islares

Aankomst Islares. Daar volgt de route de monding van een rivier. Ook hier weer een wild estuarium waarbij water ongehinderd naar zee vloeit. Een paar surfers oefenden op de veel te kleine golven. Hard surfen was moeilijk.

Strandje van Islares met surfers

De route wordt dan vrij monotoon langsheen de nationale verkeersweg. Tot Nocina loopt de Camino naast die weg. Toch een leuk plaatsje gevonden om te picknicken. Mooi uitzicht op het estuarium. Terwijl ik aan het eten en rusten was kwamen er toch een koppel en één enkele pelgrim voorbij gesjokt.

Voetpad naastde weg.
Picknick time met zicht op monding.

Dan gaat de officiële route nog een toer van bijna 20 km rond in de binnenlandse heuvels. Ik nam echter de hoofdweg verder. Die liep af en toe langs de autoweg ook. Dus wel wat kabaal. Ook een stukje via een paralel bospad.

Uiteindelijk kwam ik op bestemming aan. Liendo, een heel stil dorpje. Wat ingeslapen. Of viel die stilte op omdat ik toch vaak langs snelwegen stapte vandaag? Vanavond nog wat verder gewerkt aan de planning van de volgende etappes. Ook die worden heel gevarieerd kon ik vaststellen.

Etappe 75 – Zierbena naar Castro Urdiales – 27 km – 1910,3 km – dag 10

Het is zonnig en het wordt warmer voor deze etappe die eerst langs de kust en dan in het groen verloopt.

Klim vanuit Zierbena

Zoals zo vaak begint de dag met een klimpartij. Ook vandaag. Al snel zijn de gele pijlen present om me weg te lijden uit de ferryhaven.

Kustpad La Arena

Al snel gaat het terug naar de zee. Naar La Arena. Heel dicht tegen de zee, op een pad richting strand en letterlijk een 100 m ploeteren in het zand richting bruggetje dat naar een kustpad leidt.

Een riviertje dat op natuurlijke wijze de zee in stroomt. Dat hebben we niet meer bij ons. Geen betonnen structuur, geen haven, geen dan. Gewoon puur natuur. Het kustpad ging eerst wat omhoog en slingerde dan langs de rotsen naar Onton. Het leverde mooie vergezichten op.

Langs het kustpad terugkijken richting Haven Bilbao.

Veel gebeurde er eigenlijk niet. Ee vrij vlak en makkelijk parcours. Enkel melden dat ik Duitser Christian weer zag. Hij was aan het eten op een bank samen met een dame pelgrim. Dag gezegd en Guten appetit.

Ik dacht dat ze me beiden zouden inhalen erna, maar ik heb eigenlijk van de ganse dag niemand meer gezien. Misschien namen ze de saaiere kustweg. Ik opteert echter voor de groenere inlandse route en trok dus voorbij Onton omhoog de bergen in.

Richting Baltezana
Eucalyptus

Via kleine wegen naar omhoog tussen de typische eucalyptusbomen. Toch een omweg van een 10-tal km. Na de top terug naar beneden, grotendeels via een verlaten spoorwegbedding.

Oude spoorbedding
Oud station van Ontanes

Het liep als een trein! Langzaam afdalen, mooi pad. Comfort voor de stapper. Nog even uit de toon in Samano waar weer een venijnig klimmetje zit. En daan gaat de route over in een saai voetpad richting Castro Urdiales.

Vanavond nog even een Mac binnen geslopen. Kwart voor 8. Wat eten die Spanjaarden toch laat!

Iets voor acht nog geen klanten…

Etappe 66 – Terug op weg! Via Parijs naar Hendaye en dan tochtje naar Irun. 6,6 km – 1692,1 km (en tochtje in Parijs) – dag 1

Vroeg in de ochtend deze maandag de rugzak nog even gecontroleerd en over de schouder gegooid. Om 7u stipt stapte ik het huis uit richting station. Het was nog rustig. Lichte nevel hing over de vaart.

Zonsopgang in Mechelen.

In het station begon de drukte. Op naar Brussel, op naar de Thalys richting Parijs. Het voelt raar aan om die rugzak weer te omgorden. Ik had gehoopt niet teveel spullen in te pakken, maar de ‘natte’ en kille weersverwachtingen maken dat de dikkere hemden en lange onderbroek ook mee zijn. En dus zorgen voor de extra kg.

Paris Nord

Que je suis content de revoir Paris. Eindelijk terug na de Corona shut down! Lijkt een eeuwigheid.

