Etappe 75 – Zierbena naar Castro Urdiales – 27 km – 1910,3 km – dag 10

Het is zonnig en het wordt warmer voor deze etappe die eerst langs de kust en dan in het groen verloopt.

Klim vanuit Zierbena

Zoals zo vaak begint de dag met een klimpartij. Ook vandaag. Al snel zijn de gele pijlen present om me weg te lijden uit de ferryhaven.

Kustpad La Arena

Al snel gaat het terug naar de zee. Naar La Arena. Heel dicht tegen de zee, op een pad richting strand en letterlijk een 100 m ploeteren in het zand richting bruggetje dat naar een kustpad leidt.

Een riviertje dat op natuurlijke wijze de zee in stroomt. Dat hebben we niet meer bij ons. Geen betonnen structuur, geen haven, geen dan. Gewoon puur natuur. Het kustpad ging eerst wat omhoog en slingerde dan langs de rotsen naar Onton. Het leverde mooie vergezichten op.

Langs het kustpad terugkijken richting Haven Bilbao.

Veel gebeurde er eigenlijk niet. Ee vrij vlak en makkelijk parcours. Enkel melden dat ik Duitser Christian weer zag. Hij was aan het eten op een bank samen met een dame pelgrim. Dag gezegd en Guten appetit.

Ik dacht dat ze me beiden zouden inhalen erna, maar ik heb eigenlijk van de ganse dag niemand meer gezien. Misschien namen ze de saaiere kustweg. Ik opteert echter voor de groenere inlandse route en trok dus voorbij Onton omhoog de bergen in.

Richting Baltezana
Eucalyptus

Via kleine wegen naar omhoog tussen de typische eucalyptusbomen. Toch een omweg van een 10-tal km. Na de top terug naar beneden, grotendeels via een verlaten spoorwegbedding.

Oude spoorbedding
Oud station van Ontanes

Het liep als een trein! Langzaam afdalen, mooi pad. Comfort voor de stapper. Nog even uit de toon in Samano waar weer een venijnig klimmetje zit. En daan gaat de route over in een saai voetpad richting Castro Urdiales.

Vanavond nog even een Mac binnen geslopen. Kwart voor 8. Wat eten die Spanjaarden toch laat!

Iets voor acht nog geen klanten…

Etappe 74 – Bilbao naar Zierbena – 22,8 km – 1883,3 km – dag 9

Een haven in transitie

De Camino is niet één weg, maar eigenlijk een kluwen van mogelijke paden richting Compostella. Vandaag had ik de keuze uit diverse routes. Ofwel terug omhoog door het groen, of één van de routes langs de rivier richting de monding, richting de zee. Omdat het vlakker was, maar vooral om eens iets anders te zien koos ik de rivier. En het viel niet tegen verre van.

Vanuit het stadcentrum kom je al snel aan de promenade en meteen wordt je geconfronteerd met de maritieme geschiedenis. Een museum en museumweekend zien er heel interessant én levendig uit.

Museum scheepswerf

Onder het zeildoek wordt een houten schip hersteld volgens oude methodes. Er is werk aan.

Planken moeten vervangen worden, ook van de romp. En die planken moeten dus verbogen worden ZONDER breken. Omdat de roots van schoonvader Alex zaliger in de schrijnwerkerij (wagenmaker) lagen onderstaand beeld.

Het plooien van planken.

Voor de Kv supporters, mocht KVM doorstoten Europees én ze moeten tegen Bilbao spelen, dan is dit het stadion van het Spaanse thuistreffen.

Stadion van bilbao

Je ziet echt van alles onderweg. Zoals elke oude haven moet ook Bilbao zich aanpassen. De oude haveninfrastructuur, die eigenlijk bijna niet meer gebruikt wordt en verloederd zoekt andere toepassingen of maakt plaats voor bewoning. Veel voorbeelden gezien langs de voortreffelijke promenade.

Prachtige gevel op zoek naar nieuwe bestemming.

De route is meestal goed aangegeven, alleen bij een schroothoop kan je niet meer door en moet de route een omweg nemen. Toen ik stond te twijfelen met mijn kaartje sprongen meteen hulpvaardige Spanjaarden toe om mij op de goede weg te zetten. Met heel veel Spaanse woorden waar ik jammergenoeg zo weinig van versta.

Hier moet je uitkijken, welke kant uit?

Al dat bouwen, verbouwen, verkommeren, restaureren, enz geeft een zekere lelijkheid maar ook schoonheid en charme aan de stad. Vooral als je dan nog eens zicht hebt op de bergen.

De wandeling gaat verder langs de promenade. Veel volk op de wandel, jong en oud. Spanjaarden wandelen veel, de ouderen toch.

Barakaldo nieuwe stadswijk.

Verderop is al flink afgebroken en hele nieuwe woonblokken zijn neergezet. Bilbao is druk bewoond. Ik las ergens dat helft bewon ers Baskenland in die agglomeratie wonen. Barakaldo en dan Sestao zijn plaatsen waar heel veel haven verwijderd werd ten voordele van woonblokken. Maar toch staat er nog productie van een gekend bedrijf. Arcelor Mital, staal. Maar ook daar staat industriële archeologie te roesten.

En toch weeral die transitie. Centrale buurtverwarming met gerecupereerde warmte van de fabriek.

En dan nader ik Portugalete met een bijouke van metalen constructie. Er bestaan slechts een 5 tal van deze overzetsystemen. Lieve schoonbroer Frank liet me weten dat dit de eerste transportbridge is.

En dat ding functioneert. Voor 50ct reis je naar de overzijde. Dus ikke heen, koffie drinken, en terug. Superhandig.

Voetgangers, fietsers, auto’s gaan mee naar de overkant.

Ziezo, dat hadden we dan gehad. Een “vaut le voyage” attractie. Industrieel erfgoed op zijn best.

Daarna ging het verder richting monding. De bedrijven en constructies werden moderner. Bij de zeevaartschool (met prachtig zwembad!) Staat een vissersboot van eind vorige eeuw.

Te bezoeken. Maar wat verderop ligt een nog actieve scheepswerf, en daar worden de moderne visserijboten bewerkt. Wat een verschil. Groter, efficiënter, nieuwe technologie.

En zo zie je dat alles in transitie is naar meer efficiëntie en meer duurzaamheid. Het is verre van gerealiseerd, maar de transitie is volop bezig, dat is duidelijk. Het laatste plaatje van de haven toont dat nog beter met oa windmolen fragmenten die verscheept moeten worden, edg.

Aankomst in Zierbena om daar te overnachten. Ferryhaven.

Zie hoe blauw alles geworden is. Zonnig maar koud. Zo een wandeling doet je wel honger krijgen! Vanavond vis op het bord!

Etappe 68 – San Sebastian naar Getaria – 24,0 km – 1745,2 km – dag 3

Het wordt grijzer, het wordt kouder. Een heel gevarieerde wandeling vandaag. Voormiddag wispelturig kustpad en namiddag doorheen Zarauts en een wandeling langs de dijk naar de vissersstad Getaria.

Opstaan deed ik met dit mooie uitzicht met vuurtorentje. Eigenlijk was ik al 3 km verder gestapt gisteren. Zo kon ik meteen goed starten voor de etappe vandaag.

2 vuurtorens

Het weggetje ging omhoog, slingerde parallel aan zee doorheen de groene weiden. Het was frisser, grijs maar droog.

Let op de appelsienenboom naast dit boerderijtje. De weg ging kwalitatief achteruit. De uitzichten bleven mooi, maar de weg zelf verdween en werd een stijgend en slingerend pad.

Bosweg met Gr
De oude pelgrimswegen met grote plavuizen komen vaak voor in de streek.

Een verlaten streek met taaie begroeing, want nabij de oceaan en het kan er flink stormen. De grote steenblokken schijnen al heel oud te zijn, gelegd om pelgrims vlotter te doen reizen. Verschillende kilometer afgelegd op deze reuze kinderkoppen. Kunst kom je ook tegen en een natuurlijke fontein met drinkbaar water .

Kunst langs de Camino

Drinkbaar water uit de rots

Op en neer gaat de tocht. Geen levende ziel te bespeuren. Het is een stukje desolaat gebied waar ik doorheen loop. Doet me wat denken aan de Landes, maar dan heuvelachtiger. Na 6 a 7 km toch teken van leven.

We love you! I love it.

Toch fijn dat de mensen hier de pelgrims zo welkom heten, getuige dit bord, of de auto die plots naast mij vertraagde en waar de bestuurder met bewonderende blik mij vroeg: Camino? Of een koppel in Zarauts die je kruist en vol overtuiging ‘Buen Camino’ toeroept. Zelfs een paar hulppostjes onderweg ontmoet met water en een box met materiaal voor verzorging.

Hulp bij pijne voeten.