Ik heb de afstand tussen gare du Nord en gare de Montparnasse wat onderschat. Ik wilde die te voet doen om Parijs te voelen, te ruiken, te ondergaan, maar het werd uiteindelijk een oppervlakkig weerzien in de vorm van snelwandelen. Ik was op tijd voor de lange trip naar Hendaye, naar het zuiden. Aankomst voorzien iets voor 17u. De lente is al duidelijk aanwezig in de streek. De bomen al groener en ooievaars glijden over de velden. Hier en daar is een nest bezet. Een beetje geduld daar in het noorden, de lente is op weg naar jullie!

Aankomst in Hendaye.

De weg naar de brug vond ik snel terug. Er is weinig veranderd sedert de laatste keer. Alleen hebben de Spanjaarden nu een container met politie in het midden van de brug gezet om prikacties te houden richting Frankrijk.

Brug naar Irun

Het is toch weer wennen aan de kaart en vooral de schaal ervan. Eenmaal de brug over was het toch wat zoeken naar het begin van de route. Ik was niet alleen. Een koppel op de fiets was ook afgestapt om de kaart goed te bestuderen. Hun route liep rond het stadscentrum. Ik moest doorheen het centrum langs drukke straten. Maar dat kon het lentegevoel niet drukken, zeker niet toen een bekende bloemengeur mijn neus kriebelde.

Bloeiend en geurend

En met al dat lentegevoel dan toch ook een ijsje gekocht en mmm. Wat verderop voorbij het centrale plein is de eerste richtingspijl met de schelp. Via een brug gaat de route langsheen drooggelegd moeras en dan naar boven. Oei, oei, oei, dat zijn we niet meer gewoon. Maar elke meter omhoog is gewonnen en moet ik morgen niet meer doen.

Daar zijn de schelpen!

Wat verderop aankomst in de casa waar ik de nacht doorbreng. Heel warm ontvangen, maar het is nog kalm. Ik heb de indruk dat de streek met ongeduld wacht op de terugkeer van de pelgrims. Ik werd vanavond al aangesproken door een ober om een pelgrimsmenu te gaan eten. Maar vanavond hou ik het nog sober (buiten dat ijsje).

Conclusie van de dag… wel de kop is er af, er bestaan blijkbaar stroken camino waar je moet klimmen, en daar moet ik me morgen op kleden.

Pelgrim
Lente

Etappe 64 : Espelette naar Ascain – 19,3 km – (1.665,5 km)

De Camino Bidasoa – etappe 2

De tocht door de lage Pyreneeën naar de kust loopt verder. Bij het verlaten nog een foto van Espelette, bekend voor “le piment”. Die piment zie je hangen aan de gevel.

Bij het verlaten van Espelette ging de tocht meteen neerwaarts richting de lavoir. Ook hier in Baskenland zijn die oude wasplaatsen vaak aanwezig.

Meteen daarna slingerde het pad zich weer omhoog richting een hangbrug, die over de ringweg van Espelette hangt om de voetgangers veilig aan de overkant te leiden.

Voie Nive Bidasoa staat er te lezen op de wegwijzers met de schelp.

En die Camino Bidasoa loopt verder richting een heuvelkam waarover ik deze voormiddag zal lopen. De weg erheen is een flinke klim, maar eenmaal boven is er weinig niveauverschil en loopt het vrij vlot. Rechts van het pad vallen de kruinen van vele tamme kastanjebomen op. Er zijn er hier massa’s van, van deze tamme kastanjebomen.

Een onverwachte ontmoeting met een regenworm. Maar geen gewone regenworm. Het kruipend exemplaar was een kleine halve meter lang! Jawel, bijna 50 cm! Voor de vergelijking heb ik er mijn voet naast geplaatst.

Ook andere dierlijke ontmoetingen vandaag zorgden voor de nodige verwondering vandaag. De tocht trok lover de heuvelkam verder  langs de bovenzijde van een steengroeve waar borden waarschuwden voor dynamitage. Vervolgens plots een bocht en hopla, daar gaat het pad de dieperik in. Die losse kiezels zijn wel verraderlijk als je naar beneden moet.

Eenmaal beneden gaat het terug naar boven met overal groen om je heen. Heel veel groen. Ook in de hogere regionen. Nu is het wel zo dat dit de lagere route is eigenlijk. De hoge boomloze toppen vermijd ik gelukkig.

Dit beeld doet me denken aan de tekeningen in de krant Het Volkske over de tour de france. De bergen met rond hun top een wolkenband.

Prachtige oude eiken kom je ook tegen. Heel majestueus bieden ze een flink pak schaduw tijdens deze warme lentedagen. Via het nieuws hoor ik dat heel Frankrijk en België kreunen onder de hitte, maar hier valt het goed mee.

Saint-Pee sur Nivelles is het volgende dorpje waar ik doorheen wandel. Veel volk loopt er hier niet rond.

Wel zie je heel wat mooie huizen in Baskenland. Oostenrijkse stijl maar met rood witte luiken. Heel typisch Baskenland en mooier dan in het hartje van Frankrijk.

Volgende beestige ontmoeting, volgende verwondering op de tocht vandaag. Op de hogere vlaktes lopen de paarden en pony’s vrij rond. Een paar van die dieren hebben een bel om de hals.

Deze foto werd op de top van de heuvel genomen. De paarden zelf lopen vrij rond maar zijn vrij mak. Wat verderop een ontmoeting met andere beestjes. Varkens, ook rondlopend op een wei. Dit exemplaar was er heel moe van.

Zijn collega varkentjes knorden wat verderop. Het is een speciaal Baskisch ras dat bijna uitgestorven was in 1984, maar nu weer stevig geteeld wordt. Le Kintoa is de naam en het zou zijn unieke smaak onder andere hebben door de eikels die ze verorberen.

In de verte viel in het landschap van weidegroen een rare streep op, die naar boven wees richting de bergtop wat verderop.

Blijkt dat het één van de oudste tandradtreintjes is in Frankrijk. Als je goed kijkt zie je zo een treintje de bergwand opklimmen. De wandelweg zelf daalde af richting Ascain via een rotsachtig pad. La Rhune is de naam.

Bij het steil afdalen was het wel uitkijken om niet weg te rollen op al die keien en tussen al die keien keken een paar oogjes mij nieuwsgierig aan.

Het beestje was wel bijna 20 cm lang. Dat is al flink groot. Een dino in mini dus. Dat was de laatste beestige ontmoeting van de dag.

In Ascain zelf kreeg ik nog wat cultuur voorgeschoteld door de lokale dansgroep. Fijne manier om deze wondere dag af te sluiten.

Etappe 63 : Bidaray naar Espelette – 18,2 km (1.646,2 km)

Het werd een stevige wandeling vandaag op de Camino Bidasoa. De klim mocht er zijn. Maar laat me beginnen bij het begin.De tocht startte met het oversteken van de rivier de Nive via de “devilsbridge”, een oude stenen voetgangersbrug.Gezien het zondag was ging ik nog even langs bij de artisanale bakker, die ik de avond vooraf gespot had, om lokale lekkernijen als mondvoorraad mee te nemen. Een mens moet toch de lokale gastronomie leren kennen, niet? En op zondag moet je er van uit gaan in Frankrijk dat de winkels vaak gesloten zijn. De ervaring leert dat snel tijdens de wandeltocht.De voormiddag liep de tocht langs de rivier. Het voordeel is dat een groot deel van de tocht onder overhangende bomen liep. Handig als het warm is.Voor de gieren in de streek verliep de dag zoals gisteren. Dus in de voormiddag zag ik ze vrij goed, na de middag enkel als kleine stipjes hoog in de lucht.De wandeling verliet de rivier om hier en daar een kabbelend beekje over te steken. Wat verderop liep de weg terug naar de rivier. Daar waren jonge lui aan het raften. Prima weer om te raften. Lekker fris op de rivier.Wat verderop was een taverne waar een broodje ham kaas lekker smaakte en veel water het verloren zweet kon aanvullen. Want zweten, dus drinken blijft de boodschap. Maar goed ook dat de krachten konden opgedaan worden, want ze waren nodig in de namiddag. Een bergpas moest overgestoken worden.Een kilometerslang pad klom maar hoger en hoger. Snel ging het niet. Bij elke boom stopte ik even om mijn tikker wat te sparen en wat af te koelen uit de zon. In het nieuws werd gemeld dat hartpatiënten inspanningen moeten vermijden bij warm weer. Maar ik kon moeilijk blijven wachten tot het donker werd. Dus rustig verder klimmen en af en toe stoppen en kijken naar het landschap.

Tenslotte kwam de top in zicht en na een bocht lag een prachtig vergezicht voor me.

De rest van de wandeling was een lange afdaling richting Espelette. Er was wel nog een venijnig staartje, vooraleer het dorp binnen te stappen. Een leuk dorp, gekend voor les piments en nog een reeks culinaire specialiteiten. Mooie gekleurde huizen vormen er een mooi centrum.  Rond etenstijd werd het wel wat toeristisch, maar dat betekende dat je er makkelijk eten vond, leuk meegenomen voor een vermoeide pelgrim.

Het vervolg van de tocht

Gezien ik nu aanbeland ben in Saint-Jean Pied-le-port gaat de tocht nu over de Pyreneeën. Maar eigenlijk moet ik mijn tocht wat aanpassen want ik wil de Camino del Norte stappen, langsheen de Noordkust van Spanje. Conclusie is dat ik eigenlijk van Saint-Jean Pied-le-port naar Irun in Spanje moet geraken. Er zijn 2 moelijkheden; een “hoge” route en een “lage” route. Deze laatste wordt het en wel binnenkort want ik wil tussen 21 juni en 28 juni de 4 etappes stappen naar de kust.