Uiteindelijk komt de Camino terug in de bewoonde wereld aan in Orio (nee niet de koekjes) via de ermita San Martin. Gesloten. Daar iets gegeten en achter mij zag ik Alex voorbij stappen

De ermita San Martin en het zicht naar de zee.

Orio zelf is een kleine haven waarlangs een luidruchtige autoweg dendert. Het lawaai weergalmt in de vallei en overdondert na een dag stilte. Het stadje zelf is typisch gebouwd.

Orio

De tocht gaat verder, vlak en langsheen de monding met havenactiviteiten en resten ervan.

Nog een oude baggeraar

En zoals steeds volgt een bocht met een klim. De weg loopt eerst langs weiden en eindigt in wijngaarden. Hier wordt een witte tintelende wijn verbouwd. Nette gaarden voor Txakoli.

Wijngaarden van txakoli

Eenmaal over de heuvelkam gaat de Camino langs een gewone weg naar beneden naar stadje Zarautz. Strand!

Getaria in de verte.

De stad Zarautz is gebouwd in dambord met een lange laan centraal. Daar staan wel wat beelden en monumentje langs.

Kaarsrecht
Industrieel erfgoed

In de stad zelf even langs gegaan in de toeristische dienst de stempel halen.

Verder gaat het vlak langs een lange promenade die naast de weg aan de rotsen hangt richting Getaria. Mooi maar na 4km wel wat saai. De golven beuken er tegen gigantische stenen blokken. Op zee zie je vissersbootjes dobberen.

Wandeldijk
Wandeldijk bis

Aankomst in Getaria met eerst een koffietje en een leuke ongekende 50ct surprise.

Andorra

De kerk binnengestapt. Origineel, want door de vele verbouwingen door de eeuwen heen ligt de vloer volledig schuin en zijn doksaal en dgl in verschillende niveaus. Hopelijk zichtbaar op de foto’s.

Schuine vloer

Ziezo, de wandeling is voorbij. Morgen naar Deba, maar eerst lekker eten en slapen.

Leve de asperges

Etappe 67 – Irun naar San Sebastian (Donostia) – 29,1 km – 1721,2 km – dag 2

Het wordt een fikse trip vandaag naar San Sebastian. Eerst een fikse klim, dan een wandeling naar overzet gevolgd door een kustpad om te eindigen langs het strand.

De eerste paadjes vandaag. Gelukkig is het droog.

Vooraleer te vertrekken werd ik flink vertroeteld in de casa. Uitgebreid ontbijt met eitjes van de loslopende kippen. De uitbaatster gaf me nog fruit mee voor onderweg en vroeg bij het weg gaan of ik wel voldoende water mee had.

Lekker ontbijt

Na klimmen was de eerste halte de Ermita de Santiago, daar zag ik al een paar mensen met rugzak en toen ik aankwam vertrok er juist ene met een schelp het pad verderop in.

Ermita de Santiago

Gezien vandaag de eerste dag stappen was wilde ik niet te hevig starten. Ik koos voor de lagere conservatieve (lees minder zware) route en niet die over de kam die stevig klimt. Was maar goed ook zou blijken op het einde van de dag.

Wandelweg naar Pasai Donibane

Het was langs een breed bospad dat ik stapte. Het weer was prima droog en niet te warm. Wat lang maar wel interessant. Ten eerste omdat ik terug moet wennen aan klimmen en dalen. Zelfs dalen voel je flink in de kuiten met die rugzak. Ook geologisch, getuige deze foto.

Cursus geologie

Dat dalen kwam er na een goeie 10 km stappen. Het was een prima wandeling om de rugzak weer wat beter te leren kennen en die in balans te brengen. Flink hoog dragen op de heupen is de boodschap.

Wat ben ik blij dat het niet regent!

Na een stevige afdaling komt de Camino uit aan een rivier in Pasai Donibane. Daar moet je overheen met een kleine veerboot. Vooraleer je aan de pont bent wandel je langs de haven waar een autoschip broederlijk naast een boot beladen met schroot ligt. Nieuwe auto’s worden gelost en kapotte worden geladen. Waarheen?

Ijzer, oud en nieuw

Het zijn pitoresque nette dorpjes waar de tocht doorheen gaat. Alle teksten staan er in 2 talen. Spaans & Baskisch. Van dat laatste kan ik niet veel maken.

Passai Donibane

De overtocht naar de andere oever.

Veerpont naar Pasai San Pedro

Aan de andere zijde, Pasai San Pedro kom je uit in het oude visserij haventje waar de geschiedenis van de walvisvaarders en zelfs een teruggevonden schip voor New Foundland worden getoond. Bootarcheologie met een ganse oude scheepswerf waar de oude bootjes terug worden gebouwd.

Monument voor moedige walvisvaarders

Na wat eten en drinken gaat de tocht naar rechts, langsheen het water en langsheen de oude scheepswerf tot aan het einde van de baai.

Oude baggerboot met kuipen.

In de werf ligt ook een oude baggeraar met grote ketels. Toen ik klein was werd dat type gebruikt om de IJzer uit te baggeren. En kabaal dat dat ding maakte. Tijd voor het serieuze werk. Een betonnen trap en een verweerd bospad leiden verder naar een pad vol mooie vergezichten en de vuurtoren.

Omhoog via trappen
Trappen naar boven langsheen vuurtoren 1.

Verder omhoog klauteren en na de trappen gat de weg nog naar omhoog naar nog een vuurtoren.

Faro de la Plata

Roodborstjes, daar gaat het volgende verhaal over. Wat komen die dichtbij wanneer ik even halt hou om op adem te komen of iets te eten.

Roodborstje ofte Rubecula

Er was er eentje die bijna op mijn schoenen pikte, met de vleugels ligt open. Ik vermoed dat het mijn rode jas is die hen uitdaagt. Dat wordt oppassen als ik straks een stier tegen kom.

Het mooie wandelpad slingert zich langsheen de kustlijn met prachtige vergezichten.

Kustlijn van de Golf van Biskaje met de Playa7

En een volgende vuurtoren.

Na de ganse namiddag langsheen het kustpad te zijn gewandeld komt de Camino uiteindelijk op een asfaltweg uit richting bewoonde wereld. Richting San Sebastian. Daar ontmoette ik 2 Duitse pelgrims. Een jonge Felix en een oude Christian, beide ook vandaag gestart aan de camino. Morgen wordt weer een stramme start herinnerde Christian ons, want beide hadden voor de Corona ook al Camino ervaring.

Pelgrims

En uiteindelijk terug de bewoonde wereld. Tussen de bomen een glimp van de baai met prachtige gouden strand. Surfers dobberen op de golven en er zijn zelfs al moedige baders.

Baai met gouden strand.

Verder doorheen de stad over bruggen en langsheen lanen en de dijk. Een verlokkelijke café con leche smaakte heerlijk en in de toeristische dienst kon ik al de stempel in het stempelboekje laten aanbrengen. Wel moet je hier in Spanje nog steeds mondkapje dragen in winkels.

Brug in San Sebastian

Overnachten doe ik op het uiteinde van de stad, een stukje de hoogte in. Zo kan ik morgenvroeg stram en stijf terug op stap. Voor het eten terug naar beneden, maar dat was met de bus.

Etappe 65 : Ascain naar Hendaye – 20,0 km (1.685,5 km)

Dit wordt opnieuw een tijdelijke halte, een tussenstop.  De Spaanse grens wordt de tijdelijke halte tot volgende lente. De wandeling vandaag startte onder een stralend zonnetje, maar al snel waren er wat wolken en vielen er een paar druppeltjes. Het werd warmer en vochtiger dan gisteren.

Dit laatste stukje Camino loopt door minder ruig landschap. Er is ook meer bewoning langs de weg,  wat minder hoge beklimmingen en een zachter glooiende omgeving.

Enkel in de verte zie je de toppen van de Pyreneeën die boven alles uitsteken. Er is ook nog steeds veel groen en er stroomt een kabbelend beekje.

Om halfweg de dag aan te komen in het warme Urrugne. Daar komt de kust Camino samen met de verbindingsweg vanuit Saint-Jean-Pied-de-Port. Ik ben er even gestopt bij de kerk om iets te drinken want het werd behoorlijk warm.

Op het kerkplein een jonge pelgrimster ontmoet. Ze kwam uit Zwitserland en wilde ook halt houden in Hendaye. Wat verderop liep ze mij met stevige tred voorbij. Het was wat klimmen en dat is toevallig één van HAAR specialiteiten.. wanneer je uit Zwitserland komt.

En dan kwam de tijdelijke terminus in zicht. Het strand, de bergen de bomen in de verte. Dat is Spanje!

Eerst nog heel vaag, maar stapsgewijze duidelijker en duidelijker. Hendaye vooraan en aan de overzijde van het water het Spaanse Irun.

Beneden in Hendaye stapte ik tot aan de Pont de Saint-Jacques. Geen mooie brug, maar wel de brug die de weg opent naar de Camino del Norte en Espagna.