Kaart Saint-jean naar Hendaye en Irun

Vandaag in de brievenbus de treintickets ontvangen. Vreemd eigenlijk. Voor de reis naar Parijs worden ze per post vanuit Frankrijk opgestuurd. Voor de reis van Parijs naar Bayonne kon ik ze gewoon downloaden. Vreemd.

Treintickets per post ontvangen.

Dus is het plan om vrijdag 21 juni naar het Zuiden te sporen en zaterdag de wandelschoenen aan te trekken.

De rugzak wordt terug gevuld. Het voordeel van zo een korte tussen etappe is dat er minder in de rugzak moet en deze dus lichter is geworden om mee te nemen.

De reis naar Bayonne is vlot verlopen. In de namiddag was het wel drukker in de Hst richting Bordeaux en Bayonne die aan 298 km per uren over de sporen raast. Bij aankomst in Bayonne had het juist geregend, maar de weersverwachtingen zijn top voor morgen. De trein rijdt om 7u42 richting Saint-Jean. Een uur later start de wandeling. Top

Etappe 61 : Saint Jean Pied de Port – 20,3 km (1.601,0km)

Aankomst tweede deel

Vandaag is het de tweede tussenhalte en stopt de tocht voor even. Het wordt wel een vreemde tocht, een drukke.

Het begint bij de eerste bocht. Ik ben meteen omringd door pelgrims. Twee heren, die me aan stevig tempo voorbij stappen, daarna steek ik 2 oudere Duits pratende dames voorbij en wat verderop komt er nog een pelgrim uit het groen. Zoveel heb ik er over de ganse tocht niet gezien.

Pelgrims naar Compostella
Pelgrims naar Saint-Jean

De tocht trekt de valei in langs glooiene graspaden. Af en toe wordt er even gepraat, maar vooral hard gestapt. Vreemd dat men al snel de pelgrims volgt… en volgt op het verkeerde pad. Want plots gaat de weg stevig omhoog en ik moet mijn collega’s lossen tijdens de klim. Tot na een tiental minuten er een tetugkeert met de melding dat we fout zitten. In het terugkeren komen we er nog 8-tal pelgrims tegen die ook mogen omkeren!

Af en toe wordt wat gebabbeld zoals tijdens een koffiepauze in de schuur van een landbouwer die tegen een vrije gift (donativo) koffie en warme drank + zuivel uit zijn hoeve aanbiedt. Zo leer ik Martin kennen uit Quebec, die samen met zijn maat vanuit Le Puy en Vellay zijn gestapt tot hier. Blijkbaar was het weer daar iets minder want ze hadden kou toen het er sneeuwde.

Wat verderop ontmoet ik een andere pelgrim die vanuit Brest de Atlantische route heeft gevolgd. En ondertussen stapt iedereen op eigen ritme verder. Rond de middag zie ik een bende van 8 langs de weg picnicken.

En dit in een mooi, groen heuvelend landschap. Onderweg nog een paar kerkjes binnengestapt. Ik was wel verwonderd van het binnen schrijnwerk. In 2 kerkjes was een volledige gaanderij opgebouwd.

En langzaamaan naderden we met zijn allen ons doel. Een laatste klim naar de citadel en via de porte St. Jacques stapte ik de drukte in.

Wat een andere wereld. De nauwe straatjes lopen vol mensen van allerlei leeftijd, ras en kaliber. Veel mooie nieuwe uitrustingen en blitse (te) zware rugzakken. Ik moet aanschuiven bij het Compostella genootschap, zo druk. Ik haal er mijn stempel maar de meeste mensen halen er de credential. Ik sta verwonderd te luisteren hoe onvoorbereid heel wat van die pelgrims aan die tocht beginnen. Gelukkig krijgen ze hier wel wat raad en waarschuwingen. Het is te koud op de pas naar Spanje en het waait te hard. De pas is 3 dagen gesloten want de avond voordien werden heel wat pelgrims ontzet door de Spaanse politie.

Via de stadspoort stapte ik dan naar het station. Plots hoorde ik mikn naam roepen. Stephane! Ook hij was er al. Had zijn tentje in de camping neergezet. In afwachting van de trein hebben we nog wat bijgepraat, samen met een derde pelgrim en gekeken hoe hordes pelgrims door een net aangekomen trei werden afgezet. Ook hier terug. Wat een zware pakken, zakken en rugzakken! Om 16u30 vertrok de trein dan naar Bayonne, waar ik overnachtte om de volgende dag naar huis te rijden. We wensten elkaar Bon chemin toe. Hij stapte verder naar de Camino del Norte. Ik moet nu wat wachten.