En halfweg deze brug, op de grens met Spanje eindigt deze tocht voorlopig.

Het vervolg is gepland in april volgend jaar 2020. Abonneer je op deze blog en je krijgt een bericht wanneer ik de tocht verder zet.

Etappe 64 : Espelette naar Ascain – 19,3 km – (1.665,5 km)

De Camino Bidasoa – etappe 2

De tocht door de lage Pyreneeën naar de kust loopt verder. Bij het verlaten nog een foto van Espelette, bekend voor “le piment”. Die piment zie je hangen aan de gevel.

Bij het verlaten van Espelette ging de tocht meteen neerwaarts richting de lavoir. Ook hier in Baskenland zijn die oude wasplaatsen vaak aanwezig.

Meteen daarna slingerde het pad zich weer omhoog richting een hangbrug, die over de ringweg van Espelette hangt om de voetgangers veilig aan de overkant te leiden.

Voie Nive Bidasoa staat er te lezen op de wegwijzers met de schelp.

En die Camino Bidasoa loopt verder richting een heuvelkam waarover ik deze voormiddag zal lopen. De weg erheen is een flinke klim, maar eenmaal boven is er weinig niveauverschil en loopt het vrij vlot. Rechts van het pad vallen de kruinen van vele tamme kastanjebomen op. Er zijn er hier massa’s van, van deze tamme kastanjebomen.

Een onverwachte ontmoeting met een regenworm. Maar geen gewone regenworm. Het kruipend exemplaar was een kleine halve meter lang! Jawel, bijna 50 cm! Voor de vergelijking heb ik er mijn voet naast geplaatst.

Ook andere dierlijke ontmoetingen vandaag zorgden voor de nodige verwondering vandaag. De tocht trok lover de heuvelkam verder  langs de bovenzijde van een steengroeve waar borden waarschuwden voor dynamitage. Vervolgens plots een bocht en hopla, daar gaat het pad de dieperik in. Die losse kiezels zijn wel verraderlijk als je naar beneden moet.

Eenmaal beneden gaat het terug naar boven met overal groen om je heen. Heel veel groen. Ook in de hogere regionen. Nu is het wel zo dat dit de lagere route is eigenlijk. De hoge boomloze toppen vermijd ik gelukkig.

Dit beeld doet me denken aan de tekeningen in de krant Het Volkske over de tour de france. De bergen met rond hun top een wolkenband.

Prachtige oude eiken kom je ook tegen. Heel majestueus bieden ze een flink pak schaduw tijdens deze warme lentedagen. Via het nieuws hoor ik dat heel Frankrijk en België kreunen onder de hitte, maar hier valt het goed mee.

Saint-Pee sur Nivelles is het volgende dorpje waar ik doorheen wandel. Veel volk loopt er hier niet rond.

Wel zie je heel wat mooie huizen in Baskenland. Oostenrijkse stijl maar met rood witte luiken. Heel typisch Baskenland en mooier dan in het hartje van Frankrijk.

Volgende beestige ontmoeting, volgende verwondering op de tocht vandaag. Op de hogere vlaktes lopen de paarden en pony’s vrij rond. Een paar van die dieren hebben een bel om de hals.

Deze foto werd op de top van de heuvel genomen. De paarden zelf lopen vrij rond maar zijn vrij mak. Wat verderop een ontmoeting met andere beestjes. Varkens, ook rondlopend op een wei. Dit exemplaar was er heel moe van.

Zijn collega varkentjes knorden wat verderop. Het is een speciaal Baskisch ras dat bijna uitgestorven was in 1984, maar nu weer stevig geteeld wordt. Le Kintoa is de naam en het zou zijn unieke smaak onder andere hebben door de eikels die ze verorberen.

In de verte viel in het landschap van weidegroen een rare streep op, die naar boven wees richting de bergtop wat verderop.

Blijkt dat het één van de oudste tandradtreintjes is in Frankrijk. Als je goed kijkt zie je zo een treintje de bergwand opklimmen. De wandelweg zelf daalde af richting Ascain via een rotsachtig pad. La Rhune is de naam.

Bij het steil afdalen was het wel uitkijken om niet weg te rollen op al die keien en tussen al die keien keken een paar oogjes mij nieuwsgierig aan.

Het beestje was wel bijna 20 cm lang. Dat is al flink groot. Een dino in mini dus. Dat was de laatste beestige ontmoeting van de dag.

In Ascain zelf kreeg ik nog wat cultuur voorgeschoteld door de lokale dansgroep. Fijne manier om deze wondere dag af te sluiten.